• Het gaat over piraten ja, maar zelfs als je er bijna niks van weet kan je gewoon meedoen. Probeer het gewoon eens, ikzelf weet ook niks over die periodes, enkel dingen die ik toevallig heb gezien in POTC. (; En niemand zal je kwaad aankijken als je een klein foutje maakt door je personage bijv. een mobiel te laten pakken.
    Inspringen kan/mag altijd! We verzinnen er wel wat, geven je korte samenvatting en helpen je natuurlijk ook met in de RPG komen (;


    Lang geleden was er een kapitein, zo barbaars en zo harteloos, dat zelfs de stoerste mannen hem uit de weg gingen. Kapitein Olivier Dalton, hij had zijn eigen schip, de Medusa, en zijn eigen bemanning die hij als grof vuil behandelde, maar ze bleven, bang voor wat er zou gebeuren als ze vertrokken. Ze kregen bijna niks en als ze niet luisterden konden ze beter maken dat ze wegkwamen, want Olivier stond bekend om zijn gruwelijke straffen. Zweepslagen, kielhalen, laten vechten om leven en dood tegen een ander bemanningslid voor zijn vermaak, ze voor schut zetten door ze op te dragen vrouwenkleren aan te trekken en dergelijke. Cameron Sand, kapitein van de Posideon's Mermaid kon hem niet uitstaan, was ziedend van jaloezie en ze werden rivalen. Nooit gingen ze elkaar uit de weg, gingen juist altijd de strijd met elkaar aan, toch won er nooit iemand. Op een dag veranderde alles, Olivier zag wat hij aanrichtte met zijn harteloosheid. Huilende vrouwen die hun kleine kinderen probeerde te sussen, de stoerste mannen die hem smeekte om genade. Van de een op de andere dag zag hij het in, het achtervolgde hem in zijn slaap, maar hij dacht dat het wel weg zou gaan, het schuldgevoel. Het nare gevoel bleef, de nachtmerries gingen niet weg dus nam hij een noodzakelijk besluit. Hij stuurde zijn bemanning weg, vastberaden een nieuwe start te maken, hij liet zijn aartsrivaal achter. Er was één ding dat hij niet achter liet, hetgeen wat wel tegen zijn barbaarsheid kon en hem niet zou laten vallen, zijn schip de Medusa. Hij zocht een nieuwe bemanning en was milder dan ooit te voren, misschien zelfs té soft.

    Hij ontdekte dat een van zijn bemanningsleden geen man was, maar een vrouw. Hij liet haar blijven. Niet veel later werd hij verliefd op haar, maar het was niet wederzijds, toch bleef hij vriendelijk. De vrouw van zijn dromen werd verliefd op een ander, liet hem in de kou staan en vanaf dat moment kwamen zijn slechte kanten weer omhoog. Hij werd jaloers en verbande de man waar ze verliefd op was van het schip en het deed hem niks toen hij zag hoe stuk zij daar van was. Later kwam de man, door wat je een wonder kan noemen, toch weer aan boord. Olivier liet hem deze keer toch blijven, maar hij was niet meer zo aardig als hij geweest was. Zelfs tegen de vrouw waar hij verliefd op was geweest deed hij vreselijk, hij was weer net zoals vroeger. Snauwde zijn bemanning af, was weer een echte piraat en kende geen genade meer.

    Nu, met zijn nieuwe bemanning en weer zijn oude karakter terug, is hij op zoek naar een schat. Hij weet niet precies wat het is of hoe het eruit ziet, maar het blijkt geweldig te zijn en te liggen op een onbewoond, geheimzinnig eiland midden in de oceaan. Hij is vastberaden de schat te vinden, zijn aartsrivaal Cameron Sand voor te zijn. Toch zijn er kleine dingen die hij over het hoofd ziet.
    Hij gaat er namelijk niet vanuit dat er toch een volk blijkt te wonen op het eiland, verwacht niet dat er een verrader in zijn bemanning zit en dat zijn aartsrivaal het juiste moment om toe te slaan afwacht.


    De verhaallijn in het kort.
    Het gaat over de bemanningsleden en kapitein van de Medusa die op zoek zijn naar een schat. Eén van de bemanningsleden is een verrader (Tristan Wright) in dienst van aartsrivaal Cameron Sand, hij houdt zijn opdrachtgever op de hoogte met een postduif, stuurt hem berichten over de koers en informatie over wat er gaande is op de Medusa. Als ze eenmaal op het eiland aankomen, waarvan ze dachten dat het onbewoond zou zijn, blijkt hun een verrassing te wachten. Er woont een vreemd volk dat hun niet vertrouwd, de bemanningsleden moeten hun vertrouwen zien te winnen, maar hoe gaan ze dat doen als blijkt dat Cameron Sand, samen met zijn bemanning, al eerder op het eiland is aangekomen en het vreemde volk al helemaal voor zich gewonnen heeft?

    Lijstje
    Volledige naam:
    Leeftijd:
    Uiterlijk:
    Innerlijk:
    Rol+rang: (Bemanning Medusa, kok. Avaloniër, krijger etc.)
    Extra:
    (Je mag er zelf dingen bij verzinnen zoals verleden enzo)

    Persones (Als je vragen hebt hierover, stel ze dan gerust)
    Bemanning Medusa:
    Kapitein Medusa: Vluuv – Olivir Dalton – 24
    Endure – Abby (Abigail Rosaline Valence) – 19
    Leave - Genesis Elisabeth Thrown - 20 (ontvoerd door Ace)
    Capitivity - Helena Vylore - 20

    Sid - Natambu Mmba - 25
    MoonyLove - William Davis - 18
    C18 - Ace Franklin Johnson -24

    GoogleIt - Ticimo Carabét - 26

    Bemanning Poseindon's Mermaid:
    Kapitein: C18 - Sygmund Yakov Engel - 28
    Verrader: Sid – Tristan Wright – 22
    Sid - Leopold Smiths - 24
    Vluuv - Bee - 19
    Fae - Mallory Farrah Pierce - 19

    Maitresse - Andrew Kelvin Ronalds - 23

    De Aveloniërs:
    Stamhoofd: Zoeken we nog! (eigenlijk weer --'')
    Zusje stamhoofd: Endure - Ayiana Kateri Chestio - 21
    MoonyLove - Katy Griffin - 14
    Leave - Nivera Izil Mazi - 19

    SomeMusic - Zoltan Donovan Osweld - 27[/q]
    Maitresse - Nawizi Ceta - 17
    MustacheMe - Phani Cinta Carabét - 11

    'Regels'
    Ik wil niet echt regels opgeven, maar heb liever wel dat jullie je hieraan houden of het onthouden.

    - Doe alsjeblieft je best om een redelijk stukje neer te zetten, dus niet 1 regel en dan denken ‘klaar’. Mocht je geen inspiratie hebben voor langer stuk, meld het dan gewoon. En nee, je hoeft niet 800 woorden te schrijven, zelf niet als anderen dat wel doen, maar 5 regels moeten je vast wel lukken.
    - Wil je je personage kwijt of stoppen? Zeg het dan, dan brengen we je personage even om het leven :P
    - De meesten vinden het niet prettig als je beslist wat hun personages doen, dus vraag het voor de zekerheid of ze het erg vinden of niet.
    - Je hoeft echt niet elke dag meteen te reageren op elke post, maar wacht alsjeblieft niet een week met posten. Ga je weg? Meld het dan en stuur je personage even op pad, laat hem/haar bijvoorbeeld verdwalen in de rimboe.
    - Houd je alsjeblieft aan de verhaallijn en als je een ‘speciaal’ personage wilt, vraag het dan even, ik sta open voor interessante personages die het verhaal leuker maken.
    - Don’t be scared. Stuur je personage gewoon op anderen af, bekijk desnoods de RPG Handleiding site voor tips. Weet je nog steeds niks? PB mij of een ander dan om te vragen waar zijn personage is en of die naar jouw personage kan gaan.
    - Verhaal kwijt? Stop dan niet zomaar zonder wat te melden, maar vraag waar de rest is of om een kleine samenvatting.
    - Er zijn een hoop personages nodig, maak er gerust meer en je kan ook voor niet bestaande personages schrijven natuurlijk! En kijk ook een beetje welke 'groep' nog weinig personages heeft en dergelijke!

    Nogmaals; Niet echt regels, maar meer dingen om jullie aan te herinneren [;

    [ bericht aangepast op 1 feb 2012 - 19:01 ]


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Endure schreef:
    Ja lol, ik probeer indiaans te denken.. :'D Dus dat leek me heel logisch, ghaha (x

    Haha, het is op zich ook vrij logisch, maar I guess dat Bee zichzelf meer als one of the guys ziet :')
    Merk nu trouwens dat ik Aiyana helemaal niet in m'n post heb gezet, sorry daarvoor :x

    Niet erg ;p


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Sygmund - Kapitein Poseidon.

    Ik merk hoe Bee's ogen die van mij kruisen. Ze schudt het hoofd en zegt dat het nog niet af is. Ik neem het ding nu wat beter in me op en concludeer dat ze gelijk heeft.
    'Wat doen we nu, Kapitein? Aanvallen of afwachten?' Mijn blik schiet even naar achteren, waar een man wakker is geworden. Dat is een vraag waar ik zelf nog geen rekening mee heb gehouden. Het laatste wat ik heb verwacht dat ik Oliver aan de andere kant van de wereld, op nota bene hetzelfde godvergeten eilandje tegen zou komen. Ik heb dan ook nooit aan een eventueel plan gedacht. Maar een oorlogsbrein moet snel denken.
    'We lichten ze in,' zeg ik. De man kijkt me niet-begrijpend aan. 'Opstaan jongens. Het is geen vakantieoord hier. Bee,' zeg ik en wend me weer tot haar.
    'Maak die boog af. We gaan hem hard nodig hebben.' Met die woorden laat ik iedereen weer in hun privacy en loop weer weg. Verdomd, wat nu? Tijd voor een nieuwe strategie. De strategie van het zo eerlijk mogelijk zijn.
    'Problemen?' hoor ik iemand ineens vragen. Ik draai me om, waar mijn blik de gebruinde gestalte van Aiyana kruist. 'Goedemorgen. Ik zal niet hoog en laag springen en maar meteen onze verontrusting uiten. Er is bezoek. Op dit eiland. En helaas weet ik wie het is. Een kapitein zo wreed dat hij niet zal aarzelen het hele dorp plat te branden als hij ons eenmaal vindt. Meedogenloos, hij kent geen genade. Zijn naam is Oliver Dalton. Hij behandelt eenieder waarover hij macht heeft als honden.' En ik kan alleen al vermoeden waarom hij hier is. Mijn ogen spugen vuur.
    'De mensen moeten in veiligheid gebracht worden. Vertrouw me hiermee.'


    No growth of the heart is ever a waste

    Ayiana Kateri Chestio
    Sygmund legde haar meteen uit wat het probleem nou eigenlijk was en het klonk ernstig. Toen hij zijn verhaal gedaan had keek ze hem onderzoekend aan, hij leek serieus, maar ze durfde hem niet volledig te vertrouwen. Ze kende hem niet goed genoeg daarvoor en ze kon de gok niet wagen om de Aveloniërs in gevaar te brengen.. Langzaam ging ze verhaal nog eens langs in haar hoofd: Een wrede man genaamd Oliver en zijn mannen was op weg hierheen? Peinzend beet ze op haar onderlip terwijl ze het dorp intuurde. Net nu zij de leiding had gebeurde er dit. Ze mocht haar broer en de andere Aveloniërs niet teleurstellen en de mensen niet in gevaar brengen, ze zouden haar ook nooit meer de leiding toevertrouwen als ze het nu verknalde. Wat moest ze doen? Ze ging de mogelijke opties langs en nam na een korte stilte dan toch haar besluit. "Niabi, kom eens hier," beval ze een jonge, gespierde man. Hij was een van de beste krijgers en zodoende had hij ook de leiding over de andere krijgers verkregen. Toen hij voor haar stond vroeg hij haar naar het probleem.
    "Ik wil dat je met een aantal van je mannen op onderzoek uit gaat. Het blijkt dat we bezoek hebben. Ik wil dat je uitzoekt met wat ze gewapend zijn en vooral met hoeveel ze zijn. Licht me zo snel mogelijk in," zei ze hem.
    "Maar het stamhoofd dan?" vroeg hij haar. Het was niet de eerste keer dat ze de leiding had, maar meestal gebeurde er niet veel als zij de leiding had en hoefde ze ook geen bevelen uit te delen. Deze keer was anders. Het was vast wennen voor de Aveloniërs, ineens een andere leider, maar ook voor haarzelf.
    "Luister, mijn broer is ziek en zolang hij er niet voor in staat is zal ik leiding hebben, dus doe wat ik zeg. Ik wil je zo snel mogelijk hier terugzien met nieuws, begrepen?" Haar stem klonk strenger dan ze van zichzelf gewend was, maar het nieuws van Sygmund maakte haar humeur alles behalve beter. Ze was doodsbenauwd het te verknallen, de gehele bevolking - met name de kinderen- in gevaar te brengen. Toch probeerde ze dit te verhullen en ze had het vermoeden dat ze er redelijk in slaagde kalm en vastebraden over te komen. Niabi knikte en al gauw zag ze hoe hij met een aantal van de krijgers vertrok. Ze richtte zich opnieuw tot Sygmund. "We zullen zo eens zien of je verhaal waar is en wat voor verdere acties er ondernomen moeten worden," zei ze nadat ze haar kalmte teruggewonnen had. Nu was het enkel nog wachten op Niabi en het nieuws.


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Tristan - Piraat, Medusa.
    Terwijl we in de sloep zitten, doe ik mijn best een beetje te kalmeren. Jammer genoeg ben ik daar altijd al slecht in geweest. Ik klem mijn tanden op elkaar en tuur met een grafgezicht in het water, om niet op Oliver te hoeven kijken die daar zo fier als een pauw met mijn Jane zit te pronken. Even kijk ik om, het is nog 100 meter naar het eiland. Nog even volhouden, denk ik in mezelf. Ik sidder nog steeds van ingehouden woede wanneer Oliver ineens zelfgenoegzaam een grijnsje op zijn gezicht produceert. Eventjes bijt ik nog op mijn tong, maar dan schiet het eruit. 'Mooi wapen, kapitein.'
    Mijn woorden blijven even in de lucht hangen en ik voel ineens de werkelijke neiging om van boord te springen en zo de eer aan mezelf te houden. Maar ik ben geen lafaard, of zo wil ik in elk geval niet lijken, dus ik staar Oliver staalhard recht aan. De dood zelf staart honend terug.


    Home is now behind you. The world is ahead!

    Leopold Smith - Scheepsarts; PM.
    Een hard geluid, wat ik vaag herken als het openslaan van de deuren, haalt me uit mijn droomloze slaap. De kapitein zegt iets en hoewel ik het wel gehoord heb, heb ik het van slaapdronkenheid niet begrepen. Ik ga rechtopzitten tegen de houten wand van de hut en staar wat voor me uit. Mijn misselijkheid van gisteren is verdwenen, ik heb enkel nog een beetje hoofdpijn. Stilletjes wrijf ik met mijn duim en wijsvinger tegen mijn neusbrug om hem wat te verminderen, maar ik hef mijn hoofd op wanneer ik de naam 'Oliver Dalton' hoor vallen. Niet moeilijk dat de kapitein zo in alle staten komt binnenvallen. Ik ken Sygmund al lang genoeg om te weten wanneer hij ongerust is, al weet hij het meestal wel handig te verbergen. Kapitein Oliver Dalton... Door hem ga ik mijn handen binnenkort weer meer dan vol krijgen, altijd als we die wrede figuur tegenkomen. Gelukkig gebeurt dat niet al te vaak.
    Sygmund verdwijnt weer en er daalt een bepaalde sfeer neer over de hut. Dezelfde sfeer als net voordat we een schip aanvallen; iedereen keert een beetje in zichzelf en zoekt zijn wapens bij elkaar. Ikzelf haal mijn revolver vanonder mijn hoofdkussen -hetgene wat mijn nachten buiten mijn hangmat dragelijk maken- en haak hem naast mijn zwaard aan mijn riem, waar ik ook een scalpel voel zitten. Zonder een scalpel ga ik nergens heen, die dingen zijn verdomme handig en niet alleen om levens mee te redden.
    Een paar anderen gaan naar buiten en ik volg hun voorbeeld. Net voordat ik buiten wil gaan, trap ik ergens op. Ik hef mijn voet op en zie de boog van Bee soepeltjes in zijn oude vorm terugspringen, al is zijn handvat nu wel wat vervormd. Ik kijk even van haar naar de boog en trek mijn neus op. 'Kijk uit waar je dat speelgoed gooit,' bijt ik haar toe.
    Buiten staat Ayiana met de kapitein en een of andere breedgeschouderde inboorling te praten, die wat later ook weer met een groepje vertrekt. Nadenkend pluk ik aan mijn bakkebaarden, hopelijk beginnen we nu onmiddellijk met onze schattenjacht.

    [ bericht aangepast op 22 dec 2011 - 21:01 ]


    Home is now behind you. The world is ahead!

    Sygmund - Kapitein.

    Al gauw wordt me duidelijk dat Ayiana niet makkelijk van vertrouwen is. Ik trek heel kort een mondhoek omhoog. Dat zou ik ook zijn. Ze beveelt iemand om poolshoogte te nemen. De bemanning treedt aan wanneer de man met een groepje mensen verdwijnt. Er is niet veel tijd meer. Het zal een kwestie van tijd zijn voor Oliver ons vindt. En ik voorspel al wat er zal gaan gebeuren. Hij zal ze verhoren. Stuk voor stuk. Op de meest wrede manier, tot ze hem vertellen waar de schat is. Een mystieke grot die bekleed is met diamanten, is ons verteld. Oliver moet naar exact diezelfde grot op zoek zijn. Ik was van plan nog meer tijd met het volk door te brengen om hun vertrouwen te winnen, maar de tijd dringt. Wat nu? De bemanning wacht af. Kan ik Ayiana vertellen waarom we hier werkelijk zijn? De vraag zal vroeg of laat rijzen, als dat niet al gebeurd was. Zouden ze uberhaupt weten over de grot? Lieg alleen als het absoluut noodzakelijk is, is mij verteld. Ik ben van oorsprong een vechter, geen bedrieger. En dat is wat mij onderscheidt van die hond Dalton. Maar zal het genoeg zijn? Mijn blik glijdt even aarzelend naar Ayiana. Ze zouden erachter komen wanneer Oliver het dorp platbrandt en alles plundert wat hij te pakken krijgt. Ik moet gauw handelen.
    'Ayiana. Ik denk dat ik weet waarom ze hier zijn. Om dezelfde reden waarom wij hier zijn.' Ik word door de bemanning verschrikt aangekeken. Ayiana lijkt er nog steeds niks van te snappen. 'Er is een kaart die ik al een aantal maanden met me meedraag. Op de kaart staat een route naar een schat. Het schijnt er eentje te zijn van onschatbare waarde en volgens de kaart is hij op het eiland verborgen. Ik weet niet of het volk of jijzelf van deze schat weet, maar Oliver Dalton duidelijk wel. En hij is geen man van geduld. Hij zal geen hemel en aarde beklimmen om die schat te vinden, maar het volk martelen om het uit ze te trekken. Ook al weten zij het zelf niet, het maakt voor hem niet uit. Wacht tot de man terugkomt om de bevestiging te geven van wat ik net zei, of verberg je. Wij kunnen Oliver en de zijnen zeggen dat we jullie hebben weggejaagd en het dorp nu van ons is. Dan staan jullie buiten schot.'
    De bemanning moet denken dat ik compleet gestoord ben, maar ik besef me meer dan goed dat het nu geen tijd is om dit volk te zien als vijanden. De vraag is alleen of zij ons nu zullen zien als vijanden. Desalniettemin zal ik alles op alles zetten om te voorkomen dat dat stuk tuig van een Dalton te pakken krijgt waar wij zo lang voor hebben zitten zwoegen. Over mijn lijk.


    No growth of the heart is ever a waste

    Ayiana Kateri Chestio
    "Ayiana. Ik denk dat ik weet waarom ze hier zijn. Om dezelfde reden waarom wij hier zijn," begon Sygmund plots tegen haar. Verbaasd schoten haar wenkbrauwen omhoog en ze keek hem, wachtend op verdere uitleg, aan. "Een schat..?" vroeg ze toen hij klaar was met vertellen. Wat voor schat wilde ze hier vinden? Ze wist maar van één schat en dat.. Oh nee, de heilige grot, doelde hij daar soms op? Het was de plaats waar kinderen hun naam kregen en gezegend werden, het was van onschatbare waarde voor de Aveloniërs en ze kon het zich niet permitteren dat er iets mee zou gebeuren. "Er is geen schat op dit eiland," loog ze daarom. Vanuit haar ooghoeken zag ze dat Niabi teruggekeerd was en hij kwam met een ernstig gezicht op haar afgelopen. Hij vertelde haar dat er inderdaad vreemde blanken gesignaleerd waren, een vrij grote groep en bezaten dezelfde wapens als Sygmund en zijn mannen. "Dat is geen goed nieuws," mompelde ze. "Waar hebben jullie ze gezien?" voegde ze er toen aan toe.
    "Ze kwamen nog maar net aan land."
    Dat was tenminste iets positiefs wat Niabi haar te brengen had. "Mooi, dan kost het ze nog minstens een dag om ons dorp te bereiken. Zorg dat er vanaf nu steeds een paar van je mannen op de uitkijk staan. Mochten ze denken iets te zien, laat ze mij dan eerst waarschuwen, het is namelijk niet de bedoeling onnodig paniek te zaaien," beval ze hem. Ze wisten wel wat ze moesten doen, het was niet de eerste keer dat ze bezoek kregen. Nadat Niabi weer vertrokken was om de rest in te lichten richtte ze zich weer op Sygmund. "Mocht het nog niet duidelijk zijn, wij trekken ons niet terug, nooit niet. Wij geven niet op, maar vechten terug."

    Moet eten, lol. Sorry dat ik met niks beters kom Ö


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Nivera
    Haar vingers gleden even door de rommelige vleccht in haar haren.
    Vandaag was een van de weinige dagen waarbij ze zich liet zien in het dorp.
    'Nivera.' Ze beet op haar onderlip bij het herkennen van het hese stemgeluid.
    Kiwazli, een arrogante jongen die haar voor het hele dorp ten schande had gemaakt door rond te bezuimen dat ze zijn vrouw zou worden.
    Maar niemand kreeg Nivera levend om vervolgens haar vrijheid en temperament af te nemen.
    Een serieuze blik blonk in haar hazelkleurige ogen toen ze enkele jongenmannen langs haar heen zag lopen.
    'Waar is Ayiana, ik moet haar spreken.' Haar toon klonk dwingen d, iets waarop hij met tegenzin op antwoordde.
    'Ze is met die bleekscheet. Weet je zeker dat je wel wil? Denk er over, alsjeblieft Nivera.' Met die woorden wees hij haar de weg, een die ze stil en bedachtzaam aflegde.
    Ze twijfelebde erover te spioneren maar dat liet ze achterwegen.
    'Ayiana, ik wil het dorp bescchermen.' Zeprevelde het zacht, terwijl e op haar hoe bleef staan.
    Haar vingers gleden een moment door haar lokken, en haar ogen over de bleke man.
    Hij zou perfect zijn als hij een Avelonier was geweest.


    Feel the fire, but do not succumb to it.

    Sygmund - Kapitein Poseidon.

    Mijn ogen schieten de hare op.
    'Geen schat?' vraag ik verbaasd. Maar dat kan niet. De kaart geeft overduidelijk dit eiland aan. Mijn oriëntatievermogen heeft er nooit naast gezeten. Tenzij... Mijn blik glijdt naar Ayiana, die met de man die ze poolshoogte heeft laten nemen weggestuurd heeft. Tenzij ze liegt. Wat voor keuze blijft er dan nog over? De Dalton-tactiek van het martelen en ondervragen gaat voor mij niet op. Ik mag dan wel een piraat zijn, ik ben nog altijd een mens. 'Hmm, ik heb wel een oplossing. Om alles uit te sluiten.'
    Nu draai ik me om en loop naar de manschappen, die nog altijd op een bevel wachten.
    'Mensen, het zal nog circa een dag duren voor Dalton en zijn honden dit dorp bereiken. Dus dit is wat we gaan doen. Als allereerst gaan we op jacht omdat we immers nog moeten ontbijten. We gaan water inslaan om ons mee te wassen en als voorraad zodat we de boel kunnen blussen als Dalton van plan is het dorp plat te branden. Als dat is gedaan wordt de groep gesplitst in twee. De ene helft zal de Avaloniërs helpen met het dorp te beschermen. De andere helft zal met mij de bergkam afzoeken naar de schat. Als ik en de kaart het inderdaad mis hebben, zullen we terugkeren om de rest op te halen en gaan we weer. Iemand nog vragen?' Ik kijk de groep rond. Dan word ik even afgeleid door een stem achter me.
    'Ayiana, ik wil het dorp beschermen.' Een jonge vrouw met dezelfde koperkleurige huid als Ayiana laat haar vingers kort door haar lange gitzwarte vlecht glijden. Even schiet het door me heen hoe ongelofelijk mooi de vrouwen hier zijn. Toch blijft mijn gezicht serieus staan en ik draai me weer om naar de bemanning. 'En nog één ding. Ik heb gisternacht iets opgevangen over bepaalde onzedelijkheden van enkele bemanningsleden. Als iemand het hier in zijn kop haalt mijn vertrouwen te schaden en zich ontoepasselijk gedraagt, bind ik diegene hoogstpersoonlijk aan een boom om een nachtje na te denken over zijn zonden. Ga nu en dwaal niet te ver af.'

    [ bericht aangepast op 23 dec 2011 - 23:19 ]


    No growth of the heart is ever a waste

    Bee - Bemanning Poseidon's Mermaid
    Ik rommel tussen mijn spullen, op zoek naar mijn wapens. Net als ik mijn dolk en zwaard bij me steek hoor ik iets achter me kraken. Ik kijk om en zie nog net hoe Leopold zijn voet van mijn boog haalt. Hij werpt me een minachtende blik toe. "Kijk uit waar je dat speelgoed gooit." Ik bal mijn vuisten maar zeg niets. Leopold is nu eenmaal hoger in rang dan ik en bovendien wil ik hem niet tegen me hebben, mocht ik gewond raken. Ik pak de boog op en strijk over het gladde oppervlak. Het is verbogen. Nijdig kijk ik achterom naar Leopold, maar die staat al buiten bij de kapitein en Aiyana. Klootzak. Ik heb mijn excuses toch aangeboden? Terwijl ik verontwaardigd snuif kom ik overeind en kam vluchtig door mijn haar met mijn vingers. Ik voeg me bij het groepje dat zich rond de kapitein heeft verzameld en luister naar zijn orders. Als hij het over de jacht heeft betrekt mijn gezicht. Dat is gisteren niet bepaald goed afgelopen, en in een herhaling van zo'n soort incident heb ik niet bepaald zin.

    Captain Oliver Dalton - Captain Medusa
    De idyllische stilte wordt doorbroken door Tristan. "Mooi wapen, kapitein." Ik draai mijn hoofd langzaam naar hem toe, en als ik zie dat hij me uitdagend aankijkt trek ik een wenkbrauw op. "Bedankt." zeg ik kortaf, terwijl ik mijn ogen naar zijn wapen laat glijden. Nu wippen mijn beiden wenkbrauwen de lucht in en met een meewarig glimlachje kijk ik hem aan. "'t jouwe ziet er ook goed uit, Wright." Een leugen, dat is duidelijk. Want al ziet zijn zwaard er mooi en nieuw uit, het is bij lange na niet zo fijntjes afgewerkt als de rapier die aan mijn wapenriem hangt. Ik draai mijn hoofd weer van hem af en kijk met een stalen gezicht naar de bergtoppen die boven het bloeiende bos uit komen. Ik ben bijna bij de schat.

    Omg, dit is mooi (:

    Abigail Rosaline Valence.
    Verbaasd keek ze opzij toen Tristan over de kapitein zijn wapen begon, of eigenlijk, zijn eigen wapen. De uitdagende blik in Tristans ogen ontging haar niet, wou ie soms dood? Gelukkig leek het de kapitein weinig te doen, want hij ging er niet echt op in, maakte enkel een opmerking over Tristans zwaard dat ie van haar had gehad. Toen ze eindelijk bij het strandje aankwamen stapte ze meteen uit de sloep, zin om nog langer bij die klootzak te zitten had ze niet. Haar laarzen kwamen met een plons terecht in het ondiepe water en ze liep richting het strandje waar de rest zich al bevond. Al gauw liep ze het strandje op, blij weer vaste grond onder haar voeten te hebben. Zwijgend bleef ze staan en tuurde naar het bos dat zich voor haar bevond, zich afvragend wat voor schat ze zochten en wat ze allemaal op dit eiland aan zouden treffen. Zouden er andere mensen zijn? Even wierp ze een blik op Tristan, ze hoopte dat hij het niet al te moeilijk kreeg met zijn verwondingen. Zacht beet ze op haar onderlip, elke keer als ze eraan dacht bekroop een schuldgevoel haar, hoe erg ze het ook elke keer probeerde te verdringen. Het was allemaal de schuld van de man wie ze moest gehoorzamen, of ze het wou of niet, ze zat hier vast. Zou ze ooit nog wegkomen bij Oliver? Ongelofelijk dat ze hem had gemogen, als ze eerder had geweten hoe hij werkelijk in elkaar zat was ze al eerder vertrokken. Maar dan had ze Tristan niet ontmoet, bedacht ze zich. Ze streek een lok haar achter haar oor, ze kon het verleden toch niet meer veranderen. Ze voelde hoe de zon op haar hoofd brandde terwijl ze wachtte op verdere instructies van de kapitein, al was hij vast van plan simpelweg door te bossen te trekken tot ze de schat vonden.

    [ bericht aangepast op 24 dec 2011 - 19:10 ]


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Ayiana Kateri Chestio
    "Geen schat?" herhaalde Sygmund haar vragend en Aiyana knikte ter bevestiging. Plots zei hij dat hij wel een oplossing had en toen verdween hij richting zijn mannen. Nieuwgsierig als ze was leunde ze tegen het hutje, vanaf hier kon ze Sygmund nog net horen praten. Dorp platbranden? De schat zoeken? Ze vernauwde haar ogen, ze mocht ze de heilige grot niet laten vinden, ze moest ze tegen zien te houden. Hoe? Ze kon proberen om..
    "Ayiana, ik wil het dorp bescchermen." De stem van Nivera deed haar opschrikken en verbaasd keek ze haar aan. "Wat..? Je wilt het dorp beschermen? Daar ben je niet klaar voor, Nivera," antwoordde ze kalm. Kort nam ze haar onderzoekend in haar op, ze leek het wel echt te willen en een extra persoon was altijd welkom, daar kwam nog bij dat ze ook wel een goede jager (dat is ze toch? ;p) was en ze kon beter haar mannetje staan dan andere vrouwen uit het dorp. "Oké, we doen het zo. Je mag het dorp en de anderen verdedigen. Niet in de aanval, maar verdediging, begrepen? Met name de kinderen moeten in veiligheid gebracht worden. Nieuwe hutten vallen wel te bouwen, de kinderen zijn niet te vervangen." Ze was vastberaden niet te verliezen. Dat paste niet in haar planning. Hoe moest ze Sygmund en zijn mannen nou tegen zien te houden? Ze kon hem natuurlijk verbieden te gaan, het was tenslotte redelijk als hij en zijn mannen het dorp en de dorpelingen hielpen zich staande te houden, aangezien zij hun toch voorzagen van voedsel en een slaapplaats. Terwijl ze bedenkelijk voor zich uit keek draaide ze een lok haar rond haar vinger, met een zucht liet ze haar haren toen weer met rust en plaatste haar handen in haar zij. "Wat een gedoe, hopelijk hebben onze gasten niks kwaads in de zin en heeft Sygmund het mis," mompelde ze, meer tegen zichzelf dan tegen Nivera. Wat een gedoe.

    Being the leader doesn't suite me -gayhandje- :']


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Nivera
    Verdediging? Haar wenkbrauwen schoten omhoog, terwijl ze zich aandachtig keerde tot de manschappen waarop Ayiana's blik lag vastgeplakt.
    De heilige grot? Waren ze daar op uit? Ach, natuurlijk.
    Daarom waren al die idioot bleke mannen door het bos aan het paraderen.
    Ze beet bedenkelijk op haar onderlip. Fijn. Nu moest ze een oplossing vinden voor het probleem genaamd 'Kiwazli', het dorp met de grot en haar bezigheden.
    Maar wacht eens.. Er kwam een geamuweerde glimlach rond haar kersenrode lippen.
    'En, als ik nu eens een oplossing heb voor alle problemen? Of, nu ja, een suggestie.
    Het is het proberen waard om het dorp te beschermen, Ayiana.' Ze glimlachte, en probeerde toen haar plan zo goed mogelijk te verwoorden.
    'Ik ben een jonge vrouw. Ongetrouwd, ongebonden en een redelijk goed spionne, jaagster en verdediger.
    Laat mij bij die mannen infiltreren.
    Ik kan ze verleiden, hen op het verkeerde spoor zetten en ze uiteindelijk wegjagen.
    Kom op, Ayiana. Ik heb niets te verliezen. Je moet me een kans geven.' prevelde ze zacht.


    Feel the fire, but do not succumb to it.

    [Was het topic uit het oog verloren]

    Nawizi Ceta (Avaloniër)

    Met mijn gewonde voet mankte ik naar het strand.
    Er was mij altijd gezegd dat zeewater een goede ontsmetting was, niet de meest aangename dat moet ik eerlijk toegeven, maar het hielp wel.
    Doordat ik zo geconcentreerd was op het golvende water, liep ik recht op mijn doel af zonder de omgeving in het oog te houden.
    Ik klemde mijn tanden stevig op elkaar, zodat mijn kaaklijn gespannen stond en plonsde met mijn bloedende voet ik het water.
    Een hoog piepend geluidje ontsnapte tussen mijn tanden, maar ik weigerde om ook maar iets te roepen.
    Ik was te trots om te laten merken dat het verdomd hard prikte.
    Maar langst de andere kant.
    Aan wie moest ik het laten merken?
    De vogels?



    Andrew Kelvin Ronalds (PM)

    Een misselijkmakend gevoel steeg vanuit mijn maag richting mijn keel.
    Ik kon nog net een kotsgeluidje binnenhouden, voordat ik de kajuit uit rende.
    "Niet goed, niet goed, niet goed!" Spookte de hele tijd door mijn hoofd.
    Ik sloot mijn ogen en hoopte dat ik de rand van het schip zou halen, wat me verrassend genoeg ook lukte.
    Vlak nadat ik de rand had bereikt, keerde mijn maag zich binnenstebuiten en kwam alle inhoud er uit, tot bloedens toe.
    Door de hevige schokken die mijn buikspieren forceerden, stonden de tranen in mijn ogen.
    Toen het vreselijke tafereel stopte, liet ik me uitgeput op mijn knieën zakken en liet mijn bezweet voorhoofd tegen mijn arm rusten.
    Ik voelde me echt doodziek en had werkelijk geen idee hoe het kwam.
    Zeeziek was ik absoluut niet, aangezien ik al jaren op de zee vertoefde dus dat was al buitengesloten.
    Dus gokte ik maar op een griepje dat ik te pakken had gekregen.
    Toen ik me omdraaide zag ik enkele bemanningsleden me vreemd aankijken.
    "Wat?" Vroeg ik met uitgestreken gezicht. "Alles is in orde, doe maar verder...met wat je ook aan het doen was."
    Ok, ik had gelogen.
    Alles was niet in orde, meer zelfs, alles was verre van in orde.


    Forget the risk and take the fall...If it's what you want, it's worth it all.