• Het gaat over piraten ja, maar zelfs als je er bijna niks van weet kan je gewoon meedoen. Probeer het gewoon eens, ikzelf weet ook niks over die periodes, enkel dingen die ik toevallig heb gezien in POTC. (; En niemand zal je kwaad aankijken als je een klein foutje maakt door je personage bijv. een mobiel te laten pakken.
    Inspringen kan/mag altijd! We verzinnen er wel wat, geven je korte samenvatting en helpen je natuurlijk ook met in de RPG komen (;


    Lang geleden was er een kapitein, zo barbaars en zo harteloos, dat zelfs de stoerste mannen hem uit de weg gingen. Kapitein Olivier Dalton, hij had zijn eigen schip, de Medusa, en zijn eigen bemanning die hij als grof vuil behandelde, maar ze bleven, bang voor wat er zou gebeuren als ze vertrokken. Ze kregen bijna niks en als ze niet luisterden konden ze beter maken dat ze wegkwamen, want Olivier stond bekend om zijn gruwelijke straffen. Zweepslagen, kielhalen, laten vechten om leven en dood tegen een ander bemanningslid voor zijn vermaak, ze voor schut zetten door ze op te dragen vrouwenkleren aan te trekken en dergelijke. Cameron Sand, kapitein van de Posideon's Mermaid kon hem niet uitstaan, was ziedend van jaloezie en ze werden rivalen. Nooit gingen ze elkaar uit de weg, gingen juist altijd de strijd met elkaar aan, toch won er nooit iemand. Op een dag veranderde alles, Olivier zag wat hij aanrichtte met zijn harteloosheid. Huilende vrouwen die hun kleine kinderen probeerde te sussen, de stoerste mannen die hem smeekte om genade. Van de een op de andere dag zag hij het in, het achtervolgde hem in zijn slaap, maar hij dacht dat het wel weg zou gaan, het schuldgevoel. Het nare gevoel bleef, de nachtmerries gingen niet weg dus nam hij een noodzakelijk besluit. Hij stuurde zijn bemanning weg, vastberaden een nieuwe start te maken, hij liet zijn aartsrivaal achter. Er was één ding dat hij niet achter liet, hetgeen wat wel tegen zijn barbaarsheid kon en hem niet zou laten vallen, zijn schip de Medusa. Hij zocht een nieuwe bemanning en was milder dan ooit te voren, misschien zelfs té soft.

    Hij ontdekte dat een van zijn bemanningsleden geen man was, maar een vrouw. Hij liet haar blijven. Niet veel later werd hij verliefd op haar, maar het was niet wederzijds, toch bleef hij vriendelijk. De vrouw van zijn dromen werd verliefd op een ander, liet hem in de kou staan en vanaf dat moment kwamen zijn slechte kanten weer omhoog. Hij werd jaloers en verbande de man waar ze verliefd op was van het schip en het deed hem niks toen hij zag hoe stuk zij daar van was. Later kwam de man, door wat je een wonder kan noemen, toch weer aan boord. Olivier liet hem deze keer toch blijven, maar hij was niet meer zo aardig als hij geweest was. Zelfs tegen de vrouw waar hij verliefd op was geweest deed hij vreselijk, hij was weer net zoals vroeger. Snauwde zijn bemanning af, was weer een echte piraat en kende geen genade meer.

    Nu, met zijn nieuwe bemanning en weer zijn oude karakter terug, is hij op zoek naar een schat. Hij weet niet precies wat het is of hoe het eruit ziet, maar het blijkt geweldig te zijn en te liggen op een onbewoond, geheimzinnig eiland midden in de oceaan. Hij is vastberaden de schat te vinden, zijn aartsrivaal Cameron Sand voor te zijn. Toch zijn er kleine dingen die hij over het hoofd ziet.
    Hij gaat er namelijk niet vanuit dat er toch een volk blijkt te wonen op het eiland, verwacht niet dat er een verrader in zijn bemanning zit en dat zijn aartsrivaal het juiste moment om toe te slaan afwacht.


    De verhaallijn in het kort.
    Het gaat over de bemanningsleden en kapitein van de Medusa die op zoek zijn naar een schat. Eén van de bemanningsleden is een verrader (Tristan Wright) in dienst van aartsrivaal Cameron Sand, hij houdt zijn opdrachtgever op de hoogte met een postduif, stuurt hem berichten over de koers en informatie over wat er gaande is op de Medusa. Als ze eenmaal op het eiland aankomen, waarvan ze dachten dat het onbewoond zou zijn, blijkt hun een verrassing te wachten. Er woont een vreemd volk dat hun niet vertrouwd, de bemanningsleden moeten hun vertrouwen zien te winnen, maar hoe gaan ze dat doen als blijkt dat Cameron Sand, samen met zijn bemanning, al eerder op het eiland is aangekomen en het vreemde volk al helemaal voor zich gewonnen heeft?

    Lijstje
    Volledige naam:
    Leeftijd:
    Uiterlijk:
    Innerlijk:
    Rol+rang: (Bemanning Medusa, kok. Avaloniër, krijger etc.)
    Extra:
    (Je mag er zelf dingen bij verzinnen zoals verleden enzo)

    Persones (Als je vragen hebt hierover, stel ze dan gerust)
    Bemanning Medusa:
    Kapitein Medusa: Vluuv – Olivir Dalton – 24
    Endure – Abby (Abigail Rosaline Valence) – 19
    Leave - Genesis Elisabeth Thrown - 20 (ontvoerd door Ace)
    Capitivity - Helena Vylore - 20

    Sid - Natambu Mmba - 25
    MoonyLove - William Davis - 18
    C18 - Ace Franklin Johnson -24

    GoogleIt - Ticimo Carabét - 26

    Bemanning Poseindon's Mermaid:
    Kapitein: C18 - Sygmund Yakov Engel - 28
    Verrader: Sid – Tristan Wright – 22
    Sid - Leopold Smiths - 24
    Vluuv - Bee - 19
    Fae - Mallory Farrah Pierce - 19

    Maitresse - Andrew Kelvin Ronalds - 23

    De Aveloniërs:
    Stamhoofd: Zoeken we nog! (eigenlijk weer --'')
    Zusje stamhoofd: Endure - Ayiana Kateri Chestio - 21
    MoonyLove - Katy Griffin - 14
    Leave - Nivera Izil Mazi - 19

    SomeMusic - Zoltan Donovan Osweld - 27[/q]
    Maitresse - Nawizi Ceta - 17
    MustacheMe - Phani Cinta Carabét - 11

    'Regels'
    Ik wil niet echt regels opgeven, maar heb liever wel dat jullie je hieraan houden of het onthouden.

    - Doe alsjeblieft je best om een redelijk stukje neer te zetten, dus niet 1 regel en dan denken ‘klaar’. Mocht je geen inspiratie hebben voor langer stuk, meld het dan gewoon. En nee, je hoeft niet 800 woorden te schrijven, zelf niet als anderen dat wel doen, maar 5 regels moeten je vast wel lukken.
    - Wil je je personage kwijt of stoppen? Zeg het dan, dan brengen we je personage even om het leven :P
    - De meesten vinden het niet prettig als je beslist wat hun personages doen, dus vraag het voor de zekerheid of ze het erg vinden of niet.
    - Je hoeft echt niet elke dag meteen te reageren op elke post, maar wacht alsjeblieft niet een week met posten. Ga je weg? Meld het dan en stuur je personage even op pad, laat hem/haar bijvoorbeeld verdwalen in de rimboe.
    - Houd je alsjeblieft aan de verhaallijn en als je een ‘speciaal’ personage wilt, vraag het dan even, ik sta open voor interessante personages die het verhaal leuker maken.
    - Don’t be scared. Stuur je personage gewoon op anderen af, bekijk desnoods de RPG Handleiding site voor tips. Weet je nog steeds niks? PB mij of een ander dan om te vragen waar zijn personage is en of die naar jouw personage kan gaan.
    - Verhaal kwijt? Stop dan niet zomaar zonder wat te melden, maar vraag waar de rest is of om een kleine samenvatting.
    - Er zijn een hoop personages nodig, maak er gerust meer en je kan ook voor niet bestaande personages schrijven natuurlijk! En kijk ook een beetje welke 'groep' nog weinig personages heeft en dergelijke!

    Nogmaals; Niet echt regels, maar meer dingen om jullie aan te herinneren [;

    [ bericht aangepast op 1 feb 2012 - 19:01 ]


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Ace - Piraat.

    Ik grinnik even bij haar woorden. Genesis is duidelijk geen fan van de kapitein. Ik kan het haar niet kwalijk nemen. Voor dat geintje met het schip kan ik een flinke kielhaal verwachten, mits hij erachter komt.
    'Maakt niet uit, soms hoeft de waarheid niet verzwegen te worden. Al helemaal niet nu we vrijuit kunnen spreken.' Ik spied even om me heen. Zwijgend lopen we verder. Ik merk dat mijn lichaam langzaam maar zeker begint te wennen aan de pijn, maar weet dat ik toch op moet passen met lopen.
    'En ja, da's een goeie. Voor zover ik wist liep hij richting de bergen.' 'Nee, jongen. Richting het strand.' Ik schrik me het leplazarus en draai me pijlsnel om, waardoor ik mijn rug voel branden. Het is George, een oude piraat die een geïmproviseerd stuk hout bij zich heeft als wandelsok.
    'Ik heb het gehoord, Oliver is richting het strand. We gaan bespreken hoe we die schat gaan bemachtigen. Terug dus. Volg mij.' Hij gaat ons voor naar beneden. Ik gooi Genesis even een verbaasde blik toe, zucht dan geërgerd en volg hem dan weer naar het strand. Fijn, dit hele pokke-eind naar boven gewandeld voor niks.
    En ineens, als we lopen, schiet me wat te binnen. Verdomme! Op het strand zal Oliver erachter komen dat zijn schip er niet meer is! Wat moet ik nu, wat moet ik nu? Als dat plan in duigen valt, kan ik het schudden. Dan vilt hij me levend. Letterlijk.


    No growth of the heart is ever a waste

    Ik zal Nanéh zo wil in het dorp rond laten lopen. Als Sid dat wil kan Tristan, Leopold of Nate dan naar Nanéh komen (:

    Tayé
    Enig sinds verbaasd keek Tayé hoe een jonge vrouw achter de boom vandaan kwam. Ze kwam zeker niet uit het dorp, maar ze leek ook niet bij Sygmund te horen. Dat omdat hij haar niet eerder had gezien, en die hem meestal vermeden. Vlug herstelde hij zijn uitdrukkig weer in een dreigende blik, terwijl hij haar bestudeerde. Ze was niet erg groot maar kwam toch zeker sterk over. Haar vuilblonde haren hingen mysterieus om haar schouders terwijl haar ogen hem op een dreigende manier aankeken. Alhoewel er ook een warme gloed was te ontdekken.'Wie ben je' klonk het uit haar mond. Dreigend, niet te vergeten. 'Tayé. Wie ben jij en wat doe jij hier?' herhaalde hij haar op dezelfde toon als hij daarvoor had gedaan. Zijn vrije hand bewoog langzaam naar zijn heup waar hij zijn dolk droeg. Nu had hij niet zo veel meer aan zijn pijl en boog, en met zijn dolk zou hij waarschijnlijk niet tegen haar zwaard op kunnen. Maar het viel te proberen. Eerst maar eens kijken of het op een gevecht ging uitlopen.


    Do things you don't dare. Dream things that are never done. And never let you stop.

    Nanéh - Mermaid
    Duidelijke orders had ze nog niet echt nu, dus liep ze wat rond in het dorp. Nanéh had zich op kunnen frissen in een van de riviertjes, wat helemaal niet vervelend was geweest. Ze had wat rond gelopen een beetje rond gekeken, wat gegeten van een van de velen vruchten hier. Maar nu was ze weer terug gekeerd naar het dorp. Ze verbaasde zich nog steeds dat de mensen hier zo ver achter liepen, of nouja achter. Ze leefde in ieder geval compleet anders. Ze schrok op toen een klein Avelonië's meisje verlegen aan haar been trok. Nanéh glimlachte en liet zich op haar knieen zakken 'Wat kan ik voor je doen?'. Een voorzichtg glimlachje verscheen rond haar kleine gezichtje ze wees zonder wat te zeggen naar haar waarschijnlijk kleine broertje wat knikkebolend naast haar stond 'Dragen'. Nanéh knike en tilde toen het jongetje op die het wel prima leek te vinden, met haar instructies bracht ik het meisje en haar broertje naar de hut die ze aanwees. Aangezien de vrouw in de hut haar nogal wantrouwig aan keek liet ze de hand van het kleine meisjes los en zette haar broertje voor de aangewezen hut op de grond. Ze glimlachte nog even naar het meisje die Nanéh met haar kleine handje na zwaaide. Daarna liep Nanéh met grote passen naar de hut waar ze sliepen, daar aangekomen liet ze zich voor de hut op de grond zakken.

    [ bericht aangepast op 12 jan 2012 - 22:50 ]


    Do things you don't dare. Dream things that are never done. And never let you stop.

    Genesis
    Wanneer ze zwijgend een piraat terug volgen naar het strand, ziet ze als vanzelf Ace's blik verstrakken. Is het zijn rug of de zorgen over iets anders? Nog altijd stil zwijgend, laat een van haar handen naar die van hem gaan om vervolgens haar vingers met die van hem te verstrengelen. Haar lichtgroene ogen glijden een moment naar zijn gezicht, waarna ze hem een flauwe glimlach toewerpt. 'Het komt wel goed, belooft.' Ze knipoogt, en glimlacht voor ze haar blik weer op het pad richt.


    Feel the fire, but do not succumb to it.

    -dubbelpost

    [ bericht aangepast op 13 jan 2012 - 19:46 ]


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Asilah Layla Salomn - rechterhand Captain Oliver
    Toen ze achter de boom vandaan kwam, keek Asilah hem gelijk in zijn gezicht en merkte de verbazing die makkelijk in zijn uitdrukking te lezen was. Fool... dacht ze, maar ze liet echter niets in haar blik en gedaante verder merken. Hij had zijn uitdrukking weer snel veranderd naar een dreigende, alsof hij haar gedachten had gelezen, maar dat was onmogelijk. 'Tayé. Wie ben jij en wat doe jij hier?' Het klonk net zoals tevoor dreigend, maar ze was er nog steeds niet bang voor noch voelde ze de neiging zich ongemakkelijk te voelen. Echter lette zij wel op dat zijn vrije hand langzaam bewoog naar zijn heup waar een dolk zat en even vloekte de dame onder haar adem, maar keek hem toen snel weer in zijn ogen aan - haar ogen vernauwde wel iets. Dat betekende niet dat ze niet op de pijl en boog had gelet, maar haar zwaard was sterk en zij had ook nog wel wat moves in haar pocket, ze zou niet zo snel opgeven aan dit figurantje. Daar had ze jarenlange training aan vieze gasten wel aan te danken. 'Hoezo de verbazing, niet verwacht dat er een meid zat?' Haar stem was zacht, maar ze had een scherpe en ietwat spottende toon erin. Ze vondt dat ze er nu wel wat op mocht zetten, waarom denkt bijna iedereen slecht over vrouwen? 'Mijn naam is nog niet belang voor jou, maar als je lief voor me bent, krijg je dat nog wel te weten,' Om op de vraag van de jongeman te antwoorden, ze kon het hierbij niet laten ook een knipoog te laten. 'En wat ik hier kom doen? Eten en drinken zoeken.' Antwoordde ze er droog achteraan.

    [ bericht aangepast op 13 jan 2012 - 19:45 ]


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Tayé- Avolonier
    Zijn hand ruste in middels op het handvat van zijn dolk, wat hem enigszins gerustgesteld maakte. Verder liet hij het hierbij, voorlopig had ze nog geen vijandige pogingen ondernomen. Behalve die satéprikker dan, die nog steeds op hem gericht was. 'Hoezo de verbazing, niet verwacht dat er een meid zat?', en die continu aanvallende toon in haar stem dan. Zelfs nu haar stem zacht was, bleef er een scherp spottend randje aanzitten. Ze had pit dat wel. 'Omdat ik niet altijd verwacht dat er ook maar iemand zomaar opduikt van achter een boom' antwoordde hij nonchalant maar met enigszins wat sarcasme. Oke dat zij achter die boom vandaan kwam, en dan zich zo opstelde had hem meer verbaasd. 'Nog niet?' herhaalde hij, dat klonk nou niet alsof ze hier voor even zou zijn. Ze hoorde hier niet, evenmin als Sygmund en zijn aanhang.Geweldig, ze voelde zich alles behalve ook maar een beetje bedreigt. Ze knipoogde zelfs, die leek behoorlijk van zichzelf overtuigd te zijn. 'Jij verstopt je altijd achter een boom als je eten en drinken zoekt?'

    [ bericht aangepast op 13 jan 2012 - 22:32 ]


    Do things you don't dare. Dream things that are never done. And never let you stop.

    Asilah Layla Salomn - rechterhand Captain Oliver
    'Omdat ik niet altijd verwacht dat er ook maar iemand zomaar opduikt van achter een boom.' Antwoordde hij, en Asilah kon de sarcasme gewoon horen. Hij vroeg er gewoon om, hij solliciteerde. Maar ze deed niets, nee, ze wees nog steeds naar hem met haar zwaard. Haar mooie, sterke zwaard waar ze al door veel hete vuren was gegaan. 'Ja, wat wil je dan als je zegt dat je er achter vandaan moet komen?' De woorden vlogen van haar tong en lippen, maar ze stopte met sarcastisch terugpraten voordat ze echt moest vechten en daar had ze op dit moment geen zin in. Niet omdat ze bang was of zich ongemakkelijk zou moeten voelen, integendeel, juist omdat ze graag zo snel mogelijk terug op het strand wilde zijn - wat dus nu al ongeveer een kwartier was, schatte ze zo in. 'Nog niet inderdaad,' Herhaalde zij het weer, zodat hij het in zijn oren kon knopen en er niet meer over door zou gaan. 'Ja, dat is mijn persoonlijke manier zodat al het eten en drinken naar me toe komt waaien, ik fluit even op mijn vingers en het komt eraan.' Haar stem overvloedde van sarcasme, maar dat maakte haar niets uit, aangezien deze jongeman, Tayé, er gewoon om vroeg. 'Ben jij een bewoner hier?' Dit vroeg ze milder, zonder scherp randje of ook ergens maar een spoortje sarcasme te bespeuren.


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Ehm.. Ik heb geprobeerd het zo kort mogelijk te houden en alles toch nog uit te leggen :') Voor degenen die betere dingen te doen hebben dan mijn domme post lezen: Josephine staart nu verbaasd naar het dorp, omdat ze niet had verwacht andere mensen dan die van de Medusa te vinden c:
    Oh en in het eerste stuk zitten heel veel verwijzingen naar mensen uit de vorige RPG, dus sorry als dat onbegrijpbaar is :x Het legt wel uit waarom ze is weggegaan dus tjah :x

    Josephine Bellafonte

    Lief Dagboek,
    Het lijkt lang geleden dat Maxime en ik nog op de Medusa zaten, met Abby, Tristan, Felix en natuurlijk Ace. Ja, Ace. Hoe zou ik Ace kunnen vergeten? Toen hij me uitnodigde in zee te springen werd ik bang. En terwijl hij verder zwom ben ik weggerend. Ik heb Maxime opgehaald en haar ruw meegesleurd naar de stad. Naar de mensen. Naar de beschaving. Maar weg van hem.
    Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan.
    Het leek ineens allemaal zo belachelijk. We waren nota bene terecht gekomen op een piratenschip. We hebben een storm, een gevecht en een executie meegemaakt. Maxime is er erger aan toe dan ik. Ze hebben haar meegenomen naar de stad, om behandeld te worden door een dokter. Maar ik geloof niet dat ik haar snel zal terug zien. Ze blijft maar praten over Felix, en dat ze hem overal ziet. Dat hij haar vraagt mee te gaan met hem. Volgens papa heeft de zoute lucht haar hersenen aangetast.
    Het gebeurde allemaal in een waas. Ik denk dat ik van Ace houd. Of hield. Of heb gehouden. Ik weet het niet meer. Ik weet het gewoon niet meer.
    Mama huilt veel. Van dankbaarheid, zegt ze. Ze is dankbaar dat ik nog leef, dat ik niet geschonden ben. Ze heeft een echtgenoot voor me gevonden, zegt ze. Ik heb haar verteld over Ace. En over wat ik voelde, maar dat we niets onbehoorlijks hebben gedaan. Ik heb haar niet verteld dat ik in zijn bed heb geslapen. Ze zei me het er nooit meer met iemand over te hebben. Niet met haar, niet met papa, niet met mijn man en niet met mijn kinderen. Ook niet met Maxime, als die ooit nog terugkomt. Ze vertelde me dat alle vrouwen geheimen hebben, die ze met zich mee moeten dragen tot in het graf. Toen besefte ik me dat ik ook lang niet alles van haar weet.
    Maar waarom is het allemaal zou ingewikkeld? Waarom kan ik niet gewoon naar hem terug? Hij zit misschien wel op zee, maar wat als ik hetzelfde doe als Abby? Ik verkleed me als man en ren weg. Zou ik dat durven? Misschien wel als ik daardoor Ace weer te zien krijg. Nee. Nee, het is belachelijk. Ik doe het niet. Ik kan het niet. Ik wil het niet. Jawel. Ik wil het wel. Maar ik doe het toch niet. Ik mag van geluk spreken dat ik weer thuis ben. Dit soort gedachten zorgen alleen maar voor ongeluk en verdriet.
    Ik ben benieuwd wat voor man mama en papa voor me hebben uitgezocht. Hij lijkt vast niet op hem. Het is vast een keurige, beschaafde man. Een man die ik verdien, een man die mij verdient.

    Maar ik wil dit niet meer.



    Lief Dagboek,
    Ik ga het doen. Ik doe het gewoon. Ik ren weg. Weg van papa, weg van mama, weg van mijn broers, weg van Maxime en weg van Ferdinand. Naar Ace. Zou het lukken, als ik het zou proberen? Ik moet het proberen. Ik ga het proberen. Ja. Ja, ik ga dit doen.
    Ferdinand is verschrikkelijk. Hij is op geen enkele manier aantrekkelijk of aardig. Hij stinkt. Hij heeft een stompe neus, plat en omhoog gedrukt als was hij een varken. Zijn lippen zijn dik en altijd droog, en daarom likt hij er continu langs met zijn dikke, walgelijke tong. Hij heeft me gekust, met die lippen en die tong. De kus van een hond uit de goot zou nog fijner zijn. Hij heeft waterige, bloeddoorlopen ogen. Ik heb de moeite niet genomen om te kijken welke kleur ze waren. Zelfs al was de kleur gelijk aan de kleur van Ace’ ogen, dan nog zouden die ogen me vervullen met afschuw. Er lopen slijmerige sporen uit zijn traanbuisjes. Hij veegt ze zo nu en dan weg, maar als hij het vergeet ziet het er uit alsof er snot uit zijn ogen loopt. Zijn neus en oren zijn harig, maar op zijn hoofd heeft hij slechts wat vale plukken, her en der verspreid over zijn hoofdhuid. Het zijn dunne en vooral ook schaarse plukken. Het grootste deel van zijn kapsel bestaat uit kale, schilferende huid. Mijn broer Carl maakte hem belachelijk, toen alleen ik het kon horen: ‘Hij heeft de ziekte van zedel, Josephine,’ fluisterde hij in mijn oor. Natuurlijk schrok ik en vroeg ik hem fluisterend wat dat voor ziekte was. Hij grijnsde: ‘Meer haar op z’n penis dan op z’n schedel!’ Ik moest er wel om giechelen, maar omdat het ongehoord was probeerde ik te fronsen en hem boos aan te kijken. Dat lukte niet erg goed, en het was eigenlijk ook niet nodig. Want toen hij mij en mijn broer hoorde praten liep Ferdinand meteen op ons af en stak zijn zweterige dikke hand naar me uit. ‘Kom, juffrouw. Laten we een wandeling maken.’ Toen verging het lachen me snel genoeg. Beleefd liep ik met hem mee, en zoals ik al aan zag komen ging hij midden in de rozentuin voor me op zijn knieën. De rozentuin die ik Ace wilde laten zien. Bij de gedachte hoe verdrietig het was dat ik Ace deze plek nooit zou kunnen laten zien en hier nu met Ferdinand in plaats van hem stond barste ik in huilen uit. Dat vatte Ferdinand verkeerd op. Hij dacht dat ik overweldigd werd door geluk dat hij me de eer had geschonken naar mijn hand te vragen. Laat me niet lachen. Ik veracht dat pafferige zwijn. Maar ik nam zijn aanzoek wel aan, omdat ik geen keus had. Hij is rijk, en mijn ouders verwachten dat ik met hem trouw. Als ik het niet aan had genomen hadden ze me verstoten. Maar hoe langer ik hier in mijn eentje op mijn kamer zit te schrijven en te denken, hoe meer spijt ik er van krijg.
    Daarom heb ik besloten dat ik hier weg ga. Ik weet nog niet hoe ik het ga doen, maar ik heb genoeg tijd. Het huwelijk is pas over twee maanden en tot die tijd houd Ferdinand zijn handen nog wel thuis. Mag ik hopen, ten minste. Ik ga er van uit dat hij niet zó laag is.
    Het gaat me lukken, Dagboek.
    Josephine

    Uitgeput lig ik op het strand. Het kleine houten bootje waarmee ik vanaf het marineschip naar het eiland ben gevaren ligt nog altijd in de branding, en deint elke keer als er een golf aanspoelt op en neer. De zon brandt, zelfs door mijn kleren heen. Mijn keel is droog en mijn ogen prikken. Ik haal diep adem en rol mezelf op mijn zij. De laatste paar uur heb ik deels slapend, deels ijlend en deels wakker doorgebracht. Toen ik midden in de nacht op het strand aankwam was ik te moe om na te denken en heb ik me simpelweg in het zand gestort. Het schip van Edmund is inmiddels verdwenen. Dat is het waarschijnlijk al lang. Zijn mannen mogen immers niet merken dat hij deze omweg heeft gemaakt. Ik glimlach even bij de gedachte aan Edmund. Hij is een schat dat hij me heeft geholpen. Niet te geloven dat hij dat heeft gedaan, eigenlijk. Hij had zijn positie bij de marine kunnen verliezen als iemand er achter kwam dat hij me had helpen weglopen. Sterker nog, misschien hadden ze hem zelfs wel verband. Of opgesloten of gedood. Terwijl ik overeind ga zitten en met dichtgeknepen ogen de zon in kijk merk ik hoeveel dorst ik heb. Langzaam ga ik staan, en even buig ik voor over omdat er zwarte vlekken voor mijn ogen verschijnen en ik me duizelig voel. Ik kreun en kijk naar het roeibootje. Edmund had me vuurpijlen om tekens mee te seinen meegegeven voor het geval dat ik toch op het verkeerde eiland zou zitten. Die mogelijkheid maakt me bang en snel duw ik hem weg. Als ik hier helemaal alleen op het eiland zit overleef ik dit nooit. En als ik het al overleef word ik terug gebracht naar mijn familie en is elke kans Ace ooit nog te zien voor goed verdwenen.
    Ik sleep het roeibootje iets verder het strand op, omdat het nog steeds in de branding ligt, en merk dat ik meteen begin te zweten. Het is warm en benauwd en vochtig op het eiland, en daar ben ik niet aan gewend. Al moet ik zeggen dat het met deze mannen kleren aan minder storend is dan met een korset. Omdat ik niet op mocht vallen tussen de mannen op Edmunds schip heb ik nu al weken mannenkleren aan. Een grauwbruine broek, donkerbruine laarzen, een wit hemd en een groezelig overhemd. Maar gewoon vrouwen ondergoed, gelukkig. Mijn haar heb ik toen ik thuis weg ging in gevlecht en achter op mijn hoofd vastgezet met spelden. Over dat kapsel kan makkelijk iets van een hoed of doek heen, waardoor ik mijn haar kan verbergen maar niet hoef af te knippen. Ik zet de eerste stappen de rand van het bos in en meteen worden mijn oren gevuld met het zoemen van duizenden insecten, vogels en andere levende wezens. Nu zij, en later misschien de mensen die ik zoek, het enige gezelschap zijn dat ik heb kan ik mijn haar wel los doen. Ik haal de zweterige doek die ik als kapje om mijn hoofd had los, stop hem in de zak van mijn broek en begin al lopende mijn haar los te halen. De ene vettige pluk witblond haar na de andere valt langs mijn hoofd. Ik trek mijn neus op als ik me bedenk hoe lang geleden het is dat ik me voor het laatst heb kunnen schoonmaken. Als ik dus na nog een aantal minuten lopen een beekje hoor klateren volg ik vlug het geluid. Het beekje is niet breed; ongeveer een halve meter, meer dan genoeg om mezelf op te kunnen frissen. Het mag dan nog vochtiger zijn in het woud dan op het strand, het is hier zeker koeler omdat de bomen grotendeels beschermen tegen de zon. Daarom besluit ik zolang de tijd te nemen als ik nodig heb en als ik zeker weet dat er geen mensen stiekem in de bosjes zitten trek ik vlug de kleren uit en was mezelf net zolang in het beekje tot ik alle viezigheid en vuiligheid van mijn huid en uit mijn haar heb gekregen. Ik laat mezelf opdrogen in de zon die door een kiertje in het bladerdek valt en trek daarna mijn kleren weer aan. Terwijl ik verder loop probeer ik met mijn vingers mijn haren uit de knoop te krijgen, wat me beter lukt dan ik had verwacht.
    Maar als ik na minstens een uur lopen nog niets anders dan planten, dieren en stenen ben tegengekomen begin ik te twijfelen. Zoek ik wel op de juiste plaats? Zijn ze misschien ergens anders? Zelfs op een ander eiland, misschien? Loop ik in rondjes? Nee, dat had ik onderhand wel doorgehad denk ik. Ik besluit door te lopen. Terug gaan naar het strand en daar gaan zitten wenen is immers ook geen optie. Wonder boven wonder hoor ik na minder dan vijf minuten lopen ineens wat anders dan het eeuwige geruis van de planten.
    Stemmen.
    Ik spits mijn oren en begin sneller te lopen. Ik heb ze gevonden! Mijn hart maakt een sprongetje als ik aan Ace denk, maar terwijl ik tussen de bomen door zigzag op zoek naar de bron van het geluid merk ik ineens iets dat niet klopt. Kinderstemmen. En vrouwenstemmen. Er zaten nauwelijks vrouwen op de Medusa, en al helemaal geen kinderen. Fronsend duw ik de bladeren van een struik weg, waardoor ik een verbazingwekkend tafereel aan mezelf onthul. Verrast en even verlamd blijf ik staan.
    Een dorp.

    Tayé - Avelonier
    'Ja, wat wil je dan als je zegt dat je er achter vandaan moet komen?' klonk het het bijdehand uit haar mond. Ze bleef met het zwaard naar hem wijzen, wat ze inmiddels best mocht laten zaken. Niet dat hij bang was, in tegendeel. Om maar het goede voorbeeld te geven liet hij zijn pijl en boog een toch beetje naar de grond wijzen.'In ieder geval niet dit' mompelde hij nors, en vrijwel onverstaanbaar. Hij had geen zin in ruzie, aangezien hij nog niet zeker wist of ze van Sygmund was of niet. En die moest hij met rust laten. 'Nog niet inderdaad,', Taye trok een wenkbrauw op en rolde even met zijn ogen maar besteedde er verder geen aandacht aan. Hij zou het wel zien. 'Ja, dat is mijn persoonlijke manier zodat al het eten en drinken naar me toe komt waaien, ik fluit even op mijn vingers en het komt eraan.' sprak ze vol sarcasme. Goed in een andere omstandigheid zou hij gelachen hebben. 'Moet handig zijn' antwoordde hij kort. Hij knikte 'Jij bent zeker niet van Sygmund of wel?' dit vroeg iets vriendelijker zoals zij ook had gedaan. Ergens vroeg hij zich af waarom ze plots veranderde van houding. Ze leek hem niet het type om een gevecht uit te weg te lopen, waar dit gesprek eerst wel naar toe aan het leiden was.


    Do things you don't dare. Dream things that are never done. And never let you stop.

    Asilah Layla Salomn - rechterhand Captain Oliver
    Zij volgde de beweging die hij maakte met de pijl en boog met haar ogen en blikte toen direct in zijn ogen. Ze waren bruin, donkerbruin. Precies het soort donkerbruin van de man die haar liefhad en waar zij ook van hield - houdt, wat was het nu eigenlijk? Ze merkte dat hij een wenkbrauw optrok en zijn ogen even rolde, maar het maakte haar niet zoveel uit. Wat had ze nu eigenlijk met hem te maken? Ze wilde hier weg en zo snel mogenlijk naar het strand, waar Captain Oliver zeker - of misschien - al stond te wachten. En ze wilde hem niet teleurstellen, wat hij ook hier op dit eiland wilde. 'Moet handig zijn,' Antwoordde hij kort op wat Asilah net tegen hem had gezegd, en even glimlachtte ze, ook al ging zelfs dit haar moeilijk af en zag het er wat raar uit. Aangezien de ene helft van haar mond wel omhoog ging naar een glimlach, maar de andere niet, waardoor het meer op een halve grijns leek. Ze had dan ook best wel lang niet echt geglimlacht en zeker niet tegen/ naar vreemden. 'Jij bent zeker niet van Sygmund of wel?' Hij vroeg dit iets vriendelijker, maar ze kon er nog steeds niets aandoen wantrouwig een wenkbrouw op te trekken. Toch liet ze wel haar zwaard zakken, maar stopte die niet weg, gewoon voor het geval dat. 'Waarom?' Ze had eerst wantrouwig gekeken, maar daarna keek ze weer normaal en grijnste dit keer echt. 'Als je mijn vraag eerst beantwoord, zal ik jou een plezier doen.'


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Josephine is terug, zalig! :'D
    Voor zover jullie dit lezen, hello nieuwe joiners! :Y)

    Tristan Wright - Piraat, Medusa.
    Zo gauw die Leopold klaar is met mijn behandeling - wat gelukkig vrij snel is, haast ik me bij hem weg, terug naar de Medusa. Het is bijna tijd voor de samenkomst op het strand en hoewel ik weet dat ik sowieso niet meer op tijd ga zijn, wil ik toch mijn best doen om niet al te laat te komen. Olivier schiet me af, vermoed ik. Onderweg bots ik opnieuw op Engel. 'Kapitein, ik moet dringend terug naar de Medusa. Ik zal proberen Olivier zo veel mogelijk te vertragen de komende dagen, al vrees ik dat dat niet veel gaat uithalen, hij heeft niet meer de neiging zich om zijn bemanning te bekommeren. Het allerbeste, we zien elkaar nog wel.' Ik knik hem toe, en na drie passen gezet te hebben draai ik me weer om. 'En nog eens bedankt voor de goede zorgen,' zeg ik dankbaar. Die Leopold was niet de zachtaardigste, maar mijn rug voelt weer heerlijk fris aan.
    Dan loop ik gehaast verder, terug de helling over en langs het strand naar de plaats waar we hebben afgesproken. Zo goed als iedereen is er al, al mis ik enkele bekende gezichten. Ace, bijvoorbeeld. Abby is er al en ik ga naast haar staan. 'Heb ik iets gemist?' vraag ik.

    Leopold Smith - Scheepsarts, Medusa.
    Zo gauw die Tristan weg is, bedenk ik me iets. De tas die ik bij me had met die vreemde bladeren, ligt nog bij dat meertje en de kapitein heeft niet de moeite genomen hem samen met de kleren van die verrekte spion terug mee te nemen. Verdomme. Ik stap in een stevig tempo door tot aan het meertje, maar wanneer ik mijn tas terug pak, verschijnen er plots allemaal gekleurde vlekken voor mijn ogen. Ze benemen me het zicht en ik zoek steun bij een boom. Oh, god, niet opnieuw. Ik ben bang terug in de onderwereld te belanden, misschien is er sap op mijn vingers gekomen toen ik die bladeren plukte. Maar na eventjes stil te hebben gestaan, trekken de vlekken weer weg zonder dat er monsterachtige demonen hun opwachting hebben gemaakt. Ik voel me opgelucht en het schiet door mijn hoofd dat ik misschien toch iets zou moeten eten. Ik trek een gele vrucht die ik de dorpelingen al vaker heb zien eten van een boom en begin terug te wandelen, de tas over mijn schouder gehesen. Dan, plots, zie ik een prachtige jonge vrouw aan de rand van het dorp staan. Haar haar is zo licht als de sterren en ik vergeet eventjes dat ik aan het eten was. Dan slik ik snel het zoete vruchtvlees door en loop op haar af. 'Wie bent u?' vraag ik, nog steeds met stomheid geslagen.


    Home is now behind you. The world is ahead!

    Natambu/Nate - Piraat, Medusa.
    'Laten we terug gaan naar het strand. Meer mensen halen voor we echt ver de jungle in trekken. Want als we daar eenmaal zijn ben ik niet van plan om snel weer weg te gaan.'
    Ik knik zwijgend en volg Olivier terug naar het strand, nadenkend over zijn woorden. Zou hij dan geen idee hebben waar die schat ligt? Hij had toch een kaart? Dan moet ze wel erg diep in het binnenland liggen. Op het strand zijn zo goed als alle bemanningsleden al verzameld, alleen Tristan komt te laat. Ik knijp mijn ogen tot spleetjes, hij moet wel erg ver zijn afgedwaald. Wanneer hij naast zijn liefje gaat staan, moet ik bijna kotsen.


    Home is now behind you. The world is ahead!

    Ja, dit wordt heerlijke drama met haar er weer bij _O_

    Josephine Bellafonte
    Aarzelend blijf ik naar het dorp staan kijken. Er lopen vooral kleurlingen rond, en hier en daar een blanke, maar niemand die ik ook maar enigszins herken van de Medusa. De euforie die ik voelde toen ik levende mensen zag lopen is afgenomen nu ik me besef dat ik Ace nog steeds niet gevonden heb. Ik schrik op en kijk geschrokken om als ik een mannenstem hoor. "Wie bent u?" Niet heel ver van me af staat een blanke man met donker haar. Hij spreekt Engels, besef ik me dan. Dat betekent dat er nog hoop is dat ik Ace hier ergens vind. Misschien zijn er gewoon een hoop nieuwe mensen op het schip gekomen. Ik glimlach voorzichtig en maak met mijn ogen neergeslagen een lichte buiging. "Mijn naam is Josephine Bellafonte. Excuseert u me voor mijn verschijning, ik heb een lange en vermoeiende reis achter de rug." Ik veer weer omhoog en kijk de man aan, met een bescheiden glimlach. "Met wie heb ik het genoegen?"

    Captain Oliver Dalton - Captain Medusa
    Met Natambu naast me loop ik door de jungle, op weg naar het strand. Ik hoor continu vogels fluiten, wat me irriteert. Hun gefluit klinkt ongecoördineerd en ze onderbreken elkaar de hele tijd, waardoor het lijkt alsof het duizenden hebberige straatmuzikanten zijn die elkaar allemaal proberen te overtreffen. Zodra ik echter het strand op stap vergeet ik meteen mijn irritatie. De Medusa is weg. Ik knipper met mijn ogen en blijf als versteend staan. Hoe kan dit? Hekserij? Heeft de zee het ding verzwolgen? Nee, rationeel denken, zulke dingen kunnen niet. Ik vernauw mijn ogen. Iemand heeft het schip verplaatst. En als ik er achter kom wie, vil ik hem levend. Letterlijk.

    [ bericht aangepast op 14 jan 2012 - 22:49 ]

    Haha, Oli en die vogels ^^

    Leopold Smith - Scheepsarts, Medusa.
    Josephine Bellafonte? Net als in haar stem hoor ik in haar naam grote huizen, zilveren bestek, kostbaar geborduurde kledij en hopen bezige bedienden. Veel geld dus. Maar hoe komt ze hier? Zou ze een spion zijn van de Medusa? Ze draagt een broek, wat wil zeggen dat ze dus relatief zelfstandig is. Zou Olivier die Tristan door hebben en deze vrouw op ons hebben afgestuurd? Hij is er listig genoeg voor, maar iets zegt me dat ze hier op eigen kracht en initiatief verzeild is geraakt. Wanneer ze een soort buiging voor me maakt ben ik even, heel heel kort, uit mijn lood geslagen. Maar mijn veronderstelling klopte dus, enkel adellijke dames zouden onder deze omstandigheden nog een buiging maken. Door de warmte waarschijnlijk heeft ze nogal wat knoopjes van haar blouse open laten staan en nu heb ik een prachtige inkijk. Haar gezicht en handen mogen van de zon wel gebruind zijn, maar haar decolleté is nog steeds lelieblank.
    Dan kijkt ze me met zo'n allerliefste glimlach aan dat ik alles te samen even problemen heb mijn eigen naam te herinneren. 'Leopold Smith, aangenaam.' Ik maak ook maar een korte buiging voor haar. Hoewel dat vrij natuurlijk gaat, kom ik er niet uit of ik me nu even compleet belachelijk heb gemaakt of niet. 'Ik ben de scheepsarts van de Poseidon's Mermaid.' Met mijn hand waarmee ik nog steeds de vrucht stevig omklem, maak ik een gebaar richting de baai waar het schip voor anker ligt. 'Mag ik vragen, hoe ben je hier terechtgekomen?'


    Home is now behind you. The world is ahead!