• Survival of the Fittest
    Het jaar 3120, het jaar waarin de mensheid zichzelf voor goed van de aarde vervaagde… Dácht men.

    Rampen zoals hongersnood en tsunami’s waren niet meer het ergste wat men zich kon voorstellen. Oorlogen werden de gewoonste zaak van de wereld, overal ter wereld slachtten mensen elkaar af en lieten straten verlaten achter. Huizen kwamen leeg, winkels werden gesloten, mensen vluchtten… Maar uiteindelijk kon niet ontsnappen aan de verwoesting van de mens.

    Er was één ding dat iedereen was vergeten. In het jaar 3082 was er namelijk een doorbraak, het zou voortaan mogelijk zijn je in te laten vriezen. Het was te vergelijken met een kunstmatige coma van een aantal jaren, waarna je weer zou ontwaken alsof je enkel een paar uur had liggen slapen.
    Alleen stond niet iedereen te popelen om zich in te laten vriezen, het was de eerste keer dat het mogelijk was en de mensen wisten niet wat ze er van moesten denken. Was het wel veilig?

    Hier verzon de regering iets op. Op er voor te zorgen dat er mensen zouden komen die het wilden testen loonden ze een flinke som geld uit aan diegene die zich aanboden als ‘proefpersoon’. Verscheidene mensen meldden zich aan, ieder met zijn eigen reden. Het geld voor hun arme familie, het avontuur, omdat ze hun eigen leven zat waren.. Toch hadden ze één ding gemeen, al wisten ze dat niet voordat ze instapten en hun eigen, veilige, rustige en bijna saaie leventje voorgoed gedag zeiden.

    De lichamen werden bewaard in de grote stad New York City, het was toen groots, prachtig en vol leven, maar in 3120 was het totaal uitgestorven en deels verwoest. De omgeving om de stad was totaal weggevaagd waardoor de stad in de middle of nowehere gekomen was.
    Eén jaar nadat de gehele mensheid verwoest was werden de ingevroren mensen wakker en het enige wat ze hadden was een grote sporttas die ze voordat ze ingevroren werden zelf hadden mogen inpakken naar hun wensen.

    Het jaar 3121, het jaar waarin de ooit ingevroren mensen ontwaakten in een wereld die ze niet kennen met geen andere keus dan een manier te vinden om te overleven. Doen ze dit alleen, of zoeken ze bondgenoten? Bedriegen ze hun eigen vrienden om alles voor zichzelf te houden, of doen ze er geen moeite voor hun heblust naar al het kostbare dat nog over is te verbergen. Of nog erger, zullen ze de rest uitroeien, enkel om hun eigen hachje te redden?


    Verhaallijn in het kort.
    Het is het jaar 4033 en de mensen die ooit ingevroren waren zijn sinds een twee weken weer ontwaakt. Er zijn mensen die al gauw bondgenoten vonden en zo werden er twee groepen gevormd, ieder met een eigen leider. Deze twee groepen raakten al gauw verwikkelt in een strijd om leven en dood. Het voedsel is immers schaars, net zoals het drinken, en dat terwijl het gevaar continue op de loer ligt. Een aantal dieren blijken de verwoestingen te hebben overleefd, doordat ze bijvoorbeeld onder de grond leefden, en zijn langzaamaan gemuteerd tot wezens die nieuw zijn voor de ooit ingevroren mensen. Hoe redden ze zich hieruit?

    Meedoen.
    Je kan mee doen als je:
    1) Graag langere stukken schrijven (zeker min. 15) en bereidt zijn dit te doen.
    2) Graag meedoen aan RPG's die beter uitgewerkt zijn, dus niet 'het gaat over 4 vrienden die op vakantie gaan', maar een dieper verhaal.
    3) Liever geen Mary Sue's hebben in RPG's en die zelf ook niet spelen.
    4) Graag meedoen aan RPG's waarbij het topic niet na één dag alweer vol zit, waardoor als je het wat drukker met school hebt, ook gewoon nog mee kan doen, omdat er simpelweg minder vaak gepost wordt (maar wel langer geschreven natuurlijk)..
    5) Het prettig vinden dat het gemeld wordt als iemand wilt stoppen met de RPG en als ze dit zelf ook doen.

    Als je het eens bent met alle bovenstaande punten, maak je hier een personage.

    Personages:
    Groep A – Chase
    Lexus; Chase Armedi - 22
    Iyatiku; Clyve Qwynn Lovell - 22
    SUMMERx; Luca Keegan Fanning - 21
    Cyberlord; Donovan Nickolas - 21

    Yuffie; Desirae Amelia Brown - 24
    General; Olivia Lanee Peterson - 26


    Groep X – Elisabeth
    Keegan; Elisabeth Romy Hirsch - 23
    Cocon; Roxanne (Roxy) Veronica Barlow – Lolita - 22
    Ebola; Natalya Krupin - 21

    Roden; Prescott Elias Whittemore - 24
    Aotearoa; Lucien Nicola Castellan - 19


    Loners:
    Endure; Alison Jade Skyler - 23
    Sid; Richard Hirsch - 25

    [ bericht aangepast op 13 sep 2012 - 15:31 ]


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Endure schreef:
    Dat ik nog amper iets heb vernomen van personages die bij groep A zitten.

    Had in mijn eerste post geschreven dat ze de andere mensen wel opgemerkt had en ook had gemerkt dat ze waren gaan samen klitten.
    (Haha, volgens mij had ik er zelfs een rare vergelijking bijgezet)
    Jade is niet 't typetje dat doelloos bleef hangen en er zijn al een aantal dagen verstreken, dus het leek me wel logisch als ze het één en ander meegekregen had.


    Ah ja, niet iedereen is even actief. Aha, ja dat kan ik me nog wel herinneren x3


    Aan niets denken is ook denken.

    Eris Riley - Loner

    Riley hield haar pas in en had zich een kwartslag omgedraaid toen het wicht vals glimlachte, nadat het gevraagd had of ze jaloers was om het feit dat zij niet in het bezit was van zo’n attitude. Riley haalde als antwoord enkel haar schouders misprijzend op en schudde lichtjes haar hoofd. ‘Niet bepaald,’ liet ze er toen op volgen.
    ‘Het is wel duidelijk dat jij er niks van weet, hè, blondje?’ liet de brunette haar meteen weten. ‘Ga jij maar gezellig plakken bij die andere zielenpoten, je eten delen en luisteren naar de commando's van een of andere arrogante kwast die zichzelf tot leider gedoopt heeft, dan zal ik in de tussentijd hier genieten van alles wat enkel voor mijzelf is. Ik heb niemand nodig!’
    Het wicht had steeds luider gesproken en Riley zag dan ook dat ze zich kwaad maakte. Riley vond het ergens dan ook vermakelijk en wist een geamuseerde grijns niet helemaal achterwege te laten.
    ‘Wat jij wilt,’ liet ze toen onverschillig weten. Als dat wicht graag op zichzelf wilde zijn en niemand dacht nodig te hebben, moest ze dat voor zichzelf weten. Wie was Riley om daar tegenin te gaan? Daarnaast had ze er geeneens de tijd voor om haar tijd te verspillen hieraan en daarom draaide ze zich opnieuw om en liep dit keer wel degelijk door.

    Riley zette haar zoektocht verder en liep door de verlaten straten. Zo nu en dan schoot ze een leegstaand pand binnen, in de hoop iets nuttigs aan te treffen, maar bijna elke plek was al leeggeroofd. Op deze manier zou het zeker nog de hele dag kunnen duren, misschien zelfs langer. Riley zuchtte dan ook, zo de doodse stilte verbrekend die rondom haar heen sluimerde. Ze hield haar pas in en nam de zwarte veldfles van haar riem om er een flinke slok water van te nemen. Misschien iets teveel, maar Riley’s denken was vertroebeld doordat de radeloosheid een tel aanwakkerde en ze geen idee had waar ze ook maar kon zoeken. Het water, dat zelfs muf smaakte doordat het alles behalve vers was, zorgde ervoor dat ze haar hoofd iets kon leegmaken. Ze moest doorzetten en zeker niet de moed opgeven. Daar had zij niks aan, daar had Ethan niks aan en Scott nog het minst.
    Ze herpakte zich dan ook en liep door tot het einde van de straat. Ze trof een brandweerkazerne aan, of wat er van over was toch. Ze kon het allicht een kans geven om te gaan kijken, al schatte ze deze gering in. Met een verbeten trek rond haar lippen, stapte ze naar binnen en bekeek het puin dat leek te krioelen door zijn hoeveelheid. Er was echt amper iets overgebleven van iets dat mensenlevens behoorde te redden. Ze liep met korte stappen wat rond, tilde zo nu en dan enkele brokstukken op die ze kon optillen, maar het enige wat ze aantrof was nog meer puin. Uiteindelijk kwam ze uit bij een brandweerwagen, die achterin in de garage geparkeerd stond. De wagen zag er nog redelijk goed uit. De verf was er wat afgebladerd en hier en daar zaten er behoorlijke butsen in, maar je kon er een brandweerwagen in herkennen. Iets wat nog maar sporadisch voorkwam met de wrakken die je overal aantrof.

    Triomfantelijk was Riley op de terugweg naar haar broers. Onder haar arm hield ze een klein, rood doosje geklemd. Het had even geduurd voordat ze de brandweerwagen binnen was geraakt. De deuren hadden absoluut niet mee willen geven, dus had ze de vooruit aan gruzelementen geslagen en was zo de kabine ingeklommen. Ze had de kleine ruimte zorgvuldig doorzocht en had de verbanddoos aangetroffen die voorzien was van een redelijke inhoud.
    Het was nu pas dat ze terugdacht aan de brunette die ze eerder getroffen had deze dag, althans, de laatste woorden die ze gesproken had. Dat er zich een groep verzamelde, hier ergens in de buurt. Riley wist niet echt wat ze er van moest denken, ze had er nog niks over ontdekt of gemerkt. Dus er waren waarschijnlijk nog meer mensen hier… Riley wist nu niet of dit een goed of een slecht teken was. Uit ervaring wist ze dat groeperingen gevaarlijk konden zijn, vooral wanneer ze op straat leefden en ze tot het uitersten moesten gaan om te overleven. Haar oudste broer hield zich vaak op in het straatleven en ze had al zat gezien en meegemaakt daardoor. Het ging er niet bepaald zachtzinnig aan toe en dan de ordinaire straatgevechten niet meegerekend.
    Nee, wanneer Scott er bovenop geholpen zou zijn, zouden ze hier zo snel mogelijk weg gaan. Conflicten was wel het laatste wat ze konden gebruiken nu alles draaide om te overleven. Scott zou geheid voorstellen om op ontdekking te gaan, om de groep op te zoeken, vooral omdat hij degene was die altijd het goede in een mens zag. Riley was echter meer voorstander van het ‘we vertrekken zo snel mogelijk’ idee waar Ethan geheid mee af zou komen. Nee, ze was er niet bepaald mee opgezet om anderen en een grote aantal aan te treffen. Negen van de tien keer zou dat toch alleen maar fout aflopen.


    “If you can smile when things go wrong, you have someone in mind to blame.”

    Donovan Nickolas

    "Ben je zijn hondje?" begon ze grinnikend, terwijl ze zich naar me omdraaide. " Daar kun je gelijk uit opmerken dat je niet voor jezelf kunt denken, of wel?" vervolgde ze spottend terwijl er een sluwe grijns op har lippen verscheen. Ik wilde een stap naar voren om haar iets aan te doen, maar ik bedacht me. We hadden haar nog nodig, voorlopig. "Oh liefje, maak je maar niet druk dat ik niet kan denken." begon ik met een nog veel grote grijns, "Ik weet wat goed voor me is en wat ik doe is respect hebben voor de persoon die boven me staat." Ze liep naar haar zakmes en stopte deze in haar laars. "Geen zorgen, ik doe niets, ik wil enkel terugpakken wat bij mij behoort." zuchtte ze met een verveelde stem.
    "Wil je ons dan nu iets meer vertellen?" vroeg Chase lichtelijk vriendelijk. Ze keek verbaasd naar hem, maar mij verbaasde het dus alles behalve. Ik gokte erop dat Chase zijn laatste beetje geduld aan het verliezen is en het niet lang meer zou duren voordat hij haar echt iets aandoet.
    "Hoe graag ik je ook verder 'zijn hondje' zou willen noemen, hoe heet je eigenlijk?" grijnsde ze naar me. Haar ogen stonden uitdagend, maar ik negeerde dat compleet. Ze wachtte niet eens totdat ik antwoordde, maar draaide zich om naar Chase. Ze glimlachte lieflijk naar hem en ze sloeg haar benen over elkaar. "Tuurlijk, nadat de charmante jonge man daar zijn naam heeft verteld, tenzij hij door het leven wil gaan als ''hondje'" grijnsde ze.
    "Oh, wat zijn we toch weer hilarisch." zei ik met een glimlach, "Ik heet Donovan, maar jij mag me wel schatje noemen." Ik keek haar uitdagend aan. Hierna richtte ik mijn blik op Chase die met resolute zelfverzekerde stappen op haar af liep. Hij trok haar ruw aan haar arm van de bank af en ik grinnikte eventjes. 'This is more like it' dacht ik bij mezelf.
    “Je mag gaan, dame” zei hij koel tegen haar en duwde haar naar voren. “Aan haar hebben we werkelijk niets” zei hij tegen mij, terwijl hij naar mij toe liep. “Je kunt haar de deur uit trappen, of haar hier nog houden om haar uit te horen” zei hij tegen me “Ik neem aan dat je het wel red” zei hij. Het kwam niet beledigend over. Het was eerder een vaststelling met een waarschuwing eronder. "Natuurlijk sir." zei ik, terwijl ik kort knikte naar hem. Hierna liep Chase weg en greep ik Lolita vast, nog voordat zij iets kon bedenken om te doen. Ze had verward toegekeken naar de situatie. "Kom maar mee." zei ik met een glimlach en duwde haar naar beneden toe, naar de voordeur.


    I hope you drown in all the cum you fucking swallow, to get yourself to the top.

    Mokerpost.. maar voel je vrij te reageren :Y)

    Alison Jade Skyler.
    Het was alweer een half uur geleden, daar gokte Jade althans op, dat het blondje langs was geweest. Natuurlijk had ze daar een aantekening over gemaakt in het notitieblokje dat ze mee had genomen, zoals ze dagelijks deed. Ze hield ze wel kort, bang dat de pen anders snel leeg zou zijn.
    Dag 5: Bezoek blondje, noemt zich Riley, broer. De andere aantekeningen waren zozeer nog korter. "Voedsel te kort". "Voedsel gevonden". "Anderen gezien", "Niks" en "Slaapplaats gevonden." Voor anderen zou het misschien op een nutteloos tijdverdrijf lijken, maar Jade vond het belangrijk alles op een rijtje te houden. Zowel letterlijk als figuurlijk.
    Met een zachte kreun rekte ze zich uit en na voorbereidingen te hebben getroffen, wat bestond uit het vuur doven en de benodigde spullen pakken, ging ze op pad. Als ze niet beter wist had ze gedacht dat ze mee deed in een film, zoals ze hier nu liep met de stalen pijp in haar hand -ze had na lang twijfelen toch besloten hem mee te nemen-, en dat er ieder moment iemand heel hard `Cut!´ kon roepen. Maar dat gebeurde niet.. In tegendeel zelfs, het was akelig stil terwijl ze door de verlaten straten liep.
    Naar het noorden ging ze met de hoop dat ze daar iets van drinken zou vinden, want haar voorraad was al sinds haar ontwaken erg triest geweest en ze snakte ernaar om een duik te kunnen nemen in een meertje, of een vies slootje desnoods. Mocht ze vandaag geen geluk hebben, dan zou ze vannacht eens een gokje wagen bij die zielepoten. Met een beetje mazzel zaten ze nog steeds in dat pakhuis, het was niet ver weg van haar slaapplaats. Daarom had Jade alle spullen zo goed en kwaad als het kon opgeborgen en elk teken van leven proberen te wissen, ze had er geen zin in om terug te komen en te ontdekken dat alles genakt was door hun. Of misschien wel door het blondje. Stel je voor, de vernedering!
    Automatisch begon Jade daardoor sneller te lopen, ze wilde niet té lang wegblijven en ondanks dat de zon aardig fel scheen vandaag en er bijna geen teken meer was van een zuchtje wind, hield ze het nog aardig vol. Ze verbaasde zichzelf, maar besloot toen dat ze genoeg motivatie had om op te moeten schieten.
    Soms dacht ze wat te horen, alsof iemand haar achtervolgde. Als van uit zichzelf werd haar greep om de stalen pijp dan steviger, maar elke keer had ze rondgekeken en was er niks geweest, tot ze zichzelf er toe gedwongen had dat ze het zich waarschijnlijk enkel inbeeldde.
    Ze had geen idee hoe lang ze aan het lopen was geweest en al een paar keer had ze de neiging gehad om zich om te draaien en terug te gaan, maar uiteindelijk zag ze dan toch bomen. Onderweg was ze die ook al tegengekomen, overal leken tegenwoordig planten te groeien, maar door het zien van zoveel bomen bij elkaar kwam een herinnering naar boven drijven. Een park! Er was hier een parkje geweest, een heel groot park eigenlijk. Langzaam begon ze te grijnzen en zette ze het op een rennen. Ze was er vaak geweest als klein meisje en als ze het zich goed herinnerde was er een groot meer. Een meer! Halleluja, liet dat er alsjeblieft nog zijn.

    Toen ze aankwam en zag dat de plek nauwelijks was veranderd, -oké, de natuur was naar te zien flink zijn gang gegaan en het gras was ontzettend hoog geworden, maar het meer was er nog!- kon ze de grond wel kussen.Natuurlijk deed ze dat niet, zelfs nu ze alleen was waagde ze zich niet aan zulke gênante dingen, maar haar humeur was zeker stukken beter geworden. Niet veel later zat ze geknield bij het meertje en ze moest toegeven dat er veel meer vissen leken te zijn dan vroeger. Misschien kwam het doordat er geen mensen meer waren om troep in het water te gooien, bedacht ze zich terwijl ze een kommetje van haar handen maakte en wat water eruit schepte. Voorzichtig dronk ze er wat van, maar het smaakte tot haar opluchting normaal, dus stond ze zich zelf toe er meer van te drinken. In haar 'kamp' had ze niet echt is waar ze het water mee in had kunnen vervoeren, op een inmiddels paar lege blikken na wat niet gemakkelijk zou zijn gegaan, dus zou ze deze plek weer met lege handen moeten verlaten. Het voordeel was wel dat ze nu weer wat hoop had, ze hoefde enkel nog iets te vinden om het water makkelijk te kunnen vervoeren en het liefst zoveel mogelijk.

    Toen ze net weer ging staan en zich omdraaide om de omgeving hier nog wat beter te bekijken, stond ze plots oog in oog met een wezen dat ze nog nooit had gezien. Het leek op een kat, alleen was het beest wat hoger, had hij een spitsere snuit en.. Geen oren? Wat kregen we nou? Ook de vacht zag er akelig uit, hij bestond uit, ruw-uitziende lange haren die vol vuil en klitten zaten, maar het ergste nog waren de ogen. Het oogwit was gelig en de pupil rood en ze staarden haar hongerig aan. Plots kwam het beest overeind en dook het op haar af, Jade liet de stalen pijp die ze net weer had opgeraapt uit haar hand vallen en rolde gauw opzij terwijl ze een korte gil slaakte. Het duurde niet lang voordat ze zich realiseerde dat het beest al dagen niks gegeten had en misschien zelfs nog wel een paar vrienden in de buurt had zitten.
    Ze was wat verderop in het gras gerold en kwam als door de duivel gebeten weer gauw overeind, net op tijd om te zien dat het vreemde beest, die ze Ruwharige gedoopt had, zich weer klaarmaakte voor nog een aanval.
    Een poos lang moest ze verwoede pogingen doen om de aanvallen te ontwijken, waarbij het beest haar toch een paar keer wist te schrammen, maar zodra ze de stalen pijp weer in handen had gehad had ze ook een paar rake klappen terug kunnen geven waarop het beest raar naar haar had gegrauw."Rot toch een end op! Klote beest!" riep ze kwaad en buiten adem terwijl ze het beest weer van zich af sloeg. Het begon op een oneindig kat en muis spelletje te lijken, wat de Ruwharige, tot haar grote afschuw, waarschijnlijk niet op zou geven. Zijzelf raakte steeds meer buiten adem en haar acties werden slomer en minder krachtig. Een paar keer vloekte ze hard, maar toen er nog een Ruwharige tevoorschijn kwam uit de struiken zonk de moed haar in de schoenen.
    Uiteindelijk stond ze met haar rug tegen een boom aan, totaal in het nauw gedreven en toen één van de Ruwharige haar pijp uit haar handen sloeg kon ze niks anders dan als een razende de boom in proberen te klimmen. Een erg goede klimmer was ze nooit geweest en even dacht ze het dan ook niet te redden toen de beesten naar haar benen begonnen te happen, maar ze wist een tak te bereiken en liet zich er uitgeput op zakken, met haar rug tegen de boomstam aan. Ze had een paar schrammen en sneeën, maar het leek, nadat ze een korte inspectie had gedaan, allemaal vrij oppervlakkig. Het ergste wat er nog kon gebeuren was dat ze een erge ziekte opliep door die klote beesten.

    Voorzichtig wierp Jade een blik omlaag, waar de twee Ruwharigen grommend en snauwend rond de boom liepen, maar geen poging te leken doen om erin te klimmen. "Ha! Wat is er? Hoogtevrees?" snauwde ze de twee honend toe. Misschien konden ze wel niet klimmen, maar beter ook. "En rot nou maar een end op, want dan kan ik weer terug," voegde ze er aan toe. De adrenaline pompte nog door haar lijf en ze hijgde nog licht na van het gevecht.
    Aangezien het er niet naar uit zag dat de Ruwharigen van plan waren te vertrekken ging ze wat beter zitten en maakte ze het zich gemakkelijk, alleen leek er steeds wat in haar been te prikken. Na een poosje was ze het beu en voelde ze chagrijnig in haar zakken, waarna ze er met een zachte 'o' haar mes eruit haalde. In de paniek en met al die adrenaline had ze niet helder na kunnen denken en was ze helemaal vergeten dat ze het mee genomen had. Van woede had ze bijna het mes naar beneden geworpen, misschien dat ze één van de twee zou kunnen raken, maar dan was de kans groot dat ze er met haar mes vandoor gingen en sowieso zat ze hier dan helemaal ongewapend in de boom. Vooral nu haar grootste aanwinst en trots een einde verderop doellos in het gras lag, de stalen pijp die het nog aardig had uitgehouden tegen de twee mormels.
    Jade slaakte een zucht en stopte het mes weer weg, dit kon nog wel een poosje duren. misschien moest ze zelfs wel overnachten in de boom.

    [ bericht aangepast op 15 okt 2012 - 16:49 ]


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    [Ik heb de neiging om Riley te laten passeren, de twee beesten te laten doodschieten met haar pijl en boog van een afstandje om Jade's ass te redden en dan heerlijk hoogmoedig te laten vertrekken naar haar broers, na het Jade eerst nog heerlijk ingewreven te hebben :'D Maar misschien dat iemand anders het leuker vind om te reageren en jezelf ook liever hebt dat een ander reageert. Riley is namelijk niet van plan om te blijven hangen.]


    “If you can smile when things go wrong, you have someone in mind to blame.”

    Haha, een ander is misschien wel leuk voor de verandering (: Al is Riley geniaal.

    -even offtopic, overtreed mijn eigen regeltjes-


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Endure schreef:
    Haha, een ander is misschien wel leuk voor de verandering (: Al is Riley geniaal.

    -even offtopic, overtreed mijn eigen regeltjes-


    [Ik wacht gewoon even de anderen af, want ik kan Riley altijd nog laten passeren wanneer er niemand van plan is te komen (:]


    “If you can smile when things go wrong, you have someone in mind to blame.”

    Meer kwam er niet uit, het zijn voornamelijk gedachten.

    Roxanne Veronica Barlow, Lolita – Groep X
    Op mijn eerste opmerking zei de jongen niets, wat me verraste, aangezien ik wel verwacht had dat ik hem hiermee had. Hij bleef zwijgzaam, al kon ik wel aan zijn houding zien hoe graag hij me nu in elkaar wilde timmeren. Als hij los mocht gaan, zou hij dat vast en zeker wel doen, maar zo gemakkelijk was ik niet. Hij mocht denken en zeggen wat hij wilde, maar gemakkelijk was ik zeer zeker niet. Zijn woorden brachten me weer naar de werkelijkheid, dus toch een antwoord? ‘Oh liefje, maak je maar niet druk dat ik niet kan denken.’ Begon hij, met nog een veel grotere grijns, ‘Ik weet wat goed voor me is en wat ik doe is respect hebben voor de persoon die boven me staat.’ Hierop liet ik een spottend lachje horen, waarna ik hem humoristisch aankeek. Tuurlijk, hij wel, het was gewoon een bange schijterd die geen regels durfde te overtreden.
          ‘Oh, wat zijn we toch weer hilarisch.’ Zei hij met een glimlach, waarop ik een blik op hem richtte in plaats van door de kamer te kijken. ‘Ik heet Donovan, maar jij mag me wel schatje noemen.’ Ik grinnikte suikerzoet hierop en keek hem met een blik vol trots aan, terwijl hij mijn blik uitdagend terug beantwoordde. ‘Ik weet het, bedankt, schatje.’ Met de nadruk op het laatste woord, de sukkel dat het is. Hij heet dus Donovan? Het paste wel bij hem, volgens mij betekende het iets van ‘donker’ of ‘duister’ De jonge man is duidelijk net zoals zijn naam, al heb ik er verder geen bepaalde mening over.
          Wanneer Chase op me af liep met resolute zelfverzekerde passen, keek ik hem afwachtend en lichtelijk benieuwd aan. Wat was hij nou van plan? Dat werd echter duidelijk toen hij me ruw aan mijn arm van de bank aftrok. ‘Je mag gaan, dame.’ Zei hij koel tegen mij en duwde me naar voren, waarbij ik een paar haastige, niet gecontroleerde stappen naar voren zette, maar ten slotte kwaad omdraaide. Ik had wat willen schreeuwen naar Chase zijn hoofd, maar hij kapte me als het ware af om tegen Donovan – ik was best opgelucht nu ik zijn naam kende – te praten. ‘Aan haar hebben we werkelijk niets.’ Beledigd viel mijn mond weer terug open en onbewust had ik mijn vuisten gebald, waarna ik grommend vervloekingen in mijn hoofd naar hem wenste. ‘Je kunt haar de deur uit trappen, of haar hier nog houden om haar uit te horen,’ vervolgde hij verder tegen Donovan. ‘Ik neem aan dat je het wel red.’ Zonder verder ook maar iets te zeggen, was hij al richting de trap gelopen. Niet eens een gedag of wat dan ook! En ik dacht nog wel dat ik asociaal was, maar hij kan er ook wat van.
          ‘Natuurlijk sir.’ Had Donovan gezegd en ik schoot hem een vernietigende blik toe. Kontenlikker van Chase, pfft, nog even en hij had zo een dreun te pakken van me. Hoewel ik dat beter niet kon doen nu, aangezien de wond nu wel pijn deed bij mijn zij. Het gebeurde toen Chase me ruw omhoog trok aan mijn arm, waardoor het doorschoot naar mijn zij en de wonde een pijnscheut kreeg. ‘Hey Chase!’ riep ik hem achterna, terwijl ik hem achterna wilde rennen. Ik had eigenlijk geen idee waarom, maar aan hem irriteerde ik me misschien nog wel het meeste, aangezien het hem helemaal niets kon doen. Donovan had ik gemakkelijk te pakken met mijn opmerkingen, maar Chase was een raadsel en het was aan mij om die uit te puzzelen. Ik had een vage neiging om te ontdekken wat er allemaal achter dat masker van hem zat. ‘Niet eens een gedag tegen de fair lady?’ vervolgde ik verder, roepend. Hij zou het vast wel horen, maar zeker niet antwoorden, daar zag ik hem wel voor aan. Ik had het flink verpest bij die man, niet enkel bij hem, maar ook de anderen. Toch, op de een of andere manier leek me dat minder te doen.
          Abrupt voelde ik een greep om me heen en keek automatisch om wie het was, al had ik het kunnen raden, want Donovan stond er. Direct kreeg ik een norse, gehumeurde blik over mijn gezicht heen. ‘Kom maar mee.’ Zei hij met een glimlach en duwde mij naar beneden toe, richting de voordeur. Ik rolde mijn ogen, gaf de vrouw die nu bij het bureau zat een laatste blik en keek vervolgens naar Donovan. ‘Je bent echt een eikel,’ vertelde ik hem, waarna ik me los begon te wringen uit zijn greep. ‘Laat me los, ik ben hier nog niet klaar.’ Eigenlijk wel, maar hoewel ik eerst weg had willen gaan, wilde ik nu blijven. Dit om de doodsimpele reden dat ik nu weg mocht en Donovan me ruw de weg terug begeleidde.


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Chase Armedi ~ [leider groep A]

    Hoewel hij weg liep met vrij snelle en kordate passen kon hij zich wel voorstellen wat zich er achter zich afspeelde. Donovan die grijnzend naar Lolita keek, en Lolita die Donovan beantwoorde met een soortgelijke grijns. Of het nou zo’n goed idee was om die twee met elkaar achter te laten betwijfelde hij zeer, maar het voelde alsof hij geen keus had. En hij had nu al een beslissing gemaakt. Hij was absoluut niet iemand die later op zijn beslissing terug kwam, nee, wat was gebeurd was gebeurd.

    Voordat hij was weggelopen had hij nog even snel Donovan en Lolita hun gezichtsuitdrukkingen proberen te lezen. Daaruit meende hij te zien dat Lolita, niet geheel verbazingwekkend, niet gecharmeerd van hem was en dat Donovan het niet al te bont zou maken. Dat eerste kon hem weinig schelen, dat laatste hoopte hij maar. Hij had nog niet genoeg passen gezet om volledig uit het schouwspel te verdwijnen en was ook nog binnen gehoorafstand. Zo kwam het voor dat hij Lolita haar woorden ook nog hoorde. Ze riep hem zijn naam na, waar hij geen acht op sloeg. En al zou hij lichtelijk geïrriteerd worden en een opmerking naar haar hoofd willen slingeren, zijn gevoelstoestand zorgde ervoor dat de woorden erop dit moment alleen maar slecht uit konden komen. En dus hield hij zijn mond. The fair lady, dat deed een klein glimlachje rond zijn lippen doen zweven, het klonk werkelijk heel vreemd uit haar mond. Achter zich hoorde hij de stemmen gedempt praten, maar hij kon niet meer volgen wat ze tegen elkaar zeiden. Voor de trap bleef hij niet even staan, wat hij eigenlijk beter had kunnen doen, maar stapte hij gelijk op een van de treden. Te snel sprak een alarmerend stemmetje in zijn hoofd meteen. En dat stemmetje had gelijk, want het duizelde enkele seconden. Hoewel hij absoluut niet van stilstaan hield deed hij het toch, niet meer dan noodzakelijk was, enkele luttele seconden. Hij herpakte zichzelf door de treden nu wat rustiger op te stappen. Normaal gesproken vloog hij zo’n beetje over die trappen, hij hield niet van sloom gedoe. En normaal gesproken had hij een uiterst gedoe conditie die hem in staat stelde om dit moeiteloos te doen. Maar die uiterst goede conditie had hij op dit moment heel eventjes niet, al kostte hem dat moeite om dat toe te geven. Plotseling leken de treden veel hoger. Ze waren veel zwaarder om te nemen. Het kostte hem veel meer tijd dan normaal gesproken om de eerste trap te nemen. Op de eerste verdieping bleef hij even staan. Hij vervloekte zichzelf om het feit dat zijn kamer zich op de derde verdieping bevond. Waarom moest hij nou perse die kamer hebben? Hij had hem zelf gekozen omdat hij ervan hield om zich hoger te bevinden. Dat hoge stond voor hem gelijk aan meer veiligheid en op de een of andere manier had hij het vroeger ook geen enkel probleem gevonden om op een balkon zonder rand te staan, op het randje, terwijl de meeste mensen daar toch last van hebben. Maar nu vond hij het werkelijk waardeloos dat hij zoveel moeite moest doen om bij zijn kamer te komen. Hij bleef maar even stilstaan, om vervolgens de tweede trap sneller te nemen. Hoewel hij wist dat dit geen goed idee was, was hij veel te ongeduldig om de treden langzamer te nemen. Zijn hand gebruikte hij om op de leuning van de trap te steunen. Toen hij deze weghaalde, om nog wat sneller te lopen, maakte hij een misstap. Een enkele wankeling. Hoewel hij wist dat er niemand achter hem zat flitste zijn ogen toch even heen en weer. Niemand zou hem gezien kunnen hebben. De derde trap was hem een te veel maar in zijn kamer kon hij even stilstaan om alles weer om zijn plek te laten komen.

    Daar haalde hij een sleutel uit zijn zak. Een sleutel die hij altijd bij zich had. Net als die sleutel, die toebehoorde aan de oude kluis op zijn kamer, had hij ook nog een voorwerp dat hij altijd bij zich droeg. Op zijn hoofd. Het was een oude versleten grijze pet die hij al vanaf zijn 17e had gekregen. Waarom hij het ding precies hield, wist niemand. Het was het enige stukje verleden dat hij nog met zich meedroeg en hij zette hem haast nooit af. Het was echter nu het geval dat hij hem pas nu opzette. Uit zijn kluis haalde hij zijn tas. Even ging zijn blik over de foto, van zijn familie, maar al snel ging zijn blik naar de andere voorwerpen in zijn tas. Daar zat niet echt veel variatie in. Even twijfelde hij, maar pakte toch een van de naalden met heroïne uit de tas en deed deze in zijn schoudertas. Hij pakte ook een bidon met water en deed deze in diezelfde schoudertas. Het was een simpele bruine schoudertas, maar er konden genoeg spullen in. Na dit te hebben gedaan zag hij er tegenop om die trappen weer af te lopen, maar het was niet anders. Na dit gedaan te hebben besloot hij om door de achterdeur weg te gaan. Hij had geen zin om mensen tegen te komen, nee, nu wilde hij liever alleen zijn. Met een knagend hongergevoel en een lichtelijk gevoel van duizeligheid deed hij de deur open. Hij was van plan om hem zachtjes te sluiten, maar hij glipte plots uit zijn handen en voordat hij het wist uit zijn handen. De deur viel met een vrij harde knal dicht, maar het zou wellicht niemand zijn opgevallen. Al snel liep hij door de straten te slenteren, niet wetend waar hij precies heen ging. Zijn hand ging naar zijn tas, en opende deze. Zijn vingers gleden naar de spuit en omklemden hem maar bleven hem omklemmen zonder verdere actie uit te voeren.

    [ bericht aangepast op 16 okt 2012 - 16:25 ]


    Aan niets denken is ook denken.

    Olivia Lanee Peterson ~ Groep A
          Sneeuwwitje schreeuwde Chase nog iets na en Donovan trok haar ruw mee naar de deur. Ze wierp me nog één laatste blik toe waarna ze uit mijn gezichtsveld verdwenen. Ik liet mijn ogen goed over haar gezicht gaan, omdat het net door mijn hoofd schoot dat ik gezichten nog wel eens kon vergeten. Meestal keek ik mensen niet zo goed aan, waardoor ik ze bij een tweede ontmoeting nooit kon herkennen. Bij haar zou dat echter wel lukken en ik was verrast dat ik daar zo zeker van was. Goed, misschien was het ook weer niet zo raar, omdat in tegenstelling tot vroeger ik nu veel minder gezichten hoefde te onthouden. Ineens leek het wel alsof een ijskoude, onzichtbare hand mijn keel dichtkneep en me ervan verhinderde om adem te kunnen halen. Ik hoefde zo weinig gezichten te onthouden, maar de herinnering aan die van mijn vrienden en familie vervaagde langzaam. De mensen die ik had ontmoet in deze woestenij namen langzamerhand hun plaatsen in. Niet emotioneel, maar langzaam vervormden de gezichten van mijn contacten in die van de anderen. Ik sloot mijn ogen en probeerde me te concentreren op mijn ademhaling. Vroeger stresste ik nooit, maar de gedachte aan dat ik mijn familie nooit meer zou zien of herinneren was iets dat wel meer mensen van streek zou maken. Langzaam zoog ik de muffe lucht naar binnen door mijn neus en ademde ik weer uit door mijn mond. Het hielp, maar toen ik me besefte dat ik het gezicht van mijn beste, een van de weinige vrienden die ik had niet meer helder voor me kon zien draaide mijn maag zich om. Ik opende mijn ogen weer en keek weer richting Sneeuwwitje en Donovan. Ik zette mezelf af van het bureau en liep een meter naar voren zodat ik ze kon zien. Ze zei iets tegen hem, maar het enige dat ik kon verstaan was 'eikel'. Vervolgens maakte ze zich los uit zijn greep en ik zag haar mond weer bewegen. Ik liep de kamer uit zonder iets te zeggen en stopte mijn handen in mijn zakken. Ik liep door de enorme hal en wist niet eens waar ik heen ging. Toen ik weer opkeek van de grond zag ik dat ik vlakbij de oude badkamer was en besloot daar maar heen te gaan. Ik vond het geen fijne kamer en dat lag aan een beetje een raar trekje van mij. Ik vond vakanties heerlijk, maar de badkamer moest altijd naar mijn zin zijn. De badkamer was een plek waar je je op je gemak moest voelen, die schoon moest zijn, een wc hebben waar je ook echt op wilde zitten. Hier was dat niet het geval. Mijn voetstappen klonken hol en ik liet sporen achter in de dikke laag stof op de grond. Ik keek naar de gebarsten spiegel boven de wastafel. Hij was schoongewreven en er zaten vette vegen op. Mijn ogen stonden vermoeid en mijn haar zat vol klitten. Nog even en ik herinnerde me niet eens meer hoe mijn eigen gezicht er uit hoorde te zien. Deze gedachten hielpen helemaal niets. Ik greep me vast aan de rand van de vuile wastafel en wendde mijn blik af van mijn spiegelbeeld. Nu keek ik in de richting van een klein, donkergroen hokje waar de wc in stond. De wanden waren er volgeklad met zwarte marker en er kwam een klein plantje uit het plafond dat door gebrek aan licht begon te verdorren. Ik liet mijn handen los van de wastafel en las de duidelijkste letters op het hokje. Jackson en Marilyn forever, dat was zo'n beetje de standaard tekst om aan te treffen bij wc's. Voor de rest stonden er vooral vieze woorden en beledigingen op. Terwijl ik de handschriften bekeek liep ik naar de andere kant van het hokje. Op het eerste gezicht was het niets bijzonders, maar toen viel mijn blik op het kleine gekriebel in het hoekje. Het was met pen geschreven en het was haast onleesbaar. Ik veegde het stof ervan af en probeerde enige orde in de tekst te vinden. Dit was niet iets dat een normaal iemand op een wc hokje zou schrijven. Ik ging in kleermakerszit zitten en begon te lezen. Het was een beetje raar, maar ik dacht in elk geval niet meer aan dingen die me misselijk maakten.

    [ bericht aangepast op 16 okt 2012 - 17:37 ]


    yeehh

    Eris Riley - Loner

    Zonder veel moeite wist Riley terug te keren naar haar broers. Ze had niet superveel omwegen gemaakt en was voornamelijk op de hoofdwegen gebleven waardoor ze over het algemeen de gehele terugweg zonder problemen had gelopen.
    ‘Ethan,’ groette ze haar oudste broer dan ook meteen toen ze op hem afliep. Ze hadden hun kamp – of hoe je het ook wilde noemen – opgeslagen op een iets hoger gelegen plateau waardoor ze de wegen in de gaten konden houden en eventuele gevaren al konden aanzien komen van ver. Het was dan ook eerder een strategische plek dan een comfortabele, maar nood dwong wetten.
    ‘Kijk’, zei Riley, terwijl ze de verbanddoos aan Ethan overhandigde. Zijn mondhoeken waren echter alweer in een grimmige trek vertrokken.
    ‘Het is hopeloos, Rile,’ verzuchtte hij, terwijl zijn blik afgleed naar Scott. ‘Zijn koorts is nog hoger en de wond begint zwart uit te slaan.’ Ethan schudde mistroostig zijn hoofd.
    ‘Ethan, het komt allemaal wel goed,’ verzekerde Riley haar oudste broer, terwijl ze de verbanddoos terug nam en zich naast Scott zette. Ze trok zijn broek omhoog en bekeek met afgrijzen de wond. Het zag er veel erger uit als toen ze deze ochtend vertrokken was. Aan de verbanddoos zouden ze inderdaad nog maar weinig hebben, tenzij… Meteen schoot ze overeind en sprokkelde zoveel mogelijk hout bijeen. Ethan keek zijn zusje argwanend aan, maar vroeg niet wat ze nu eigenlijk aan het doen was.
    ‘Ethan,’ riep ze hem echter al. ‘Ik heb je mes nodig.’ Ethans mes was beduidend langer en dus geschikter dan het hare.
    ‘Hoezo?’ vroeg hij. ‘Ben je van plan zijn been te fileren en te bakken?’ Riley schudde heftig haar hoofd, terwijl ze een vuur maakte.
    ‘Nee, ik ben niet van plan z’n been te fileren en ja, ik ben van plan om zijn been te gaan bakken. Of hoe je het wilt noemen.’ Ze keek veelbetekenend op naar haar oudste broer, maar die leek nog altijd niet helemaal mee. ‘Er zit nog wat alcohol, gedistilleerd water en verbanddoeken in de verbanddoos waarmee we de wond schoon kun maken…’
    Voordat ze haar zin had kunnen afmaken, was Ethan al overeind geschoten.
    ‘No way, Rile!’ riep hij uit. ‘Echt niet dat we dat gaan doen!’ Hij pakte Riley stevig bij haar schouder beet en trok haar bij het vuur vandaan.
    ‘Het is zijn enigste kans, Ethan. Als we niks doen, weten we zeker dat die infectie z’n dood wordt.’ Ze zag hoe Ethan twijfelde, dat hij wist dat ze eigenlijk gelijk had. Daarom verspilde ze geen verdere woorden eraan en maakte zich los uit zijn greep om de wond van Scott zuiver te maken.

    ‘Moet ik het doen, of doe jij het?’ vroeg ze aan Ethan toen ze klaar was. Haar blik gleed naar het mes waarvan het snijvlak in het vuur lag. Normaal gezien zou hij altijd zulke dingen als eerste doen, maar nu twijfelde ze aangezien hij absoluut geen voorstander was van het idee.
    Toch kwam Ethan overeind en pakte het mes vast.
    ‘Ik doe het wel,’ zei hij. Riley glimlachte doordat hij vastberaden had geklonken en omdat ze ergens toch ook wel opgelucht was dat zij het niet hoefde te doen.
    ‘Rile, neem jij zijn hoofd op zijn schoot en zorg ervoor dat hij zo weinig mogelijk geluid maakt. Het laatste wat we willen is ongewenst bezoek. Eén gemuteerd beest op een dag is meer dan voldoende.’ Riley knikte en verplaatste zich, bewust zwijgend over het feit dat er momenteel niet enkel gemuteerde dieren in de buurt rondwaarden. Eerst dit en dan pas zou ze Ethan op de hoogte brengen van hetgeen dat ze vernomen had.

    Bezorgd nam Riley Scott’s hoofd op haar schoot en boog zich iets over hem heen zodat zijn gezichtsveld geblokkeerd werd. Doordat ze hem verplaatst had was hij wakker geschoten.
    ‘Scott, we gaan je wond dichtschroeien, okay,’ sprak ze tegen hem op zachte toon. Haar hand streek over zijn voorhoofd om hem iets gerust te stellen. ‘Ik weet dat het pijn gaat doen, maar je mag niet schreeuwen.’ Ze zag in haar ooghoek een stokje liggen en griste deze snel van de grond. ‘Hier,’ knikte ze en bracht deze naar zijn mond zodat hij de pijn erop kon verbijten. Ze had geen idee in hoeverre Scott mee was in de realiteit, maar vroeg toch of hij er klaar voor was. Daarna keek ze angstvallig op naar Ethan, aangevend dat hij het maar moest doen. Het was duidelijk van haar gezicht te lezen dat ze het zo snel mogelijk achter de rug wilde hebben, dat zij nu degene was met de twijfels.
    Zonder aarzelen drukte Ethan echter het gloeiende mes al tegen de wond waardoor Riley Scott steviger vast moest pakken omdat zijn lichaam wilde terugtrekken. Ze zag hoe hij zijn kaken opeen klemde en hoorde hoe een gepijnigde grom hem ontsnapte. Ze wilde dat het zo snel mogelijk voorbij was.

    [ bericht aangepast op 16 okt 2012 - 21:00 ]


    “If you can smile when things go wrong, you have someone in mind to blame.”

    Donovan Nickolas

    "Je bent echt een eikel" zei ze tegen me en ik grinnikte alleen maar. "Ja, zo word ik vaker genoemd. Tenminste vroeger, nu niet meer." vertelde ik met een grijns aan haar. Ik was gewoon erg direct en sommige konden daar dus echt niet tegen. Maar ach dat was hun pech, waarom zou mij dat moeten boeien? Ik bedoel, ik hoef er toch echt niet mee te leven. Nu werd ik niet zo gemoed, maar dat was logisch. Iedereen hier had een rol toegewezen gekregen en mijne was nu eenmaal hoger dan de meesten hier. Daarbij kwam dat we samen moesten houden om mensen zoals haar weg te houden. Ze moesten me wel respecteren, maakt niet uit dat ze een hekel aan me hadden.
    Ze begon zich los te wringen uit mijn greep, waardoor ik haar alleen maar steviger vast hield. "Laat me los, ik ben hier nog niet klaar." schreeuwde ze en ik schudde mijn hoofd. "Dat heb je helemaal fout. Je bent hier klaar." vertelde ik rustig, "Wij hebben niks aan jou dus mag je weer weg gaan." Toen schoot er een idee door mijn hoofd. Ze is niet helemaal nutteloos. Ze is en blijft een vrouw en die hebben iets waarvoor elke man veel zou doen. Goed goed, niet elke man, maar ik wel. Ze zag er nog redelijk goed uit voor iemand met zo’n verneukt innerlijk. De woorden van Chase waren dan wel een waarschuwing geweest, maar hij had toch niks aan haar, dus waarom zou ik ernaar luisteren. Ik respecteerde alles wat hij zei, maar heel soms, zoals nu, was ik het niet met hem eens en daar zou zij nu voor moeten betalen.
    Met een grijns stopte ik met lopen en trok haar een kamer binnen waarna ik haar op een matras gooide en achter me de deur dicht deed. “Eigenlijk...” begon ik langzaam en met een brede grijns, “Is er een ding waar wij, tenminste ik, wat aan hebben.” Ik liep naar haar toe en speelde ondertussen met het mes dat ik uit mijn zak had gehaald. Het gleed flitsend tussen mijn vingers door en af en toe gaf ik hem door aan mijn andere hand. Een oud trucje van me waarmee ik vroeger mensen kon beindrukken, maar nu zou het me nog eens heel handig kunnen worden. Rustig liep ik op haar af terwijl ik elke beweging van haar in de gaten hield. Ze zou me niet zo makkelijk ontsnappen, dit was mijn kans op seks. En dat zou ik krijgen, hoe dan ook!

    [Rape mode, activated.]


    I hope you drown in all the cum you fucking swallow, to get yourself to the top.

    Roxanne Veronica Barlow, Lolita – Groep X
    ‘Ja, zo word ik wel vaker genoemd. Ten minste vroeger, nu niet meer.’ Vertelde hij met een grijns aan mij. Dacht hij nou werkelijk dat mij dit boeide? Jezus zeg, hij had echt een groot ego van hier tot Tokyo, nog even en ik zal ook dat bij hem eruit moeten rammen. Hierop rolde ik mijn donkere ogen dus maar en zuchtte hopeloos. Zelfs mannen hedendaags denken dat ze heel wat zijn, hoe zielig kun je dan zijn? Nou, vanaf het moment dat ik Donovan heb leren kennen, is het dus wel degelijk mogelijk. ‘Nu nog steeds, door mij, eikel.’ Vertelde ik hem doods. Ik probeerde ondertussen nog steeds los te wringen uit zijn greep, maar hij hield me hierdoor enkel nog maar steviger vast, waardoor ik mezelf, en niet te vergeten hem, vervloekte. Donovan schudde zijn hoofd op mijn woorden. ‘Dat heb je helemaal fout. Je bent hier klaar.’ Vertelde hij me met een rustige stem, ‘Wij hebben niks aan jou dus mag je weer weg gaan.’
          ‘Ha, ik wist wel dat je me liet gaan! Het sukkeltje kan me zeker niet aan, hé? Ik dacht dat je me nog wel zou ondervragen, maar zelfs dat kan je niet. Ach, dat had ik toch wel van je verwacht.’ Grijnsde ik en legde voor een kort moment mijn hand in mijn zij, aangezien het daar iets rood werd. Fuck, fuck, en nog eens fuck. Waar heb ik dit aan verdiend? Serieus, diep van binnen ergens ben ik vast een goed mens! Mijn gedachten werden abrupt afgebroken door Donovan die stopte met lopen. Hij was stil gebleven, zorgwekkend stil en dit vergrootte dus ook mijn wantrouwen jegens hem. Zeker toen ik een grijns op zijn achterlijke gezicht zag, waardoor ik al gelijk een paar stappen achteruit zette. Ik werd echter tegengehouden door zijn hand die me nog stevig bij mijn arm vasthield, en waar ik kort een vernietigende blik aan gaf.
          ‘What the –’ begon ik, maar ik kwam niet verder dan deze twee woordjes, aangezien hij me opeens een kamer binnen trok en me op een vies matras gooide. Mijn donkere ogen vernauwde zich wanneer hij ook de deur dichtdeed. Een heel ongemakkelijk gevoel nam van mij plaats en hoewel ik gelijk op wilde staan, deed ik dit niet en ging ik alleen zo ver mogelijk naar achteren, totdat mijn rug de muur raakte. ‘Eigenlijk…’ begon hij langzaam en met een brede grijns, welke ik nog steeds niet vertrouwde, ‘Is er een ding waar wij, tenminste ik, wat aan hebben.’ Hij liep naar me toe en speelde ondertussen met het mes dat hij uit zijn zak had gehaald. Het gleed flitsend tussen zijn vingers door en af en toe gaf hij hem door aan zijn andere hand. ‘Wat, je gaat jezelf toch niet aftrekken met mij in de buurt hé?’ probeerde ik grappig, terwijl ik nog steeds niet op stond, maar mijn hand langzaam naar mijn laars liet gaan, waarin mijn zakmes zat. Voor de zekerheid moest ik dat ding gewoon hebben. ‘Weet je, ik heb me bedacht, ik wil toch gaan. Kan je me de voordeur wijzen?’ Oh, fucking hel, dit was niet goed, helemaal niet goed, bedacht ik me. Die grijns op zijn smoel bewees het.

    [Lolita attack, activated. 8D]


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    [Omg, I like this shit!]


    I hope you drown in all the cum you fucking swallow, to get yourself to the top.

    Donovan Nickolas

    “Wat, je gaat jezelf toch niet aftrekken met mij in de buurt hé?” probeerde ze grappig, terwijl ze bleef liggen. "Nee, maar je komt in de buurt." zei ik terwijl ik met mijn hoofd schudde en bleef grijnzen. Ik zag dat haar hand naar haar laars ging en gaf een trap op haar arm. “Don’t even try”, zei ik doodserieus, “Ik breek je arm als dat nodig zou zijn.” Ik deed nog een stap naar voren waardoor ze nu amper iets kon doen. Ik zou er meteen iets tegen kunnen doen en als nodig haar ervoor straffen. Maar straf zou ze toch wel krijgen voor die grote bek van haar.
    “Weet je, ik heb me bedacht, ik wil toch gaan. Kan je me de voordeur wijzen?” Ik grinnikte en schudde mijn hoofd. “No can do, darling.” zei ik met een brede grijns. Ik greep haar bij haar polsen vast en duwde haar tegen de matras aan. “Die kans heb je verspeelt.” zei ik lachend, “Had je maar aardig tegen me moeten zijn hé?” Ik pakte een stuk touw dat in de hoek lag en bond daarmee haar handen vast aan een stevig uitziende ijzeren paal. Hopelijk zou die haar houden, maar ik ging uit van wel. Zou hij kapot gaan zou het alsnog geen probleem zijn. Ik had 2 lossen handen, zij twee vastgebonden handen. Hoewel ik wel zou moeten oppassen dat ze me niet laat stikken door het draad om mijn nek te krijgen. Maar dat betwijfelde ik. Ik zou er wel voor zorgen dat ze niet in een gunstige positie kwam te liggen om dat te doen.
    Met mijn hand ging ik langs haar wang, waarna ik haar een klap in haar gezicht gaf. “Wij gaan plezier hebben.” zei ik op een nogal perverse manier. Ik boog even iets naar voren en keek haar in haar ogen aan. “Hoe groot ben je nu nog”, begon ik met een grijns, "Schatje.”

    [Sick shit.]

    [ bericht aangepast op 17 okt 2012 - 18:58 ]


    I hope you drown in all the cum you fucking swallow, to get yourself to the top.