• ”Yo, ho, haul together,
    hoist the colors high.
    Heave ho, thieves and beggars,
    never shall we die.”


    Het is de 17e eeuw. Moord, chantage, afpersing. Wanneer je dit tegenkomt is het een grote kans dat er piraten langs zijn geweest — en één crew komt speciaal op in gedachten: The Seas Rose. Ze zijn gevreesd door al en zeker geen lichtgewichten.
          Net zoals nu zijn ze niet van plan om tegengehouden te worden en ze gaan door weer en wind. De kapitein van The Seas Rose heeft namelijk een missie: Een magisch object zoeken dat beschikt over de kracht van leven en dood. Echter wordt de crew wat anders verteld. Namelijk dat ze naar een van de grootste schatten op zoek zijn — waardoor het avontuur weliswaar anders kan verlopen.


    Rollen:
    • Kapitein • Homerus —— Eadwig Osmond Winthrop • 55 • 1,13
    • Stuurman • Assassin —— Cain Valentine • 35 • 1,2
    • Scheepsarts • Tarrant —— Crimson-eye Rogue (Blackwood) • 33 • 1,1
    • Kok • Morticia —— Edmund Keagan • 33 • 1,3
    • Daveed —— Eleazar Hamilton • 25 • 1,7
    • Nakamura —— Bone • 36 • 1,12
    • ——
    • ——


    • Kwartiermeester • Shireen —— Victoria Arche • 27 • 1,1
    • Doktersassistente • Chivalry —— Cordelia Grace Morgan • 26 • 1,4
    • ANTI —— Asparanza Ayres • 31 • 1,7
    • Ziegler —— Monica Kassandra Lopez • 25 • 1,8
    • XY —— Evangeline Sophia Rutherforth • 25 • 1,11
    • Valkyries —— Sitka Skythe • 29 • 1,12



    Regels:
    • Je mag meerdere personages aanmaken, mits je deze niet verwaarloost.
    • Geen ruzies, behalve in de RPG zelf.
    • Geen perfecte rollen! Iedereen heeft minpunten.
    • Bestuur elkaars personages niet. Alleen die van jezelf.
    • 16/18+ is toegestaan, maar zet er een waarschuwing boven.
    • In deze RPG moeten de posts 250 woorden bevatten.
    • Let op je spelling en grammatica.
    • Deze RPG is van Tarrant & Assassin.

    Begin:
    Het schip ligt in de haven van Port Royal, de thuisbasis van 'The Seas Roses'. Ze zijn bezig om de laatste voorbereidingen te treffen voordat ze weggaan om op hun 'schat' te jagen. Ze hebben zo goed als alle voorraad aan boord gehaald en de bemanning wordt terug verwacht op het schip om te vertrekken. Het is momenteel 10 uur 's ochtends, lichtelijk bewolkt en 23 graden. Over twee uur zullen ze uitvaren.

    Topics:
    Praattopic: 1 - 2 - 3
    Rollentopic: 1
    Speeltopic: 1


    “Work like a captain.
    Play like a pirate.”

    [ bericht aangepast op 9 aug 2016 - 22:43 ]


    Your make-up is terrible

    Charlotte "Charlie" Blake
    FC: Sabrina Carpenter | 22 jaar | Bemanningslid




    Maar net op tijd had ik nog op het schip weten te komen, mijn pruik was een beetje scheef gezakt, in een hoekje wist ik mijn haren er weer in te proppen. Misschien moest ik ze toch maar eens afknippen in een dergelijk kapsel, deze pruik zat voor geen meter en zakte constant scheef.
    Geen ideale vermomming dus.
    'Toch nog gekomen? Ik dacht al dat je misschien had besloten dat het hier teveel stonk naar rum.'
    Twee twinkelende groene ogen vonden die van mij, Alex lippen waren omhoog gekruld in een enorme grijns. 'Alex,' mompelde ik. 'Niet grappig. Jullie waren bijna weg gevaren zonder me.'
    Een grinnik vloog over Alex' lippen, blijkbaar vond hij het wel grappig. 'Moet jij niet helpen bij hun?' vroeg ik toen, mijn toon was een beetje strenger dan de bedoeling was, waar de etter weer prima gebruik van wist te maken.
    'En wat ga je doen als ik het niet doe?' vroeg hij uitdagend. 'Mijn moeder waarschuwen?'
    Ik gaf hem een vriendschappelijke stomp om te laten zien dan mijn afkomst echt niets over mijn handelingen hoefde te zeggen. Eerlijk gezegd had ik nooit begrepen waarom hij was weggelopen van huis, gezien hij een moeder had die om hem gaf, en ik niet meer.
    Maar Alex is sowieso nogal vreemd aangelegd.
    'Ik dacht eerder aan Standal.' zei ik daarom. 'Of the Lady. Beter?'
    Alex leek net een paar tinten bleker te zijn geworden en krabbelde overeind. 'Als je mee gaat ga ik werken, afgesproken?'
    Ik lachte en pakte zijn uitgestoken hand. 'Deal.' zei ik.

    [ bericht aangepast op 4 juli 2016 - 16:00 ]


    obsessive rage

    Crimson-eye Rogue.
    Vanuit zijn ooghoeken bemerkte hij een bekend, vrouwelijk figuur op zich aflopen. Hij kreeg een slecht gevoel, gezien dat hij een bemoeizuchtige assistente had die het maar te leuk vond om ervoor te zorgen dat hij geen van dattum kon krijgen. En dan precies op dit moment wist ze de perfecte timing weer te vinden om hem te betrappen en zijn geluk te verstoren.
          Van veraf had hij de persoon in kwestie al een waarschuwende, bijna dreigende, blik geschonken, maar dat leek diegene niet te deren — gezien ze steevast door bleef lopen en uiteindelijk voor hen stopten. Rogue liet een grom. “Wat ben jer oan't doen, Del?” Zonder een verder antwoord op zijn vraag, haakte ze zomaar haar arm door die van hem, zodat zijn bevallige vrouw wel wegging. Alsof dat nog niet erg genoeg was, besloot zijn assistente ook nog eens iets erbovenop te zeggen.
          'Pardon. Ik raad u aan van boord te gaan, mocht u nog niet levensmoe zijn.' Er mocht dan wel een glimlach rond haar lippen liggen, maar op dit moment kon Rogue alles behalve lachen om haar slechte timing. Hij probeerde zich los te maken van Cordelia en er wat tussen te krijgen, maar de vrouw kreeg telkens de voorhand — wat hem uitermate irriteerde. 'Volgende keer beter,' beantwoordde Del de andere vrouw.
          “Del,” antwoordde hij nogmaals grommend tegen haar. “Oppassen.” Alsof het een klein kind was die zijn snoep niet kreeg.
          Ze drukte zich dicht tegen hem aan en hij probeerde haar weg te duwen. Als een gek begon hij ook 'nee' te schudden met zijn hoofd, zodat de vrouw geen verkeerd idee kreeg. 'Sorry, 'k had geen idee dat het zo onduidelijk was.' Opeens kreeg hij een seksuele gedachte in hem op van de vrouw, Cordelia en hem samen, wat een totaal slecht tijdstip was, en het leek dan ook even dat hij van de wereld was — totdat hij er weer teruggebracht werd door een harde klap tegen zijn wang. Die zag hij niet aankomen. Letterlijk, want het was precies de kant van het ooglapje.
          'Echt?' Hoorde hij. De bevallige vrouw — met de grote boezem — was nergens te bekennen en Cordelia was begonnen met weglopen. 'Joúw schip?'
          “Ssssst,” beviel hij haar wanneer hij als een gek om zich heen keek en zijn wijsvinger tegen zijn mond aanhield. Straks verraadde ze alles nog, de ellendeling.
          'Je moet echt eens met iets originelers komen. Er is niks mis met je handen, King of Swords. Ik hoef echt geen wijven meer tussen mijn drank te zien krikken.' Hm, samen? Ik wel — dacht Rogue op een ongelegen tijdstip, en hij haalde vermaakt om de gedachte een wenkbrauw op.
          “Kun je wel tegen een eenogige boekanier!” Schreeuwde hij toen terug. Daar had Del waarschijnlijk geen zorg om, want de vrouw liep door alsof het de normaalste zaak van de wereld was en Rogue bleef verslagen staan met pruillip. “Jer bent godverdomme m'n assistente!” Zijn hoofd hing weer naar beneden, neergeslagen. Allerlei manieren probeerde hij te bedenken om toch zichzelf op te krikken, maar er was niks anders wat in zijn hoofd kwam dan één optie.
          Met nog een laatste brom, zette hij zijn pas richting het schip en volgde Del — tot hij bij haar aankwam en met zijn gezichtsuitdrukking op onweer pakte hij ruw met zijn hand haar arm vast, waarna hij haar meetrok. Geen enkele aandacht besteedde hij aan de rest, waarna hij een plekje benedendeks vond waar ze alleen waren en haar tegen een houten balk drukte. Zijn hand omvatte haar nek en intens keek hij haar aan, wanneer hij haar bovenkleding los maakte van haar lichaam en zijn hand over haar bovenlichaam wreef.
          “Goedschiks...” Hij kwam met zijn gezicht dichterbij, enkele centimeters van haar gezicht verwijderd, en sprak met furieuze toon doch was zijn ondertoon vurig. “.. of kwaadschiks.”
          De spieren in zijn lichaam waren aangespand, zodat ze minder kans had om weg te gaan en hij meer grip had op de situatie. Hij liep verdomme zijn drank mis en Cordelia had zijn tweede optie weggejaagd, dus vond hij het niet meer dan logisch dat zij hiervoor de consequenties nam.
          “Ik zal het krijgen.” Het waren zijn ietwat ruwe lippen die haar nek kusten — zijn gespierde lichaam was tegen de hare aangedrukt. Niemand moest hem nu nog storen, want hij kon elk moment ontploffen.








    [ bericht aangepast op 4 juli 2016 - 16:07 ]


    Don't walk. Run, you sheep, run.

    † C A I N      V A L E N T I N E †
    stuurman | 35


    "Hij overleeft het wel. Ik was op het verkeerde moment op de verkeerde plaats, dat is alles." antwoordde Victoria. "Was jij ook toevallig op de verkeerde plek? Want het lijkt me mijn taak om de lading te inspecteren..."
          Ze liep langzaam langs me heen, haar rug gerecht alsof er niks aan de hand was. Mijn ogen volgden de jonge vrouw terwijl ze haar werk deed en even was het stil omdat ik niet gelijk antwoord gaf. Ik bleef vooral omdat ik haar momenteel even wilde polsen. Wat wist ze en wat zou ze ermee gaan doen? Als ze het voor zichzelf hield, vond ik het al best.
          "Hij was op de verkeerde plek, ik deed alleen mijn plicht als stuurman," antwoordde ik mompelend.
          "Wat er tussen jou en Keagan speelt kan mij niet deren, zelfs niet als kwartiermeester die op de hoogte moet blijven van wat er tussen de bemanning speelt," zei ze, waarna ze zich terug naar mij omdraaide. "Ik vertrouw je graag, Cain. En dat doe ik ook, dus ik zal niet vragen wat je hier deed. Kun je me helpen om deze kist te verslepen? Deze moet naar de etensvoorraad ruimte."
          Haar hand lag op een kist en ik keek haar fronsend aan. Dat was nieuw, iemand die me vertrouwde en zich niet met mijn zaken wilde bemoeien. Hij vond normaal niet zoveel van Victoria, maar momenteel mocht hij haar wel. De enige reden dat hij de ruimte weer inliep en besloot om haar te helpen was dan ook omdat hij haar te vriend wilde houden. Dat was voor nu de beste optie waar hij het meeste baat bij had.
          "Heb je hulp nodig," vroeg een vrouwelijke stem plotseling uit een hoek. "Ik kan je altijd helpen, Victoria."
          Het was Monica en in eerste instantie negeerde ze mij gewoon, tot ze me kort aankeek. Ik liet een dramatische zucht over mijn lippen rollen. Soms had ik de neiging om iets te theatraal te reageren. Zoals nu. Op de één of andere manier was Monica hier al geweest voor ik hierheen kwam en had ze hetzelfde aanschouwt als Victoria, maar in deze vrouw had ik wat minder vertrouwen.
          "Jullie houden me een beetje teveel van afluisteren," gromde ik. "Ik kan hier ook nergens privacy meer vinden. Best, help jij haar dan maar, dan kunnen jullie daarna roddelen."
          Met een dramatisch gebaar gooide ik mijn armen de lucht in en liep ik de ruimte opnieuw uit. In plaats van naar het bovendek te lopen, liep ik door naar naar de andere ruimtes benedendeks om te zien of daar nog wat te vinden zou zijn. Een bemanningslid die misschien wat te drinken verstopt had? Je wist het maar nooit. Ik doorzocht andermans spullen soms maar al te graag.


    Your make-up is terrible


    “TEDDY”      KEAGAN
    ——KOK



    Nog even en hij had die arrogante glimlach van zijn bakkes willen slaan, maar hij hield zich met het laatste kleine beetje in. Voornamelijk omdat hij zijn status of persoonlijkheid niet wilde verpesten om met zo’n schoft gezien te worden. Edmund had geen idee of Valentine hiervan af wist, dat hij zichzelf niet door hem wilde verpesten, maar hoopte zeker dat het niet op fysiek geweld uit zou draaien.
    Echter, de mannelijke kok kan het tevreden gevoel niet inhouden zodra hij stampend op de man afliep. Zijn ogen worden iets groter, en de vergenoegde emotie is momenteel al genoeg om hem niet echt te verbouwen. Eigenlijk zou hij best willen weten hoe dat af zou lopen, maar hij waagde het er maar niet op. Straks werd hij van het schip afgegooid, en dat moesten ze natuurlijk niet hebben.





          Het is vreemd dat hij zo stil blijft, met dat bijdehante bekkie van hem wist hij immers overal wel op te reageren. Het duurt even, maar dan hoort hij hem toch roepen, al klonk het wat zwakker dan anders. “Dat dacht je maar! Ik ben mooi stuurman en jij een domme kok!” Behalve een zelfingenomen grijns in combinatie met een redelijk hooghartig gesnuif, reageerde hij er niet op.
    Na het zien van Victoria bleef hij doorstappen, ditmaal direct door naar het bovendek, om geen aandacht te richten aan enig ander persoon daar. Hij had wel het geluid gehoorde dat erop duidde dat Valentine hem achterna was gelopen, maar hij keek niet op of om en hoopte eveneens dat hij die vent voor een tijdje niet zal zien. Teddy besloot om tegen de reling aan te leunen en zo over het blauwe water uit te kijken. Hoewel hij het sigarenkistje nog steeds vast had, wist hij niet zeker of hij er goed aan had gedaan. Het rook vreemd toen hij het onder zijn neus hield en die verkoper was ook van z’n padje af. Kort kwam het geschrokken gezicht van Victoria in hem op, waardoor zijn mond niets meer dan een streep werd. Ze had vast een slecht geweten.
          ‘Pfft,’ verzuchtte hij, om het toch te proberen en een pakje lucifers tevoorschijn te toveren. Echte sigaren steek je nu eenmaal aan met een lucifer, dat hoort zo. Al was dat met deze nog maar te hopen. Hij beet het koppie van de grote sigaar eraf, spuugde het uit en stak hem aan. De rook die ervan af kwam, was vreemd en hij werd er een beetje wazig van. Toch besloot hij de sigaar tussen zijn vingers te laten rollen en uiteindelijk een hijs ervan te nemen.

    [ bericht aangepast op 4 juli 2016 - 23:07 ]


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Cordelia ‘‘Princess’’ Morgan
    Doktersassistente — 26



          Deze eenogige boekanier — zoals Rogue zichzelf noemde — had er een handje van zijn handicap in de strijd te gooien. Dacht hij werkelijk dat zij er iets om gaf? Ze zwoer toch dat ze wel duidelijk had gemaakt niet zo'n type vrouw te zijn. Iedereen hier mankeerde wel wat. Dat maakte hem nog niet speciaal. Dat zorgde er dan ook voor dat ze zich vrij snel over het schip had verplaatst; niet van plan iets toe te voegen aan die armzalige conversatie. Haar gedachten zaten al elders toen ze plotseling niet al te zacht werd vastgegrepen — en zich voor ze het goed en wel begreep in een huiveringwekkende situatie bevond.
          ‘‘Ik zal het krijgen.’’ De woorden werden al snel opgevolgd door daden, vastgeklemd tussen zijn lichaam en het hout tegen haar rug. Ze realiseerde zich dat hij het daadwerkelijk meende toen ze zijn lippen ruw over haar huid voelde kruipen. Alhoewel er een zekere vorm van angst door haar heen schoot — was het voornamelijk woede dat zich een weg naar boven vocht. Op ieder, ander moment had ze hem de kans geboden vriendelijk van haar af te stappen. Maar de pulserende overtuiging van zijn kant zorgde er uiteindelijk voor dat ze al even ruw naar de achterkant van zijn hoofd greep; waar ze haar vingers venijnig in zijn haar zette om hem omhoog te laten kijken,en met haar andere hand doelgericht een mes van haar riem pakte; welke ze daaropvolgend tegen zijn keel drukte. Haar borstkas vloog wild op en neer; het was onmogelijk moeilijk hem zo vast te houden. Hij was vele malen sterker, maar een mes tegen zijn hals zou hem wellicht afleiden.
          ‘‘Ben je helemaal gék geworden!?’’ De woorden rolden over haar lippen in een mengeling van gekwetsdheid en afkeuring — iets wat haar danig verbaasde. ‘‘Is dit werkelijk hoe jij je zin doordrijft? Ik had je voor alles aangezien en geaccepteerd, maar een verkrachter?’’ Cordelia kon zich niet herinneren wanneer ze voor het laatst zo boos was geweest. Of teleurgesteld.
          ‘‘Ga van me af. Als je hem ooit nog in een andere zielepoot wil kunnen steken.’’ Ter verduidelijking wees ze het mes ditmaal omlaag, de blik in haar ogen meer dan tien graden kouder dan hun gewoonlijke blauw. Ze kon zich geen voorstelling maken van de ernst die ze klaarblijkelijk had veroorzaakt door die dame van het schip te sturen. Del bewees hem wellicht zelfs een dienst; de Captain wilde snel genoeg uitvaren. Een vriendschap zat in haar beleving anders in elkaar, en bevatte absoluut geen ongewillige seks. Dit bewees maar weer eens waarom ze nog nooit bij hem in bed was gekropen. Hij had de driften van een orkaan.


    Feel the fire, but do not succumb to it.


    Eleazar Hamilton
    † † †
    Bemanningslid — 25



    Psalm 42:1 As a deer pants for flowing streams,
    so pants my soul for you, O God.

    "De Heer zorgde nu voor een walvis en de grote vis slikte Jona in. Hij bleef in de buik van de vis voor drie dagen en drie nachten," sprak Azar de mensen rondom hem toe met een krachtige stem. Hij voelde een tiental ogen op zich branden; geïntrigeerd keken ze hem aan, niet enkel omdat hij kon lezen, wat zij waarschijnlijk zelf niet konden, maar hopelijk ook door de woorden die hij voorlas. Zijn dagen als priester en predikant waren voorbij, maar het was zijn plicht, door de Heilige Maagd zelf aan hem opgelegd, dat hij nog steeds het woord van God moet verspreiden waar hij kan. De ongelovigen kunnen altijd gelovig worden, zolang iemand hen daarmee helpt. Vanzelfsprekend wilde Azar die persoon wel zijn.
          "In de buik van de vis bad Jonah tot de Heer zijn God. Hij zei: 'In mijn nood riep ik tot de Heer, en hij antwoordde mij. Van diep in het rijk van de doden riep ik om hulp, en U luisterde naar mijn geroep. Naar de wortels van de bergen zonk ik neer; de aarde sloot mij op, voorgoed. Maar U, Heer, mijn God, bracht mijn leven uit de put.'" Hij draaide de flinterdunne bladzijde van het door leder omgebonden boek om en las de volgende passage: "En de Heer gebood de vis, en die spuwde Jona op het droge. Toen sprak de Heer een tweede keer tot Jona: 'Ga naar de grote stad Nineve en verkondig daar de boodschap die ik u geef.'"
          De dame voor hem hoestte en bedekte de baby in haar armen tegen een plotse windvlaag met de rand van haar gerafelde jurk. Verstrooid en verstoord keek Azar op en zijn ogen vonden de masten van The Seas Rose in de verte. Van deze afstand zag hij de bemanning op en af het dek lopen, terwijl ze spullen aan boord brachten en zich klaarmaakten voor de nakende lange reis.
          Hij sloot zachtjes en vol respect zijn vaders oude Bijbel en stak hem in zijn lederen schoudertas. "God wijst jullie de pad," besloot hij met een heldere stem en keek het handje vol mensen één voor één in de ogen. "Volg het Licht en Hij zal jullie belonen. Dat beloof ik." Met een zachte aanraking overhandigde hij de vrouw met het kind een half-opgegeten brood en een bemoedigende glimlach.
          Met snelle passen liep hij tussen de mensen door. Hij voelde nu en dan een hand op zijn arm, terwijl ze hem bedankten of hem vreemd aankeken. Hij was dat al gewend. Ongelovigen dachten dat hij gestoord was, want wie spreekt er nu zo uitbundig over iets dat niemand kan zien? Anderen keken naar hem alsof hij de reïncarnatie was van de Heer Jezus Christus. Hij wist nog niet zozeer welke van de twee hij liever had.
          De zilte geur van de zee werd enkel sterker naarmate Azar dichter bij de haven kwam. Hij zag hoe mannen negers verhandelden en op schepen duwden, hoe vrouwen manden vol verse — en niet zo verse — vis naar de stad sjouwden en hoe kapiteins hun bemanning bevelen toeschreeuwden. Zijn eigen kapitein, kapitein Standal van The Seas Rose, stond op het dek van zijn goed-uitgerust schip en keek naar een punt in de verte, aan de andere kant van de oceaan. Hij dacht waarschijnlijk aan zijn schat, bedacht Azar zich. De schat waar al weken over werd gefluisterd op het dek. Het komt Azar allemaal vrij weinig schelen. Zolang hij zijn munten, eten, onderdak en nu en dan een nieuw boek kreeg, was hij tevreden.
          Zich tussen crewleden, kratten en zakken wurmend stapte hij op het — nu nog — schone dek van het schip. Hij voelde de deining van de zee, hoorde het geklots van de golven tegen het hout en het geschreeuw van de bemanning op het dek. Hij ging passief op zoek naar de kwartiermeester, de Lady, om haar te laten weten dat hij aanwezig was en klaar om haar van dienst te zijn — of iets dergelijks — maar vond haar niet onmiddellijk. Wie hij wel vond was de scheepskok. Hij liet zijn zak van zijn schouder glijden en boog voorover, terwijl hij met zijn ellebogen op de boord van het schip leunde.
          "Enig idee waar we heen gaan?" vroeg Azar kalm en nadenkend als een soort begroeting. De wind zorgde ervoor dat zijn haren voor zijn gezicht hingen en hij veegde ze weg achter zijn oren. De iets nettere paardenstaart van eerder was verdwenen en had plaatsgemaakt voor de ruigere look — voor zover de netjes geschoren vijfentwintig-something-jarige er ruig uit kon zien. Het was een soort symbool van Azars overgang van semi-predikant naar piraat.


    kindness is never a burden.


    Victoria 'The Lady' Arche
    Quartermaster • 27






    Voordat Cain antwoordde, hoorde Victoria alweer een vrouwelijke stem. 'Heb je hulp nodig?' Ze draaide zich vluchtig om naar de ingang van het laadruim, met een trappetje vanaf het dek. Monica stond al in het laadruim, wat ervoor zorgde dat Victoria zich afvroeg hoe veel Monica van de conversatie had meegekregen. Even slikte ze. Had Monica gehoord dat ze Cain had laten wegkomen met wat hij hier ook aan het doen was? Maar na voor slechts een tel te hebben nagedacht, wist ze al dat ze zich geen zorgen hoefde te maken over Monica. Die zou nooit iets aan Captain Standal verlinken, en als ze dat al deed, wist Victoria dat het tussen Cain en Standal wel goed zat.
          'Ik kan je altijd helpen, Victoria.' Ze schonk Monica een kleine glimlach, en draaide zich toen weer om naar Cain. 'Jullie houden me een beetje teveel van afluisteren.' Victoria had niet eens de mogelijkheid gekregen om hem te vertellen dat zijn hulp dus blijkbaar niet meer nodig was. Ze zuchtte diep. Ze haatte dit. Ze haatte het enorm om voor iets aangezien te worden dat ze niet was. Nu wist ze natuurlijk dat Cain gespecialiseerd was in dramatiek, maar hier kon ze niet tegen.
          'Ik kan hier ook nergens privacy meer vinden. Best, help jij haar dan maar, dan kunnen jullie daarna roddelen.' Slaan ging ze hem natuurlijk niet, maar ze kneep uit frustratie haar rechterhand tot een vuist en keek naar de grond. Ze keek nog wel op naar hoe Cain zijn handen in de lucht gooide en er weer vandoor ging. Nogmaals zuchtte Victoria, maar toen draaide ze zich om naar Monica.
          'Dank je wel, Monica. Deze kist moet richting de etensvoorraad.'





    [ bericht aangepast op 6 juli 2016 - 14:34 ]


    how dare you speak of grace





    SITKA SKYTHE
    Vooral humeurig was Sitka aan boord van The Seas Rose gegaan, waarbij ze de emmer die in haar weg lag, een rotschop verkocht. Weeral was er een dag gepasseerd zonder dat het haar iets had opgeleverd en de verbeten trek rond haar lippen verried dan ook dat men haar beter met rust kon laten. Het was niet van haar doen om zich zo uit te laten, maar ze was het kotsbeu dat haar zoektocht telkens op een dood spoor eindigde.
          ‘Faen i Helvete,’ vloekte ze in het Noors, wat zoiets betekende als godverdomme. Ze besefte dat ze zich te kijken zette op deze manier aangezien het niet in haar normale doen lag, en daarom staakte ze haar pas. Ze haalde diep adem via haar neus en wist zichzelf tot kalmte te bedaren. ‘Niet hier,’ sprak ze zichzelf toe. Ze wierp haar frustraties naar binnen toe, waardoor ze bedaarde en slechts nog op de binnenkant van haar wang beet, ten teken dat ze haar ontploffing naar binnen toe richtte.
          Terug de bedaardheid zelve, begaf Sitka zich stapvoets benedendeks. Daar kon ze ongestoord kwaad zijn en mokken zoveel ze wilde, tot het haar de keel uit kwam en ze er genoeg van kreeg. Niemand hoefde te zien dat zij evengoed haar emoties niet altijd onder controle had.

    Benedendeks ging ze meteen naar het slaapgedeelte, waar over het algemeen zich niemand zou bevinden gezien de meesten nog aan land waren of wel iets beters te doen hadden dan hier te lanterfanten. Tot haar eerste ongenoegen zag ze Cain tussen haar spullen snuffelen. Hij mocht dan wel met zijn rug naar haar toe staan, toch herkende ze hem uit duizenden. Deze afleiding kon ze eigenlijk nog goed gebruiken, bedacht ze echter algauw, en ze sloop stilletjes dichterbij.
          ‘Wel, wel, wie hebben we hier,’ liet ze vervolgens op uitermate geamuseerde toon weten dat hij betrapt was. Niet dat het hem ook maar iets zou schelen, waarschijnlijk. In dat opzicht was hij veel te arrogant, maar dat was voor Sitka geen ramp. Ze kon waardering opbrengen voor de piraat, meer dan voor de meeste andere mannen op het schip.
          ‘Ik geloof dat je opzoek bent naar dit,’ en ze overhandigde hem een zilveren flacon met sterke drank die ze tussen haar spullen uit haalde.



    “If you can smile when things go wrong, you have someone in mind to blame.”

    Crimson-eye Rogue.
    Met een ruk trok de vrouw hem aan zijn haar naar achter, waardoor hij de balken boven hen opviel en een bekende, vuile plek zag. “Bloody swabbies,” vervloekte hij hen. Zonder dat hij het zelf doorhad, ging hij met zijn hand over de plek — wat tot zijn dieptepunt niet vochtig was. Hij kon het er niet af likken. “Verdomd,” vloekte hij nogmaals.
          Miniem voelde hij het mes tegen zijn keel aan, maar zelf omvatte zijn hand de nek van de vrouw nog. De man vond haar vurige kant verfrissend; alhoewel hij vaak genoeg vrouwen had, was hij amper zo'n vurig karakter tegengekomen. Hij besloot te wachten, ook wanneer hij terugdacht aan zijn herinneringen van hoe hij vrouwen behandeld had en erover dacht. Zelden, het liefste gewoon niet, had hij zoiets van dat hij vrouwen dwong. Het zat niet in zijn karakter, noch was hij zo opgevoed. Waarom had hij anders geprobeerd een prachtige vrouw van slavenhandelaars te redden? Alhoewel Rogue had gefaald, was dit niet hém.
          Doordat hij tegen haar aanstond, voelde hij hoe haar borstkas wild op en neer bewoog. Als dit haar afleidingsmanoeuvre was, dan had ze niks geleerd in de tijd die ze samen met hem doorbracht. Hij werd eerder afgeleid door haar borsten die zich tegen zijn borstkas aandrukte — dus de man had er geen erg in en sloeg de dolk laconiek aan de kant. 'Ben je helemaal gék geworden?! Is dit werkelijk hoe jij je zin doordrijft?' Rogue voelde alsof ze hem zojuist als kind bestempelde. 'Ik had je voor alles aangezien en geaccepteerd, maar een verkrachter?'
          Ondertussen had hij zich weten uit haar geweld (met haar hand) weten te werken en zijn handen bewogen sloom over haar lichaam. 'Ga van me af. Als je hem ooit nog in een andere zielenpoot wil kunnen steken.'
          “Lass.” Zijn stem klonk ruig, schor — maande hij haar tot rust. Inmiddels hadden zijn grote handen de weg gevonden naar haar middel, waar ze ook rustten, en voor de vrouw moeilijk ging doen — knoopte hij met een respectvolle manier de bovenkleding dicht. Hij was moe, op, en vooral geagiteerd doordat deze dag zo verdomd slecht begon. Het laatste wat hij wilde was dat hij beschuldigd werd van verkrachter — vooral van zijn rechterhand.
          Waarna Rogue klaar was met het dichtknopen, slaakte hij een zucht van vermoeienis en liet zijn hoofd rusten op haar schouder. “k Weet nie' wat er gebeurd met me, Cordelia,” mompelde hij duidelijk teleurgesteld in zichzelf. Er lagen nog twee handen rond haar middel te rusten, maar zelf was hij niet van plan iets verkeerds ermee te doen.
          “Jer heb helemaal gelijk, Del. 'k Ben alt'd de goede man geweest.” Piratelijk gezien — in zijn ogen — was het logisch wat hij deed, aangezien het afkickverschijnselen waren. Het was verschrikkelijk. Hij begon nuchter te worden.
          Nog een laatste kus gaf hij haar in zijn nek. Deze was anders dan de voorgaande — lief en zorgzaam. “Ga..” sprak hij in een donkere sfeer, waarna hij zichzelf afhaalde van de vrouw en een stap naar achteren zette.
          Om te kijken of ze daadwerkelijk de cabine verliet, keek hij over zijn schouder naar haar met een bepaalde blik in zijn ogen — hij kon zichzelf niet vergeven, en ging in een houten balk in een hoek zitten. Een zachte zucht verliet zijn lippen — wat veel zorg bevatte. Vanuit zijn ooghoek viel hij op een fles drank. Met een kreun pakte hij deze, waarna hij met een plof — de fles aan zijn mond, neerviel op de grond.
          “What shall we do with a drunken sailor? Early in the morning? Put him in the long boat 'til he's sober,” zong hij.








    [ bericht aangepast op 6 juli 2016 - 15:07 ]


    Don't walk. Run, you sheep, run.

    MONICA KASSANDRA LOPEZ
    Bemanningslid | 25 | Talking to Victoria & Cain


    Aan de dramatische reactie van Cain te zien, had Monica nog niet half meegekregen waar hun gesprek precies overging. Het interesseerde haar eigenlijk weinig. "Jullie houden me een beetje teveel van afluisteren," gromde Cain. "Ik kan hier ook nergens privacy meer vinden. Best, help jij haar dan maar, dan kunnen jullie daarna roddelen." Met een opgetrokken wenkbrauw keek Monica de man na toen hij de ruimte uit liep. Toen ze er zeker van was dat hij haar niet meer kon zien, rolde ze geïrriteerd haar ogen. Dat zou ze, in principe, ook wel in zijn gezicht doen maar Monica had weinig zin in een boze Cain.
          Monica merkte de irritatie bij Victoria op. Ze draaide zich naar Monica toe en bedankte haar voor het aanbieden van hulp. Daar reageerde Monica vervolgens niet op, omdat ze wilde weten wat er aan de hand was. 'Wat was dat net met Valentine?' vroeg Monica dan ook. Ze keek naar Victoria en vervolgens liet ze haar ogen de ruimte inspecteren. Monica had altijd de neiging om de ruimte waarin ze zich bevond te bekijken. Op de een of andere manier voelde ze haarzelf altijd onveilig op een piratenschip en daarom zocht altijd naar mogelijke bedreigingen. 'Waarom deed hij zo moeilijk?' vervolgde ze haar vraag naar Victoria, doelend op het gedrag van Cain. Monica kon hem sowieso nooit peilen, maar ze probeerde hem wel te doorgronden. Het feit dat ze niemand vertrouwde, ging gepaard met een gewoonte om mensen te willen begrijpen.


    Big girls cry when their hearts are breaking

    † C A I N      V A L E N T I N E †
    stuurman | 35


    Ik humde zachtjes terwijl ik behendig met mijn vingers door iemands spullen zocht. Ik had eigenlijk geen idee van wie deze spullen waren en het kon me ook niet zoveel schelen op het moment. Ik vond een paar Spaanse peso's die ik in mijn broekzak liet glijden voordat ik de spullen terug stopte en ergens anders ging zoeken. Het leek toch stil te zijn en ik nam er de tijd voor.
          "Wel, wel, wie hebben we hier," klonk het plotseling vlak naast me op een geamuseerde toon.
          Ik schrok er niet echt van, maar voelde me wel een tikkeltje geïrriteerd dat iedereen de intentie leek te hebben om mijn dag te verpesten. Ik draaide me om naar de vrouw met het blonde haar die naast me stond, Skythe. Ik was minstens anderhalve kop groter dan haar, maar toch wist ze menig man makkelijk te intimideren. Deze vrouw had een stevig paar zeebenen.
          "Ik geloof dat je opzoek bent naar dit."
          Ze haalde een zilveren flacon tussen haar spullen vandaan en overhandigde die aan mij. Ik bekeek hem kort, opende de fles en rook eraan. Er zat duidelijk een sterke drank in. Ik waagde het er maar op en nam er een flinke slok van, waarna ik haar er ook eentje aanbood. Dat mocht ook wel, want het was haar eigen drank. De drank voelde warm terwijl het door mijn slokdarm naar beneden vloeide.
          "Niet precies waar ik naar zocht, maar het voldoet," zei ik. "Je hebt toevallig niet meer van dat spul hier liggen, zeker?"
          Hierop ging ik schaamteloos verder met door haar spullen te zoeken. Als het al haar spullen waren en niet die van iemand anders en zij gewoon toevallig de drank wist te vinden omdat zij hetzelfde deed als ik. Met mensen zoals ons kon je dingen niet zomaar uitsluiten. Ik merkte het waarschijnlijk vanzelf wel als het van haar was. ik viste een onderbroek tussen de spullen vandaag.
          "Is deze van jou?"


    Your make-up is terrible




    SITKA SKYTHE II BEMANNINGSLID II 29
          Cain nam de flacon aan, rook aan het sterke goedje vooraleer hij een flinke slok nam en bood deze vervolgens aan Sitka aan. Zelf nam ze eveneens een behoorlijke slok waar menig vrouw achterover van zou slaan.
          ‘Niet precies waar ik naar zocht, maar het voldoet,” zei hij toen. Sitka haalde flauwtjes haar schouders op.
          “ALS ik ongegeneerd iemands spullen zou doorzoeken, is drank toch één van de eerste dingen waar ik naar op zoek zou gaan,” zei ze, op een toon die verried dat ze zelf nooit door iemands spullen zou snuffelen. Ze nam een tweede slok, waarna ze de fles terug aanbood aan Cain.
          "Je hebt toevallig niet meer van dat spul hier liggen, zeker?" Hij zocht schaamteloos verder tussen haar spullen. Zij keek slechts toe hoe hij tussen haar eigendommen rommelde en verder zocht naar wist zij veel wat. Hij zou toch niet bijster veel aantreffen. Dus Sitka liep naar één van de andere slaapplaatsen, rommelde tussen enkele tassen en pakte een fles waar al een groot deel uit was.
          “Je moet weten waar je moet zoeken,” zei ze, terwijl ze de fles omhoog hield. Een fles met hetzelfde spul als wat er in de flacon had gezeten. Natuurlijk was Cain niet de enige die ongegeneerd door iemands spullen durfde te spitten. Sitka vermoedde dat het overgrote deel van de bemanning dit deed, en zij was ook zeker geen uitzondering daarop.
          "Is deze van jou?" werd haar doodleuk gevraagd, toen hij een simpele onderbroek vasthield.
          “Je doorzoekt mijn spullen, dus wat denk je zelf? Of had je nu echt iets van leer, sexy kant of iets met jarretels verwacht?” Ze trok ongelovig een wenkbrauw op, aangezien het meer dan bespottelijk was; zij, in verleidelijk ondergoed.

    [ bericht aangepast op 6 juli 2016 - 20:21 ]


    “If you can smile when things go wrong, you have someone in mind to blame.”

    Cordelia ‘‘Princess’’ Morgan
    Doktersassistente — 26



          In stilte hoorde ze hem aan — hoe hij langzaam bij zinnen leek te komen en de greep rondom haar hals verloste. Pas toen merkte ze op dat dit een bizar tafereel was; zelfs voor Rogue. Dat was dan ook de reden waarom ze hem liet begaan, en niet protesteerde toen hij zich nog even tegen haar aandrukte. Het was bijna alsof hij troost zocht — al wist ze niet of dat zoveel beter zou zijn.
          Met lede ogen keek ze toe hoe hij zich in zelfmedelijden neersettelde op de niet al te schonen vloer van de ruimte. Drank was een magisch middeltje — tot het uitwerkte. En voor sommigen was de overstap naar de realiteit een brug te ver. Besluiteloos bleef ze dan ook staan, dralend bij de deur nadat hij haar min of meer had vrijgelaten.
          ‘Wat moet ik toch met jou, zuipschuit?’ Er hing een zweem van een glimlach achter de woorden. Menigeen had direct de benen genomen na een situatie als deze. Cordelia niet. Ze kende de man te goed om hem tot mislukte verkrachter te bestempelen. Een blik op haar zorgvuldig dichtgeknoopte blouse zorgde ervoor dat ze zich voorzichtig naast hem op de grond wurmde. Haar laarzen maakten enkele, schrapende geluiden over het hout, maar lagen uiteindelijk stil terwijl ze niets ziend voor zich uit keek. Inmiddels was haar ademhaling bedaard en voelde ze zich niet eens meer zo verhit. Verderweg was het leven uit Port Royal vaag te horen, wat op den duur een grote mengeling vormde met de stemmen en geluiden bovendeks.
          ‘De drank is nooit op,’ mompelde ze alsof het een groots troostgebaar was. Uit gewoonte wreef ze apathisch over de arm waarmee hij de fles vasthield. ‘Ik zou je anders niet kunnen verdragen, of wel?’ Alhoewel dat meer als een grapje was bedoeld liet de sfeer haar niet echt lachen. In plaats daarvan duwde ze zich overeind, in dat proces een vederlichte kus op zijn voorhoofd achterlatend.
          ‘Vergis je niet, Rogue, als je me nog eens zoiets flikt hou ik me aan mijn woorden.’ Ditmaal zat er geen venijn in haar stem, maar liet ze de woorden nog wel even tussen hen in hangen voor ze hem alleen liet. Ze vertrouwde erop dat hij zich bij elkaar zou rapen en zou verschijnen waar nodig. In de tussentijd deed ze vooral haar best om het voorval naar de achterkant van haar hoofd te drukken en niemand in de weg te lopen op weg naar boven.


    Feel the fire, but do not succumb to it.


    Victoria 'The Lady' Arche
    Quartermaster • 27


    Monica reageerde simpelweg niet op Victoria's bedankje, maar voelde zich direct zo vrij om maar raak te vragen.
          'Wat was dat net met Valentine?' Victoria's mondhoeken verstrakten zich direct tot een rechte lijn terwijl ze Monica even stil aankeek. Ze keek haar even onderzoekend aan. Ze snapte haar nieuwsgierigheid. Ze wist dat ze de geheimen die ze zou vertellen hoogstwaarschijnlijk voor zichzelf zou houden. Maar al binnen een paar seconden van in stilte nadenken, spookte Edmund's gezicht alweer door haar hoofd. Niet enkel zijn gezicht, maar zijn intimiderende houding, die ze van hem tegen zichzelf niet gewend was. De beestachtige grom die haar eigenlijk een beetje angst had aangejaagd. Maar daarnaast hoe teleurgesteld hij al in haar was over iets waar ze nauwelijks iets aan kon doen. Iets dat per ongeluk was gebeurd... Terwijl Victoria nog diep in gedachten was, stelde Monica alweer een tweede vraag.
          'Waarom deed hij zo moeilijk?' Het schudde haar als het ware wakker, en ze zuchtte even, waarna ze schamper glimlachte. 'Ik denk niet dat Cain ooit de meest makkelijke weg in omgang zal kiezen. Ik laat hem meestal maar begaan in zijn dramatiek, dat is nu eenmaal één van zijn... verfijnde eigenschappen,' Ze richtte zich direct weer tot de orde van de dag. 'Deze.'
          Haar lijst en penseel legde ze bovenop de kist die verplaatst moest worden, en tilde de kist aan één kant al op. Met behulp van Monica, verplaatste ze de kist met vers fruit naar de etensvoorraad. De kist eenmaal te hebben neergezet, deed Victoria het hek om de etensvoorraad weer dicht en op slot. Ze zuchtte even. Wellicht was de tijd aangebroken om Teddy gerust te stellen...



    how dare you speak of grace

    † C A I N      V A L E N T I N E †
    stuurman | 35


    "ALS ik ongegeneerd iemands spullen zou doorzoeken, is drank toch één van de eerste dingen waar ik naar op zoek zou gaan," zei ze daarop.
          Het leek alsof ze onschuldig over wilde komen en ik trok dan ook ongelovig mijn wenkbrauw op. Ze was immers een piraat, alsof ze zoiets nooit zou doen. Maar ik zei er niks van, al helemaal niet toen ze de fles terug aanbood en ik de laatste slok eruit nam. Ik schudde hem een tikkeltje teleurgesteld heen en weer, maar hij klonk helaas ook leeg, waarna ik vroeg of ze niet toevallig meer had terwijl ik verder tussen haar spullen zocht. Sitka hield me niet eens tegen, maar liep weg.
          "Je moet weten waar je moet zoeken," antwoordde Sitka
          Vanuit mijn ooghoek zag ik dat ze een fles drank omhoog hield, een fles die ze uit iemand anders bezittingen gehaald had. Natuurlijk, de onschuldige haarzelf. Ondertussen vond ik een onderbroek en hield ik deze omhoog met de vraag of die van haar was. Het was niks bijzonders, maar Cain vroeg zich af hoe ze erop zou reageren. Je kon vrouwen goed op hun reacties beoordelen. Vrouwelijke piraten konden er meestal wel mee omgaan, maar een gewone vrouw? Waarschijnlijk zou dat hilarisch worden.
          "Je doorzoekt mijn spullen, dus wat denk je zelf? Of had je nu echt iets van leer, sexy kant of iets met jarretels verwacht?"
          Dit keer was zei degene die haar wenkbrauw ongelovig omhoog trekt. Ik grijnsde naar haar, legde haar onderbroek terug tussen haar spullen en nam de fles van haar over. Ik trok de kurk eraf en de geur die eruit kwam was dezelfde als die uit de kleinere flacon. Grotere hoeveelheden waren altijd beter. Ik nam gulzig een slok en veegde mijn natte mondhoek af aan de rug van mijn hand.
          "Ik zou het niet erg vinden om te zien," knipoogde ik naar haar. "Hier was ik nou naar op zoek. Aan een kleine flacon heb je toch niks. Maar ik meen het hoor. Als je het wilt proberen, zal ik er zijn om het te beoordelen. Rood staat vast sexy bij je blanke huid. Dan mag je mijn ondergoed ook zien. Wil jij nog?"
          Ik bood de fles met uitgestoken arm aan. Ik wilde niet teveel drinken en het was wel handig als iemand anders dan de rest opdronk, want anders had je altijd nog de kans dat hij het zelf deed. Hij dronk alleen liever niet met Rogue want die hield alles voor zichzelf en voor je het wist was alles op.


    Your make-up is terrible