• Part 1
    Part 2
    Part 3
    Part 4

    Joinen, maar geen idee wat RPG's zijn? Kijk hier:
    Plop

    Welkom 8D
    Ahum, eerst het verhaal:

    Een stel rijke dames van de Dames Club in Engeland gaan op bezoek bij hun vriendinnen in Frankrijk. Halverwege de reis komen ze echter in een storm terecht. Hun schip vergaat, en slechts vijf dames weten te ontsnappen aan de dood. In een houten sloep drijven ze dagen stuurloos over de zee, tot ze eindelijk een schip zien. Wanhopig beginnen ze te zwaaien, hopend op hulp. Wat de dames echter niet weten, is dat het een piraten schip is… De piraten redden ze, maar niet voor niets. De dames worden gedwongen om hard te werken, en zullen moeten wennen aan het harde, vieze leven op het piratenschip…

    Omdat we niet oneindig veel dames kunnen hebben, is er een maximum van 5 dames. En natuurlijk maar 1 dame per persoon, anders is het een beetje sneu als 1 iemand 5 dames heeft en de ander 0. Van Piraten mogen er wel heel veel komen.. Hehehe ^^ (Piraten zijn mannelijk :'])

    Voor de duidelijkheid, er zijn dus geen mobieltjes/auto's/moderne kleren.. Maar ik denk dat dat wel logisch is..

    Dames:
    Joshephine, Maxime, Clarabella, May

    Piraten:
    Olivier (Captain), Abby(Piraat), Peter/Felix(Piraat), Ace (Piraat), Tristan/Thomas (Piraat), Arthur (Piraat), Kjell (Piraat), Natambu (Piraat), Alice/Sarah Kate Smith, Carlos

    Overig:
    King George

    Have fun 8D

    (p.s. De verhaallijn is bedacht door Endure, het idee om piraatjes te gebruiken door Vluuv :p)



    [ topic verplaatst door een moderator ]

    [ bericht aangepast op 16 juli 2011 - 22:24 ]


    Home is now behind you. The world is ahead!

    Ik kijk al uit naar Els' terugkomst :'D

    Natambu/Nate - Piraat.
    Opgewekt daal ik af naar de keuken. Voor ik binnenga, hoor ik al het doffe, zachte ploffen van een mes tegen een snijplank, de kok is groenten of iets dergelijks aan het snijden. Ik stap de broeierige hitte in - hoe die vent het hier uithoudt, is me een raadsel en zie alleen het keukenhulpje met een dwaze lach op zijn gezicht groentjes in ongelijke stukken hakken. Ik leun tegen de deuropening. 'Zeg, je baas hier vroeg me een bord van het beste voedsel dat er hier is, mee te geven.'
    Het jochie kijkt even denkend naar zijn groentjes, maar blijkbaar wil hij geen pak slaag riskeren en neemt hij een gedeukt bord uit een kast. 'Iedereen valt hier zomaar binnen voor eten - zo krijg ik die soep nooit...'
    Ik spits mijn oren. 'Hoezo 'iedereen'? Is er hier nog al iemand iets komen halen?'
    Even doet hij nog moeite zich te beheersen, maar dan breekt er toch een grijns door op zijn mond. 'Ja, Abby. Voor juffrouw Josephine, ze...'
    'Weet je wat, ik denk dat ik de kok verkeerd verstaan heb. Laat dat bord maar zitten.' Ik duw me van de deurstijl weg en loop door. Die del is me toch altijd voor, he. Maar wacht maar, alles gaat veranderen. Ík ga alles veranderen.

    Tristan - Piraat.
    Met mijn ogen gesloten zit ik tegen de wand geleund; 1 been gestrekt en het andere opgetrokken. Nadenkend laat ik Abby's mes keer op keer naast me in het hout ploffen. Ik heb geen idee hoe lang ik hier nu al precies zit, er is heerst hier een constant schemerlicht van de lantaarn wat verder op de gang, maar Olivier is nog steeds niet naar me komen kijken. Volgens mij laat hij me hier gewoon eenzaam wegrotten. Tsjak... Tsjak... Tsjak... Ik zou er alles voor geven om hier weg te raken! Tsjak... En dan wil ik die Olivier aanpakken. Ik breng het mes met alle kracht neer, alsof ik het niet in de vloer, maar in de borst van die klootzak plant. Wie weet wat die labiele smeerlap nu met Abby uitspookt?!
    Ik hoor voetstappen en laat het mes soepel weer in mijn laars glijden. Ze zijn lichter en sneller dan die van de bewaker, en ik kijk op.
    'Hé,' glimlacht Abby naar me. Met het zachte licht van de lantaarn op haar haren, lijkt ze net een engel. Ik vlieg naar de tralies en neem haar in mijn armen, zo goed en zo kwaad als dat kan. Dan pas kijk ik naar het bord. Ik manouvreer het met een 'dankjewel' tussen de tralies door en neem haar dan weer vast. 'Hoe gaat het met je?' vraag ik.


    Home is now behind you. The world is ahead!

    Nate maakt me een beetje bang xd

    Abby (Abigail Rosaline Valence) ~ Piraat.
    Ik kon niet verwoorden hoe blij ik was hem weer te zien, een warm en gelukzalig gevoel ging door mijn lichaam heen. Hij nam me in zijn armen, of deed in ieder geval een poging er toe, en toen pas ging zijn aandacht naar het bord wat hij tussen de tralies doorwerkte om me vervoglens weer vast te nemen. "Hoe gaat het met je?" vroeg hij me en ik keek hem aan. "Maak je niet druk om mij, ik red me wel. Al is het wel saai, zo zonder jou," bekende ik en streek met mijn hand langs zijn wang. "Het spijt me dat ik je hier nog niet uit heb kunnen krijgen.. Maar ik vrees dat ik moet wachten tot de kapitein een beetje is afgekoeld en dan een poging wagen je hieruit te krijgen." Ik zuchtte zachtjes en ging kort met mijn hand door zijn haren. "Maar dat terzijde, waarom zijn je haren zo kort? Het was echt wennen," zei ik met klein grijnsje. Dat was inderdaad zo, het was ineens een heel ander gezicht. Even wierp ik een blik op de ingang, me afvragend hoe lang de bewaker weg zou blijven.. Hopelijk was hij op gesprek met de kapitein en kreeg hij een of andere klus die hem lang bezig hield. Ik richtte me weer op Tristan en pakte deze keer zijn hand vast, ik kneep er zachtjes in. "Heb je trouwens nog bezoek gehad van andere, naast mij? En de kapitein, heeft die zijn gezicht laten zien? Of zit je enkel opgescheept met dat stuk chagerijn van een bewaker?" Het was waar, die vent was nooit te genieten en had een hart van steen, rotvent, nog bijna erger dan de kapitein.


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Haha :')

    Tristan - Piraat.
    'Saai, ja, dat zal wel. Niemand om stunts uit te halen of de kapitein woedend te krijgen,' mompel ik lichtjes ironisch. Niets kan zo saai zijn als deze cel, het is mijn persoonlijke hel.
    Wanneer ze over mijn haar begint, glimlach ik even.
    'Zomercoupe,' zeg ik, in een poging tot een grapje. 'Nee, dat doe ik altijd: laten groeien en weer kort afknippen. Ik vertel je het verhaal nog wel eens.' Ik heb me voorgenomen haar over Haugh te vertellen; het is eerlijker als ze weet waar ze zich instort.
    'Vind je het leuk?' Ik kan het niet laten haar een beetje te plagen. Ze kijkt even naar de ingang, wat ik ook probeer maar niet in slaag door de tralies en houten wand. Ik zucht zachtjes en Abby knijpt in mijn hand. 'Ace, met een hele biefstuk. En Felix, af en toe. Maar ik ben het meest blij als ik jou zie.' Ik knijp heel kort terug in haar hand, terwijl ik me een beetje verzet en zo het bord een trap verkoop, dat de helft van het opgestapelde voedsel eraf vliegt. 'Shit,' mompel ik en ik begin snel over iets anders. 'Weet je waar we naartoe zeilen?'


    Home is now behind you. The world is ahead!

    Abby (Abigail Rosaline Valence) ~ Piraat.
    "Vind je het leuk?" vroeg hij me. "Nou, eigenlijk vond ik het andere leuker," plaagde ik hem met grijns. "Ahjoh, tuurlijk vind ik het leuk. Weer eens wat anders." Hij vertelde me dat Ace met een hele biefstuk langs was geweest en dat zelfs Felix hem af en toe opzocht. Van Ace had ik het wel verwacht, hij was zo veranderd, maar ik moest toegeven dat ik niet had gedacht dat Felix de moeite zou nemen. Had ik hem onderschat? "Maar ik ben het meest blij als ik jou zie," voegde hij eraan toe en ik grinnike zachtjes. "Slijmerd," antwoordde ik met glimlachje. Ik keek hoe hij de helft van zijn maaltijd van zijn bord schopte en schudde licht mijn hoofd. "Je kan het beter opeten, voordat je de rest er ook vanaf schopt. En nee, ik heb eigenlijk geen flauw idee, heb me er niet zo mee bezig gehouden." Ik zweeg even en tuurde tussen de tralies door zijn cel in. Het leke me verschrikkelijk daar maar te zitten en niks te kunnen doen. Opeens schoot me wat te binnen en ik keek Tristan aan. "In die kist van jou hè, daar zaten wat schrijfspullen in.. Wil je dat ik je die breng? Dan heb je in ieder geval wat te doen," stelde ik hem voor met glimlach. Met mijn vinger streelde ik over zijn hand en dacht kort aan wat Ace had gezegd. Hij vond zichzelf te min voor Josephine, daar kwam het op neer. Zou Tristan ook zo denken? Hij was tenslotte vertrokken, maar dat deed hij voor mij, ookal begreep ik dat nog altijd niet goed. Ik wou ernaar vragen, maar besloot dat hij al genoeg problemen aan zijn hoofd had en liet het voorlopig rusten.

    [ bericht aangepast op 22 aug 2011 - 11:24 ]


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Tristan - Piraat.
    'Slijmerd,' grinnikt ze en ik lach. Als ze zegt dat ik het beter al kan opeten, schud ik mijn hoofd, maar schuif het bord uit veiligheidsoverwegingen toch buiten mijn directe bereik. Ik heb geen zin om nu te eten, ik wil me op haar kunnen concentreren.
    'In die kist van jou hè, daar zaten wat schrijfspullen in.. Wil je dat ik je die breng? Dan heb je in ieder geval wat te doen.'
    Haar voorstel is zo gek nog niet, dus ik knik. 'Ja, doe maar.'
    Normaal lees ik zelfs nog geen boek, dat gaat me te traag vooruit, maar hier heb ik toch zeeën van tijd en ik heb die dingen eigenlijk nog maar amper gebruikt. 'Waar denk je aan?' vraag ik glimlachend wanneer ik haar zie wegzakken in haar eigen gedachten. Zo vindt ik haar het schattigst.


    Home is now behind you. The world is ahead!

    Abby (Abigail Rosaline Valence) ~ Piraat.
    Hmm, zijn schrijfspullen was een mooi excuus om straks nog eens langs te komen. Misschien kon ik beter 's nachts gaan, als ik geluk had was de bewker in slaap gesukkelt en hadden we wat langer de tijd. "Waar denk je aan?" vroeg hij plots. Ik opende mijn mond om te antwoorden, maar sloot hem toen weer. Later, ik moest mijn nieuwsgierigheid maar even negeren en het hem later vragen. "Oh, aan Ace en Josephine," antwoordde ik daarom maar. "Ace vindt Josephine leuk en ik ga straks voor hem uitzoeken of zij hem ook zo leuk vind," legde ik hem uit. "Maar ik denk wel dat het goed komt tussen die twee." Ik leunde ene beetje tegen de tralies aan en keek naar Tristan. "Wil je anders dat ik nog wat voor je meeneem? Je jas ofzo?" Het was best fris hier en anders kon hij het gebruiken als kussen, want zo te zien moest hij slapen op de houten vloer. Arme Tristan, ik wou dat ik hem nu uit die cel kon halen, maar ik was compleet machteloos. "En nog wat, het is een hele stomme vraag, maar sinds je vertrokken was en dat briefje achterliet hè, met je echte naam.. Naja, wat ik bedoel, hoe wil je dat ik je noem? Het is soms namelijk nogal verwarrend." Terwijl ik sprak voelde ik mijn wangen kleuren, in mijn ogen was het gewoon een stomme vraag, maar het bleef verwarrend. Thomas, Tristan. Voor mij was hij Tristan, altijd al geweest en dat zou waarschijnlijk ook zo blijven, maar hij heette dus in werkelijkheid Thomas. Waarom had hij eigenlijk een andere naam op gegeven? Even keek ik onderzoekend naar zijn gezicht, maar tuurde toen weer voor me uit. Ik had het gevoel dat hij wat voor me achterhield. Ergens baalde ik ervan dat hij iets voor me achterhield, maar aan de andere kant, er was vast een goede reden voor. Ik was ook niet altijd even eerlijk. Ik had geen woord gezegd over Nate, zelfs niet hoe hij mijn keel dichtgeknepen had en dar Ace en ik hme niet vertrouwde. Moest ik het hem toch vertellen? Of maakte ik hme dan onnodig bezorgd?


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Tristan - Piraat.
    Ik kan niet anders dan grijnzen. Ace verliefd, wie had dat gedacht. Niet dat ik hem zo goed ken, maar wat ik van hem weet... Ach ja, hij is mij toch eten komen brengen, dus hij zal best nog wel andere voor mij verborgen kwaliteiten hebben. 'Da's leuk voor hen, laat het me weten he,' lach ik.
    Ze vraagt of ze nog wat moet brengen en ik schudt mijn hoofd.
    'Nee, hou die maar. Dan heb je iets als er nog eens een storm ofzo opsteekt.' Ik zie haar mijn cel bekijken en glimlach geruststellend naar haar. 'Ik overleef het wel.' Hoop ik. In dit kot is echt alles wat ik haat vertegenwoordigd: moeten wachten, verveling, vochtigheid, slecht eten... Dat laatste is nu al wel zo goed als opgelost met wat Abby enzo me brengen, maar toch.
    'En nog wat, het is een hele stomme vraag, maar sinds je vertrokken was en dat briefje achterliet hè, met je echte naam.. Naja, wat ik bedoel, hoe wil je dat ik je noem? Het is soms namelijk nogal verwarrend.'
    Ze begint te blozen en ik knijp in haar hand. Ze stelt echt geen stomme vraag. 'Mja,' ik kijk eventjes nadenkend naar de lege cel aan de overkant van de gang achter haar, maar ik voel haar naar me kijken en wend mijn blik weer naar haar. 'Heb je al iemand anders mijn naam verteld? Anders noem je me maar gewoon Tristan, da's het makkelijkste voor iedereen. Ik beloof dat ik je het allemaal nog ga uitleggen, wanneer je maar wil. Zonder iets achter te houden, want dat heb jij mij ook beloofd niet meer te doen.'
    Ik ben haar belofte nog niet vergeten. En ik heb liever dat zij me het vraagt, want uit mezelf ga ik er toch niet over beginnen vertellen. 'Dus gewoon Tristan Wright dan, als jij dat goed vindt.'


    Home is now behind you. The world is ahead!

    Mwuah, mijn zus heeft mijn avond verpest. We wilden anar Harry Potter, maar er was een wegomnleiding en toen reed ze verkeerd en waren we dus al te laat dus gingen we weer naar huis --'''

    Abby (Abigail Rosaline Valence) ~ Piraat.
    "Ik heb gezwegen als het graf," antwoordde ik toen hij vroeg of ik het iemand verteld had. "Ik beloof dat ik je het allemaal nog ga uitleggen, wanneer je maar wil. Zonder iets achter te houden, want dat heb jij mij ook beloofd niet meer te doen," zei hij me. Ik voelde me naar, het feit dat ik ondanks alles toch wat had achtergehouden. "Vertel het me maar als al deze problemen voorbij zijn, goed?" stelde ik voor, dat leek me het beste. "En gewoon Tristan Wright is goed, zo heb je je tenslotte ook voorgesteld toen we elkaar voor het eerst ontmoette." Ik glimlachte scheefjes naar hem. Na wat hij had gezegd begon ik te twijfelen of ik hem zou vertellen over Nate. Ik had het hem inderdaad beloofd, een stomme belofte, ik zou hem enkel bezorgd maken. Maar als dat was wat hij wou. "En Tristan, niet boos worden, ik ben ook niet helemaal eerlijk geweest. Ken je Nate? Je weet wel, die neger van op het schip toen. Nou, laten we zeggen dat hij me niet helemaal mag.." vertelde ik hem en zuchtte toen zachtjes. "Man, ik weet mezelf wel goed in de problemen te werken hè? Sorry.. Maar maak je niet te veel zorgen om me, oké? Je hebt al problemen zat aan je hoofd, daarom had ik je het niet eerder verteld.." bekende ik eerlijk. Het voelde in ieder geval beter dat ik eerlijk tegen hem was, ik wilde geen dingen voor hem achterhouden. Plots hoorde ik voetstappen en toen ik op keek zag ik tot mijn grote schrik de bewaker komen, nee hè! "Wel verdraaid!" brome hij boos terwijl hij vervaarlijk dichterbij stapte, gauw stond ik op en keek hem aan. "Zomaar binnenglippen als ik even weg ben hè? Jij durft wel hè? Ik denk dat ik de kapitein toch maar eens ga inlichten over jouw stiekeme bezoekjes hier!" Hij was nog chagerijniger dan normaal, pisnijdig kon je het wel noemen. Paniekerig probeerde ik een oplossing te bedenken in mijn hoofd, tot me plots iets te binnen schoot. "Ohja? En hoe denk je dat ik hier naar binnen kan? Niet omdat jij zo geweldig bewaakt hoor en ik weet zeker dat de kapitein dat ook wel zou snappen," antwoordde ik kalm en keek hem aan. "Ik ah.." stamelde de bewaker, ik kreeg een zelfvoldane grijns op mijn gezicht. "Dus, ga gerust en vertel het hem maar, maar je wordt geheid voor de haaien geworpen." Hij bromde boos wat en keek me aan, aan zijn blik te zien kon hij me wel vermoorden. "Goed, jij je zin." "Mooi, dan vind je het vast niet erg als ik nog even blijf, nietwaar?" "Ik dacht het niet!" "Oh, wil je soms dat ik de kapitein vertel over hoe slecht jij bewaakt? Ik ken genoeg geuitgen.." "Ken je niet!" "Ohnee?" Ik glimlachte onschuldig naar hem. Ik zag de twijfeling in zijn ogen staan, maar uiteindelijk gaf hij toch toe.
    "Prima, je mag nog blijven. Je mag één keer per dag langskomen, maar vaker ook niet. Gesnopen?" zei hij me nors en ik kon niks anders dan glimlachen en knikken. Met boze, grote stappen liep hij terug naar zijn plekje in de deuropening. Ik hurkte weer neer bij Tristan en keek hem aan. "Hé Romeo, nu kan ik je wat vaker bezoeken zonder al te veel gedoe," zei ik, een stuk vrolijker. "En zie je? Je hoeft je geen zorgen te maken, ik ben 19 en kan best wel goed voor mezelf zorgen. Nouja, dat ook weer niet altijd," zei ik. Ookal wou ik het graag, goed voor mezelf kunnen zorgen. Dan hoefde ik niet zo te rekenen op anderen, ik wilde niet al te afhankelijk worden voor de mensen om me heen, iets wat ik de laatste tijd wel meer had gedaan dan dat ik werkelijk wou. Net had ik mezelf er dan weer wel goed uitgekletst, maar dat was ook vooral omdat het zo'n simpele ziel was. Alles behalve snugger en makkelijk om te praten, gelukkig voor mij.


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    AAAH! ik ben er weer 0.0 sorry dat ik lang weg ben geweest!
    hoe staat het verhaal?


    why is always london so far away when you need it?

    Tristan - Piraat.
    Ik frons als ze me over Nate verteld. Dat was toch die kerel die ik daar te hulp was geschoten? 'Abby, wat is 'niet helemaal mogen'? En trek je niets aan van mijn problemen, jij bent belangrijker.'
    Ook al had ze het goed bedoelt, het maakt me er niet gelukkiger op dat ze nog steeds dingen verzwijgt...
    Wanneer de bewaker bijna schuimbekkend avn woede komt aangelopen, voel ik me machtelozer dan ooit. Hoewel. Snel en subtiel schuift ik Abby's mes uit mijn laars en klem het achter mijn rug. Als hij één foute beweging maakt, ben ik klaar om het mes naar hem te mikken. Messenwerpen is een van de weinige - zeg maar gerust, één van de op 1 hand te tellen dinge, waar ik handig in ben. Geconcentreerd volg ik het gesprek, maar Abby weet de situatie uiteindelijk handig in haar voordeel te draaien. Maar het is nipt, en dat weten we allebei. Ik ontspan weer half, jaren leven en overleven tussen de smokkelaars, oplichters, dieven en andere criminele creaturen leert je snel altijd op je hoede te blijven.
    "Hé Romeo, nu kan ik je wat vaker bezoeken zonder al te veel gedoe," zegt ze opgelucht. Ik glimlach, dat is waar. Het is al een hele troost en dat meen ik. 'En zie je? Je hoeft je geen zorgen te maken, ik ben 19 en kan best wel goed voor mezelf zorgen. Nouja, dat ook weer niet altijd,' gaat ze verder. Is ze nog maar 19? Ze heeft me haar leeftijd nooit verteld, maar ik had haar toch wel even oud als ik geschat.
    En ik vind best dat ik reden heb om me zorgen te maken, Olivier is geen leeghoofdige zeegarnaal -of tenminste niet altijd.
    'Abby, ik weet dat je je mannetje wel kan staan, maar ik voel me gewoon enorm beschermend tegenover je. En ik ben bang voor wat Oliver allemaal in staat is...' Ik zwijg even. Zou ze nu al doorhebben dat hij gek op haar was en hoogstwaarschijnlijk nog steeds is? Zolang hij maar met zijn poten van haar afblijft. 'En wat is dat nu met die Nate?' Ik weet dat wanneer ze mijn vragen zo omzeilt, ze iets verbergt. Ik kijk haar recht aan en neem haar hand weer vast; de enige manier om me te overtuigen dat ze hier echt is, dat ik niet gek word en zit te ijlen, is door haar aan te raken. Het is dat die tralies in de weg zitten, anders had ik haar al een tijdje geleden gekust.


    Home is now behind you. The world is ahead!

    I'm back!
    Ik ben er van uitgegaan dat Abby zich snel zou verstoppen als ze iemand zou horen, dus sorryknorry als dat niet zo is! :x
    Dan pas ik het anders nog wel aan ^^
    En ik moet nu nog even bijlezen bij de andere RPG's, maar daar zal ik ook zo snel mogelijk reageren ^^

    Josephine
    Rustig zit ik in de hut die Maxime en ik besloten hebben te delen, en borstel mijn haar met een oude kam. Het is niet meer zo zacht als eerst, waarschijnlijk door het gebrek aan zeep, en dat irriteert me. Wie weet kan ik de volgende keer dat we aan land gaan wat zeep halen. En andere nieuwe spullen. Een boek misschien.. Als ze er tenminste Engelse boeken hebben. Ik verveel me mateloos hier. Met een zucht leg ik de borstel neer en sta op. Als ik Maxime kan vinden heb ik in ieder geval gezelschap. Of Ace.. Ik sluit mijn ogen even en wrijf over mijn gezicht. Bah, ik moet niet vergeten wat Maxime heeft gezegd. Het verbaasde haar dat hij me nog niet op een ongewenste manier had aangeraakt. Ik glimlach, nog steeds met mijn ogen dicht. Ja, nu ik er zo over nadenk, dat is verbazingwekkend voor een piraat. Maar het bewijst wel dat hij niet zomaar een dronkenlap is, hij is beter dan dat. Ik knik om dat voor mezelf te bevestigen en loop de kamer uit, op zoek naar iemand om mee te praten.

    Olivier
    Na een paar dagen vooral in mijn hut te zijn geweest, bezig met kaarten en routes, besluit ik dat het tijd is om naar Tristan te gaan. Ik heb lang nagedacht over hoe ik dit het best kan aanpakken. Moet ik hem hetzelfde behandelen als de rest van dat andere schip? Dan keer ik veel mensen tegen me. Het is beter het onverwachte te doen. Ik werp een blik in de spiegel voor ik de deur uitga. Ik heb me gewassen, geschoren, schone kleren aangetrokken en mijn zwaard gepoetst. Ik zie eruit zoals een kapitein eruit hoort te zien. Rustig loop ik over het dek, en ik wenk Norman, een van de oudere piraten, die al langer op de Medusa zit. “Kom mee, ik heb een klusje voor je.” Hij knikt, geeft het touw waar hij mee bezig was aan een ander en loopt met me mee naar de kelder van het schip. Ik geef de wachter, die half ingedommeld voor de deur van de cellen zit, een trap en hij schrikt wakker. “O! Kap’tein! Goed om u hier te zien.” Hij glimlacht, waarbij hij zijn verrotte tanden ontbloot, maar ik geef hem slechts een koel knikje. “Ik neem aan dat niemand heeft geprobeerd bij de gevangenen te komen?” Hij opent zijn mond, sluit hem weer en krijgt dan een vreemde uitdrukking op zijn gezicht. “Nou?” dring ik aan, terwijl ik een wenkbrauw optrek. “Ik moet u eerlijk bekennen, Kap’tein, dat er een knaap behoorlijk populair was. Er zijn meerdere malen mensen voor hem gekomen, maar ik heb ze natuurlijk resoluut de deur gewezen, dat kunt u begrijpen. Hij zit in de achterste cel, die knakker.” Ik knik weer naar hem, en neem me voor hem later nog verder uit te horen. Als er meerdere malen mensen zijn geweest heeft hij zich vast wel een keer, zo niet vaker, om laten kopen. Omkoping is verraad. En verraad wordt bestraft. Ik weet precies wie er in de laatste cel zit, en ik kijk er niet al te erg naar uit hem weer te zien, maar dat is voor later. Eerst moet ik afhandelen met de rest van zijn bemanning. Ik overhandig Norman mijn zwaard. “Je weet wat je te doen staat.” Hij knikt, en ik open de deur van de eerste cel. “Ga op een rij zitten.” beveel ik de gevangenen, die me met holle ogen aanstaren. Langzaam en stroef komen ze in beweging. Het is duidelijk dat hun tijd hier ze niet veel goed heeft gedaan. Norman loopt naar de eerste in de rij en houdt het zwaard bij zijn keel. Als de man doorkrijgt wat er gaat gebeuren pakt hij Norman bij zijn voeten en begint te jammeren en te smeken. Norman duwt hem weg met zijn voet en me afwachtend aan. Ik leg mijn handen op mijn rug en knik koeltjes. Snel en zonder emotie te tonen snijdt hij de man zijn keel door. Zijn smeekbedes eindigen in een gorgelend geluid, waarna hij levenloos op de grond valt. Het lijkt de andere mannen wakker te schudden. Sommigen beginnen ook met hun smeekbedes, anderen worden wild en proberen weg te komen. Een man probeert me opzij te duwen en de cel uit te rennen. Ik trek mijn pistool, schiet hem neer en schreeuw “Op een rij!” naar de anderen gevangenen. Ik richt mijn pistool op ze en schoorvoetend gehoorzamen ze. Norman is ondertussen achter de tweede gaan staan. Ik knik en weer slaat hij toe. Zo werkt hij langzaam de hele rij af. Ik loop de cel uit en open de volgende. “Jullie weten wat jullie te doen staat.” zeg ik bars, en ik wacht tot de mannen hun plaats hebben ingenomen. Norman gaat verder, al wacht hij telkens even op mijn knikje. De een na de andere man valt op de grond, en ik trek een vies gezicht als ik merk dat er bloed over mijn laars loopt. Als Norman klaar is loop ik langs de derde cel heen, die leeg is, naar de vierde en tevens laatste cel. In een hoekje zit Tristan weggekropen, en terwijl ik de deur open zie ik hem opkijken. Hij is er minder slecht aan toe dan de rest van de bemanning, en dat bevestigt mijn vermoeden dat de bewaker mensen heeft doorgelaten. Ik glimlach geveinsd naar hem en stap op hem toe. De woede is van zijn gezicht af te lezen. Ik merk dat Norman op hem af komt lopen en stop hem door mijn arm uit te steken. “Nee, beste man. Dit hier is een geval apart.” Ik steek mijn hand naar Tristan uit, maar hij kijkt me slecht wantrouwend aan. “Kom op zeg, ik bijt niet.” zeg ik vol spot, maar als hij nog steeds weigert mijn hand te pakken zucht ik en ga ik recht staan. “Luister, Tristan. Je verwacht dit waarschijnlijk niet van mij, en dat is logisch, maar ik kom mijn excuses aanbieden. Ik heb me egoïstisch gedragen, en daarvoor moet ik me verontschuldigen. Ik wil je een tweede kans geven op de Medusa.” Ik steek mijn hand weer naar hem uit, en deze keer pakt hij hem toch twijfelend aan. Met een kille glimlach op mijn gezicht trek ik hem overeind. “Ik hoop dat je mij ook een tweede kans kunt geven.” Zonder op zijn antwoord te wachten laat ik zijn hand los en draai me naar Norman toe. “Haal iemand om de lijken hier weg te slepen en het bloed op te dweilen.” Hij knikt, geeft me mijn zwaard terug en loopt weg. Met een zakdoek veeg ik het bloed, dat nog warm is, van mijn zwaard en ik steek het weer in zijn schede. “Dus, wat zeg je er van?” vraag ik dan aan Tristan, die me onderzoekend aankijkt. “Kom je er weer bij?” Ik kan het hem niet kwalijk nemen dat hij zo twijfelt, maar toch erger ik me eraan. Ik geef je verdomme een tweede kans, grijp die dan ook en wees niet zo schijterig. Je beseft toch ook wel dat ik je zonder pardon van boord flikker als je weigert?

    Wait whut, Romeo bestond toen nog niet hè? Hahaha, -facepalm-

    Abby (Abigail Rosaline Valence) ~ Piraat.
    "Abby, ik weet dat je je mannetje wel kan staan, maar ik voel me gewoon enorm beschermend tegenover je. En ik ben bang voor wat Oliver allemaal in staat is..." vertelde hij me en ik glimlachtte. "Ik weet het, en dat waardeer ik ook echt. En over Oliver gesprok-'' Ik zweeg abrupt toen ik voetstappen hoorde. Shit shit shit! Ik keek Tristan kort aan, gaf nog een zahct kneepje in zijn hand en stond toen gauw op. Vlug glipte ik het hoekje om en ging met mijn rug tegen de muur aan staan, als ik opzij keek kon ik Tristan net zien. Zwijgend luisterde ik naar de voetstappen, gevolgd door stemmen waarvan er één me wel héél bekend van voor kwam. Plots hoorde ik gegorchel en smeekbedes en er liep kippenvel over mijn rug, hoe kon hij? Ik wist dat het piratenleven hard was, vreselijk hard.. Maar om ze geen eens een kans te geven om zich aan te sluiten bij de bemanning, dat was juist een mooie kans geweest om zijn bemanning te vergroten en daarmee te versterken. Toch? Plots zag ik de kapitein de cel ingaan bij Tristan, ik schuifelde wat meer naar achteren, het duister in. Ik hield mijn adem in en keek nieuwsgierig, maar ietwat bang, toe. Wat ging hij doen? Tot mijn grote verbazing stak hij zijn hand uit, ik trok een wenkbrauw op. Tristan leek te twijfelen, iets wat ik goed kon begrijpen, maar hij leek het te menen. Of was hij juist van plan later een genadeslag te geven? Een mes in zijn rug te steken? Ik wist dat ik toch niks kon doen, niks anders dan zwijgen en toekijken naar wat Tristan zou doen.


    Crappy post.:'] Vergeef me.


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Jawel hoor, aangenomen dat wij in 1700 zitten (:

    Tristan - Piraat.
    Abby glipt weg en wanneer het gegorgel en gesmeek begint, wens ik dat ze hier niet was. Alsof ze nog niet genoeg smeerlapperij heeft gezien. Bedankt cap'tain Olivier... Ergens ben ik opgelucht dat hij tenminste een snelle dood heeft voor mijn ex-scheepsmaten, maar ik heb zo het idee dat hij dat enkel maar doet om zich sneller naar mij toe te werken, ondertussen proberend me te intimideren. Dat zou typisch hem zijn. Ik gluur naar waar Abby verdwenen is, maar zie niets. Des te beter, dan ziet hij haar ook niet.
    Dan gaat ook mijn celdeur open en kijk ik van Abby's schuilplaats naar wie er binnenkomen: de kapitein en Norman. Hoewel zijn hulpje direct op me komt afgelopen, ben ik verre van ongerust. Hij gaat me niet gewoon laten vermoorden, daarvoor ligt onze ruzie te persoonlijk. En inderdaad, Olivier steekt zijn hand uit om Norman tegen te houden, ik ben inderdaad 'een speciaal geval'.
    Hij steekt zijn hand naar me uit, maar kijk er alleen naar. 'Kom op zeg, ik bijt niet.' Ik ben diep beledigt om zijn gekleineer, maar blijf zwijgen, walgend van hem en zijn valse glimlach en wachtend op het moment dat zijn uitleg wél interessant wordt. In elk geval bewijst nu wel eindelijk een echte piratenkapitein te zijn, flitst het door mijn hoofd.
    Ik geloof geen woord van wat hij zegt en dat heeft hij volgens mij ook wel door. Dus pak ik zijn hand aan, nog wel op mijn hoede voor eventueel uitschietende messen of afgaande revolvers.
    Wanneer ik rechsta, laat hij mijn hand weer los, snel, maar zonder voor mij gevaarlijke zaken boven te halen. 'Ik hoop dat je mij ook een tweede kans kunt geven.' Alles in mij schreeuwt dat dit niet klopt. Maar wat kan ik anders? Ik wil blijven leven, al is het maar om Abby niet nog een moord te laten doen zien. Hij stuurt Norman weg en ik krijg echt zin om zijn vervelende glimlach van zijn gezicht te slaan. Vuile hypocriet.
    Of ik er weer bijkom? Ik zwijg even en doordat hij te enthousiast zijn zwaard proper veegt, spatten er een paar kleine bloeddruppels op mijn broek, ter hoogte van mijn knie. Een gevoel van afschuw vervult me en mijn ogen dwalen weer af naar de duisternis waarin Abby zich verschuilt. Ik kan niet anders, zoals ik daarstraks al bedacht: ze heeft al genoeg gezien. Ik wend mijn blik terug naar de kapitein en kijk hem strak in zijn ogen.
    'Ik kom terug bij de crew, bedankt voor de tweede kans.'
    Al ben ik er vrij zeker van dat hij me op de een of andere manier nog wel gaat terugpakken, al dan niet met mijn leven, kijk ik toch enorm uit naar uit deze hel van een plek uit te kunnen. Vrijheid, frisse lucht, uitgestrekte blauwe hemel en mensen rondom me en vooral: Abby daar bij me. Ik begin al een beetje weg te dromen, tot ik me weer bewust wordt van Olivier voor me. Oppassen, Tristan, je bent hier nog niet weg.


    Home is now behind you. The world is ahead!

    ik snap het nogsteeds niet


    You can't not look cool with a crossbow.

    Muhahaha, ik zit hier letterlijk in mijn handen te wrijven van de voorpret :'D

    Josephine
    Rustig zit ik in de hut die Maxime en ik besloten hebben te delen, en borstel mijn haar met een oude kam. Het is niet meer zo zacht als eerst, waarschijnlijk door het gebrek aan zeep, en dat irriteert me. Wie weet kan ik de volgende keer dat we aan land gaan wat zeep halen. En andere nieuwe spullen. Een boek misschien.. Als ze er tenminste Engelse boeken hebben. Ik verveel me mateloos hier. Met een zucht leg ik de borstel neer en sta op. Als ik Maxime kan vinden heb ik in ieder geval gezelschap. Of Ace.. Ik sluit mijn ogen even en wrijf over mijn gezicht. Bah, ik moet niet vergeten wat Maxime heeft gezegd. Het verbaasde haar dat hij me nog niet op een ongewenste manier had aangeraakt. Ik glimlach, nog steeds met mijn ogen dicht. Ja, nu ik er zo over nadenk, dat is verbazingwekkend voor een piraat. Maar het bewijst wel dat hij niet zomaar een dronkenlap is, hij is beter dan dat. Ik knik om dat voor mezelf te bevestigen en loop de kamer uit, op zoek naar iemand om mee te praten.

    Olivier
    Als hij toestemt knik ik. "Mooi." Alsof je een andere optie had, idioot. "We leggen vanavond nog aan bij een klein dorp om te plunderen, dus je kunt je daar alvast op voor bereiden." Ik draai me om en loop richting de bewaker. "En jij.." zeg ik terwijl ik hem bij zijn keel grijp en tegen de muur druk. "Ik had je gezegd geen mensen bij de gevangenen te laten. Orders zijn orders.." Ik grijns kil en haal mijn pistool tevoorschijn. De bewaker heeft me door en probeert me tegen te houden, maar ik heb al geschoten voor hij wat heeft kunnen doen. Hij was een sterke man, en zeker een goede aanwinst voor de crew, maar ik kan geen ongehoorzaamheid gebruiken. Dat zorgt slechts voor chaos. Ik steek mijn pistool weer weg en loop naar boven, het dek op. "Ahoy, mijn beste piraten! Vanavond leggen we aan en gaan we plunderen, dus bereid je voor!" roep ik en zonder acht te slaan op het enthousiaste geroezemoes van de crew loop ik mijn hut in.