• Het gaat over piraten ja, maar zelfs als je er bijna niks van weet kan je gewoon meedoen. Probeer het gewoon eens, ikzelf weet ook niks over die periodes, enkel dingen die ik toevallig heb gezien in POTC. (; En niemand zal je kwaad aankijken als je een klein foutje maakt door je personage bijv. een mobiel te laten pakken.
    Inspringen kan/mag altijd! We verzinnen er wel wat, geven je korte samenvatting en helpen je natuurlijk ook met in de RPG komen (;


    Lang geleden was er een kapitein, zo barbaars en zo harteloos, dat zelfs de stoerste mannen hem uit de weg gingen. Kapitein Olivier Dalton, hij had zijn eigen schip, de Medusa, en zijn eigen bemanning die hij als grof vuil behandelde, maar ze bleven, bang voor wat er zou gebeuren als ze vertrokken. Ze kregen bijna niks en als ze niet luisterden konden ze beter maken dat ze wegkwamen, want Olivier stond bekend om zijn gruwelijke straffen. Zweepslagen, kielhalen, laten vechten om leven en dood tegen een ander bemanningslid voor zijn vermaak, ze voor schut zetten door ze op te dragen vrouwenkleren aan te trekken en dergelijke. Cameron Sand, kapitein van de Posideon's Mermaid kon hem niet uitstaan, was ziedend van jaloezie en ze werden rivalen. Nooit gingen ze elkaar uit de weg, gingen juist altijd de strijd met elkaar aan, toch won er nooit iemand. Op een dag veranderde alles, Olivier zag wat hij aanrichtte met zijn harteloosheid. Huilende vrouwen die hun kleine kinderen probeerde te sussen, de stoerste mannen die hem smeekte om genade. Van de een op de andere dag zag hij het in, het achtervolgde hem in zijn slaap, maar hij dacht dat het wel weg zou gaan, het schuldgevoel. Het nare gevoel bleef, de nachtmerries gingen niet weg dus nam hij een noodzakelijk besluit. Hij stuurde zijn bemanning weg, vastberaden een nieuwe start te maken, hij liet zijn aartsrivaal achter. Er was één ding dat hij niet achter liet, hetgeen wat wel tegen zijn barbaarsheid kon en hem niet zou laten vallen, zijn schip de Medusa. Hij zocht een nieuwe bemanning en was milder dan ooit te voren, misschien zelfs té soft.

    Hij ontdekte dat een van zijn bemanningsleden geen man was, maar een vrouw. Hij liet haar blijven. Niet veel later werd hij verliefd op haar, maar het was niet wederzijds, toch bleef hij vriendelijk. De vrouw van zijn dromen werd verliefd op een ander, liet hem in de kou staan en vanaf dat moment kwamen zijn slechte kanten weer omhoog. Hij werd jaloers en verbande de man waar ze verliefd op was van het schip en het deed hem niks toen hij zag hoe stuk zij daar van was. Later kwam de man, door wat je een wonder kan noemen, toch weer aan boord. Olivier liet hem deze keer toch blijven, maar hij was niet meer zo aardig als hij geweest was. Zelfs tegen de vrouw waar hij verliefd op was geweest deed hij vreselijk, hij was weer net zoals vroeger. Snauwde zijn bemanning af, was weer een echte piraat en kende geen genade meer.

    Nu, met zijn nieuwe bemanning en weer zijn oude karakter terug, is hij op zoek naar een schat. Hij weet niet precies wat het is of hoe het eruit ziet, maar het blijkt geweldig te zijn en te liggen op een onbewoond, geheimzinnig eiland midden in de oceaan. Hij is vastberaden de schat te vinden, zijn aartsrivaal Cameron Sand voor te zijn. Toch zijn er kleine dingen die hij over het hoofd ziet.
    Hij gaat er namelijk niet vanuit dat er toch een volk blijkt te wonen op het eiland, verwacht niet dat er een verrader in zijn bemanning zit en dat zijn aartsrivaal het juiste moment om toe te slaan afwacht.


    De verhaallijn in het kort.
    Het gaat over de bemanningsleden en kapitein van de Medusa die op zoek zijn naar een schat. Eén van de bemanningsleden is een verrader (Tristan Wright) in dienst van aartsrivaal Cameron Sand, hij houdt zijn opdrachtgever op de hoogte met een postduif, stuurt hem berichten over de koers en informatie over wat er gaande is op de Medusa. Als ze eenmaal op het eiland aankomen, waarvan ze dachten dat het onbewoond zou zijn, blijkt hun een verrassing te wachten. Er woont een vreemd volk dat hun niet vertrouwd, de bemanningsleden moeten hun vertrouwen zien te winnen, maar hoe gaan ze dat doen als blijkt dat Cameron Sand, samen met zijn bemanning, al eerder op het eiland is aangekomen en het vreemde volk al helemaal voor zich gewonnen heeft?

    Lijstje
    Volledige naam:
    Leeftijd:
    Uiterlijk:
    Innerlijk:
    Rol+rang: (Bemanning Medusa, kok. Avaloniër, krijger etc.)
    Extra:
    (Je mag er zelf dingen bij verzinnen zoals verleden enzo)

    Persones (Als je vragen hebt hierover, stel ze dan gerust)
    Bemanning Medusa:
    Kapitein Medusa: Vluuv – Olivir Dalton – 24
    Endure – Abby (Abigail Rosaline Valence) – 19
    Leave - Genesis Elisabeth Thrown - 20 (ontvoerd door Ace)

    Sid - Natambu Mmba - 25
    C18 - Ace Franklin Johnson -24


    Bemanning Poseindon's Mermaid:
    Kapitein: C18 - Sygmund Yakov Engel - 28
    Verrader: Sid – Tristan Wright – 22
    Sid - Leopold Smiths - 24
    Vluuv - Bee - 19
    Nenuphar - Nerissa Dyce - 18


    De Aveloniërs:
    Stamhoofd:
    Zusje stamhoofd: Endure - Ayiana Kateri Chestio - 21
    Leave - Nivera Izil Mazi - 19
    Peyrac - Noémielle Dian Dewi - 19

    Goldenwing - Gavin Sloan Honiahaka - 22

    'Regels'
    Het zijn geen 'regels', meer dingen om jullie even aan te herinneren.

    - We verwachten geen posts van 800 woorden, maar doe liever wel je best om een redelijk stukje te plaatsen.
    - Wil je je personage kwijt of stoppen? Meld het dan, dan brengen we je personage wel om het leven of iets dergelijks.
    - Gelieve geen grote dingen voor andere personages te bepalen.
    - Je hoeft niet dagelijks te posten, maar het is prettig als je je personage niet verwaarloosd.
    - Probeer je een beetje in te leven en je een beetje aan de verhaallijn te houden. Je mag natuurlijk wel een beetje afwijken, maar liever niet te veel.
    - Don’t be scared. Stuur je personage gewoon op anderen af, bekijk desnoods de RPG Handleiding site voor tips. Weet je nog steeds niks? PB mij of een ander dan om te vragen waar zijn personage is en of die naar jouw personage kan gaan.
    - Verhaal kwijt? Vraag even om een korte samenvatting.
    - je mag gerust wat meer personages aanmaken, graag zelfs.

    [ bericht aangepast op 6 april 2012 - 15:00 ]


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Aiyana Kateri Chestio.
    Ik merkte wel dat Gavin met elke stap die ons dichter naar het dorp bracht nog meer gespannen raakte, maar het was voor zijn eigen best wil. Het was overigens geen leugen geweest dat ik even langs Noémielle wilde om te vragen naar haar voorraden. Gelukkig kwam Noémielle al gauw naar buiten toen we bij haar hut waren aangekomen en vroeg ze of er een probleem was. Gavin leek de bui al te zien hangen, want ik voelde hoe hij in mijn had kneep. Waarom hij zo bang was begreep ik na al die jaren nog steeds niet, was hij soms bang te horen te krijgen dat hij niet meer kon vechten? Wat het ook was, hij zou zich er toch overheen moeten zetten. Vandaag nog.
    "Ja, Gavin heeft nog al last van zijn arm het leek me beter als je er even naar wilt kijken," zei ik haar vastbesloten. Nog voor ik het door had, had Gavin zijn hand al weggetrokken. De angst stond in zijn ogen af te lezen en even had ik medelijden met hem, maar ik maakte me echt zorgen en hij moest fit zijn voor het gevecht, als hij het er heelhuids van af wilde brengen ten minste. Plots draaide hij zich weg en begon weg te lopen, nee toch! Dit was niet de bedoeling. Peinzend beet ik op mijn onderlip en ging in mijn hoofd de mogelijke opties langs.
    "Gavin, het is een bevel!" bracht ik toen uit. Ik deed het nie graag, maar het was de enige manier om hem naar binnen te krijgen. Elke andere man die bang was voor een bezoekje aan de dorpsarts had ik uitgemaakt voor aansteller of angsthaas, maar gek genoeg kon ik het van Gavin wel vellen. Hij had zich al vaak genoeg bewezen en had het zelfs geschopt tot leider van de krijgers. Ik wist nog goed hoe blij ik voor hem was toen hij het me vertelde. Hij had vaak gestreden en de dood vaak genoeg in de ogen gekeken. Hij had anderen zien sterven in de strijd en toch bleef hij vechten, het was één van zijn eigenschappen die ik zo aan hem waardeerde. Al maakte dat alles het nog vreemder dat hij zo bang was voor dit bezoek.
    Na wat volgens mij een kort gevecht met zichzelf was geweest kwam Gavin dan toch teruggelopen en nam mijn hand weer in die van hem. Na hem een klein kneepje in zijn hand gegeven te hebben stapten we naar binnen. Terwijl Noémielle de tentdoek dichtdeed en dus met haar rug naar ons toestond keerde ik me naar Gavin.
    "Het is voor je eigen bestwil, vertrouw me nou maar," fluisterde ik zodat alleen hij de woorden zou opvangen. Ik streek kort met mijn hand langs zijn wang en glimlachte bemoedigend. Ik besloot zijn hand vast te houden terwijl ik naast hem stond en het voelde even alsof ik één van de kinderen uit het dorp voor de eerste keer naar de dorpsarts had gebracht. Het was maar beter dat ik die woorden niet hardop uit zou spreken, het was niet mijn bedoeling Gavins ego te krenken. Ik schrok op uit mijn gedachte door Noémielle die haar verontwaardiging jegens Gavin uitte, even wilde ik haar vertellen dat ze dat ook rustig kon zeggen, maar besloot haar toen maar te laten gaan. Misschien zou het nu eindelijk tot hem doordringen dat het beter was direct langs te gaan als je een verwonding had opgelopen, hoe nietig het ook leek. Wijze woorden die ik zelf ook niet erg naleefde, maar dat deed er momenteel niet zo zeer toe. Ik mocht Noémielle wel, ze was gewoon vriendelijk en maakte zichzelf nuttig in het dorp. Ze leek altijd goed te weten wat ze moest doen, al kwam ze nu wat nerveus op me over en dat zorgde ervoor dat ik ook de zenuwen kreeg, al liet ik dat niet merken omdat ik bang was dat Gavin het zou opmerken.
    "Hoe gaat'ie Aiyana?" het was een simpele vraag die Noémielle me stelde en toch deed hij me even aan het denken zetten. Zou ze niet weten van mijn voorval met Chaluwen? Natuurlijk ging het niet goed met me nu de strijd er aan kwam. Ik had velen kopzorgen en piekerde bijna de hele dag. Maar dat ging niemand behalve Gavin aan. "Goed," loog ik daarom en wimpelde het daarmee af. "Zeg Noémielle, ik vroeg me af of je nog genoeg voorraden hebt. Nu de strijd eraan komt wil ik er zeker van zijn dat je alles hebt en aangezien iedereen geëvacueerd wordt lijkt het me wijs als je zorgt dat de spullen die je mee wilt nemen handig mee te nemen zijn. Desnoods laat je anderen ook wat dragen, want we zullen de spullen hard nodig hebben." Zonder producten zitten om de gewonden te verzorgen was het laatste wat ik wilde. Die verschikking moest iedereen bespaard worden en de kans dat deze hut zou branden was te groot, dus moesten we zoveel mogelijk zien te redden door het mee te nemen. Even wierp ik een blik op Gavin terwijl ik zacht met mijn duim over zijn hand wreef, het speet me dat ik hem hier naar toe gedwongen had en ik overwoog zelfs mijn excuses er voor aan te bieden wanneer we alleen waren. Iets wat ik overigens niet gauw deed, het ware een paar simpele woorden die ik altijd al met veel moeite over mijn lippen had gekregen. Of beter nog, niet over mijn lippen. Ik slaakte een zachte zucht en tuurde zwijgend de hut rond. Ik realiseerde me dat het vaak op anderen overkwam alsof Gavin en ik samen iets hadden, het was me zelfs wel eens gevraagd. Een onderwerp dat ik ergens wel lastig vond, ik had nooit echt raad geweten met mijn eigen gevoelens en zeker deze niet. Zag ik Gavin als meer dan enkel een vriend? Ik wist het niet goed en besloot het onderwerp zoals gewoonlijk te laten rusten, het waren geen dingen om over te piekeren in deze tijden. Het waren zorgen voor later, mócht ik er dan nog zijn om me er zorgen over te maken.


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Wow, sorry :'D Die is langer dan ik had verwacht.
    Awhm, voel je niet verplicht ook zo'n giga ding te droppen hoor.

    Ik vond Noémielles stuk trouwens prima hoor [: Goed geïmproviseerd ^^


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Jullie schrijven echt ziek lange teksten x'D. In a good way.


    No growth of the heart is ever a waste

    Dat heb ik van jou en Astrid geleerd :'D Vroeger kwam ik met korte, crappy tekstjes en jullie met giga stukken en zo heb ik het geleerd eigenlijk.. ;p


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Zijn er nog Avaloniërs die Bee willen lastigvallen? Ik kan niet zoveel omdat ze enorm introvert hoort te zijn en zo D: Misschien Nivera, die had volgens mij nu ook niets te doen, toch..? c:

    Bee - Bemanning Poseidon's Mermaid
    Ik kijk fronsend naar Aiyana als ze me kortaf afwimpelt maar dram niet door. Dan ga ik alvast in mijn eentje verder met mijn boog. Ik loop naar onze slaaphut, pak mijn mes en ga in de schaduw van het bouwsel zitten. Voorzichtig schaaf ik de bast van de tak die ik gevonden had af en probeer de knoesten en oneffenheden weg te werken. Ik heb geruchten gehoord dat het niet lang meer zal duren voordat er een heuze oorlog uit gaat breken op het eiland tussen Engel en Dalton. Als ik dan alleen mijn boog heb om me mee te verdedigen ben ik praktisch ten dode opgeschreven.. Ik heb mijn zwaard nog, en mijn mes, maar zo sterk ben ik nu ook weer niet. Het zou me beter bevallen als ik op afstand zou kunnen blijven en vanuit bijvoorbeeld een boom mijn vijanden neer zou kunnen halen.

    Josephine Bellafonte
    Ik kijk toe hoe Sygmund het bos weer inloopt en ga naast Leopold staan. Opgelucht dat Engel even weg is luister ik naar zijn uitleg. Het meeste ervan vergeet ik vrijwel meteen, omdat ik gewoonweg met heel andere dingen bezig ben. Met Ace, bijvoorbeeld. Als ik de bergen in ga samen met Leopold en de rest van Sygmunds bemanning, wie zegt dan dat Ace nog op dit eiland is als we terug komen? Wie zegt dat hij überhaupt nog leeft? Ik zie Sygmund terug komen lopen en kijk blij verrast naar de vruchten die hij mee heeft gebracht. Gedachteloos neem ik een mandarijntje aan van Leopold en begin voorzichtig de schil weg te pellen. We hadden niet vaak dit soort fruit thuis, omdat het vrij zeldzaam was, maar mijn vader had vaak verhalen over de meest exotische soorten fruit als hij terugkwam van een reis. "Jij kan ook wel wat vitaminen gebruiken." Ik kijk op en hoor Leopold zachtjes grinniken. Niet helemaal zeker of het een belediging was of slechts een conclusie glimlach ik maar gewoon, al ergert het me dat hij me tutoyeert. Ach ja, hij is en blijft een piraat, dat mag ik niet vergeten. Er komt een gespierde man aanlopen die kort met Engel praat en daarna samen met hem wegloopt. "Gaat het?" hoor ik Leopold zeggen en ik kijk hem even verrast aan. Hoe kan het dat hij heeft gemerkt dat me iets dwars zat? Ik glimlach vluchtig. "Ja, met mij gaat het goed. Wat vriendelijk dat u dat vraagt. En met u?" Ik blijf gewoon maar u zeggen, misschien dat hij het vanzelf over zal nemen.

    Captain Oliver Dalton - Captain Medusa
    Zodra Asilah is weggelopen sta ik op en klop het zand van mijn broek af. Het is aan het schemeren.. Weldra zal het donker zijn, en dan vertrekken we. Ik vraag me af hoe lang het zal duren voordat ik mijn bestemming bereik. Rustig laat ik mijn ogen over de bemanning glijden. Met die lastpakken erbij duurt het ongetwijfeld minstens drie keer zo lang. Maar nu ik weet dat Engel op het eiland is moet ik ze wel bij me houden. Ik kan veel, maar de hele bemanning van de Poseidon's Mermaid verslaan in mijn eentje is zelfs voor Oliver Dalton te hoog gegrepen. Zolang ze nog trouw aan me zijn heb ik in ieder geval een leger om mee te vechten. Maar dat is de vraag.. Hoe lang zijn ze nog trouw aan me? Wat als ze midden in de strijd overlopen en zich tegen me keren? Ik slik en kijk naar hun gezichten. Ze zijn vermoeid, terneergeslagen, verdrietig. Boos, misschien zelfs wel. En angstig. Die angst is de enige zekerheid die ik nog heb, de enige manier waarop ik ze in toom kan houden. Voor het eerst sinds lange tijd bekruipt me een gevoel van onzekerheid. Het is een allesoverheersend gevoel dat me zonder waarschuwing bespringt en overspoelt. Voor een seconde legt het alles stil, en ik voel hoe mijn hart tekeer gaat in mijn borstkas. Ik moet die schat vinden. Ik moet hem vinden, en daarna iedereen achterlaten of vermoorden. Alleen diegenen die ik kan vertrouwen met me meebrengen. Maar wie kan ik vertrouwen? Weer vliegen mijn ogen over de bemanning heen en weer, op zoek naar iemand die terug kijkt, die glimlacht, die naar me knikt. Niemand ziet me. Iedereen kijkt van me weg, negeert me. Is het de angst? De haat? Een beklemmend gevoel van paniek komt langzaam in me naar boven, en langzaam besef ik me ineens hoe alleen ik sta. Niemand is te vertrouwen. Dit eiland zal ik in mijn eentje verlaten.

    Gavin Sloan Honiahaka.

    "Het is voor je eigen bestwil, vertrouw me nou maar." Hij moest haar vertrouwen maar ze nam hem mee in de hel die hij al zo lang probeerde te vermijden? Nee, dat was geen vertrouwen. Dat was puur verraad, hoe goed bedoelt het ook was. Zijn hoofd trok hij weg bij haar hand, die liefdadigheid wou hij nu niet voelen. Hij vervloekte zichzelf dat hij daar net had toegegeven, dat was een moment van zwakte geweest. Hij was zich vaag bewust van het feit dat als hij vaker zulke momenten van zwakte had dat het hem dan nog wel eens de kop zou kosten. Vanaf het moment dat Noémielle begon te spreken had hij spijt van wat hij haar had gevraagd. Hoe haalde hij het ook in zijn hoofd om er naar te laten kijken? Niemand snapte het, helemaal niemand. De combinatie van koppigheid, trots en geen zwakte willen tonen maakte dat hij nog niet eerder naar zijn arm had laten kijken, het belemmerde hem om in te zien dat een behandeling goed was. Gefrustreerd drukte hij zijn kaken stijf op elkaar, om te voorkomen dat hij tegen haar zou uitvallen. Wat dacht ze wel niet? Dat ze hem kon vertellen wat hij wel en niet moest doen alleen omdat ze een arts was? Waar sloeg dat op? Als blikken konden doden dan had Noémielle aan zijn voeten op de grond gelegen. Dat zijn arm zijn functie kon verliezen liet hij langs zich heen glijden, daar had hij zo ook wel wat op gevonden. “Voor dat was gebeurt was ik toch wel gestorven in de strijd.” Sprak hij zonder enige emotie. Dat was zijn ideaal, sterven in een verhit gevecht tussen twee mannen die elkaar totaal niet konden uitstaan en weten dat hij met zijn dood de stam had gered. Hij was een krijger, dan dacht je als een krijger. Wat in hield dat je de dood vaak in de ogen keek maar dat voor een hele groep mensen die weerloos waren tegen de vijand, een groep mensen die je zag als je familie. Zijn blik ging naar zijn arm toen Noémielle zei dat het even kon prikken. “Ik ben erger gewend.” Beet hij haar toe. Het spul deed zijn wond branden maar door de pijn die hij al langer voelde deed het hem niets. De pissige toon die ze tegen hem aansloeg vond hij maar niets. Zijn volgende actie was misschien niet verstandig, maar het zou hem wel opluchten, bovendien zou hij de pijn van de wond kunnen uiten. “Is het niet al geweldig genoeg dat ik hier ben gekomen? Ik ben niet het type om hier te komen, ik ben niet het type om me zwak te tonen, dus wees blij dat ik er ben en je werk uitdaging geef in plaats van dat je me op mijn sodemieter geeft. Dat heeft mijn moeder al genoeg gedaan.” Zijn stem had hij flink verheven waardoor het maar goed was dat het een drukte van belang was in het dorp, zodat hij moeilijker boven het gekletst van de vrouwen zou uitkomen. Op deze manier zou hij er in ieder geval wel voor zorgen dat Aiyana niet langer het onderwerp van menig gesprek was maar dat hij dat werd. Nu pas schoot hem te binnen dat Chaluwen hem hier flink voor op zijn donder zou kunnen geven, wat hem niet goed uitkwam vlak voor het gevecht. Hij vloekte in gedachten, de woorden kon hij op geen enkele manier meer terug nemen. Zijn ogen schoten naar Noémielle, wat zij dacht deed hem niet zoveel, dat zou ze toch wel met hun delen of hij het nou wou of niet. Het probleem was echter, wat vond Aiyana ervan? Hij durfde niet naar haar te kijken, bang om de teleurstelling van haar gezicht af te kunnen lezen. Al vrij snel waren zijn ogen strak gericht op zijn wond die Noémielle voor de tweede keer besmeurde met vies uitziend spul. Hij nam een teug adem terwijl hij zijn hoofd op orde probeerde te krijgen, verschillende stemmingen wisselden elkaar in hoog tempo af waardoor hij begon kwijt te raken wat nou de normale Gavin was. Was het de ontspannen Gavin die daarnet nog onder een boom had gezeten en had genoten van de rust en stilte? Was het misschien de Gavin die na veel wikken en wegen had toegegeven aan iets wat goed voor hem was, de behandeling van zijn wond? Of was het de Gavin die hij op het moment was, een geïrriteerde vent die het onbegrip van anderen niet tolereerde? Wat het ook was, hij moest hier weg. Zijn hoofd zou niet overzichtelijker worden in de omgeving van twee vrouwen die zijn pijn en gedachten niet volgden.
    “Ik ben een krijger, in hart en nieren. De stam staat op de eerste plaats, als dat het einde van mijn leven betekend door de strijd die er aan zit te komen, dan is dat zo.” Sprak hij duidelijk tegen Noémielle, daarmee sprak hij zijn ongenoegen tegenover haar woorden van daarnet nog eens uit. Hij stond recht. Zijn hand had hij uit die van Aiyana laten glijden, ze zou hem niet kunnen tegenhouden. Noémielle die nog voor hem stond duwde hij nog redelijk vriendelijk een stukje bij hem vandaan, vervolgens liep hij naar de ingang van de tent. Ze konden het bekijken dat hij hier nog een seconde langer zou blijven, aan de andere kant, met zo’n arm kon hij weinig en door de voorstelling die hij daarnet had gegeven was het hele dorp snel op de hoogte van het feit dat hij ontzettend instabiel was op het moment. Daar kon de vijand misbruik van maken aangezien de wond op zijn arm nogal opviel. Bij de ingang van de tent bleef hij staan, zijn hoofd brekend over deze nieuwe gedachten. Ja, het was nu goed een zooitje in zijn hoofd. Als hij nu deze tent verliet dan zou hij ongetwijfeld sterven in de strijd en dat, terwijl hij nog jong was en Aiyana nog niet had gekust, wou hij toch minder graag dan dat hij de meiden gelijk gaf. Als hij de tent zou verlaten stelde hij bovendien zijn moeder ontzettend teleur. Zij was de enige samen met Aiyana waar hij echt om gaf, voor wie hij werkelijk streed als zijnde zijn stam. Tegenover zijn vader en broer had hij zich wel bewezen, ook al waren die er niet meer, die wisten dat hij een goede krijger was en zouden willen dat hij ook stierf in de strijd. De strijd was de mooiste dood voor een krijger, de pijn die je voelde vlak voordat je hart stopte met kloppen zou volgens de verhalen lang niet zo erg zijn als de bijna die je ervoer als je volledig bij bewustzijn was. In Gavin zijn handen lag de keuze over hoe lang hij zijn dood nog wou uitstellen. Het was simpel, één stap buiten en hij liep de dood tegemoet, één stap terug naar het verzorgbed en hij maakte nog een kans bij Aiyana al zou die door zijn uitbarsting wel enorm zijn geslonken. Zijn blik ging naar Aiyana, naar haar zachte mooi gevormde lippen, ja, die wou hij nog wel eens tegen de zijne aanvoelen. Die lippen maakten dat hij terug naar het verzorgbed liep om plaats te nemen. Zijn arm hield hij open naar Noémielle, zodat ze verder kon met de behandeling. De excuses die hij zou moeten aanbieden voor zijn gedrag bleven uit, het was al heel wat dat hij niet weg was gelopen en daar moesten de twee dames genoegen mee nemen. Zijn ogen had hij op de grond gericht maar hij zag niets van wat op de grond lag, in plaats daarvan zag hij de zachte, slanke lippen van Aiyana waar hij ooit zijn lippen nog op ging drukken. Wanneer dat wist hij nog niet, in ieder geval voor zijn dood. Maar voor nu kon hij prima leven met enkel het vooruitzicht om haar te mogen kussen, ook al wist ze dat zelf nog niet.

    [ bericht aangepast op 6 maart 2012 - 22:25 ]


    Stand up when it's all crashing down.

    Naar wie kan ik Asilah sturen? :'D I dunno what to do with her lol.


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Noémielle Dian Dewi, Avaloniër, arts

    "Zeg Noémielle, ik vroeg me af of je nog genoeg voorraden hebt. Nu de strijd eraan komt wil ik er zeker van zijn dat je alles hebt en aangezien iedereen geëvacueerd wordt lijkt het me wijs als je zorgt dat de spullen die je mee wilt nemen handig mee te nemen zijn. Desnoods laat je anderen ook wat dragen, want we zullen de spullen hard nodig hebben." Ik glimlachte even naar haar. "Alles wat ik nodig heb, kan ik in het bos vinden en de dingen die ik daar niet vinden kan, zitten al klaar in die grote zak daar," Ik wees even naar de hoek achter haar. "Ik ben al op alles voorzien." Geconcentreerd richtte ik me terug op de arm van Gavin van wie ik zowel de lelijke blikken als de stomme opmerkingen besloot te negeren. “Is het niet al geweldig genoeg dat ik hier ben gekomen? Ik ben niet het type om hier te komen, ik ben niet het type om me zwak te tonen, dus wees blij dat ik er ben en je werk uitdaging geef in plaats van dat je me op mijn sodemieter geeft. Dat heeft mijn moeder al genoeg gedaan.” Met opgetrokken wenkbrauwen draaide ik me om. "Excuseer? Zo'n uitdaging ben je nu ook weer niet hoor." Ik draaide me al half om voor ik verder praatte. "Gewoon het zoveelste kleine kind dat bang is om bij de dokter te gaan." Ik werkte nog steeds rustig verder terwijl ik me afvroeg hoe hij het ooit tot zo'n goede krijger had geschopt. Misschien dat zijn temperament daar wel in zijn voordeel werkte. “Ik ben een krijger, in hart en nieren. De stam staat op de eerste plaats, als dat het einde van mijn leven betekend door de strijd die er aan zit te komen, dan is dat zo.” Hij duwde me wat weg en begon naar buiten te stappen, ik besloot om maar niets tegen hem te zeggen. Hij moest het zelf maar weten. Blijkbaar zat er toch nog een greintje verstand in dat hoofd van hem want hij keerde terug op zijn stappen en ging zitten, zijn arm naar mij uitstrekkend. Excuses kreeg ik niet, die verwachtte ik ook niet van hem. Toch begon ik op een zachte toon tegen hem te praten. "Het spijt me Gavin, ik weet dat dit voor jou ook niet aangenaam is maar dit is geen slagveld en ik ben geen vijand, ik wil je alleen maar helpen want als het aan mij ligt, vecht jij nog een heleboel gevechten uit, oke?" Eigenlijk was het retorisch bedoeld geweest maar toch zette ik er een vraag achter. "En trouwens," Ik lachte even kort. "Hier ben ik de baas," Met een kleine grijns om mijn eigen grapje dat meer betekenis had voor mij dan voor hen bond ik een schone doek strak rond zijn arm. Het was een donkere geworden, zodat hij zeker niet zou opvallen. "Probeer deze aan te houden zodat er niets aan de wonde geraakt." Sloot ik uiteindelijk af met een glimlach, ik moest toegeven dat ik redelijk blij was hen te zien gaan. Gavin was nu niet bepaald goed gezind te noemen.


    Soms ben ik het sterkste wijf ter wereld en soms ben ik een kwartelei.

    Aiyana Kateri Chestio.
    Noémielle vertelde dat ze alles had en ik knikte tevreden. "Dat is goed te horen." Het was goed dat ze al voorbereidingen getroffen had en altijd van alles op voorraad had.
    Plots leek Gavin van gedachten veranderd en wat verbaasd keek ik naar hem. Vanwaar die plotselinge omslag? Hij begon over trots en krijger zijn en ergens begreep ik hem ook wel. Ik was ook trots en hield graag mijn reputatie hoog, wat me laatst erg slecht afging, maar als ik zo gewond zou zijn als Gavin was dan zou ik ook naar Noémielle gaan. Wat bezielde hem toch ineens?! Wat beduusd knipperde ik met mijn ogen en toen voelde ik mijn irritatie opborrelen. Het was niet nodig om zo te schreeuwen, natuurlijk had ik hem bevolen naar binnen te gaan.. Maar het had geleken alsof hij het er zelf ook mee eens was, dus ik dacht dat het goed was geweest. Ik had hem enkel hierheen gebracht in de hoop dat hij inderdaad naar zijn arm zou laten kijken. Eerlijk gezegd had ik niet eens verwacht dat hij de tent binnen zou gaan en nu dit? Het viel me toch van hem tegen dat hij zich zo liet gaan, hij was een volwassen man en hoorde zijn emoties onder controle te hebben. Al helemaal als het hoofd van de krijgers zijnde, ik liet me immers ook niet gaan in het openbaar, enkel in vertrouwd gezelschap. Het was beter dat Chaluwen, of wie dan ook, dit niet te weten kwam, anders kon Gavin het wel schieten. Ik keek Noémielle met een veel betekende blik aan en hoopte dat ze dit hint begreep. Anders zou dit kleine voorval Gavins reputatie flink schaden en ook al had hij dat dan zelf in de hand gewerkt, ik wilde het niet. Hij verdiende dat gewoon niet. Hij had immers vaak dingen voor mij gedaan en dit was het enige wat ik momenteel voor hem kon doen.
    Ik realiseerde me pas dat ik zijn hand al die tijd nog vastgehouden had toen Gavin mijn hand losliet en op stond. Niet weer hè? Was hij nou werkelijk van plan te vertrekken nu het bijna gedaan was? Deze keer bekeek hij het maar, ik ging hem niet weer achterna. Dacht hij soms dat ik hem hierheen had gebracht om hem te laten lijden? Ik deed alleen dingen waarvan ik dacht dat het goed voor hem was en dan kreeg ik stank voor dank. Eigenlijk had ik gehoopt dat hij me wel wat beter zou kennen en dat hij dus wist dat ik hem geen kwaad wilde doen. Ik slaakte een diepe zucht, soms was Gavin nog steeds een raadsel voor me. Gavin was inmiddels weer bijna de tent uitgelopen en bleef besluiteloos staan, kort wisselde ik een blik met Noémielle. Het liefst had ik hem terug naar binnen gesleurd, geschreeuwd dat het, het beste voor hem was en dat ie zijn trots maar even moest vergeten. Enkel een idioot liet zich niet behandelen en wat had je nou aan je trots als je stierf omdat je niet naar je verwondingen wilde laten kijken? Inderdaad, niks.
    Ineens kwam Gavin zonder een woord te zeggen terug en ging weer zitten, zelfs een excuus kon er niet van af. Mijn wenkbrauw schoot kort de lucht in, maar ik hield mijn mond wijselijk gesloten. Waarschijnlijk zou ik het, wat ik ook zou zeggen, alleen maar verergeren.
    "Het spijt me Gavin, ik weet dat dit voor jou ook niet aangenaam is maar dit is geen slagveld en ik ben geen vijand, ik wil je alleen maar helpen want als het aan mij ligt, vecht jij nog een heleboel gevechten uit, oke?" Noémielles woorden deden me kort glimlachen, ze was hier beter in dan ik moest ik toegeven, maar misschien dat ik vanavond ook mijn excuses zou aanbieden... Misschien. Gavin had naar mijn mening namelijk wel zwaar overdreven, Noémielle was heus geen monster of iets dergelijks, ze wou hem enkel helpen. Net zoals ik trouwens. Ik wierp een blik op Gavin en Noémielle was zo te zien klaar, de donkere band rond Gavins arm viel niet erg op, dus hij mocht zich gelukkig prijzen. Ik liep naar de uitgang en duwde de tentdoek wat opzij, zwijgend keek ik toe hoe iedereen hard aan het werk was. Een warme bries glipte langs het tentdoek en streelde mijn huid, terwijl ik me af vroeg of Gavin nog steeds van plan was langs Chaluwen te gaan voor me. Ik zou het wel fijn vinden, maar nu hij met veel tegenzin dan toch zijn arm had laten behandelen zou ik het niet erg vinden mocht hij besluiten niet meer te gaan.
    Ik keek over mijn schouder naar Noémielle en Gavin. "Ik ga maar weer eens, ik zie jullie zo meteen wel bij het eten," zei ik en dwong mezelf tot een klein glimlachje voordat ik naar buiten liep. Zou Gavin erg boos op me zijn? Ik was het niet gewend dat iemand anders dan Chaluwen boos op me was en dat ook werkelijk uitte. Ik zou het zo wel werken, want ik wist uit ervaring dat het eten al bijna klaar was. We aten altijd gezamenlijk en Sygmund zou er waarschijnlijk ook met zijn mannen bij zijn, dan kon ik even informeren of hij inderdaad wat aan Gavin's tips had gehad.


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Je kan Asilah Ace en Genesis lastig laten vallen if you like :].


    No growth of the heart is ever a waste

    Ace - Piraat Medusa.

    'Zo zijn zij misschien, maar jij niet.' Ik kijk verrast op.
    'Nou.. in alle eerlijkheid, zal ik mezelf niet vrijpleiten. De persoon die nu naast je staat, is niet altijd zo geweest. Ik kan mezelf nu niet bepaald een gentleman noemen.'
    Ze kust me op de lippen en neemt dan plaats naast me.
    "Ik zeg het nogmaals - en ik zal het blijven herhalen tot het ooit eens doordringt. Jij bent heel speciaal voor me Ace. Geen man, zelfs geen piraat zou daar tegenop kunnen. Ik heb mijn leven al enige tijd geleden in jouw handen gelegd en ik hoop dat ik daar voor altijd veilig blijf." Ik kijk om, recht in haar ogen.
    'Eh..' Veel meer komt er niet uit. Voorzichtig glipt mijn arm om haar middel en trekt haar tegen zich aan.
    'Ik heb je in een boel ellende gesleept, niet?' zeg ik zacht met een schuin glimlachje. De rum laten staan en zo betrouwbaar mogelijk voor haar te zijn is dan de minste tegenprestatie die ik kan leveren. Zal ik haar vertellen van het plan dat Tristan me zei? Zou het verstandig zijn? Ik kijk weer kort voor me uit, laat mijn ogen over Asilah's gelaat glijden. Nee. Dat zou te veel opvallen, Daltons hulpje zou er meteen achter komen. Ik weet al dat wij bekend staan als de rebelse spil in deze groep. Voorlopig krijgt Genesis nog niks te weten. Niet dat ik haar al wat zou kunnen vertellen, want Tristan moet mij zelf ook nog inlichten met zijn idee.


    No growth of the heart is ever a waste

    Genesis
    Ik kijk hem opnieuw aan wanneer hij zijn arm om mijn middel legt. "Ik heb je in een boel ellende gesleept, niet?" Ik zie het glimlachen, en haal vervolgens heel licht mijn schouders op. "Een beetje," geef ik toe, maar niet als definitief antwoord "maar als je dat niet had gedaan had ik je nooit ontmoet en was ik getrouwd met de gouverneur - de man die me enkel wil trouwen met eigen principes zij het ik - Genesis Elisabeth dochter van graaf Eduard Thrown." Ik glimlach waterig, ergens diep gekwetst. Als ik ooit terugga zal ik geen keuze meer hebben. Maar als ik bij Ace kan blijven.
    Er verschijnt een treurige frons boven mijn wenkbrauwen voor ik me opnieuw richting Ace draai om in zijn ogen te kunnen kijken. "Houd je van me, Ace?" Vraag ik zachtjes, ergens ietwat onzeker en misschien zelfs verlegen, waarna ik mijn blik langzaam afwend naar het zand naast mijn voeten.


    Feel the fire, but do not succumb to it.

    Tristan Wright - Piraat, Medusa.
    Ik schrik van haar reactie. Erg zelfs. Zwijgend en vooral haar blik ontwijkend, hoor ik haar verder razen. ‘Waarom vertel je me dat nu pas?! Je wist het al die tijd al! Ik-‘ Ze zwijgt, maar haar stilte is al even oorverdovend. Ik bijt op mijn tanden en grijp een pluk gras vast, om mezelf te sterken. Ik wil iets zeggen, maar doe mijn mond weer dicht en gluur naar haar. Ze staart naar het gras, haar kaken op elkaar geklemd. Het doet me pijn haar zo gekwetst te zien, dat was nooit mijn bedoeling, integendeel. ‘Ik wilde je alleen beschermen, Abby. Van zodra jij iets zou weten, was je schuldig geweest voor Oliver. Ik wilde je die angst besparen.’
    Ze blijft stil en ik staar naar mijn knieën. ‘Ik dacht het al,’ zegt ze uiteindelijk. Ik kijk op en ik hoop dat ze het verdriet dat ik niet durf te uiten in mijn ogen kan zien, maar ze kijkt me niet eens aan.
    ‘…Ik vertrouwde jou!’ Ik wil haar hand vastnemen en zeggen dat ik haar echt enkel wilde beschermen, maar ik blijf onbeweeglijk zitten, machteloos. Zelfs de excuses die al klaar in mijn mond liggen, krijg ik niet naar buiten geperst. Eindelijk kijkt ze me dan toch en de hardheid op haar gezicht is als een klap in het mijne. Dit was nooit mijn bedoeling, maar ik weet niet hoe ik het haar moet uitleggen.
    ‘Is er nog iets dat ik moet weten?’ vraagt ze dan. Waar moet ik beginnen? Wat wilt ze allemaal weten? Ze kent mijn echte naam al, maar ze heeft er nooit verder naar gevraagd. Opnieuw; wat wilt ze allemaal weten? Een levensloop vertellen is een zware taak, zeker als je van niets kan vertrekken. Ik zucht. ‘Ik kan je een hoop vertellen, maar ik weet niet waar te beginnen. Ik ben geboren als Thomas Wyatt, oudste zoon van een Engelse graaf. Mijn ouders waren niet geliefd onder de mensen, verre van zelfs. Te hoge belastingen, strenge straffen… Typische adellijke misdaden, je kent het wel. Toen brak er een epidemie uit van een ziekte die ik me niet meer kan herinneren, maar ze maakte in elk geval geen onderscheid tussen arm en rijk. Mijn ouders stierven als een van de eersten, samen met mijn baby-zusje, Catherine.’
    Ik kijk weg, staar naar mijn voeten. ‘Ik was gek op haar, ze was zo klein en zo… Mijn kleine zusje…’ mompel ik, met haar lachende gezichtje voor mijn ogen. En dan het beeld van hoe ze wasbleek, voor eeuwig zwijgend tussen onze ouders lag opgebaard.
    ‘Ik was 9 toen. Op één of andere manier ben ik later bij een weduwe terechtgekomen, die ik wijsmaakte dat ik geen naam had, half bewust van de reputatie van mijn ouders. Ze noemde me Tristan Wright, naar haar man, denk ik. Toen ze besloot te hertrouwen, een jaar of 6 later, ben ik weggelopen. Omdat haar verloofde een tiran was. Ik kwam bij een dievenbende terecht en leerde zakkenrollen. Er was daar een kerel, Joseph, die geld achter hield van de groep. Ik kwam er achter en eigenlijk wilde ik het vertellen toen hij weigerde het toch bij te leggen – dat was de regel: alles wordt gelijk verdeeld-, maar toen liet hij me zien wat hij er mee deed: hij moest er zijn zus en haar zoontje mee onderhouden. Dus ik zweeg. Een paar jaar later ontstond er een gigantische rel tussen Joseph en de groep, onze familie eigenlijk, en hij heeft hen koudweg, allemaal aan de stadstroepen verraden. Op mij na. Hij gaf me de helft van het gespaarde fortuin van de bende en verdween. Ik besloot zijn voorbeeld te volgen toen ik erachter kwam dat de luitenant –Haugh- die verantwoordelijk was voor het oprollen en ophangen van mijn nieuwe familie er een persoonlijk streefdoel van had gemaakt om ook het laatste lid aan de galg te zien bungelen. We waren nogal goed in wat we deden, zie je. Op mijn negentiende begon ik bij een smokkelaar op zee, maar Haugh vond me niet veel later. Je hebt mijn rug gezien, dat heeft hij gedaan toen hij ons schip enterde. Ik was toen nog een complete leek met zwaarden… Mijn grote geluk was dat de zee toen nogal woest was die dag. Ik stond gewond tegen de trap geleund, mijn zwaard nog amper vast en Haugh voor mijn neus klaar om me de genadeslag te geven, toen een enorme golf tegen het schip beukte. Ik schoof uit, mijn zwaardhand schoot schuin omhoog en het laatste wat ik zag en hoorde was luitenant Henry Haugh brullend naar zijn bebloede gezicht grijpen.
    Ik werd later opgevist door een kerel die me niet alleen verzorgde, maar ook leerde zwaardvechten: zo machteloos staan is vreselijk. Ik kwam op Tortuga terecht en werd daar verraden door de kapitein met wie ik was meegevaren, Haugh heeft een egostrelende prijs op mijn hoofd staan.’ Ik zucht, maar voel me opgelucht. ‘Abby, je moet weten dat ik in feite een wandelend lijk ben. Een aangename toekomst met mij is nagenoeg onbestaande.’ Ik wou dat ik dat niet had gezegd, nu gaat ze me zeker verlaten, 100% zeker. En ik wil haar niet kwijt.


    Home is now behind you. The world is ahead!

    Ace - Piraat Medusa.

    De gouverneur? Wat verbaasd kijk ik in haar richting. Ze zou uitgehuwelijkt zijn. Ja.. voor zover ik weet gebeurt dat vaak in de hogere kringen, om familiebanden van belangrijke elites te versterken, of voor economische of politieke doeleinden. Mensen van mijn stand genieten misschien niet hun welvaart, maar ze leven in elk geval wel in grotere vrijheid. Nu vraag ik me toch echt af wat beter zou zijn.
    'Houd je van me, Ace?' Mijn ogen worden groter als ik haar aankijk. Gauw wendt ze haar ogen naar het strand. Hou ik van haar? Het is een vraag die ik zelf nog niet kan beantwoorden. Ik geef om haar en ik wil dat ze veilig is. Maar houden van? Ik zou een leugenaar zijn als ik volmondig 'ja' zou zeggen. Ik zou niet alleen haar, maar ook mezelf voor de gek houden.
    'Ik geef om je,' zeg ik naar waarheid. 'Ik durf alleen niet te zeggen dat ik van je hou. Nog niet. Daar is het te vroeg voor.' Ik zeg het even zacht als zij, hopend dat ik haar niet zeer heb gedaan hiermee. Ik bedoel er niets kwaads mee. Van haar kijk ik weer naar voren, volg het indrukwekkende schouwspel van de zon die in het water zakt. Het zal niet lang meer duren nu.


    No growth of the heart is ever a waste

    Nog iemand die Aiyana wilt lastig vallen of andersom?

    Abigail Rosaline Valence.
    Dat hij me wilde beschermen ontroerde me wel, maar ondertussen woedde er een twee strijd binnenin me. Moest ik boos op hem zijn omdat hij het zo lang verzwegen had, ook al deed hij het met goede bedoelingen? Of moest ik hem vergeven, ondanks dat ik hem wel altijd eerlijk tegen hem was geweest? De hele situatie verwarde me, een probleem dat ik er gezien de hele situatie er niet bij kon hebben. Ik had gewild dat ik hier meer ervaring mee had gehad en precies wist wat te doen, maar dat was helaas niet het geval.
    "Ik kan je een hoop vertellen, maar ik weet niet waar te beginnen," vertelde Tristan me uiteindelijk en ik kon mijn oren niet geloven. Was hij werkelijk eindelijk van plan me te vertellen hoe zijn leven er uit had gezien voor hij me had ontmoet? Zonder dat ik het echt door had hield ik mijn adem in terwijl Tristan zijn verhaal deed.
    Zijn verhaal greep me aan, vooral het gedeelte waarin hij begon over zijn zusje. Ik merkte dat er op een gegeven moment zelfs kippenvel op mijn armen was verschenen.
    "Abby, je moet weten dat ik in feite een wandelend lijk ben. Een aangename toekomst met mij is nagenoeg onbestaande," sloot hij zijn verhaal af. Nee nee nee, zeg dat nou niet.. Het veranderde voor mij niks aan onze relatie, ik zou hem enkel om die reden niet laten vallen. Al was hij een wandelend lijk, dan nog wilde ik bij hem blijven tot de laatste seconde. Elke seconde met hem was waardevol en dat moest hij weten.
    Ik nam zijn gezicht tussen mijn handen en drukte liefdevol een kus op zijn voorhoofd.
    "Het spijt me dat ik zo tegen je uit viel, dat was onredelijk van me," fluisterde ik en omhelsde hem vervolgens. "En het veranderd voor mij niks tussen ons Tristan, echt niet," voegde ik er op fluistertoon aan toe. Ik had geen idee hoe ik hem dat duidelijk moest maken en hoopte dat hij me op mijn woord zou geloven. Ik ging weer goed zitten en keek hem aan.
    "Maar wat ben je nu van plan..? Wachten tot we Engel tegenkomen?" voeg ik hem, ik wilde weten hoe hij van plan was dit aan te pakken, misschien dat ik er nog een steentje aan bij kon dragen.

    Hmm, deze voelt heeeeeeel klein en slecht na jouw mokerpost.. ;p

    [ bericht aangepast op 11 maart 2012 - 21:31 ]


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.