• Part 1
    Part 2
    Part 3


    Joinen, maar geen idee wat RPG's zijn? Kijk hier:
    Plop

    Welkom 8D
    Ahum, eerst het verhaal:

    Een stel rijke dames van de Dames Club in Engeland gaan op bezoek bij hun vriendinnen in Frankrijk. Halverwege de reis komen ze echter in een storm terecht. Hun schip vergaat, en slechts vijf dames weten te ontsnappen aan de dood. In een houten sloep drijven ze dagen stuurloos over de zee, tot ze eindelijk een schip zien. Wanhopig beginnen ze te zwaaien, hopend op hulp. Wat de dames echter niet weten, is dat het een piraten schip is… De piraten redden ze, maar niet voor niets. De dames worden gedwongen om hard te werken, en zullen moeten wennen aan het harde, vieze leven op het piratenschip…
    Omdat we niet oneindig veel dames kunnen hebben, is er een maximum van 5 dames. En natuurlijk maar 1 dame per persoon, anders is het een beetje sneu als 1 iemand 5 dames heeft en de ander 0. Van Piraten mogen er wel heel veel komen.. Hehehe ^^ (Piraten zijn mannelijk :'])

    Voor de duidelijkheid, er zijn dus geen mobieltjes/auto's/moderne kleren.. Maar ik denk dat dat wel logisch is..

    Dames:
    Joshephine,Maxime,Clarabella, May
    Piraten:
    Olivier (Captain),Abby(Piraat),Peter/Felix(Piraat),Ace (Piraat), Tristan (Piraat), Arthur (Piraat),Kjell (Piraat),Natambu (Piraat),Alice/Sarah Kate Smith

    Overig:
    King George,Carlos (Dief)

    Have fun 8D

    (p.s. De verhaallijn is bedacht door Endure, het idee om piraatjes te gebruiken door mij :p)

    SOUNDTRTACK



    [ topic verplaatst door een moderator ]

    [ bericht aangepast op 5 juni 2011 - 16:51 ]

    Eh, ik veronderstel dat hij die tand niet kwijt is? (:

    Tristan
    Ik ben te dronken om snel genoeg te reageren wanneer de kapitein uithaalt met zijn vuist en hij treft me dan ook genadeloos hard tegen in mijn gezicht. Ik voel mijn lip opengereten worden door iets en vervolgens warm bloed over mijn gezicht lopen. Verd-
    Ik sla dubbel onder de volgende explosie van pijn wanneer de kapitein me raakt in mijn buik. Hij trapte hard genoeg om mijn maag permanent tegen mijn ruggegraat onder te brengen. Kreunend en met tranen in mijn ogen grijp ik me vast aan de tafel. Ik ga niét omvallen, zeg ik mezelf, dat gun ik hem niet. Op de een of andere manier kan ik mijn pijn zelfs ruiken.
    'Veel succes met het vinden van een nieuw vervoermiddel. Je bent niet meer welkom op mijn schip.'
    Amechtig kijk ik op, maar de kapitein en zijn neger zijn al vertrokken. Klootzak. Ik laat me op een stoel vallen om op adem te komen en tast voorzichtig naar mijn lip. Ze zit vreemd los en is glibberig van het bloed. Hoogstwaarschijnlijk gescheurd. Godverdomme. Dit is echt het stomste wat ik ooit heb gedaan toen ik dronken was. Een piratenkapitein beledigd. Hoewel, beledigd. Dat hij zo reageerde, bewijst alleen maar dat ik gelijk heb. Nu pas zie ik dat heel de pub naar me staart.
    'Iemand van jullie een genezer?' vraag ik luid en pissig. De mannen wenden zich snel weer tot hun bier en de gesprekken beginnen weer op gang te komen. Met de rug van mijn hand probeer ik wat bloed van mijn mond te krijgen en ik sis van de pijn. Met mijn tong voel ik of ik al mijn tanden nog heb, wat gelukkig wel het geval is.
    Iemand komt naast me zitten en ik kijk wantrouwig schuin omhoog wie het is. Een oudere hoer met een vod, niets om bang van te zijn.
    'Hier, druk dit er tegen en volg me.'
    Dankbaar neem ik de vod aan en sta ik recht. Ze neemt me mee naar de achterkamer, waar ik me op een ton zet en haar naar mijn lip laat kijken.
    'Haal Jerôme even, Marie,' zegt ze in snel Frans tegen een meisje van een jaar of vijftien en tegen mij: 'Jij hebt geluk gehad dat hij zijn vuist nam en niet zijn zwaard.'
    Ik antwoord niet, hetgene wat me nog meer in beslag neemt dan mijn pijn is de vraag of Abby al veilig zou zijn. En of ze nog leeft. En dan krijg ik een krankzinnig plan, nog geschifter dan alleen een schip vol martelaars binnenvallen.
    Het meisje komt terug met een magere man aan de hand. Op zijn scherpe haakneus staat een brilletje en hij kijkt me aan met pretlichtjes in zijn ogen. Wantrouwig kijk ik terug. 'Ja, dat zullen we moeten hechten, hé jongen.'
    Hij haalt naald en draad uit een leren tas die me nog niet was opgevallen en vraagt de oudere dame om water en een schort. Wanneer hij uiteindelijk klaar is met hechten, ziet hij er meer uit als een beenhouwer dan een dokter, mijn bloed heeft bijna de hele schort licht- en donkerrood geverfd. En ik voel me ook even beroerd als een halfgeslacht schaap.
    De genezer/beenhouwer veegt zijn handen af aan een doek en bekijkt zijn resultaat goedkeurend. 'Dat is dan 1 zilverstuk,' zegt hij en hij steekt zijn hand uit. De vrouw zet haar vuisten in haar zij en zegt luid en duidelijk: 'Dit was om je schulden mee af te betalen. Je bent nu halfwege de rekening. En nu opgerot.'
    De man maakt zich gehaast uit de voeten en de vrouw grinnikt zo gauw hij weg is. 'Bedankt,' zeg ik gemeend tegen haar. Ze wuift met haar hand en ik glimlach naar haar. Mijn lip doet onmiddelijk nog meer pijn en ik laat de glimlach vallen. 'Wel jongen, dat kan alleen maar over geld of een vrouw gegaan zijn. En laat me je iets vertellen: als het om een vrouw ging, zorg er dan maar voor dat je haar hart voor jou wint, want ze is er een uit de duizend. En nu wegwezen.'

    Natambu/Nate
    Ik kijk nog even zonder medelijden naar het dronken ex-crewlid en hol dan achter de kapitein aan. Hij heeft toch meer pit dan ik dacht, denk ik bewonderend. Ik loop achter hem de loopplank van de Confidentia op en op onze hoede sluipen we over het dek. Er ligt een wachtpost te slapen en ik sla hem met een houten plank op zijn kop, zodat hij zeker niet op het foute moment wakker wordt. Benedendeks klinkt gestommel en kreten, maar niet die van mensen die worden gefolterd. Het zijn die van razende beroepsvechters. Dit wordt leuk. Nonchalant doe ik mijn met leer gevoerde boksbeugel om mijn linkerhand en neem ik mijn zwaard in de rechter. 'Zullen we, kapitein?'

    [ bericht aangepast op 11 juni 2011 - 20:47 ]


    Home is now behind you. The world is ahead!

    Noooou, nu ben ik benieuwd naar Tristan's krankzinnige plan xD


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Nee, die tand heeft hij gelukkig nog :3
    Ik vind het eigenlijk toch wel een beetje zielig voor Tristan :']
    En ik ben ook benieuwd naar zijn plan ^^

    Josephine
    Ik schud mijn hoofd en glimlach zwakjes. "Ik ben bang van niet. De grootste luxe hier is een tobbe met koud zeewater. Maar misschien volstaat dat ook, als je je wilt wassen. Het is hier weer de gang op, en dan de derde deur van rechts." Ineens bedenk ik me dat ze misschien niet te vertrouwen is. Wat als ze een dievegge is en hier slechts komt met de intentie het schip te beroven? Ik wend me tot Arthur en glimlach. "Misschien kun jij het haar laten zien?" Als ze werkelijk een dievegge is zal Arthur haar makkelijk kunnen overmeesteren, zo lijkt me.

    Olivier
    Boos loop ik naar de haven. Die vuile gore miezerige klootzak moet het niet nog een keer in zijn hoofd halen zoiets te flikken. Ach, daar krijgt hij niet eens de kans voor. Hij komt niet meer op mijn schip. Als ik hem daar nog een keer zie snijd ik zonder pardon zijn keel door. Ik stop als ik de Confidentia zie liggen. Een mooi schip, waar verschrikkelijke dingen gebeuren. Ik schrik op als ik Natambu hoor. Ik knik en slik mijn woede even in. Abby moet nu gered worden, dat is het belangrijkste. Ik trek mijn zwaard en loop het dek op. Er is niemand, en het ziet er akelig stil uit. Dan hoor ik de geluiden van beneden: geroep, ijzer dat tegen elkaar ketst en.. Abby. Haar stem klinkt me als muziek in de oren: Ze zit dan wel in de problemen, maar ze leeft in ieder geval nog. Ik wenk Natambu en samen lopen we naar beneden. Het schip is haast een doolhof, maar door het geluid te volgen komen we uiteindelijk toch op de goede plek. Abby staat in een hoekje, met twee mannen om haar heen. Ze grijpt naar haar arm, en er sijpelt bloed tussen haar vingers door. Ik scan de rest van de ruimte en kijk naar de martelwerktuigen die overal staan. Wat is dit voor plek? Dan zie ik een slap lichaam aan een paal hangen. Is dat.. Ace? Is hij dood? Hm, geen tijd om daar nu naar te kijken. Abby leeft sowieso nog, dus die moeten we eerst redden. Ik storm op haar belagers af en ram mijn zwaard door de borstkas van de rechter. Blijkbaar zit ik precies tussen twee ribben in, want mijn zwaard glijdt gemakkelijk door zijn vlees heen. Ik hoor hem gorgelen en hij proest bloed uit, wat deels op Abby spettert. Ik geef hem een trap in zijn rug, waardoor hij van mijn zwaard af glijdt en op de grond valt. Natambu heeft zich zo te zien ondertussen op de andere man gestort. Ik richt me tot Abby en leg een hand op haar schouder. "Ben je zwaargewond?" Ik wil bijna beginnen met een vragenvuur over haar gezondheid en hoe ze zich voelt als ik me Ace herinner, die nog steeds slapjes aan de paal bungelt. "En weet je of Ace nog leeft?"

    Yes, nu kunenn we weer verder :'D

    Abby (Abigail Rosaline Valence)
    Precies op het moment dat ik dacht dat het het einde was, kwamen er mensen binnen. Even keek ik op en zag de Kapitein met een voor mij nog onbekende man. Een gelukzalig gevoel ging door mijn lichaam heen, ondanks de pijn die ik had. Ik voelde het bloed langs mijn hand sijpelen, ik had nog nooit een schotwond gehad en wist dus niet of het erngstig was of niet. De Kapitein boorde zijn mes tussen de ribben van een van de mannen, geschokt keek ik toe. De man begon te gorgelen en hoestte bloed. Een paar bloedspetters kwamen op mijn broek en voorzichtig stapte ik opzij, alsof ik nog niet genoeg onder het bloed en wonden zat. Plots voelde ik een hand op mijn schouder, het was de Kapitein. "Ben je zwaargewond?" vroeg hij me en ik schudde gauw mijn hoofd. Voorzichtig haalde ik mijn hand van de wond, het zag er vast erger uit dan het was, hoopte ik.. "Nee, niks ernstigs."
    "En weet je of Ace nog leeft?" vroeg hij toen nog. Shit, Ace! Gauw snelde ik naar Ace toe en knielde bij hem neer. "Ace, gaat het nog?" vroeg ik bezorgd en meteen daar achterna: "We gaan hulp voor je halen."
    Ik keek naar de Kapitein en vreemde man, waren ze maar met zijn tweeën of stond de rest te wachten op de gangen? Ik hoopte sterk het tweede. Hoe wisten ze trouwens dat we hier waren? Te veel vragen, te weinig tijd. Dat waren zorgen voor later. "We moeten hulp voor hem zoeken, hij is ernstig gewond."


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Natambu/Nate
    Terwijl de kapitein de ene man voor zich neemt, stort ik me geamuseerd op de tweede. Hij is best sterk, maar we zijn aan elkaar gewaagd. Eerst weet hij me langs mijn arm en zij de schrapen, maar uiteindelijk krijg de overhand. Ik dwing hem tegen de muur en steek dan mijn sabel schuin omhoog onder zijn borstbeen. Hij gorgelt en vlotjes trek ik mijn sabel er terug uit, waarop de man met levenloze, veropengesperde ogen naar beneden zakt, een natte, rode streep achterlatend op de houten want. Terwijl de kapitein en het meisje - niet lelijk, maar zeker niet bijzonder- zich over een zo goed als doodgefolterde man buigen, begin ik systematisch alle kajuiten na te kijken. Kajuit 1, niemand, kajuit 2, ook niet en wanneer ik kajuit 3 wil opendoen, stormen er 3 mannen de trap op. De eerste steek ik simpelweg in de buik wanneer hij met opgeheven zwaard op me afkomt, maar terwijl ik mijn degen in een kruistelling houdt met dat van de tweede, glipt de derde langs me heen naar de kapitein en zijn Abby. 'Pas op!', roep ik zonder om te kijken; mijn ogen zijn gefixeerd op die van mijn tegenstander, die steeds zwaarder begint te duwen. Uiteindelijk duw ik zijn zwaard met al mijn kracht naar beneden en haal ik uit met mijn boksbeugel. Die maakt drie diepe, bloederige wonden in zijn gezicht en verschrikt deinst hij achteruit. Ik stap met hem mee en duw mijn boksbeugel nog 2 keer in zijn gezicht, om hem vervolgens mijn mijn zwaard in de hals te steken. Zijn lichaam valt voorover, maar ik geef het snel een trap zodat het naar de andere richting kantelt. Kijk, zó maak je iemand af. Vervolgens draai ik me om naar de kapitein en Abby om te zien hoe zij het ervan afbrengen. Ik heb het gevoel dat ze hier zo snel mogelijk weg willen- ik niet, ik amuseer me wel. Hopelijk zit er nog een verrassing achter één van die deuren.

    [ bericht aangepast op 11 juni 2011 - 20:41 ]


    Home is now behind you. The world is ahead!

    Sarah Kate Smith

    Ik wist niet echt of ik hem kon vertrouwen. ' Nee laat maar zitten, ' zei ik op een vriendelijke toon. Josephine leek het niet te begrijpen. ' Ik douche straks wel.. '

    ( sorry voor zo'n klein stukje :$ )

    Ace - Piraat.

    Als alles weer begint te draaien en ik vecht om het contact met de werkelijkheid probeer te houden dringt het besef langzaam maar zeker door dat alles verloren is. Ik kan nog geen rake steek of slag uithalen in deze toestand, Abby staat er alleen voor. Ik voel me vreselijk zwak en zelfs het drukken op de wond kost me haast te veel energie en zelfs ademhalen wordt steeds pijnlijker. Ik hoor schreeuwen en gedreig.
    "Zeg maar dag tegen je lieve vriendje." Mijn ogen sperren zich ineens open, als ik vlak daarna een flinke knal hoor en een ingehouden kreun van pijn. Bingo. Mooi werk, Abby, maar ik vrees dat het voor niks is. Het is een kwestie van tijd voor ze ons vinden en in de pan hakken. Jezus, wat ben ik nou voor hulpeloze piraat? Niet eens in staat om een verdomd schip vol kaksoldaatjes te plunderen. Ik hoest en verga daarbij van de pijn. Godverdomme. Ik besluit de kalmte te bewaren en mijn lot te accepteren. Deze pijn is ondragelijk. Ineens hoor ik een aantal stemmen, waaronder bekende stemmen. Langzaam en zwakjes hef ik het hoofd.
    'Kapitein, maak dat u wegkomt. Ze zijn.. meedogenloos,' zeg ik zwak. Dan hoor ik Abby's stem. Ze leeft! Maar wat is er met die klootzakken gebeurd? Als de rest van de bemanning terugkomt zijn we al helemaal ten dode opgeschreven. In een kamer zitten met zes van die martelaars zie ik allerminst zitten. Geef me dan maar meteen een zeemansgraf.


    No growth of the heart is ever a waste

    Josephine
    Ik frons als Alice ineens niet meer wil douchen. Misschien voelt ze zich ongemakkelijk bij Arthur.. Dat lijkt me niet nodig, want volgens mij is het een echte gentleman. "Hm, oke dan." Ik kijk weer naar Maxime, die akelig stil is naar mijn mening. "Max..? Hij komt er echt wel weer bovenop hoor." Ik leg mijn hand weer op haar rug en kijk haar bezorgd aan.

    Olivier
    Ik loop achter Abby naar Ace aan. "Oké, we zullen hem hier weg tillen." Ace mompelt iets en ik snijd de touwen rond zijn benen en polsen los. Hij valt slapjes in elkaar, en nu zie ik waarom Abby zo bezorgd om hem was: In zijn zij zit een gat, waar bloed uit stroomt. Het zou me niet verbazen als dat hem zijn leven gaat kosten. Ik bijt op mijn lip en probeer een manier te bedenken om hem zo voorzichtig mogelijk op te tillen als ik Natambu hoor roepen. "Pas op!" Ik draai me om en trek meteen mijn zwaard als ik iemand op me af zie komen. Doordat ik hem niet had verwacht lukt het hem me te raken met zijn zwaard, en ik klem mijn tanden op elkaar als ik het scherpe ijzer in mijn arm voel dringen. Hij wil nog een keer uithalen, maar deze keer blokkeer ik het met mijn zwaard, en ik haal uit naar hem. Mijn degen treft hem bij zijn borst, alleen diep genoeg om hem te doden. Hij schokt even van de pijn, maar gaat dan door met vechten. Na een tijdje zijn zwaard te hebben ontweken lukt het me eindelijk om hem te raken, en deze keer is het een voltreffer. Ik ram mijn zwaard door zijn keel, en trap hem vervolgens op de grond. Dan wend ik me tot Natambu. "Kun je me helpen die man te dragen? Hij is gewond, en als we hem hier niet snel wegkrijgen sterft hij." Ik loop naar Ace toe en steek mijn armen onder zijn oksels, klaar om hem op te tillen. "Gaat het nog?" vraag ik aan Abby, die er behoorlijk bleek uit ziet.

    Haha, de Kapitein en zijn Abby, hier moest ik stiekem wel om lachen :Y)

    Abby (Abigail Rosaline Valence)
    Ik hoorde Ace iets mompelen, maar verder was hij stil, waarschijnlijk was hij buiten bewust zijn geraakt. Dat was wel beter voor hem, aangezien hij zich dan niet bewust zou zijn van de pijn. Ik schrok op van de vreemde man die riep dat we moesten oppassen. Toen ik opkeek zag ik dat er een man op ons afstormde, maar de Kapitein maakt hem gelukkig al van kant. Of naja.. Gelukkig. Het was niet prettig mensen te zien sterven, maar het kon nu eenmaal niet anders. Ik zag dat de Kapitein geraakt werd, maar vroeg niet of het wel ging, ik wist het antwoord immers toch al. Hij zou zeggen dat 't ging, hoeveel pijn het ook deed, onze hele bemanning op het schip trouwens. Iedereen wilde zich groot houden en stoer blijven. "Gaat het nog?" vroeg de Kapitein plots en ik knikte. "Ja, het gaat." Even zweeg ik en dacht na, hij had de vreemde man gevraagd om te helpen met tillen, dat was niet slim. "Ik help met dragen," zei ik toen, ik voelde me vastbesloten hier uit te komen. Ondertussen keek ik naar Ace's wond, die moest dichtgehouden worden, anders verloor hij teveel bloed. Nog meer bloed kon hij niet missen, maar hoe moesten we het dichthouden? Ineens ontklapte zich in mijn hoofd een plan. Gauw trok ik mijn shirt uit, wat overigens behoorlijk pijn deed dankzij het shotwond in mijn arm, ik had er toch nog een hemd onderaan. De wonden op mijn armen vielen nu wel te zien, maar het was nu een kwestie van leven en dood. Ik knielde weer neer bij Ace drukte het shirt op zijn wond. Ik liet het even los en trok een lange reep stof van mijn hemd, nu was het korter en liet het dus ook een stuk van mijn buik en rug zien, waar ik me weinig bewust van was. Ik bond de reep stof rond zijn middel en vervolgens over het shirt dat op zijn wond lag, ik legde gauw een knoop en hoopte dat het bleef zitten. "Kapitein, wij zijn gewond, wij zullen hem moeten dragen aangezien we momenteel in het nadeel zijn als we vechten," begon ik uit te leggen terwijl ik opstond en me tot de vreemde man richtte, "Ik weet je naam niet en ik weet ook niet of je te vertrouwen bent, maar ik zal je voor nu maar moeten vertrouwen. Jij loopt voor ons uit, als er nog anderen verstopt zitten op dit schip of terug komen van inkopen doen moet jij ze bevechten. Je lijkt me hier sterk genoeg voor, nietwaar? Dus help ons hieruit," zei ik hem en voegde er toen nog aan toe: "Alsjeblieft?"




    Jaja, die stof is lang genoeg, net zoals wanneer je ene appel shilt, die shil kan ook heeeeel lang zijn en zo dus ook met haar shirt x'D Crappy post, gisteren leek dit idee nog goed x]


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Sarah Kate Smith

    Wie kwam er wel weer bovenop? Even snapte ik het allemaal niet meer. Dat kwam waarschijnlijk omdat ik hier nog maar net was. ' Wie komt er wel bovenop? ' vroeg ik aan Josephine. Ik betrapt mezelf erop dat ik toch weer nieuwschierig was..

    MagicDesire schreef:
    Sarah Kate Smith

    Wie kwam er wel weer bovenop? Even snapte ik het allemaal niet meer. Dat kwam waarschijnlijk omdat ik hier nog maar net was. ' Wie komt er wel bovenop? ' vroeg ik aan Josephine. Ik betrapte mezelf erop dat ik toch weer nieuwschierig was..

    sarah, er ligt een bewusteloze gozer in dekamer.


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Oh oepss.
    Again. ;p

    Sarah Kate Smith

    Ik keek naar de bewusteloze man die naast mij lag. Ik keek Josephine geschrokken aan. Het leek net alsof ik het nu pas besefte dat hij daar lag. ' Wat is er met hem gebeurd?!, ' vroeg ik geschrokken.

    Oh, hey, wat dachten jullie van de 'Medusa' als naam voor ons schip?
    Ik vroeg me net af, schrijf ik te veel?

    Natambu/Nate
    Haar plan is redelijk, maar haar grote mond zint me niet. Helemaal niet. Ik knijp mijn ogen tot spleetjes en kijk haar aan. Het is niet omdat ze het liefje is van de kapitein en daar half naakt staat, dat ze moet beginnen met mij te bevelen, dat kleine wicht. Wie denkt ze- 'Alsjeblieft?'
    Ik slik mijn eerste antwoord terug in en brom minachtend: 'Je kan me Nate noemen. En jíj hoeft me niet te vertrouwen, als de kapitein het doet is dat genoeg.'
    En met die woorden draai ik haar mijn rug toe en loop ik de trap op naar het dek. Daar komt de zeeman die ik eerder met een plank op zijn kop had geslagen weer bij en deze keer breng ik hem met een klap van mijn vuist weer in slaap. Voor de rest is er niemand in de buurt, maar wat verderop op de kade zie ik wel een groepje opgewonden naar mij wijzen en iets blinkends tevoorschijn halen. Merde.
    'Komop, we krijgen gezelschap!' roep ik over mijn schouder. Zo zwaar leek die vent me nu ook niet.
    We komen het groepje mannen tegen op de plek waar vanochtend de markt stond, tussen de opslagschuren. Hier en daar liggen nog wat halfverotte vruchten, maar voor de rest is dit stuk verlaten. Ze zijn met 6 en dat is veel, véél meer dan ik alleen aankan. Oh, ik haat zo'n momenten. Mensen overhoop steken vind ik geweldig, maar niet als ik de kans loop zelf gehakt te worden. Ik werp een blik over mijn schouder. Dit is niet waar ik voor heb gekozen; mezelf in mootjes laten hakken in een poging een zwakke kapitein en zijn brutale liefje te redden -voor die derde is er geen hoop meer. We kunnen hem beter achterlaten en gaan lopen. Ondertussen staan ze op minder dan 3 meter van mij en ik kijk om me heen voor hulp. In een uithoek van mijn gezichtsveld zie ik een figuur. 'Help!' kan ik nog net uitbrengen voordat ze zich om mij storten. Shit, voor lopen is het nu ook te laat.

    Tristan
    Een golf van opluchting gaat door me heen wanneer ik Abby zie, onder het bloed, maar in leven. Ze sleurt die ene non-stop dronken kerel mee, samen met de kapitein. Oké, nu kan ik met een gerust hart een ander schip gaan zoeken. Ik draai me om en wil terug verder het steegje ingaan, wanneer ik een hulpkreet hoor. Nieuwsgierigheid wint het (zoals altijd bij mij) weer van verstand en ik gluur om de hoek van het steegje. Op zo'n 10 meter voor Abby en de kapitein staat de donkere man van in de kroeg tegenover 6 kleerkasten. Twijfelend leg ik mijn hand op het gevest van Jane. Moet ik gaan helpen? Wat ben ik hen eigenlijk nog verschuldigd? Het zou de perfecte wraak zijn, eigenlijk. Gewoon toekijken hoe de kapitein wordt afgemaakt.
    Maar als ik hen help, dan mag ik weer mee op het schip, bedenk ik. En dan hoef ik niet tot in de eeuwigheid als een bedelaar in dit Franse gat te blijven wachten op een Engels schip. En dan kan ik de kapitein op een andere, subtielere manier te grazen nemen. Mh, mijn plan om te gaan kijken bij de Confidentia was toch zo geschift nog niet, bedenk ik trots.
    Ik spurt met getrokken rapier het straatje uit en gooi me bovenop de grootste kerel van de bende, een beetje zweverig door de combinatie van spanning en alcohol -hoewel een duik in het water gevolgd door wat klappen zéér ontnuchterend werkt. Ik krijg het gevoel alsof er ijspegels aan mijn rug groeien wanneer ik de andere man driftig zijn boksbeugel zie gebruiken. Zo'n ding zou ik nooit gebruiken, da's alleen voor de echt zieke geesten. En bovendien gaat een rapier veel sneller, dat bewijst de score 4-2. Dan valt me op dat mijn slachtoffers alleen maar bewusteloos zijn en die van hem morsdood. Zijlings kijk ik hem aan en doe een stapje terug door de enge flikkering in zijn ogen. Hoe lang het duurt voor die verdwenen is, kan ik niet zeggen, want ik durf hem niet meer opnieuw aan te kijken.
    Na het gevecht begin ik nonchalant mijn zwaard af te vegen, wachtend op een woordje van de kapitein. Ik heb toch maar mooi zijn vel gered.

    [ bericht aangepast op 13 juni 2011 - 13:57 ]


    Home is now behind you. The world is ahead!