Nathaniel Snow
"Mijn liefste Prim, opgeven is niet mogelijk, heb je dat nu nog niet door?" Ze kon niets doen. Ik had alle macht en ik kon met haar doen wat ik wilde, wanneer ik dat wilde. Daar had zij geen enkele inspraak in. Uiteindelijk had ik alle touwtjes in mijn handen
"Maar nu, mijn liefste huisdiertjes, mogen jullie eerst weer allemaal weer wat gaan eten. Of nee, wat zeg ik nou? Niet allemaal, natuurlijk."
Een druk op de knop en Prim werd gescheiden van de rest door middel van een glazen wand, waar ze niet door kon breken. Die van Chiara daarentegen verdween weer. Het spul was inmiddels toch al uitgewerkt, wat ik best jammer vond, aangezien het erg leuk was om te kijken naar de paniek in haar ogen.
Daarna verscheen in het midden van het cellenblok weer dezelfde tafel als gisteren, met een nieuwe voorraad oud brood en kannen water.
Vervolgens liet ik de cellen opengaan.
"Jullie krijgen opnieuw een halfuur de tijd." zei ik, voor ik de microfoon weer uitzette.
Fayan - Stylist
En hoe graag ik het ook had gewild, hoe enorm groot het verlangen ook was om weer naar Saph te rennen en hem te omhelzen, Ferron had me nu harder nodig. Ik moest eerst naar hem gaan, hem troosten, die angstige blik van uit zijn ogen zien te krijgen.
Ik stond op, pakte een brood en een kan water en liep naar de cel toe.
Daar scheurde ik een stuk van het brood af en gaf dat aan Saph, gevolgd door een kus. De kan water zette ik op de grond.
Nu moest ik me eerst focussen op Ferron.
Ferron
Kort nadat Snow's stem weer verdwenen waren, verschenen er twee armen rond me, die heel bekend waren. Bijna had ik mijn ogen opengedaan, maar wist dat nog net te voorkomen. Ik wist wie naast me zat. Fayan.
Ik voelde me weer net vijf, opgekruld tegen hem aan en tranen die weer over mijn wangen stroomden.
Vanaf mijn vijfde gingen mijn ouders geregeld avondjes uit. Emmy ging dan naar vrienden, Kylian zat op zijn kamer spelletjes te spelen, maar ik probeerde altijd wanhopig op de vensterbank te klimmen om te kijken wanneer papa en mama weer thuiskwamen.
Maar altijd was daar Fayan, die toen een tiener was, om mij te troosten. Hij leidde me af, droogde mijn tranen en zorgde ervoor dat ik niet meer dacht aan papa en mama. Hij was de beste grote broer die je je kon voorstellen, altijd al geweest. Ook op latere leeftijd, als ik met een probleem zat; wat dan ook, dan kon ik naar hem toe. Ik had een betere band met hem dan met iemand anders uit het gezin.
En ook nu vond ik weer troost bij hem. Hij bande de angst niet uit, maar zorgde er wel voor dat het even minder was, al was het niet genoeg om mijn ogen open te doen. Toch voelde het beter zo.
[ bericht aangepast op 6 dec 2011 - 21:52 ]
Normaal is het gemiddelde van alle afwijkingen