• Het is de 18e eeuw wanneer het prachtige schip Medusa wordt overvallen door een plotselinge storm. Veel bemanningsleden komen hierbij om, het grootste gedeelte van de voorraden verdwijnen in zee en het schip loopt veel schade op. De kaptein, Ace __ besluit aan te meren bij Tortuga, daar zijn immers al bij in de buurt. Daar zullen zij verblijven tot het schip gemaakt is en er nieuwe bemanningsleden en voorraden zijn. Helaas kost dit alles wel veel geld en dat hebben ze niet zo één, twee, drie, dus zullen ze gauw met een oplossing komen mochten ze ooit nog met de Medusa willen varen.


    Belangrijk:
    Deze RPG heeft zoals jullie merken geen erg vaste verhaallijn, jullie zijn dus behoorlijk vrij te doen wat je wilt. Om deze RPG lopende te houden zijn er dus ook allerlei aparte personages nodig en laat ik wat meer toe (geen magische/futuristische dingen), in de eerste post zal ik een aantal ideeën zetten.

    Alleen meedoen als je:
    1) Graag langere stukken schrijft (rond 350 woorden of meer) en bereid bent dit te doen. (Hier tips!)
    2) Graag meedoet aan RPG's waarin geen Mary Sue's meespelen en die dit zelf ook niet doen.
    3) Graag meedoet aan RPG's waarbij het topic niet na één dag alweer vol zit, waardoor als je het wat drukker hebt met school, ook gewoon nog mee kan doen, omdat er simpelweg minder vaak gepost wordt (maar wel langer geschreven natuurlijk)..
    4) Het prettig vinden dat het gemeld wordt als iemand wilt stoppen met de RPG en als dit zelf ook doet.
    5) Je personages niet enkel één op één gesprekken laat voeren met steeds dezelfde persoon.
    Meedoen kan hier!

    Regels:
    - Je houden aan het bovenstaande.
    - Niemand buitensluiten. (Gebeurt dit wel, PB me dan, dan zal ik het proberen op te lossen)
    - 16+ is toegestaan, zet het er desnoods wel bij.
    - Niet zomaar moorden zonder toestemming.
    - Niet extreem veel voor anderen bepalen.
    - En al het andere gebruikelijke.

    Personages:
    De getallen die erachter staan geven topicnummer & paginanummer waar je ze kan vinden aan.

    Bemanningsleden:
    Tortura - Asilah Layla Salomn - 22 - 1,1
    Endure - Abigial (Abby) Rosaline Valence - 21 - 1,5

    Sytze - Ace - 27 - kapitein - 1,6
    Sid - Tristan Wright - 24 - 1,2
    Sid - Natambu Mmba - 25 - 1,2


    Overige:
    xDesire - Anna Marina Blackwater - 20 - Navigator - 1,1
    Gipsy - Beaudine Anna-Mae Hawkins - 18 - Dievegge/Huurmoordenares - 1,1
    Squib - Alida Maria Nevárez - 20 - Dochter herbergier - 1,5
    Neiva - Florence Levesque - 19 - Gouverneurs dochter - 1,6
    Endure - Aiyana Kateri Chestio - 22 - Opvarende Medusa, indiaan - 1,7
    Assassin - Sadie Delilah Lyons / Sam Lewin - 19 - Bastaards dochter - 1,7

    Squib - Lemuel Charles Edwards - 19 - Novice weggelopen uit klooster - 1,1
    SICKENING - Myles/Bandit - 24 - Huurmoordenaar/Dokter - 1,2
    Assassin - Cedric Cook - 24 - Charmeur - 1,4
    Gipsy - Logan Wad - 27 - Ontsnapte gevangene - 1,4
    Cheops - William Marlbourough - 28 - Opvarende Medusa - 1,5
    Goldenwing - Gavin Sloan Honiahaka - 22 - Opvarende Medusa, indiaan - 1,7


    Nog vragen?
    Dan kan je ze altijd aan mij stellen of aan andere spelers.

    [ bericht aangepast op 22 feb 2013 - 18:37 ]


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Tortura schreef:
    Ik zou kunnen doen dat Asilah daar werkt?


    werkt Asilah in de Gebroken Fles of in een andere herberg?


    Remember to be ridiculous.

    Lemuel Charles Edwards
    Ik keek naar de schepen, een hiervan was aan het inladen maar het leek niet bijzonder veel dus als ik al zou helpen zou het me niet veel opleveren. Vandaag zou ik maar eens een keertje vrij nemen voor de rest van de dag. Ik zag hoe een jongen een geldbuidel van de riem van een voorbijganger afnam. Ik schudde afkeurend mijn hoofd, dieverij was geen vreemd beroep op Tortuga waar vaak een helft van de aanwezigen piraten waren maar de normen en waarden die ze me in het klooster hadden bijgeleerd, voor zover dat met mij mogelijk was, waren nog lang niet helemaal weg gesleten. De jongen kwam langs me gevlogen en één seconde later hoorde ik iemand schreeuwen dat hij beroofd was. Ik grijnsde. Als iemand zich daar zo druk om zou maken dan had hij het zeker niet slecht. Als mijn buidel gestolen werd, wat nooit gebeurde want klusjesjongens zoals ik waren maar zelden het doelwit van zakkenrollers, zou ik er van balen maar ik zou ook meteen weer opzoek gaan naar klusjes om het geld weer terug te verdienen. Er werd geschreeuwd en keek meteen vanuit een reflex naar de zee en zag een groot schip binnen komen. Ik begon te grijnzen, misschien nam ik toch wel geen vrij vandaag, piratenschepen waren groot en hadden vaak voor maanden eten om op te slaan nodig, wanneer er een nieuw schip arriveerde was dat een geweldige tijd voor jongens als mij om snel te verdienen. Daarbij moesten ze vaak wegwijs gemaakt worden wanneer ze hier niet zo heel vaak kwamen en daar viel ook nog wel voordeel uit te halen. Ik verplaatste mezelf naar een plaats waar ik iets meer in het zicht liep, je liep niet zomaar op iemand af om te vragen of ze nog ergens hulp mee nodig hadden, in elk geval niet wanneer je dit al een tijdje deed, je wachtte tot iemand vroeg of je hem ergens mee zou kunnen helpen. Ik zag een aantal mensen van het dek afkomen maar zij liepen me straal voorbij, vaak aan de hand genomen door de jonkies.


    Remember to be ridiculous.

    Sadie Delilah Lyons / Sam Lewin

    Buiten hoor ik de geruchten al, de Medusa zoekt een nieuwe bemanning, het schip is gehavend de haven in gekomen en heeft aangelegt met hun weinige bemanning. Ik heb wel eens van het schip gehoord, toen het nog niet in deze toestand verkeerde. Hierdoor heb ik mezelf weer naar huis begeven en kleed ik me als een bezetene om. Het is een ingeving, meer niet, een impuls die ik normaal niet zou hebben. Het is een alternatief, een geldloos alternatief. Voor het zekere besluit ik mijn broek aan te trekken, een wit overhemd erover en een hoed op mijn hoofd. Hier over heen trek ik bruine leren veterlaarzen. Een blik op een gebroken spiegel zegt dat ik opnieuw zo door kan gaan voor Sam Lewin, voor wie ik me wel vaker uitgeef. Het is niet zo moeilijk om mannelijk te doen eigenlijk.
    Met het leren geldbuideltje veilig aan mijn brede riem geknoopt, stap ik mijn kamer uit, echt waardevolle bezittingen heb ik toch niet en ik ben nergens echt aan gehecht. Plotseling besef ik wat voor leeg leven in tot nu toe altijd heb geleefd. Taverne in en uit, drank en geld. Meer niet. Ik zet snel een vlugge pas in richting de drukke haven van Tortuga. Ik weet niet hoelang ze blijven, dus neem ik het zekere voor het onzekere. Op de kade laat ik mijn ogen over de schepen glijden en zie ik al snel het kapotte schip. Zo, die heeft even hard werk nodig en daar kunnen ze me vast voor gebruiken. Ik grijns, hard werken kan ik toch wel, al doe ik altijd alsof ik niets doe. Eigenlijk doe ik ook niets, het geld komt toch wel naar mij toe.
    Wat onvast aan het begin stap ik voorzichtig het schip op, met een zelfverzekerde blik in mijn ogen. Ik recht mijn rug even en kucht, waarna ik het dek op loop. Mijn ogen glijden over de karige bemanning, maar ik heb er ook al een aantal over de kade en door de haven zien lopen. Ik schraap mijn keel eens en zet de meest mannelijke stem op die ik maar heb. "Het gerucht gaat dat jullie een bemanning zoeken." merk ik zo nonchalant mogelijk op terwijl ik tegen de houten reling leun, waarvan een deel versplintert is.


    Your make-up is terrible

    William Marlborough
    Terwijl Jones de jongeman die tegen hem oprende een aframmeling gaf liep Wiliam weg van de soldaten. Hij had opeens een groot verlangen naar een drankje, dus dwong hij zichzelf maar een van de vele kroegen te bezoeken, dit zou namelijk ook meehelpen aan het leren kennen van de inwoners, natuurlijk was het gespuis en hadden ze geen regels en fatsoen, maar dan zou William de grootste oproerkraaiers eens een lesje leren. Hij liep 'De gebroken fles' binnen, een kroeg waar het erg druk was. Zuchtend ging hij aan een tafel zitten terwijl een stel zeebonken een aantal smartlappen aan het zingen was enkele tafels verder. William bestudeerde het vertrek nog eens nader. De eigenaar leek een gulzig iemand, want de man kon zijn blik maar niet van de gouden munten afhouden die hij in de hand had en zodra iemand iets te dichtbij kwam stopte hij ze al weer weg. Het leek William een slim plan de man eens in de gaten te houden, want waarschijnlijk verdiende hij niet alleen maar zijn geld aan het verkopen van drank maar ook aan een illegaal handeltje of iets dergelijks, schatte William in. William hoorde de serveerster een piratenliedje zingen. Met een scherpe blik inspecteerde hij de vrouw. Hij kon merken dat het geen normale serveerster was aangezien ze geen enige neiging had om in elkaar te krimpen als de eigenaar weer een of andere vervloeking riep. Hij vond het wel opmerkelijk en stak zijn hand netjes op om wat te bestellen, hij wilde wel eens weten hoe de vrouw met klanten omging, en geen een of andere dronkenlap of maniak, maar een échte klant.


    How many legs does a dog have if you call the tail a leg? Four. Calling a tail a leg doesn't make it a leg.

    Asilah Layla Salomn, ex-rechterhand van de kapitein Medusa.

    De sadistische, blonde piraat zat net weer op haar kont aan de bar wanneer zij een hand omhoog zag gaan. Iemand anders kon hem ook bedienen en bovendien vond Asilah deze man er niet echt uitzien om hier te komen. Hij zag er botweg gezegd belachelijk uit en hoewel ze dat graag aan hem duidelijk wilde maken, deed ze niet eens de moeite om op te staan. In plaats daarvan boog ze over de bar heen die nodig eens schoon gemaakt moest worden en pakte zo voor zichzelf een fles rum.
          Naast haar nam een dronkenlap plaats, een man die zijn beste dagen wel gehad had. Waarschijnlijk weer een man met een gebroken hart, die kreeg je de laatste tijd abnormaal veel hier. Zo zag je maar weer dat de liefde niet besteed was aan Asilah en enkele mensen moesten het op die manier ingepeperd worden. O, had ze maar haar zwaard, kon ze deze maar meenemen, echter lag deze in haar kamertje en mocht ze er niet mee rondlopen. Anders kon ze direct vertrekken, volgens de gulzige eigenaar van de pub.
          De fles zette zij aan haar lippen, sloeg de vieze hand van de man hard weg en keek hem kil aan. Toen ze een paar grote slokken van de rum had genomen, zag ze de eigenaar weer naar haar kijken. Zijn blik was dodelijk en het vertelde haar dat ze klanten moest bedienen, waarschuwen dat ze anders haar boeltje kon pakken en opdonderen. De vieze egoïst. “Er werken er toch nog meer in dit stinkhol, of niet dan?” Gromde ze naar de eigenaar en liep naar de man die zijn hand nog omhoog hield. De rumfles had ze nog in haar hand, aangezien ze de baas eens goed wilde irriteren. Ze wist dondersgoed dat ze het niet mee mocht nemen en ook niet mocht drinken als ze aan het werk had. Pech gehad voor hen.
          “Wat moet je?” Gromde Asilah tegen de man toen ze er eenmaal was, een rauwe, hardvochtige toon in haar stem, terwijl ze ongeduldig een hand in haar zij zette.


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Anna Marina Blackwater

    Waarschijnlijk zit ik hier nu al 2 uren. Inmiddels zijn er schepen vertrokken en zijn er weer nieuwe aangelegd. Ik bekijk alle processen opnieuw en opnieuw. Lossen, laden, wegvaren, lossen, laden, wegvaren. En zo gaat het al de hele morgen door.
    Ik zucht. Ik open mijn mond en laat de wind erin waaien. De smaak van de zee.
    Na nog een halfuur doelloos zitten, sta ik op en besluit ik een wandeling te maken langs de kade. Ik glimlach naar voorbijgangers en bekijk de schepen van dichtbij. Verbaasd bekijk ik de beschilderingen van sommige schepen, die prachtig zijn. Rustig wandel ik verder, genietend van de zee en haar uitzicht. Het verbaast me nog steeds hoe ze me zo in haar ban kan houden. De golven die af en aan zwemmen, de geur, zelfs de zoute smaak van vroeger lijkt nog op mijn tong te liggen. Tevreden glimlach ik en loop ik nog een stukje verder, van schip naar schip. Bewonderend kijk ik naar de buiten die de schepen en haar bemanning gemaakt hebben en ik moet zelfs lachen als de mannen dat zien en trots grijnzen. Hoofdschuddend loop ik verder. Ik merk dat ik gezelschap mis en het trouwe gevoel dat je krijgt bij een vaste bemanning. Ik mis het samenzijn van échte vrienden, die je door dik en dun steunen. Maar als ik realiseer dat het nog even duurt voordat ik weer op zee kan, wuif ik die gedachte weg en concentreer me weer op de wandeling.

    [ bericht aangepast op 20 dec 2012 - 19:37 ]


    "like i'd follow you around like a dog that needs water."

    Lucille Catherina Earnshaw

    Als een schim in de duisternis. Een schaduw op een verlichte muur. Één zwarte vlek waaronder alleen van dichtbij een gedaante te zien was. Blonde haarplukken die uit de mantel staken en alleen te zien waren in het licht. Een regelmatig looptempo, aan de tussentijden tussen de passen van de korte leren laarsjes te horen. Geen aarzeling, de stappen volgden elkaar ritmisch op, als tonen in de muziek. Lucille liep dolend door de straten zonder zich te beseffen dat ze eigenlijk geen idee had waar ze heen ging. Haar voeten deden het werk wat er voor nodig was dat ze vooruit kwam. Haar gedachten hadden vrij spel in haar hoofd. Ze liep zoals ze vaak liep: haar ogen strak voor zich gericht, maar vanuit haar ooghoeken haar omgeving bekijkend. Een vaste snelle tred, die ze zelf graag een gezond loopptempo noemde. Haar zwarte mantel had ze om zich heen geklemd, niet omdat ze bang was dat ze herkend zou worden als vrouw en hierdoor de kans op verkrachting groter zou worden, nee, de kou zou anders door haar dunne kleren komen. Die zwarte mantel was hetgeen wat er ook voor zorgde dat ze ongestoord kon doorlopen en in een snel loopptempo, zonder opgemerkt te worden. De kans op overvallers en ander tuig was zo ook nog eens kleiner. En van dat laatste had je meer dan genoeg op Tortuga. Toch dacht ze er nooit aan om altijd een wapen bij zich te hebben en het kwam al helemaal niet in haar op om zich door een man, die haar kon beschermen, te vergezellen. Ze wilde een onafhankelijke vrouw zijn en kon best haar eigen boontjes doppen. Een paar plukken haar begon voor haar ogen te dansen, door de wind, maar daar trok ze zich niets van aan. De stilte die ze eerder had gehoord in de smalle achterafstraatjes waar ze eerder doorheen was gelopen was nu officieel verbroken. Ze hoorde mensen, op weg naar het uitgaansleven, en alle geluiden die daarbij kwamen. Het was echter zo dat ze zich prima voor deze geluiden kon afsluiten, mocht ze dat willen. Haar ogen inspecteerden kort maar lang genoeg de plekken waar ze langs kwam. Ze zocht een slaapplaats en / of een plek om te spelen. Het was altijd maar hopen dat ze een zangeres zochten. In de meeste gevallen werd ze weggestuurd of lachten ze haar uit. Ze had geleerd om de plekken te herkennen waar ze helemaal geen kans zou maken en dit was dan ook de reden dat ze al uren ronddoolde, rondkijkend, zonder dat ze ook maar één enigszins geschikte plek was tegengekomen. Haar voeten begonnen zo pijn te doen dat ze besloot om even rust te nemen door te blijven staan.
    ‘De gebroken fles’, las ze op het uithangbord van wat haar een kroeg leek. Van de buitenkant zei het haar niet zoveel, behalve dat die naam werkelijk even onorigineel was als haast alle andere kroegen op Tortuga. Ze besloot om naar binnen te gaan, al was het maar om even de kou te ontsnappen. Wat drinken kon ook geen kwaad, bedacht ze zich. Haar ogen gleden gelijk de hele kroeg binnen en inspecteerden binnen enkele seconden alle personen in de ruimte. Deze groezelige plek leek haar niet geschikt, maar je wist het maar nooit.. Ze besloot om eerst maar de zwarte kap van haar mantel van haar hoofd te halen, zodat ze niet vreemd aangestaard zou worden. Ze kon net nog zien hoe een jongeman zijn hand had opgestoken om te serveren, en een serveerster hem ongeduldig vroeg ‘wat hij moest’. Ze kon het haar niet kwalijk nemen, de jongeman had een belachelijke poging gedaan om een drankje te krijgen. Ze was nog nooit iemand op Tortuga tegengekomen die zijn hand netjes op stak om te bestellen.. Ze was in een donker hoekje gaan zitten, onopmerkelijk, maar wel met haar mantel van zich af. Vanaf hier kon ze de twee goed zien.


    Aan niets denken is ook denken.

    Beaudine Anna-Mae Hawkins

    Humeurig stapte ik de eerste beste bar in en merkte hoe sommige mensen me aanstaarden.
    Zonder op de mensen te letten, nam ik plaats aan de bar, bestelde een glas rum en liet mijn ogen door de ruimte glijden.
    Sommige mensen herkende ik, de meeste omdat het klanten waren en anderen omdat ik hen al eens had bestolen zonder dat ze er erg op hadden.
    In deze bar kwam ik vaak iets drinken, maar het gebeurde hier ook wel eens dat ik hier de opdracht kreeg om mensen te vermoorden.
    Het was mijn eigen keuze of ik de opdracht aanvaarde of niet, maar in de meeste gevallen deed ik dat wel omdat ik het geld goed kon gebruiken.
    Wanneer ik eindelijk mijn rum in ontvangst had genomen, stak ik het puntje van mijn vinger in de rum en wreef vervolgens met mijn vinger over de wonde op mijn keel die ik eerder had opgelopen.
    Aangezien het goedje even brandde, klemde ik mijn tanden even op elkaar maar weigerde een kik te geven.
    Nadat het ergste voorbij was, keek ik naar mijn vinger en merkte ik dat er wat bloed aan hing, wat ik zonder enige twijfeling afveegde aan mijn broek.
    Ik haatte het als mensen me wonden bezorgden, ik werd er altijd humeurig van.
    Zo kwam het net over alsof ik niet voor mezelf kon zorgen omdat ik te zwak was, terwijl dat helemaal niet waar was.
    In al die jaren die ik voor mezelf zorgde, kon ik altijd goed voor mezelf zorgen, ik had niemand nodig.
    En daar zou ook geen verandering in komen als het aan mij lag.
    Met mijn vingers omklemde ik het glas rum en goot het in één keer naar binnen om een beetje te kalmeren.
    De man die naast me zat keek me aan, zijn ogen flitsten even van het glas naar mijn gezicht en terug, alsof hij verwondert was.
    "Wat?" Gromde ik bitter en zette het lege glas weer op de bar neer om de man vervolgens aan te kijken. "Nog nooit een vrouw zien drinken?"
    Geïrriteerd rolde ik met mijn ogen, bestelde nog een glas rum en wandelde weg bij de bar om ergens aan een tafel te gaan zitten.



    Logan Wade Earnshaw

    Na enkele uurtjes, had ik zo'n vermoeden dat de kust wel veilig zou zijn, dus besloot ik om weer af het schip te gaan.
    De bemanning riep me nog wat na, maar veel kon het me niet schelen, er waren immers wel ergere dingen om me zorgen over te maken.
    Zoals de soldaten bijvoorbeeld.
    Hoewel de kans redelijk klein was dat ze nogmaals achter me aan zouden komen.
    Als dat gebeurde, kon ik nog altijd onder iemands rokken kruipen of op de bemanning van een schip omkopen om me mee te smokkelen naar ergens anders.
    Het was niet dat ik hier voor altijd wilde blijven, verandering was altijd welkom.
    Terwijl ik voor een laatste keer achterom keek naar de bemanning, zette ik voet aan wal en kon nog net verhinderen dat ik struikelde.
    Hoe lang ik juist op het schip gezeten had, wist ik niet maar het deed er eigenlijk niet echt toe.
    Op de kade, merkte ik een vrouw op, ze leek een beetje in gedachten verzonken, maar misschien kon ik mijn kans wel wagen.
    Het was erg rustig, dus de kans dat iemand me zou herkennen was zo goed als onbestaanbaar.
    Zonder aarzeling, versnelde ik mijn pas een beetje en stopte vlak voor de vrouw, in de hoop dat ze op tijd zou stoppen met wandelen.
    "Excuseer mevrouw," Zei ik overdreven beleefd en maakte een kleine buiging met mijn hoofd. "Mag ik de eer om iets te met u te gaan drinken?"
    Normaal gezien zou ik haar bestelen, maar aangezien ik het nu wel kon missen dat er meer soldaten achter me aan kwamen, zou ik me inhouden.
    Het kon nooit kwaad om wat te vrienden hier in de buurt te hebben, wie weet konden ze je wel eens uit de nood helpen indien het nodig was.
    Hoewel ik niet zeker was dat iemand als deze dame me een onderduikadres zou geven.
    "Wat onbeleefd van me," Mompelde ik nog voordat ze kon reageren. "Logan Wade Earnshaw."
    Een kleine grijns stond op mijn gezicht terwijl ik mijn hand naar de vrouw uitstak, nu alleen nog hopen dat ze het aanvaarde, anders stond ik redelijk voor schut.


    Forget the risk and take the fall...If it's what you want, it's worth it all.

    Als iemand Myles tegen wil komen in een random herberg, kom maar gewoon naar 'm toe. (:

    Myles Morrison Brandt ~ Dokter

    Myles zat te staren naar alle mensen in de herberg, om te zien of iemand naar hem op zoek was. Toen dat zo bleek te zijn, trok hij snel zijn masker naar beneden, en hield zijn hand nog eens hoog in de lucht om een bestelling op te laten nemen. Hij was duizelig geworden van alle stemmen, en zijn arm begon moe te worden. Snel liet Myles zijn arm zakken toen er een bekende met zijn rum tegenover hem kwam zitten. Iemand die hij niet mocht. En vice versa. De goede man kwam aanzetten met verhalen over de galg en guillotine, waar Myles aan moest geloven. Myles zag de dolk die in zijn broekzak verborgen zat torn de man naar het toilet liep. Snel opende Myles zijn koffertje, pakte een donkerbruine vloeistof, en goot hier wat van in de rum van de man. Het was gif. De man zou niet eens tijd hebben om Myles neer te steken of wat dan ook, aangezien het doelwit de vitale organen zijn. Een vieze glimlach stond op Myles' lippen toen de man dan ook na het hele glas rum leeg te hebben gezopen met zijn hoofd neer op de tafel. De klanten in de herberg zagen dat, dus Myles draaide zich snel weg. 'Madame!', riep hij naar een dame die in deze herberg werkte. 'Zou ik mogen bestellen?'. Myles schoof zijn masker ietwat omhoog om goed te kunnen ademen, en wachtte af.


    (USER WAS BANNED FOR THIS POST)

    Alida meets Myles
    Alida Maria Nevárez
    'Madame!' riep een klant. 'Zou ik mogen bestellen?'
    Ik herkende Myles, ook wel bekend als dokter creep. De man bezorg me de rillingen, normale mensen zou je hier op Tortuga niet tegenkomen maar Myles was echt vreemd. Hoewel het niet onomstotelijk was bewezen wist vrijwel het hele eiland dat hij betrokken was geweest bij meerdere moorden. Daar tegenover stond ook weer dat hij een zeer bekwame arts was, zeker wanneer je bedacht dat hij pas vierentwintig jaar oud was, waarmee we ons tevreden konden prijzen. Ik gaf er echter de voorkeur aan om eerst een andere geneesheer te laten komen wanneer nodig. Ik wierp een blik op Asilah, hopend dat zij hem kon bedienen maar blijkbaar was zij al met een andere klant bezig. Ik liep dus met tegenzin naar het tafeltje. Een man die ik ook kende, Thomas, lag met zijn hoofd op de tafel. Hij was waarschijnlijk van plan geweest om Myles om te leggen maar had zoals gewoonlijk teveel gedronken en was nog daarvoor in slaap gevallen. Ik toverde een lach tevoorschijn en keek Myles zo vrolijk mogelijk aan. ‘Natuurlijk,’ zei ik. ‘Wat kan ik voor je halen?’
    Dat was het eerste dat je leerde wanneer je in een herberg opgegroeid was, altijd blijven lachen ook als iemand je de rillingen bezorgd of een intense afkeer bezit voor persoonlijke hygiëne, op Tortuga bezat vrijwel iedereen minstens een van die eigenschappen dus het was wel nuttig, en je het liefst met een gigantische bocht om hem heen loopt. De tweede les was wat welke drank bevatte en de derde was om niet iedere man of jongen die je nastaarde of aanraakte z’n strot af te snijden maar er gewoon zo snel mogelijk vandaan te gaan of te hopen dat er iemand kwam die je zou helpen met het afkomen van je belager.


    Remember to be ridiculous.

    Myles Morrison Brandt ~ Dokter

    Na ongeveer een minuut of tien kwa er een meisje bij Myles' tafel staan, breed glimlachend en vragend wat hij wilde bestellen. Myles schoof zijn masker helemaal omhoog om zijn gezicht zichtbaar te maken. Even staarde hij naar de vergiftigde Thomas, die leek alsof hij teveel ad gedronken. Myles glimlachte flauwtjes. 'Uw beste kamer in deze herberg, een glaasje Bourbon en een kop Earl Gray thee, alstublieft', zei hij en beetje kortaf, waarna hij naar het meisje keek, dat bijna leek te rillen van angst of walging. 'Madame', zei Myles zachtjes terwijl hij naar het puntje van zijn stoel schoof. 'Wees alstublieft niet bang of verlegen, ik doe geen vlieg kwaad'. Hij schoof weer terug, en keek de andere kant op. Geld geen probleem... Alleen de mensen.


    (USER WAS BANNED FOR THIS POST)

    Allycia Cassandra Black aka Nyx.
    De laatste paar kroezen heb ik afgewassen en afgedroogd. Snel haal ik een nat doekje over de tafels en bar, waarna ik een bezem tevoorschijn haal en de troep en al het vuil van de grond veeg.
    Mijn vader had ondertussen een snelle blik genomen hoe het mij verging in de Silver Sword en verliet toen zijn taverne weer. Hij was er tevreden over, aangezien hij hier niets over zei en alleen een knikje richting mij had gegeven. Zelf deed ik niks, behalve het verder opruimen van de taverne.
    Na een zekere halfuur later kijk ik hoe laat het is. Ja, tijd om de taverne open te gooien. Wachtend op de klanten ga ik achter de bar staan en sier ik mijn gezicht met een quasi blij, en enthousiaste blik.
    Niet snel erna krijg ik genoeg klanten die ik moet helpen en stiekem krijg ik spijt van dat ik de 'Silver Sword' open had gegooid. Krijg ik dan ook geen een vrije dag? Waarschijnlijk niet, want mijn vader vind dat ik me dood moet werken.
    Een eigenaardig, eng uitziende man loopt de taverne binnen en roept naar Sophie, die wat dichter bij hem stond, om een andere bestelling op te nemen.
    'Word ik hier meteen geholpen?' Hij legde zijn forse armen over elkaar en kijkt om zich heen alsof hij op iemand aan het wachten was. Waarom komt hij niet gewoon meteen naar de bar toe als hij zo druk is? Een boel vragen kwamen op in mijn hoofd, maar deze schudde ik weg toen ik Sophie zag.
    Sophie knikte mijn richting op en gebaarde dat ik de jongeheer even moest gaan helpen. Juist. Ik moest hem helpen.
    Het kladblokje met een ganzenveer pakte ik tevoorschijn en snelde mij naar de jongeman toe.
    “Wat mag het zijn?” Vraag ik aan hem met nog steeds dezelfde quasi blije glimlach op mijn gezicht getoverd. Hopelijk was deze geen arrogante gozer die dacht dat hij heel wat was, want daar had ik er genoeg van gehad en gekend.
    'Een biertje en snel een beetje. Ik heb haast.'
    Ik rol mijn ogen van afgunst. “Natuurlijk. Komt er meteen aan.” Had ik met een lichtelijk geïrriteerde toon antwoord gegeven.


    [Iemand die misschien naar Nyx toe wilt gaan?

    [ bericht aangepast op 20 dec 2012 - 23:23 ]


    Don't walk. Run, you sheep, run.

    Alida Maria Nevárez
    Hij somde zijn bestelling op, wie bestelde er nou weer Bourbon en Earl Gray op exact hetzelfde moment wanneer hj maar alleen was? Ik kende ten minste geen normaal mens dat die bestelling zou doen maar doktor Creep was niet bepaald normaal, zelfs voor het bezoek dat deze herberg kreeg. Ik had gelukkig een goed geheugen dus hoefde niets op te schrijven. 'Madame,' zei dokter Creep zacht, hij was in elk geval wel beleefder als de meesten klanten. 'Wees asltublieft niet bang of verlegen. Ik doe geen vlieg kwaad.'
    'Die vliegen niet nee,' mompelde ik onhoorbaar waarna ik hem weer lachend aankeek. 'Het komt eraan, moet ik je alvast je kamer laten zien?'
    Ik glimlachte en keek door de herberg heen. Vader was bezig bij de tap, er waren wat kleine gevechtjes en een aantal hoeren hingen in de herberg rond. Asilah was ook bezig, ik wist dat ze niet bepaald blij was met haar baan maar het was iets. Ze zou later waarschijnlijk nog wel iets anders vinden maar tot dan had ze het momenteel goed getroffen, als ze geen baan had gehad had ze nu een van de hoeren kunnen zijn. Die meiden leken het zelf een leuk beroep te vinen maar ik kon met gewoon niet voorstellen dat het iets was dat Asilah zou ambiëren.


    Remember to be ridiculous.

    Myles Morrison Brandt 'Bandit' ~Dokter/huurmoordenaar


    Myles tikte zachtjes met zijn vingers op de tafel, en glimlachte geforceerd naar het meisje, waarvan hij de opmerking wel had gehoord, maar deze negeerde. Met ietwat tegenzin stond hij op, en knikte. 'Waarom komt u mijn bestellingen dan niet naar mijn kamer brengen?'. Nu Myles stond, had hij veel meer overzicht over wie er allemaal zat. Dus trok hij snel zijn masker weer omlaag voordat iemand zijn gezicht zou zien. Maar in dit geval zag Myles Lady Farnsworth, diegene die hij had aangevallen. Behendig pakte Myles de bediende vast, en trok haar mee. 'Dit is een beetje een rotsituatie, maar ik moet mijn kamer nú hebben!', siste hij, terwijl hij met zijn andere hand zijn koffertje beschermde. Want wie een moord wou, kon een moord krijgen. Of een oplapbeurt natuurlijk.


    (USER WAS BANNED FOR THIS POST)

    Anna Marina Blackwater

    Nog steeds in gedachten verzonken loop ik langs de schepen en snuif de frisse ochtendlucht op waardoor ik me steeds beter en helderder begin te voelen, tot ineens iemand voor me staat. Ik schrik een beetje van de plotselinge vertoning, maar ik probeer mijn verbaasde gezicht weg te glimlachen. De zon scheen over de gedaante heen, dus ik kon hem of haar niet herkennen. Het was vast en zeker geen bekende. Haar oude bemanning zou haar namelijk nooit op komen zoeken.
    De zon vervaagt langzaam achter de wolken en een man staat voor haar te grijnzen. Hij stelt zich nogal wat nerveus voor. Ongemerkt moet ik grinniken. Ik neem zijn verschijning in me op. Één ding wist ik zeker: dit was ongetwijfeld een piraat. Hij zag er zeker zo uit.
    "Mag ik de eer om iets te met u te gaan drinken?" zegt de man. Ik denk twijfelend na. Wat kon er misgaan? Waarschijnlijk dachten mensen dat ik een normaal meisje was, maar al die jaren aan boord van een piratenschip heeft zijn goeie daden wel achter gelaten. Ik glimlach terwijl ik ineens de schede van mijn zwaard tegen mijn bovenbeen voel. Nee, ik was volkomen veilig. En nieuwe vrienden ontmoeten kon absoluut geen kwaad.
    "Logan Wade Earnshaw." Stelt hij zich voor terwijl hij zijn hand uitsteekt met een grijns.
    'Anna Marina Blackwater,' stel ik mezelf voor terwijl ik zijn hand schud. Mijn haar waait ondertussen alle kanten op dankzij de windvlagen die afkomstig uit de zee komen. Vloekend in het Frans probeer ik mijn haar weer normaal te krijgen.
    ‘En over dat drankje, dat lijkt me leuk.’ zeg ik terwijl ik hem aankijk.
    ‘Welke herberg beveel je aan?’ vraag ik grijnzend.


    "like i'd follow you around like a dog that needs water."