• Inspringen kan/mag altijd! We verzinnen wel iets, geven je korte samenvatting en helpen je natuurlijk ook met in de RPG komen (;

    Lang geleden was er een kapitein, zo barbaars en zo harteloos, dat zelfs de stoerste mannen hem uit de weg gingen. Kapitein Olivier Dalton, hij had zijn eigen schip, de Medusa, en zijn eigen bemanning die hij als grof vuil behandelde, maar ze bleven, bang voor wat er zou gebeuren als ze vertrokken. Ze kregen bijna niks en als ze niet luisterden konden ze beter maken dat ze wegkwamen, want Olivier stond bekend om zijn gruwelijke straffen. Zweepslagen, kielhalen, laten vechten om leven en dood tegen een ander bemanningslid voor zijn vermaak, ze voor schut zetten door ze op te dragen vrouwenkleren aan te trekken en dergelijke. Cameron Sand, kapitein van de Posideon's Mermaid kon hem niet uitstaan, was ziedend van jaloezie en ze werden rivalen. Nooit gingen ze elkaar uit de weg, gingen juist altijd de strijd met elkaar aan, toch won er nooit iemand. Op een dag veranderde alles, Olivier zag wat hij aanrichtte met zijn harteloosheid. Huilende vrouwen die hun kleine kinderen probeerde te sussen, de stoerste mannen die hem smeekte om genade. Van de een op de andere dag zag hij het in, het achtervolgde hem in zijn slaap, maar hij dacht dat het wel weg zou gaan, het schuldgevoel. Het nare gevoel bleef, de nachtmerries gingen niet weg dus nam hij een noodzakelijk besluit. Hij stuurde zijn bemanning weg, vastberaden een nieuwe start te maken, hij liet zijn aartsrivaal achter. Er was één ding dat hij niet achter liet, hetgeen wat wel tegen zijn barbaarsheid kon en hem niet zou laten vallen, zijn schip de Medusa. Hij zocht een nieuwe bemanning en was milder dan ooit te voren, misschien zelfs té soft.

    Hij ontdekte dat een van zijn bemanningsleden geen man was, maar een vrouw. Hij liet haar blijven. Niet veel later werd hij verliefd op haar, maar het was niet wederzijds, toch bleef hij vriendelijk. De vrouw van zijn dromen werd verliefd op een ander, liet hem in de kou staan en vanaf dat moment kwamen zijn slechte kanten weer omhoog. Hij werd jaloers en verbande de man waar ze verliefd op was van het schip en het deed hem niks toen hij zag hoe stuk zij daar van was. Later kwam de man, door wat je een wonder kan noemen, toch weer aan boord. Olivier liet hem deze keer toch blijven, maar hij was niet meer zo aardig als hij geweest was. Zelfs tegen de vrouw waar hij verliefd op was geweest deed hij vreselijk, hij was weer net zoals vroeger. Snauwde zijn bemanning af, was weer een echte piraat en kende geen genade meer.

    Nu, met zijn nieuwe bemanning en weer zijn oude karakter terug, is hij op zoek naar een schat. Hij weet niet precies wat het is of hoe het eruit ziet, maar het blijkt geweldig te zijn en te liggen op een onbewoond, geheimzinnig eiland midden in de oceaan. Hij is vastberaden de schat te vinden, zijn aartsrivaal Cameron Sand voor te zijn. Toch zijn er kleine dingen die hij over het hoofd ziet.
    Hij gaat er namelijk niet vanuit dat er toch een volk blijkt te wonen op het eiland, verwacht niet dat er een verrader in zijn bemanning zit en dat zijn aartsrivaal het juiste moment om toe te slaan afwacht.


    De verhaallijn in het kort.
    Het gaat over de bemanningsleden en kapitein, Oliver Dalton, van de Medusa die op zoek zijn naar een schat. Eén van de bemanningsleden is een verrader (Tristan Wright) in dienst van aartsrivaal Sygmund Yakov Engel. Hij houdt zijn opdrachtgever op de hoogte met een postduif, stuurt hem berichten over de koers en informatie over wat er gaande is op de Medusa. Als ze eenmaal op het eiland aankomen, waarvan ze dachten dat het onbewoond zou zijn, blijkt hun een verrassing te wachten. Er woont een vreemd volk dat hun niet vertrouwd, de bemanningsleden moeten hun vertrouwen zien te winnen, maar hoe gaan ze dat doen als blijkt dat Yakov Engel, samen met zijn bemanning, al eerder op het eiland is aangekomen en het vreemde volk al helemaal voor zich gewonnen heeft?

    Lijst
    Volledige naam:
    Leeftijd:
    Uiterlijk:
    Innerlijk:
    Rol+rang: (Bemanning Medusa, kok. Avaloniër, krijger etc.)
    Extra:
    (Je mag er zelf dingen bij verzinnen zoals verleden enzo)

    Persones (Als je vragen hebt hierover, stel ze dan gerust)
    Bemanning Medusa
    Kapitein Medusa: Vluuv – Olivir Dalton – 24
    Rechterhand Oliver: Frey - Asilah Layla Salomn - 21
    Endure – Abby (Abigail Rosaline Valence) – 19
    Leave - Genesis Elisabeth Thrown - 20 (ontvoerd door Ace)

    Sid - Natambu Mmba - 25
    C18 - Ace Franklin Johnson -24


    Bemanning Poseindon's Mermaid
    Kapitein: C18 - Sygmund Yakov Engel - 28
    Verrader: Sid – Tristan Wright – 22
    Sid - Leopold Smiths - 24
    Vluuv - Bee - 19
    Nenuphar - Nerissa Dyce - 18


    De Aveloniërs
    Stamhoofd: Benefit - Chaluwen Chestio - 26
    Zusje stamhoofd: Endure - Ayiana Kateri Chestio - 21
    Leave - Nivera Izil Mazi - 19
    Peyrac - Noémielle Dian Dewi - 19

    Goldenwing - Gavin Sloan Honiahaka - 22

    And remember...
    - Doe je best met schrijven, met drie regels nemen we geen genoegen.
    - Stoppen met de RPG? Meld het duidelijk.
    - Dagelijks posten is niet nodig.
    - Don’t be scared. Stuur je personage gewoon op anderen af, bekijk desnoods de RPG Handleiding site voor tips. Weet je nog steeds niks? PB mij of een ander dan om te vragen waar zijn personage is en of die naar jouw personage kan gaan.
    - Verhaal kwijt? Vraag even om een korte samenvatting.
    - Je mag gerust meerdere personages aanmaken, graag zelfs.

    [ bericht aangepast op 8 aug 2012 - 18:38 ]


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Tinne is bijna terug van vakantie en dan reageert ze en iedereen kan vrij weinig..


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Kunnen we dan niet beter een soort van vooruit spoelen of zo? Of dat de bemanning van PM op een gegeven moment die van Medusa tegenkomt?


    †

    Mij betreft prima, maar ik krijg de PM maar niet aan het elven, ik heb heel vaak gePB't enzo, van mij mag jij het ook prberen, misschien heb jij nog wat freunden ofzo.
    Want mij lukt het niet >_>


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Ik ben dus zo iemand die vrij weinig kanten uit kan, anders had ik al wel weer gepost.


    Stand up when it's all crashing down.

    Inderdaad, ik ook, zit vreselijk klem.
    Als er andere 'indianen' en PM-mensen waren konden die wel reageren en medusa ook..
    Al hoewel, Sam kan wel posten, maar die heeft het druk denk ik en ik hebg een zin om haar weer zo lastig te gaan lopen vallen. Tinnen moet dus nog posten emt Tristan, dinges zit vast emt verwend nestje, Asilah kan weinig kanten op, Els zit in Amerika en heeft het super druk en dus weinig tijd voor Olvier, Aiyana & Dinges kunnen geen kant op.
    Aargh D:


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Dat is ook een van de grote problemen, we hebben eigenlijk te weinig personages om het verhaal nog lopend te houden. Zodra je dan een paar personages hebt die klem zitten kunnen we gewoon geen kant meer uit.


    Stand up when it's all crashing down.

    Ben terug! We hadden zondag onverwacht familie op bezoek, dus kon ik niet op Q, daarom dat de post zo lang is uitgebleven. Ik ga nu Tristan posten (: En dan met Leo, voor Cocon.


    Home is now behind you. The world is ahead!

    Owh gaaf, die zag ik inet aankomen, GB me daarna ook maar even hoe het was :Y)


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Oh ik faal, ik dacht dat Genesis nog geen post had, maar kennelijk wel :'D. Ik ga zo wat schrijven.


    No growth of the heart is ever a waste

    Tristan Wright

    De hond die durft te fluiten kijk ik aan met een blik die hem met zijn staart tussen zijn benen terug zijn hok in jaagt. Ik kan het niet verdragen dat hij zich gore ideeën in het hoofd haalt over mijn Abby, ook al is dat min of meer wat we willen. Ze verdient alle respect, niet het minst omdat zij zo ongeveer de eerlijkste en deugdzaamste persoon in deze troep is. Ik bedenk me om de kerel op nog een tweede en laatste koude blik te trakteren en concentreer me terug op Abby. Hij is het niet waard. Niemand hier.
    Wanneer ze me tegenhoudt, zie ik tot mijn grote opluchting dat ze me door heeft. Haar hand op mijn borst voelt heerlijk warm aan, tegenover de koude van de avond die gevallen is. ‘Het werd tijd,’ fluistert ze en ik grijns. Omdat ik er net zo over denk en omdat haar gefluister samen met al dit gefrutsel en gefrunnik aan kleding me opwindt. Dan neemt ze mijn hand vast en lopen we weer verder. Ik mis de warmte van haar hand op mijn borst zo gauw als ze die wegnam en die zoutwaterkop van daarnet lijkt Abby te hebben afgeschrikt met zijn gefluit, want ik voel dat ze wat afstand probeert te bewaren. Aangezien ze mijn hand vast heeft, kan ik niet echt iets meer doen zonder mezelf in de vreemdste bochten te moeten wringen, maar ik gun haar haar break wel. Ik ga haar niet forceren tot zo’n toneelstukje, zeker omdat ik haar gevoelens van ongemakkelijkheid volledig deel. Wel druk ik een kus op haar hand, zonder die los te laten. Ze lijkt er niet helemaal bij te zijn met haar gedachten, wat niemand haar kan kwalijk nemen. Zelf heb ik ook een kluwen zenuwen in mijn buik zitten, dat maar niet lijkt te bedaren. Maar ik hou wel van dat gevoel. Het maakt het gevoel van overwinning later nog sterker. Of tot nu toe toch, ik hoop dat ik hetzelfde morgenvroeg ook nog kan zeggen in Engels kampement.
    We lopen verder en verder en verder, maar plots houdt Abby me weer tegen. Ze legt haar hand op mijn wang, of eerder, op het baardje dat ik na al die tijd niet scheren heb gekregen, en kust me dan, zachtjes en liefdevol. Ik snap niet echt waar dat ineens vandaan komt, maar ik vind het heel aangenaam. Voorzichtig sla ik mijn armen om haar heen en streel ik over haar rug. Ik zie haar echt doodgraag, schiet het door mijn hoofd. De schuine grappen en het gelach om ons heen zwelt aan en na een tijdkan ik het niet meer aan en laat ik haar los. Ik ben deze show kotsbeu. Subtiel kijk ik om me heen om of ik Ace ergens zie, maar volgens mij is hij al weg. Fantastisch. Ik neem Abby vast bij haar middel en duw haar de struiken in, alsof ik dringend nood heb aan een privémoment met haar. Wat ik ook heb, maar niet zo. ‘Rustig blijven wandelen,’ fluister ik in het donker. We zijn veel minder onopvallend weggeglipt dan ik had gewild, maar dit hield ik niet meer uit. Na een paar minuten zijn we volgens mij wel buiten gehoorsafstand en laat ik haar los, op haar hand na. ‘Nu rennen, voor ze erachterkomen dat we echt weg zijn.’

    [ bericht aangepast op 18 sep 2012 - 21:51 ]


    Home is now behind you. The world is ahead!

    Haha, geeft niet. Ik moet bekennen dat ik ook geen tijd heb gehad. School zuigt :').


    Feel the fire, but do not succumb to it.

    Abigail Rosaline Valence.
    Toen Tristan zijn lippen van de hare haalde keek ze hem zwijgend aan. Ze zag hoe zijn ogen van links naar rechts gingen, waarschijnlijk om te controleren of Ace al vertrokken was. Zelf had ze het lef niet om rond te kijken, daarbij wilde ze de gezichten niet zien van de bemanningsleden achter haar. Nu ze weer zo ruw teruggetroken was naar de werkelijkheid kwam er ook het akelige besef van alle aandacht die zij nu hadden, aandacht op een manier die ze liever niet had.
    Zijzelf had Ace in ieder geval een poos niet gezien en Abby hoopte dan ook vurig dat ze echt zouden gaan en wel nu meteen. Het liefst was ze een hele poos geleden al het bos ingetrokken, maar dan was het te veel opgevallen. Niet dat ze nu zo'n subtiel plan om te vertrekken hadden, maar het zou minder opvallen dan dat ze zomaar het bos inliepen om daarna nooit meer terug te keren. Zou Oliver trouwens al iets doorhebben? Nee, hij liep vast helemaal vooraan iedereen rond te commanderen of hij had al zijn aandacht bij die heks van een Asilah.
    "Rustig blijven wandelen," fluisterde Tristan terwijl hij haar zachtjes richting de bosjes duwde, dit terwijl de adrenaline juist door haar aderen pompte en ze het het liefst meteen op een rennen had gezet.
    Hoe verder het tweetal het duister introk, hoe zachter het gejoel en geroep van de andere bemanningsleden werd. "Nu rennen, voor ze erachterkomen dat we echt weg zijn."
    Ze opende haar mond om wat te vragen, maar haar vraag zou altijd onuitgesproken blijven, doordat ze het ineens op een rennen moest zetten. Direct voelde ze de adrenaline weer en ze had nooit verwacht dat ze zo hard zou kunnen rennen, met name niet nu ze zo goed als blind was. Al gauw bleef haar voet een aantal keer hangen achter wat ze dacht een boomwortel was, maar gelukkig had ze Tristan zijn hand nog vast en wist ze zichzelf nog net staande te houden. Tristan leek met hetzelfde probleem te worstelen, maar ze wisten elkaar staande te houden.
    Het was al een wonder dat ze nergens tegen aan renden, bedacht ze zich en besloot toen dat ze waarschijnlijk gezegend waren. Misschien was er toch iets als een God die hun nou eens eindelijk hun geluk gunde. Al vroeg Abby zich af hoe lang dat zou duren. Abby keek achterom voordat ze besefte dat ze niks anders zou zien dan al het zwart. Wat verlangde ze ernaar om weg te zijn van alles, om eens ontspannen bij een vuurtje te zitten en te genieten van de frisse avondlucht. Ugh! Gauw veegde ze met haar hand de plakkerige draden uit haar gezicht, een spinnenweb! Alleen het idee al dat die gruwelijke dingen hier zaten bezorgde haar kippenvel, misschien waren er zelfs wel soorten die giftig waren..
    Alsof dat haar grootste zorg was nu. Ze hield haar oren gespitst, bang om elk moment schreeuwende en woeste stemmen te horen van achtervolgers. Of erger, Oliver die bedreigingen zou roepen.. Hopelijk waren ze er bijna, als ze al de goede kant op renden.


    Shame on me, haha, sorry, ik wilde posten, ondanks dat hij niet goed is en ik met heel weinig kon komen.


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Ace.

    Ik merk hoe het om me heen al is gaan bewegen. Tristan en Abby hebben het toneel verlaten en zo ook Genesis. Het zal niet lang meer duren. Mijn ogen flitsen naar de kapitein en vervolgens naar de bossen naast me. Net op het moment dat ik hem wil smeren. knoopt een bemanningslid een gesprek met me aan. Ik slaak een zucht en grijns dan om zijn nietszeggende woorden.
    'Goeie kerel, je bent een goeie kerel,' vang ik op. Ik geef hem een waterig glimlachje. Goeie kerel... waarom voel ik me dan een verrader? Ik sluit de ogen even. De bemanning... ze zullen geheid het mikpunt van wraak worden als Dalton lucht krijgt van onze escapades. We kunnen ze niet zomaar aan hun lot overlaten, maar in de tussentijd moeten we eerst zelf zien te ontsnappen eer we uberhaupt wat voor ze kunnen betekenen. Bij Neptunus... nu maar hopen dat er geen complicaties optreden of we te maken krijgen met ratten.
    De man heeft me losgelaten en is bij de rest van het kluitje gaan voegen. Dit is mijn kans. Zo subtiel als ik kan glibber ik naar de buitenkant, om vervolgens de bossen in te duiken.
    Het is donker en ik zie haast geen hand voor ogen.
    'Abby... Genesis, Tristan,' zeg ik, hoor slechts een aantal takjes kraken. Mijn ogen zijn nog niet gewend aan de duisternis. Ik hoor iemand! Ik loop in de richting en strek mijn hand uit.
    'Wie is dit?' vraag ik als ik onwillekeurig aftast of ik uberhaupt wel met een persoon te maken heb. Mijn mond zakt open als ik wat zachts en.. ronds voel. Mijn gezicht wordt zo rood als een tomaat en mijn oog vertoont wat stuiptrekkingen.
    'Eh.. ehehh...' Het is Genesis, merk ik nu pas.
    'Het spijt me, het spijt me, ik wist niet dat jij het was, ik zal het niet meer doen. Alsjeblieft, sla me niet,' smeek ik als ik de handen strak achter de rug hou. Op dat moment vang ik nog wat geluiden op. Dat moeten Tristan en Abby zijn!


    No growth of the heart is ever a waste

    Genesis
    Het duurt een tijdje voor haar lichtgroene ogen aan het donker zijn gewend: de scherp ruikende aarde plakt aan haar jurk en haar lokken vallen losjes langs haar schouders naar beneden - de speld die hen gewoonlijk bijeen hield was ze tot haar grote spijt verloren in alle commotie.
    De maan blonk hoog aan de hemel, een kleine lichtbron tussen een moeras van planten en hoge, uiteenlopende bomen.
    Verderop kabbelde een beekje, terwijl haar lichaam steun vond tegen de brede, inktzwarte bas van een boom.
    Na enkele minuten hoorde ze een gespannen, tweede ademhaling. Voetstappen die niet geheel geruisloos waren.
    Nog voor ze zich had kunnen bewegen had iets dat voelde als een handpalm, zich over haar borsten genesteld.
    Een verontwaardigd, hoog geluid rolde over haar lippen waarna ze hard in haar tong moest bijten om haar volume gedempt te houden.
    De hakkelende stem van Ace maakt dit alles er niet veel beter op: toch is ze ergens blij dat hij het is, dat hij veilig is.
    "Het spijt me, het spijt me, ik wist niet dat jij het was, ik zal het niet meer doen. Alsjeblieft, sla me niet," jammert Ace zachtjes terwijl hij, naar het lijkt, zijn handen strak achter zijn rug manoeuvreert.
    "Ace!" Haar stem is minstens twee octaven hoger terwijl ze zijn naam sissend uitspreekt.
    "Jij.. Jij.." De woorden willen echter niet komen, of zijn totaal nutteloos.
    Ace blijft immers Ace. Zelfs blind vindt hij hij vrouwenlichaam, dat zegt toch genoeg?
    Genesis schud haar hoofd langzaam, zwijgend waarna ze haar armen over elkaar slaat.
    Naderende voetstappen vertellen de aankomst van Tristan en Abby.
    Een zucht ontglipt aan haar lippen waarna ze rechtop tegen de bast gaat leunen en zich weg draait van Ace. In gedachten verzonken bekijkt ze het zwakke licht van de maan.
    Haar huid plakt van het benauwde weer, haar hoofd bonkt van iedere vraag waarop ze het antwoord niet kent.
    Genesis Thrown in de wildernis. Ze kon Abby gelijk geven. Dat paste gewoon niet.

    [ bericht aangepast op 21 sep 2012 - 21:24 ]


    Feel the fire, but do not succumb to it.

    Wat moet ik met Asilah en Jezebel doen? 8D


    †