Ik heb me mijn hele leven lang een aansteller gevoeld. De moeilijke. Degene die het weer niet volhield. De spelbreker. De zeurkous. Omdat ik altijd al last had van fysieke klachten - maar ik nooit snapte waarom ik dat meer had dan de rest. Misschien hadden zij er ook wel gewoon last van, maar zeurden ze er niet zoveel over...
Op vakantie met de familie, wandelend door een prachtig kasteel. Maar ik was eigenlijk te moe, hield het niet meer vol - dus samen met pap naar buiten wachten tot de rest ook klaar was.
Op de middelbare school. Een vriendin naast wie ik meestal zat appte me gefrustreerd dat het lullig was dat ik haar in de steek liet - omdat ik voor de zoveelste keer ziek thuis zat.
Tijdens mijn studententijd, toen ik mee zou naar Roland Garros - maar ik bang was dat ik ziek zou worden als ik twee nachten nagenoeg niet zou kunnen slapen in de bus.
Toen ik in de horeca werkte en achter de bar stond tijdens een bruiloft - maar om 1 uur 's nachts kotsmisselijk op de stoep zat, me kapot schamend omdat ik de avond niet vol kon houden.
En toen ik besloot om een baan te zoeken van maximaal 32 uur, omdat ik werkelijk niet inzag hoe ik in staat moest zijn om een 40-urige werkweek vol te houden. En dat is gebleken.
Had ik toen maar geweten dat mijn zenuwstelsel al zo erg uit balans was. Had ik toen maar begrepen waarom er ook periodes waren dat ik het allemaal wél volhield - als ik meer in balans was, lekkerder in mijn vel zat. Had ik maar eerder gesnapt waarom ik zoveel stress had, zoveel lichamelijke klachten, zoveel vermoeidheid.
Dan had ik me niet zo'n aansteller hoeven voelen. Dan had ik me niet te pletter gewerkt om die reputatie tegen te gaan. Dan had ik mijn ziekte wellicht kunnen voorkomen - en was mijn leven een stuk leuker geweest.
Ook dit ben ik aan het rouwen. Een leven dat veel moeilijker is geweest dan het had hoeven zijn - als ik de juiste handvatten had gevonden.
Ik heb er wel naar gezocht. In mijn volwassen leven, voor ik ziek was, ben ik al ontzettend vaak bij de huisarts met mijn klachten; bij verschillende medische specialisten; bij de praktijkondersteuner van de huisarts; en ook twee keer naar de psycholoog. Geen van hen heeft mij kunnen vertellen wat er met me was. Allemaal werkten ze aan de losse symptomen in plaats van het onderliggende probleem: dat ik volledig uit balans was, dat ik niet meer naar mijn lichaam luisterde en dat ik al vanaf mijn jeugd ontregeld was.
Had ik dat geweten en toen het gereedschap gekregen om ermee aan de slag te gaan, dan had me heel wat leed bespaard kunnen blijven. En dat doet pijn. Heel veel pijn. Want blijkbaar ben ik nooit een aansteller geweest. Maar dat heb ik nooit geloofd.