• Het is de 18e eeuw wanneer het prachtige schip Medusa wordt overvallen door een plotselinge storm. Veel bemanningsleden komen hierbij om, het grootste gedeelte van de voorraden verdwijnen in zee en het schip loopt veel schade op. De kaptein, Ace __ besluit aan te meren bij Tortuga, daar zijn immers al bij in de buurt. Daar zullen zij verblijven tot het schip gemaakt is en er nieuwe bemanningsleden en voorraden zijn. Helaas kost dit alles wel veel geld en dat hebben ze niet zo één, twee, drie, dus zullen ze gauw met een oplossing komen mochten ze ooit nog met de Medusa willen varen.


    Belangrijk:
    Deze RPG heeft zoals jullie merken geen erg vaste verhaallijn, jullie zijn dus behoorlijk vrij te doen wat je wilt. Om deze RPG lopende te houden zijn er dus ook allerlei aparte personages nodig en laat ik wat meer toe (geen magische/futuristische dingen), in de eerste post zal ik een aantal ideeën zetten.

    Alleen meedoen als je:
    1) Graag langere stukken schrijft (rond 350 woorden of meer) en bereid bent dit te doen. (Hier tips!)
    2) Graag meedoet aan RPG's waarin geen Mary Sue's meespelen en die dit zelf ook niet doen.
    3) Graag meedoet aan RPG's waarbij het topic niet na één dag alweer vol zit, waardoor als je het wat drukker hebt met school, ook gewoon nog mee kan doen, omdat er simpelweg minder vaak gepost wordt (maar wel langer geschreven natuurlijk)..
    4) Het prettig vinden dat het gemeld wordt als iemand wilt stoppen met de RPG en als dit zelf ook doet.
    5) Je personages niet enkel één op één gesprekken laat voeren met steeds dezelfde persoon.
    Meedoen kan hier!

    Regels:
    - Je houden aan het bovenstaande.
    - Niemand buitensluiten. (Gebeurt dit wel, PB me dan, dan zal ik het proberen op te lossen)
    - 16+ is toegestaan, zet het er desnoods wel bij.
    - Niet zomaar moorden zonder toestemming.
    - Niet extreem veel voor anderen bepalen.
    - En al het andere gebruikelijke.

    Personages:
    De getallen die erachter staan geven topicnummer & paginanummer waar je ze kan vinden aan.

    Bemanningsleden:
    Tortura - Asilah Layla Salomn - 22 - 1,1
    Endure - Abigial (Abby) Rosaline Valence - 21 - 1,5

    Sytze - Ace - 27 - kapitein - 1,6
    Sid - Tristan Wright - 24 - 1,2
    Sid - Natambu Mmba - 25 - 1,2


    Overige:
    xDesire - Anna Marina Blackwater - 20 - Navigator - 1,1
    Gipsy - Beaudine Anna-Mae Hawkins - 18 - Dievegge/Huurmoordenares - 1,1
    Squib - Alida Maria Nevárez - 20 - Dochter herbergier - 1,5
    Neiva - Florence Levesque - 19 - Gouverneurs dochter - 1,6
    Endure - Aiyana Kateri Chestio - 22 - Opvarende Medusa, indiaan - 1,7
    Assassin - Sadie Delilah Lyons / Sam Lewin - 19 - Bastaards dochter - 1,7

    Squib - Lemuel Charles Edwards - 19 - Novice weggelopen uit klooster - 1,1
    SICKENING - Myles/Bandit - 24 - Huurmoordenaar/Dokter - 1,2
    Assassin - Cedric Cook - 24 - Charmeur - 1,4
    Gipsy - Logan Wad - 27 - Ontsnapte gevangene - 1,4
    Cheops - William Marlbourough - 28 - Opvarende Medusa - 1,5
    Goldenwing - Gavin Sloan Honiahaka - 22 - Opvarende Medusa, indiaan - 1,7


    Nog vragen?
    Dan kan je ze altijd aan mij stellen of aan andere spelers.

    [ bericht aangepast op 22 feb 2013 - 18:37 ]


    In the end the only person we love is ourselves, that's why we choose to love someone who can please us the most.

    Naar wie kan Asilah? Niet allemaal te gelijk graag, ghehe. :Y).


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    [Ik dacht, ik maak dit topic weer ff levendig.]

    Asilah Layla Salomn, pirate.

    De jonge vrouw die ik aan had gesproken vanwege het geërgerde werk dat ik moest doen, bleek ook weer wat opgestoken te hebben, want ze gaf me een kleine speech hoe ik vrolijker had moeten kijken. Kijk es om je heen meissie, wilde ik haar bot toespreken, zie jij hier iemand anders met een vrolijke glimlach op z’n smoel? Nee, ik dacht het niet en anders zouden die kloten hier meteen denken dat je wat genomen had. Die dame komt werkelijk pas net de hoek omkijken of zo.
    Abrupt begon die mogol van daarnet die ik had moeten ‘bedienen’ opstandig te worden. Hij richtte zelfs zijn wapen op me, de eikel. Hij weet eveneens niet wie ik ben en dat ik daar absoluut niet geïntimideerd door raak. Ach, zijn leven, als hij die straks kwijt is door mijn zwaard dan – Op het moment dat ik naar mijn al zo geliefde zwaard wil reiken, grijp ik ernaast en begin ik luidkeels te vloeken. Ik leek wel een bootwerker. ‘Alle duivels,’ brieste ik, terwijl mijn kaken op elkaar klemde en ik naar mijn hand keek, welke mis greep.
    Wanneer iedereen opeens afgeleid word door die kakkerkloot, zet ik het op een lopen en ren als een gek naar mijn kleine kamertje. Hier pak ik mijn miezerige spullen bij elkaar en vertrek zo snel mogelijk met mijn biezen via de achterdeur. Ik heb pas net dat achterlijke hol verlaten of ik bedenk me dat ik net zo goed een paar flessen rum mee kon nemen, dus begeef ik me weer naar binnen. Bij de bar negeer ik de dronken zatlappen die me aan zitten te staren, pak een paar flessen rum en vermijd zo behendig mogelijk enkele mensen. Eenmaal weer buiten zet ik het op een lopen en kom uiteindelijk bij de kade terecht. Ach, al die mooie schepen, die boten, brings back memories. Ik grijns er iets bij als ik toch wat uitgeput stil blijf staan en normaal adem probeer te halen. Toen dit enigszins lukte, stopte ik mijn spullen, wat werkelijk enkel wat flessen rum en kleding was, in mijn tas, welke ik vervolgens over mijn schouders gooide. Het zwaard hing weer in zijn schede, thank god. Ik miste dat ding veel te veel in dat achterlijke klotehok, dat ik daar überhaupt werkte.
    Immers ik me weer verder strompelend over de kade begaf, begon ik de schepen te bestuderen, totdat er ééntje wel heel bekend voor kwam. Ik moest een paar keer mijn blik eraf begeven voordat ik daadwerkelijk opmerkte en doordrong dat het de Medusa was. ‘Sodeju zeg,’ murmelde ik wat, waarna ik een hand door mijn donkerblonde haar haalde. Hierop begon ik er op een snellere manier naartoe te lopen, bijna rennen toen ik Ace zag. Dat bezopen gedrocht herkende ik zelfs van tien kilometer afstand. Goed, misschien een beetje overdreven, maar hij hoorde helemaal geen kapitein te zijn, dat had hij verdomme helemaal niet verdiend! Ik was zijn rechterhand geweest, ik hoorde dat schip nu met liefde te besturen. Hij zal er nog wel es van krijgen, zowaar mijn naam Asilah is!
    ‘Hey,’ begon ik schreeuwend in zijn richting, mijn wenkbrauwen boos gefronst. ‘zatlap!’ Al snel stond ik bij hem en ik dumpte mijn tas op te grond. ‘Je wilt niet weten hoe erg ik je nu wil vermoorden, vrind.’ Er zat een spoortje sarcasme in mijn stem, maar dat zat er bijna altijd wel in.


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Yush :].

    Ace. (Lol ik typ hier gewoon een andere naam neer. I fail.)

    'Hey!' hoor ik ineens vanaf de kade. Huh? Ik draai me om en kijk recht in de ogen van een jonge vrouw. Ik buig me over de reling en probeer haar te identificeren. Ze heeft wat.. bekends. 'Zatlap!' Ik trek een vreemde gezichtsuitdrukking, waarna mijn ogen zich plotseling verwijden. Nee... dat is..! Asilah! Niet te geloven, wat doet zij hier?! Ik had toch gezworen dat ik haar had gedumpt op dat eiland bij de dorpelingen. Ik had gehoopt dat ze inmiddels haaievinnensoep van haar hadden gemaakt, want gehaaid is dat mens zeker.
    'Je wil niet weten hoe erg ik je nu wil vermoorden, vrind.' Ik knipper een keer met mijn ogen en kijk vragend naar Sam. Vermoorden? Waarom? Wacht. Haar achterlaten op een vreemd eiland, kapitein worden van dit schip. Ik trek een droog gezicht. Goed, reden genoeg. Ik sta op het punt om haar een royale serenade aan scheldwoorden terug te gooien en met een lege fles rum te gooien, als ik me ineens bewust word van het zaligmakende feit dat ik kapitein ben. Ik, Ace, ben kapitein van de Medusa. Niet Dalton, niet Asilah, maar ik. Moge dat duidelijk zijn. Sterker nog: ik ga het haar goed duidelijk maken ook. Ik heb geen enkele reden om me boos te maken. Het enige wat ik hoef te doen is rustig een sigaartje opsteken en genieten van het leven dat me komt toegewaaid. De kapiteinshut is van mij, inclusief de heerlijk zachte matras.
    'Ik zou niet weten waarom, m'n beste ehh... wat was je naam ook alweer? Ik meende een of ander secreet te hebben achtergelaten op een godvergeten eiland,' zeg ik, plukkend aan mijn kin, alsof ik heel veel moeite heb haar naam voor de geest te halen. En, om er nog een schepje bovenop te gooien, wend ik me tot de nieuweling Sam. 'Ze is nog steeds niet helemaal over me heen na al die maanden, het arme ding,' zeg ik met gespeeld medelijden, al wijzend op Asilah. Ik voel Asilah bijna koken. Op dit moment moet ik oppassen dat ik geen dolk door mijn schedel geworpen krijg. Maar hey, wie de bal kaatst kan hem terug verwachten, niet waar? Ik begin er de schik in te krijgen. Ik buig me weer over de reling naar Asilah die beneden op de kade staat. In haar ogen staat 'moord'.
    'Zeg Amy, schatje, je mag vanavond wel bij me langs komen als je echt niet zonder me kan. In dit bed is plaats voor twee.'

    [ bericht aangepast op 18 maart 2013 - 8:40 ]


    No growth of the heart is ever a waste

    Asilah Layla Salomn.

    Mijn aanblik straalt moord en doodslag uit toen hij zich omdraaide en recht in mijn ogen keek. Wanneer hij voorover buigt, gooi ik net mijn armzalige tas neer waar mijn miezerige spullen in zitten. Abrupt lijkt mij te herkennen, want hij trekt een vreemde gezichtsuitdrukking en zijn ogen verwijden zich. Mooi, hij herinnert mij zich weer, dat zal de eerste stap zijn.
    Hij zal zich vast afvragen met zijn kleine herseninhoud wat ik hier nu weer doe, aangezien hij me op dat verdomde eiland had gedumpt, die verdomde eikel. Zodra ik hem in mijn handen heb, zal ik eerst eens even zijn nek dichtknijpen zodat hij opnieuw dat schorre geproest van hem uit kan brengen. Nee, zelfs dat niet eens!
    Er staat nog een jochie naast hem, maar die geef ik geen enkele aandacht, omdat ik dat niet waard vind. Alles gaat nu uit naar het vermoorden van Ace, hoewel ik eerst zijn leven wil vergallen. O, ik ben nog lange na niet klaar met die zatlap! En ik verwacht dan ook eigenlijk dat hij zijn scheldwoorden parade op mij af gaat vuren als kanonnen, maar niets is minder waar, aangezien hij zich inhoudt en het over een hele andere boeg gooit. De klootzak.
    ‘Ik zou niet weten waarom, m’n beste ehh… wat was je naam ook alweer? Ik meende een of ander secreet te hebben achtergelaten op een godvergeten eiland,’ zegt hij, plukkend aan zijn kin, alsof die hond daadwerkelijk mijn naam niet kan herinneren. Hij was dondersgoed wie ik ben, hoe ik heet en dat ik, zodra ik bij hem ben, hem een trap onder z’n hol ga geven. Toch word ik er zowaar nog woedender van en ik dat laat ook merken aan het geknarsetand, terwijl mijn ogen met de seconde donkerder worden. Hopelijk schrikt dat hem af, maar hem kennende zal hij er nog een scheppie bovenop gooien en ja hoor, daar gaat ‘ie al. Hij wendt zich toch het jochie naast hem.
    ‘Ze is nog steeds niet helemaal over me heen na al die maanden, het arme ding,’ zegt hij met een nogal gespeeld medelijden, terwijl hij naar mij wijst. ‘Wat?!’ Schreeuw ik naar hem, duidelijk kwaad en volgens mij kunnen zelfs de mensen in de herberg het nog horen dat ik op het moment in een duivel verander qua humeur. ‘Ik zal je eens over de reling heen gooien, vieze hond!’ Schreeuw ik in alle woede verder, mijn hoofd die zowat rood kleurt door dit geval en vooral omdat ik me inhoud. Ace buigt zich over de reling naar mij en ik bal mijn vuisten. ‘Zeg Amy, schatje, je mag vanavond wel bij me langs komen als je echt niet zonder me kan. In dit bed is plaats voor twee.’
    ‘Amy? Schatje?!’ Godverdomme, bij de vervloekte zeeduivels, ik zal die viezerd eens alle kanten binnen het schip rond schoppen. Misschien zal hij dan wat hersens en verstand krijgen. Over de rooie en met een moordgezicht kijk ik wild om me heen, stamp vervolgens met de tas in mijn hand naar de loopplank om daar het schip te betreden. Er mag trouwens wel wat aan gebeuren, hij heeft het weer lekker verkloot merk ik op. ‘Een zwaard door je kop, dat ken je krijgen!’ Roep ik nog altijd uit, terwijl ik er niet eens over na dacht om mijn stem te verminderen.
    Ondertussen liep ik over het dek naar hem toe, gooide de tas weer neer en rende naar hem toe, waarna ik hem neer vloerde en het zwaard uit de schede haalde. Met een grijns die niet te vertrouwen was, pakte ik zijn gezicht stevig vast. Natuurlijk, zoals ik een hele tijd geleden had gedaan, gleden mijn nagels weer pijnlijk over zijn wangen heen. ‘Het is één ding dat je me op dat godvergeten eiland had achtergelaten, maar kapitein zijn van dit schip? Om die reden maak ik je miezerige leventje een levende hel.’ Siste ik uit. Ik wist heus wel dat hij mijn naam herinnerde, anders had hij echt niet zo eerder gekeken. ‘En ik wil nog niet dood met jou in één bed gevonden worden, kakkerlak.’ Ik laat mijn blik naar de kapiteinshoed dwalen, waarop er een grijns op mijn gezicht komt en ik deze van zijn hoofd af jat, om deze vervolgens op mijn eigen blonde lokken te zetten. ‘Kapitein Asilah!’ lach ik barbaars, terwijl ik naar de hemel kijk.


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Ace.

    Toegegeven, ik heb het ernaar gemaakt. En flink ook. Maar het mooie van het hele verhaal is dat ik er nog mee kan wegkomen ook. Ik kan oneindig grappen en grollen uithalen, naakt over het dek lopen als ik daar zin in heb en een serenade opdragen aan de zeven zeeen zonder een steen tegen m'n kop te krijgen. Dat alles om de doodsimpele reden dat ik, Ace, kapitein van de Medusa ben.
    En dat is iets dat Asilah hier niet kan verkroppen. Met een voet op mijn borst en een zwaard dat een beetje te dicht bij mijn weke delen in de buurt komt wil ze mij maar al te graag herinneren wie hier de broek aan heeft. Maar... het verleden hoort bij het verleden en voor het eerst sinds een hele lange tijd voel ik me daadwerkelijk... rustig.
    Haar vingers krassen over mijn wang.
    'Het is één ding dat je me op dat godvergeten eiland had achtergelaten, maar kapitein zijn van dit schip? Om die reden maak ik je miezerige leventje een levende hel.’ Ik ben niet eens onder de indruk. Mijn reactie blijft bij een luie opgetrokken wenkbrauw. Ik permitteer mezelf de vrijheid om midden in deze netelige situatie het hoofd naar Sam te wenden. ''t Arme ding, ze is jaloers,' zeg ik op een goed gespeelde meelijwekkende stem. Ze kan me nu wel vermoorden. Waarschijnlijk moet ze het allerlaatste restje zelfbeheersing uit de goot pompen om het niet daadwerkelijk te doen.
    'En ik wil nog niet dood met jou in een bed gevonden worden, kakkerlijk.' Ik til de andere wenkbrauw ook de lucht in. 'Nee, daar had mevrouw Oliver Dalton voor. Niet waar, Amy?' vraag ik als ze me de kapiteinshoed afhandig heeft gemaakt.
    'Kapitein Asilah!' roept ze. Ik hef de handen in de lucht en neem afstand. Ik wend me opnieuw tot Sam. 'Een persoonlijkheidsstoornis, je hoeft het haar niet kwalijk te nemen. Onze relatie was er eentje van up and downs, maar hey, wat een lichaam he? Als ze dan met hangende pootjes naar me toe komt kan een man geen nee zeggen.' Er speelt een perverse glimlach om mijn lippen. Bij elke andere vrouw had ik me ingehouden, maar er zijn uitzonderingen op de regel. Deze vrouw die zich vol trots mijn hoed heeft aangemeten is zo'n uitzondering.
    'Hey Amy! Windt het je op als ik zeg dat ik je in mijn gedachten aan het uitkleden ben?' Nu ga je te ver, Ace. Nu ga je te ver. Maar als ze me nu afmaakt, dan zijn die vijf bemanningsleden daar op het dek er als de kippen bij om haar een kopje kleiner te maken. Voor het eerst in mijn leven kan ik alles doen en zeggen wat ik wil en ik zal er gebruik van maken ook. Dit noemen we machtsmisbruik voor het hogere doel. Ik heb nu de broek aan en dat mag ze weten ook! Nieuwe tijden zijn er aangebroken. De dagen van tirannie zijn voorbij.


    No growth of the heart is ever a waste

    Asilah Layla Salomn.

    Het begint me meer en meer te ergeren dat hij zich zo kalm houdt, dat had namelijk heel anders moeten zijn. Ik moet echt al mijn geduld opgeven, waar ik toch al vrij weinig van in bezit heb, om hem niet direct te vermoorden. Dit was niet de bedoeling, hij hoorde zich druk te maken en desnoods stom te gaan stotteren, zoals hij eerdere keren had gedaan. Holy fuck, volgens mij stijgt het kapiteinschap van hem naar zijn achterlijke hoofd.
    Lui trekt hij iets zijn wenkbrauw op, meer doet hij niet, behalve dat hij me nog meer op wil jutten door zijn hoofd naar hetzelfde jochie te wenden. ‘’t Arme ding, ze is jaloers,’ bracht hij uit met een meelijwekkende stem die ik graag terug in zijn strot wil rammen. Toch houd ik me in, met veel moeite en druk, wat te merken valt aan mijn briesende ademhaling. Ik lijk wel een stier als die wat roods ziet, voor mij is dat die vieze rat. Zijn andere wenkbrauw gaat ook de lucht in, wat ik maar probeer te negeren.
    ‘Nee, daar had mevrouw Oliver Dalton voor. Niet waar, Amy?’ vraagt hij als ik zijn kapiteinshoed gejat had. Mij staat ie toch veel beter, ik begrijp niet waarom hij het nog probeert, hij is niemand van nut. Ik daarentegen, zou een veel betere Kapitein zijn. Mijn voet haal ik van zijn borst af, waarop ik het zwaard grijnzend in de lucht hef, terwijl ik al iets in mijn eigen barbaarse wereldje verblijf. Dat van Oliver komt nu pas tot me doorgedrongen, waardoor ik diep zucht en nogal geërgerd. Het zwaard laat ik zakken, maar wanneer ik mijn blik dodelijk naar hem toestuur, merk ik op hoe hij afstand heeft genomen. Een ietwat triomfantelijke grijns dat het toch iets geholpen heeft, komt er op mijn volle lippen terecht. Deze geraakt er echter veel te snel voor mijn doen weer af, want als Ace zijn smoel weer opentrekt, veranderd deze nogal moordzuchtig.
    ‘Een persoonlijkheidsstoornis, je hoeft het haar niet kwalijk te nemen. Onze relatie was er eentje van up and downs, maar hey, wat een lichaam he? Als ze dan met hangende pootjes naar me toe komt kan een man geen nee zeggen.’ De perverse glimlach die er op zijn lippen afspeelt doet me helemaal niet goed en ik moet nogmaals moeite doen om het zwaard niet in zijn maag te douwen, om hem vervolgens overboord te gooien. Wat te doen, wat te doen, Asilah? Denk na, hij zal zich enkel nog trotser voelen als jij je zo opfokt! Het is het niet waard, je wilt hem toch een lesje leren? Dan zal dat, helaas, op maar één andere manier kunnen. Als hij die perverse opmerkingen zo graag wil maken om mij boos te maken, kan hij het krijgen.
    ‘Hey Amy! Windt het je op als ik zeg dat ik je in mijn gedachten aan het uitkleden ben?’ Niet boos worden, niet laten merken, speelt er als een mantra door mijn hoofd heen. Het helpt een beetje, maar ik blijf voor een paar seconde zwijgzaam staan, woedend trillend en een kwade trek rond mijn lippen. Dan sluit ik vervolgens kort mijn ogen om mezelf bij elkaar te rapen, waarna ik abrupt mijn donkere ogen open en me dichter naar Ace begeef. Op mijn lippen speelt een sluwe, toch erg ondeugende grijns af. Het zwaard doe ik terug in de schede, hoewel ik het nog altijd bij het handvat vasthoud, gewoon voor het geval dat. Je weet maar nooit wat die gek zal proberen.
    Heupwiegend loop ik het laatste deel naar hem toe, streel hem zo zacht mogelijk over zijn wang en kaak heen, waar ik de stoppels van een baardje begin te voelen. Het sickens me nu al, maar ik moet hier nu wel mee doorgaan, het begin was gemaakt en bovendien… Ace is nu Kapitein, die domme spierbonken die over het dek lopen zullen me wat aan doen als ik hem het schip afdonder. Dit zal ik slim moeten spelen. ‘Ace toch,’ begin ik iets zacht spinnend, waarop ik hem uitdagend aankijk en mijn mond naar zijn oor laat gaan. Ondertussen zijn mijn vingers langs zijn hals naar het openstaande deel van zijn blouse gegaan. ‘Je hoeft niet zo jaloers te doen over Oliver, ik kom toch weer bij jou terug,’ In mijn hoofd vervloek ik mijzelf meerdere malen. Houd vol Asilah, volhouden…
    ‘Weet je wat mij nog meer opwind?’ Fluister ik iets grijnzend in zijn oor, waarop ik mijn mond op zijn kaak druk. ‘Als jij dood bent.’ Klonk het vervolgens zoetsappig, maar tegelijkertijd erg bot weer uit mijn mond, waarna ik hem bij zijn kraag pak, mijn knie tussen zijn benen plant en hem vervolgens op de grond smijt. ‘Eikel.’ Grauw ik, terug met mijn harde, botte toon, terwijl ik hem een vieze blik geef. De Kapiteinshoed heb ik nog altijd op en ik strijk er iets trots over.


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Ace.

    De kwade blikken hebben plaatsgemaakt voor wat anders: listigheid. Ik vernauw mijn ogen heel subtiel. Dus, Asilah heeft mijn strategie door en ze besluit mee te spelen. Slim, heel slim. Ik blijf afwachtend staan als ze mijn kant op komt en tot mijn lichte verbazing de vinger langs mijn gezicht strijkt. Het is stil. De mannen aan de andere kant van het dek houden hun adem in, zo lijkt het. Ik wil ze zeggen dat ze door moeten gaan met werken, maar de adem van Asilah steekt daar een stokje voor.
    'Ace toch,' zegt ze op zo'n zoete toon dat als ik niet wie ze was, ik er nog faliekant in trapte ook. Haar handen bewegen van mijn hals naar het ontblote deel van mijn blouse. 'Je hoeft niet zo jaloers te zijn over Oliver, ik kom toch weer bij jou terug,' voegt ze toe met de stem van een sirene. Ik kan het niet laten om schuin te grijnzen.
    'Nou, dat doet me deugd,' kan ik niet laten om te zeggen met een grijns die alleen bij een echte klootzak op z'n plaats is. Bij deze slang is alles geoorloofd.
    'Weet je wat me nog meer opwindt?' fluistert ze in mijn oor en drukt haar mond op mijn kaak, met als gevolg dat er onwillig een rilling over mijn linkerarm loopt. En die is er niet uit opwinding, dat kan ik je verzekeren. 'Als jij dood bent.' Nog voor ik wat gevat terug heb kunnen zeggen, krijg ik een trap tussen mijn benen en word ik op de grond gesmeten als oud vuil.
    'Ugh...' Ik zie sterretjes en vraag me af of mijn vriend daar beneden die trap ooit te boven komt. Ik hap naar adem en hou de handen bij mijn kruis. 'Eikel.'
    'Ace!' schreeuwt iemand. Ik hef een trillende hand, een teken dat hij moet blijven staan waar hij staat als ik langzaam op adem kom. Inmiddels heeft het secreet (hey, een nieuwe bijnaam) mijn hoed nog steeds op en aait er langs heen alsof het een heilig relikwie is. Ach, ze mag het ding hebben. Maar... ik neem een diepe hap adem en kom langzaam overeind. Maar... dat betekent niet dat ik toesta dat die heks hier de dienst uitmaakt. Daarvoor hebben we simpelweg te veel geleden. Bovendien heb ik nu een grotere verantwoording dan voorheen.
    Met een snelheid waarmee ik zelfs mezelf verbaas haal ik plots uit naar Asilah en raak haar vol in de zij, een plaats die niet meteen zichtbaar is als verwondingen opspelen, maar wel vreselijk pijnlijk. Ik aarzel niet en haal haar onderuit, waarna ik mijn laars niet al te zacht op de buik plant.
    'Ik heb het niet zo op geweld tegen vrouwen, maar...' Ik buig me dichter naar haar toe en geef haar een bloedserieuze blik. 'Ik zal niet toestaan dat je dit schip nog meer naar de klote helpt dan het al is. Dus, wat ik wil zeggen is: je houdt je koest of je dondert op. Anders krijg je niet alleen met mij van doen, maar met iedereen die je de afgelopen jaren samen met je vriendje Dalton het leven zuur hebt gemaakt. En ik zal niet ingrijpen als er.. ongelukken gebeuren.' Ik zet nog wat meer druk op haar buik en vernauw mijn ogen.
    'Ik ben John nog niet vergeten.' Ik gris de inmiddels van haar hoofd afgewaaide hoed van het dek af en doe deze weer op als ik van haar afgestapt ben.


    No growth of the heart is ever a waste

    [Het is nogal een lange post.. ]

    Asilah Layla Salomn.

    Een lichte verbazing speelt er bij mij af, waar ik me direct mee voed, want je weet maar nooit wanneer het ophoud. Ik moet pakken wat ik pakken kan en dat werkt niet als ik te laat ben of aarzel, wat ik toch bij deze klootzak niet doe. Die perverse opmerkingen naar mij zullen hem ooit zijn kop kosten, dat ken ik hem wel vertellen. Ongestraft zal hij hier niet uit komen, wat ik er ook voor moet doen.
    Ace grijnsde iets schuin toen ik hem het leugentje vertelde over dat ik wel naar hem terug zou komen, niet naar Oliver. ‘Nou, dat doet me deugd,’ bracht hij uit, terwijl die grijns nog steeds op zijn lippen afspeelde. Ik vertrouw het voor geen meter, maar het is dan ook wel duidelijk dat hij mij ook niet vertrouwt. Iedereen wist dat zowat, en het zou stom zijn als dat jochie deze gladjakker zou geloven. In mijn ergste nachtmerrie wil ik nog niet met hem samen gezien worden.
    Een rilling loopt er over zijn linkerarm, maar ik vraag me niet eens af hoe hij het bedoeld heeft of waar hij nu aan denkt. Het kan me allemaal geen flikker schelen, ik denk enkel aan de zoete wraak die ik wil krijgen. Abby kan nog wel ff wachten, dat kind blijft toch de gehele tijd rond Tristan hangen, want dat zal nu nog niet veranderd zijn. Waar is trouwens dat wijf die Ace telkens volgde als een vervelende puppie? Ace krijgt de tijd niet wat terug te zeggen, wat hij vast en zeker wel gedaan zou hebben, aangezien hij al een trap tussen zijn benen kreeg. ‘Ugh…’
    Hoe ik hem zo op de grond zie liggen, doet me goed. Ik moet er iets om lachen en kijk hem met vreemde, sadistische pretlichtjes in mijn donkere ogen aan terwijl hij naar adem hapt. ‘Ace!’ schreeuwt er iemand, die natuurlijk maar al te graag zijn reet wil likken. Stelletjes lafaards. Hierom is het ook maar goed dat ik hen gevonden heb, want wanneer ik mijn plan heb uitgevoerd, zal ik hen allemaal óf van het schip afdonderen of ze tot mijn slaaf maken. Wel, het is vanzelfsprekend dat ik Ace tot mijn slaaf neerhaal. Ondertussen had hij een trillende hand opgeheven, ten teken dat de man moest blijven staan. Ik ben te druk bezig met het schip te bewonderen, Ace uit te lachen en trots over de Kapiteinshoed strijken als de rat overeind komt.
    Abrupt haalt hij plotseling naar mij uit, waardoor hij mij vol in mijn zij raakt. De pijn die het doet laat ik niet blijken, maar er komt toch een pijnlijke zucht uit, waarna ik onderuit ga. De vieze laars die hij niet al te zacht op mijn buik heeft gedrukt, wil ik er direct van af trappen, maar mijn zij doet nog te pijn om me iets te kunnen bewegen. ‘Ik heb het niet zo op geweld tegen vrouwen, maar…’ Hij buigt zich dichter naar mij toe, ik grom als hij mij een bloedserieuze blik geeft. Wauw, hij heeft last van ongesteldheid. Het ene moment maakt hij nog perverse grapjes en nu opeens dit serieuze gezeik, die man weet ook niet wat hij wil en dan zeiken ze over mij.
    ‘Ik zal niet toestaan dat je dit schip nog meer naar de klote helpt dan het al is. Dus, wat ik wil zeggen is: je houdt je koest of je dondert op. Anders krijg je niet alleen met mij van doen, maar met iedereen die je de afgelopen jaren samen met je vriendje Dalton het leven zuur hebt gemaakt. En ik zal niet ingrijpen als er… ongelukken gebeuren.’ Hoe bedoel je, ík help dit schip nog meer naar de klote? Hoe het er nu uitziet, heb ik echt niet op mijn geweten hoor, bezopen vrind. Hij zet nog meer druk op mijn buik en vernauwt zijn ogen.
    ‘Ik ben John nog niet vergeten.’ Well, good for you mate, dacht ik sarcastisch. Voor hij de afgewaaide hoed van het dek afgrist en van mij afgestapt is, geef ik hem nog een dodende blik – eentje die hij wel vaak van mij gezien heeft, aangezien het, het enige is wat hij nog zowat van mij krijgt. ‘Alsof ik dat niet zelf in de gaten had, Captain Obvious,’ sprak ik sarcastisch uit, zo erg dat het door mijn hele stem leek te sijpelen. 'John ben je nog niet vergeten. Hoe geld dat voor de Miss? Where is she now? I bet she dumped ya.' grijns ik vermakelijk. Hoewel mijn zij nog steeds als een motherfucker pijn doet, verbijt ik het en leun op mijn ellenbogen, welke ik iets achter me neer zet om wat omhoog te komen. ‘Ik lig hier prima. En weet je waar ik nog lekkerder lig? In míjn bed.’ Het eerste stuk van mijn zin klinkt nog altijd sarcastisch, maar naarmate het einde geef ik het de nadruk op het ‘mijn’ gedeelte. Hij weet dondersgoed welk bed ik daarmee bedoel en aangezien hij me al praktisch gezien had uitgenodigd, zal ik dat nu met beide handen aannemen.
    ‘Aangezien jij mij, Amy je geliefde,’ knarsetand ik spottend, ‘al uitgenodigd had, zou je het vast niet erg vinden.’ Haastig sta ik op en hoewel ik het ook deels behendig wilde laten lijken, faalt het iets door de pijn in mijn zij. Verdomde, stinkrat, scheld ik hem uit in mijn gedachten, terwijl ik hard op mijn volle onderlip bijt. Het velletje van mijn lip gaat eraf, waardoor ik het bloed al in mijn mond proef. De ijzersmaak is niet te missen, dat weet zelfs een imbeciel nog. Even blik ik nog naar de Kapiteinshoed die hij opheeft, pers een lieflijk glimlachje op mijn lippen en maakte me rechtsomkeert naar de tas die nog op de grond lag. De blikken van de anderen negeerde ik zo veel mogelijk, maar zo nu en dan richtte ik toch mijn dodelijke ogen naar hen. Wanneer ik de tas vast had gepakt, begaf ik me vervolgens zonder nog om te kijken naar Ace, richting de Kapiteinshut. Die eikel kan lekker buiten blijven, ik sluit me op daarin en hij mag lekker in die vieze cel slapen. Ik krijg hem nog wel hiervoor.

    [ bericht aangepast op 18 maart 2013 - 22:42 ]


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Ace.

    Ik haal een hand door mijn haar en slaak een kleine zucht als Asilah zich in de kapiteinshut heeft opgesloten. Ik gooi haar er nog wel eens uit, als ik daar zin in heb. De eerste prioriteit is het schip in orde maken.
    'Zeg Ace, weet je zeker dat die vrouw hier kan blijven?' vraagt iemand. Ik werp hem een blik toe. 'Hmm, het ergste wat ze kan doen is het bed verrampeneren en mijn perkamentstukken lezen.' Ik vernauw de ogen als ik me bedenk wat er allemaal in die hut ligt. Een kompas van mijn vader en een ketting van mijn moeder. Dan zijn die perkamentstukken die ik in de loop van zeker tien jaar geschreven heb nog het minst waardevol. Met een beetje mazzel gaat ze meteen slapen en komt ze er niet achter.
    Hmm, misschien toch maar een plan verzinnen.
    Een andere piraat komt mijn kant op gelopen. Hij doet me denken aan de blanke versie van Nate. Flynn is zijn naam. Of althans, dat maakt hij ons wijs.
    'Weet u, u kunt haar ook gewoon pakken, kapitein,' stelt hij voor. 'En anders doe ik het graag voor u. Ze is per slot van rekening zelf op uw uitnodiging ingegaan,' voegt hij er nonchalant aan toe. Ik werp een blik naar mijn hut en trek een wenkbrauw op. Hey er is een verschil tussen perverse humor hebben en iemand verkrachten.
    'Dat zou verspilde moeite zijn, maar een middagslaapje kan ik wel gebruiken,' kan ik niet laten om zonder een klein glimlachje te spelen. 'Jij hebt het komende uur het bevel, ik ga wat slapen.' Zonder al te lang na te denken over mijn plan pak ik de sleutel van de kapiteinshut uit mijn zak en open de deur doodleuk. Hey ik mag dan geen geleerde zijn, maar elk beetje piraat heeft een reservesleutel van z'n hut op zak. Dalton had er zelfs drie die hij zorgvuldig bewaarde.
    Zonder een woord te zeggen en ook maar een blik naar Asilah te richten open ik mijn blouse nadat ik mijn hut ben binnengelopen, doe ik mijn broek en laarzen uit en ga op mijn dooie gemak in mijn onderbroek op bed liggen, alsof ik me niet eens op z'n minst bewust ben van het feit dat er een vrouw naast me ligt. Ik krab een keer nonchalant aan mijn kruis en draai me om. Dan bedenk ik me ineens dat mijn achterste jeukt, een kleine ongemak waar uiteraard wat aan moet worden gedaan. Te pas en te onpas. Ik gaap een keer en krab ook nog eens niet te subtiel aan mijn achterste, voor ik eindelijk de juiste houding vind om te gaan slapen. Uiteraard niet voor het volgende tegen de lucht en niets anders te meedelen:
    'Tussen haakjes, ik heb me gisteren afgetrokken in dit bed. Weltrusten.'


    No growth of the heart is ever a waste

    Deze kleding had ze aan, zo is het ook wat gemakkelijker voor te stellen.

    Asilah Layla Salomn.

    De kapiteinshut betreed ik maar net of direct op het moment dat ik de deur sluit, kijk ik rond – op zoek naar iets waardevols, interessant (wat hoogst onwaarschijnlijk is, aangezien het wel Ace is) of iets dat ik tegen hem kan gebruiken. Blackmail was always my favorite. Zo op het eerste moment kan ik echter niets vinden en omdat ik eigenlijk wel moe ben van het werken, maar ook van Ace uitdagen, dump ik mijn tas met de flessen rum en enkele kledingstukken erin op een stoel. Hieruit pak ik echter een fles rum, welke ik open en er wat van drink, als beloning denk ik zo.
    Bedachtzaam lik ik langs mijn lippen, waarop ik het zwaard wat onder het bed leg en vervolgens mijn shirt uitdoe. Het visnet geval dat ik over mijn korte top had. Zo kan ik, als er wat is, haastig naar grijpen en daarbij komt ook nog dat niemand het maar moet durven dat zwaard aan raken. Ik trek degene z'n tengels eraf. Daarna volgen mijn laarzen en de donkere broek, welke ik eveneens op de stoel leg. Uit de fles dronk ik nog wat, maar zette het vervolgens op zijn bureau neer, waar ik alleen nog mappen en dergelijke zie liggen. Allemaal nutteloos nu, omdat ik gehaast moet rondkijken. Ik voel me opgejut door dat zak verdriet. Hier ergens is wat te vinden waarmee ik hem te pakken zal krijgen. Hij mocht niet denken dat hij me zo opeens kon vertrouwen, want dan had hij het mooi mis.
    Net wanneer ik de spullen echter op de stoel had gelegd, was er gerammel aan de deur te horen en kwam Ace doodleuk naar binnen. Natuurlijk had hij een sleutel op zak, godverdomme! ‘Nooit van kloppen gehoord of zo?’ Grom ik gelijk, en aangezien ik niet wil dat die goorlak mij zo ziet in mijn lingerie, pak ik het eerste het beste kledingstuk dat ik te pakken krijg. Dat was helaas mijn korte shirt, wat niet veel hielp verbergen, waarop ik zijn blouse pak en deze beschaamd bij me voorhoud. Het maakt me geen flikker uit dat deze van hem is, dus doe het ding snel aan, waardoor het nogal slecht dicht is gegaan en kijk doods naar hem. Hij kleedde zich nonchalant uit, zonder een blik naar mij te richten. Beschaamd was ik eigenlijk niet snel, maar ik had dan ook werkelijk niet verwacht dat hij zo snel hier zou komen. Ik had gehoopt dat hij me met rust zou laten en andere bemanningsleden lastig zou vallen.
    Nog voor hij op zijn dooie gemak in bed ging liggen, schoot ik voor hem langs en ging onder de zachte dekens liggen. Ik kon hem het bed uittrappen en geloof me, dat zou ik zeker weten doen. Daar was geen twijfel over mogelijk. Te laat, hij lag al. Bovendien krabde hij nonchalant aan zijn kruis en draaide zich om, waarna hij ook opeens moest krabben aan zijn reet. Hierdoor begon ik alweer kwaad te trillen en wendde mijn blik af, want dit is gewoonweg te goor om er woorden aan te verspillen. De wraak zal met de minuut erger worden, ik wist wel dat het een vies mannetje was. Ik vraag me werkelijk af hoe hij enkele edele dames – of sowieso een vrouw – het hof kon maken, als je erover nadenkt. Jesus christ.
    ‘Tussen haakjes, ik heb me gisteren afgetrokken in dit bed. Weltrusten.’ Mijn mond valt open en ik schiet zowat een meter omhoog, voor ik me op hem stort en hem bij zijn schouders vastpin. Met een open mond kijk ik hem iets aan, maar sluit deze daarna met een vieze trek om mijn lippen. Niet te geloven, niet te geloven! ‘Je maakt een grapje, right?’ Mijn neus rimpelt iets bij het idee, waarna ik het bed haastig uitstap en naar hem blik. Ik heb hem nog steeds niet het bed uitgedonderd, maar ik weiger om me op mijn kop te laten zitten door hem, dus trek de dekens tot zijn kin aan op, ga vervolgens doods op zijn middel zitten en buig me iets voorover naar hem. Met een vermakelijke grijns op mijn lippen zeg ik vervolgens: ‘Je hebt me nog steeds geen antwoord gegeven over je andere liefje. Waar is dat mens?’ eindigde het toch bot. Ik wilde hem weer uitdagen, zodat ik niet de enige was die zich ergerde.

    [ bericht aangepast op 19 maart 2013 - 0:08 ]


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Okeuhj.

    Ace.

    Nog geen seconde nadat de woorden mijn mond uit zijn, springt ze boven op me en grijpt me ruw bij mijn schouders beet. Ik trek een vreemde gezichtsuitdrukking, alsof ik totaal niet in de gaten heb waarom ze zo boos is.
    'Je maakt een grapje, right?' Ze besluit geen kostbare tijd meer te verliezen en maakt dat ze het bed uit komt. Alsof er zich helemaal niks heeft voorgevallen de afgelopen paar minuten maak ik royaal gebruik van de vrijgekomen ruimte. 'Hoezo? Een man heeft behoeftes,' leg ik simpel uit. Ze trekt de dekens tot mijn kin op en gaat bovenop me zitten. Ik knipper een keer met mijn ogen en trek een wenkbrauw op.
    'Jouw behoefte aan lichamelijk contact met mij is werkelijk onovertroffen,' merk ik op. Ze buigt zich voorover naar me zodat onze neuzen niet meer dan een paar centimeter van elkaar verwijderd zijn. In elke andere situatie was dit opwindend geweest, maar van dit mens krijg zelfs ik geen stijve. Goed, toegegeven, onmogelijk is het niet. Een geamuseerde grijns steekt de kop op als ik aanvoel dat ze het waarschijnlijk over een andere boek gaat gooien.
    ‘Je hebt me nog steeds geen antwoord gegeven over je andere liefje. Waar is dat mens?’ Mijn liefje..? Doelt ze op... Genesis! Ik zwijg en laat bijna een volledige minuut passeren voor ik antwoord geef. Mijn gezicht vertrekt geen spier, waardoor ik nog enigszins overtuigend de indruk geef dat de vraag me niets doet. 'Om eerlijk te zijn, zou ik het niet weten. En gezien je vraag jij ook niet. Dat stelt me enigszins gerust. Nu is het mijn beurt om een vraag te stellen.' Niet al te zachthandig gooi ik haar van me af voor ik overeind kom en haar kant op wijs. 'Das mijn blouse. Drie keer raden waar ik me mee afveeg als ik klaar ben met aftrekken.' Goed, die ranzige details zijn leugens maar hey, wat niet weet wat niet deert. Het beste materiaal om vrouwen mee de ring uit te slaan is ouderwetse mannelijke smerigheid.
    'Goed. Mijn vraag: waar heb je jouw liefje gelaten? Daar ben ik wel nieuwsgierig naar. Ik herinner me dat ik hem een paar flinke klappen heb verkocht en hem ergens heb achtergelaten. Leeft ie nog?' Ik ben wel benieuwd wat er van Dalton terecht is gekomen. Het zou me niks verbazen als hij ook op de een of andere manier zijn heil elders heeft gezocht en probeert wraak te nemen. Door kapitein te worden van dit schip heb ik niet alleen vrienden gemaakt, zo blijkt. Een van die vijanden zit bovenop me in mijn bed met een korte rok en mijn blouse aan.


    No growth of the heart is ever a waste

    Asilah Layla Salomn.

    ‘Hoezo? Een man heeft behoeftes,’ legt hij simpeltjes uit, waarop ik spottend snuif en me iets van hem afwend. Breek me de bek daarover niet open zeg, jezus. Hierop knippert hij een paar keer met zijn ogen en trekt een wenkbrauw op, omdat ik alweer bovenop hem ben gaan zitten.
    ‘Jouw behoefte aan lichamelijk contact met mij is werkelijk onovertroffen,’ bracht hij uit, waar ik enkel ietwat arrogant een wenkbrauw voor ophaal. Wijselijk houd ik mijn mond dicht, aangezien het anders weer van begin af aan zou starten en hoewel – helaas voor mij – Ace zich rustig kon houden eronder, flipte ik al bij het minste of geringste. De geamuseerde grijns op zijn gezicht negeer ik maar, voordat ik naar mijn zwaard onder het bed reik en het er behendig af zal snijden.
    ‘Om eerlijk te zijn, zou ik het niet weten. En gezien je vraag jij ook niet. Dat stelt me enigszins gerust. Nu is het mijn beurt om een vraag te stellen.’ Hiervoor echter was hij bijna een minuut stil geweest voordat hij ook daadwerkelijk zijn mond had opengetrokken om dit achterlijke antwoord uit te brengen. ‘Anders had ik dat kind wel op haar plaats gezet.’ Gromde ik als een reactie erop, het kon me geen moer schelen wat hij ervan vond, voor mij was ze een waardeloos insect onder mijn zool. Dat zal ze blijven ook. Ace kan veel doen en zeggen, desalniettemin ligt er onder dat koele exterieur een bepaalde zwakheid die hij niet aan mij wil en / of kan tonen. Ik weet dat en dat zal één van de redenen zijn dat hij deze act opzet. Ik prik er op de één of andere manier toch wel doorheen, ooit.
    Hard kwam ik op de grond terecht en wanneer ik pissig opkijk, zie ik hoe hij mijn kant op wijst. Kan hij mijn gedachten lezen of iets? Engerd. ‘Das mijn blouse. Drie keer raden waar ik me mee afveeg als ik klaar ben met aftrekken.’ Direct kijk ik er vies naar en maak al aanstalten om het vieze ding op de grond te donderen, maar herinner me dan dat hij me waarschijnlijk alleen maar uit het bed en zijn kleding wil krijgen. De viezerd is gewoon een perverse man die geen vrouw meer aan de haak kan slaan, dus probeert hij dit uit. Waarom is dat wijf anders bij hem weg gegaan? Het is gewoon een leugentje om eigen bestwil, hoewel ik geen bewijzen heb en er over twijfel, neem ik de optie wellicht in overweging. De blouse trek ik dan ook niet uit omdat hij dit zegt, in tegen deel, ik houd het ding juist aan. Nu nog wel in elk geval, misschien zo meteen wel niet meer.
    ‘Goed. Mijn vraag: waar heb je jouw liefje gelaten? Daar ben ik wel nieuwsgierig naar. Ik herinner me dat ik hem een paar flinke klappen heb verkocht en hem ergens heb achtergelaten. Leeft ie nog?’ Liefje? Over wie heeft hij het nu…? Ik moet direct denken aan Jarret, maar dat is onmogelijk, hij kent hem niet eens. Het is slecht dat ik aan hem denk, de leuke en nare herinneringen komen gelijk terug in mijn gedachten. Mijn hoofd vulde zich met een raar soort mist waardoor ik niet meer helder na kon denken. Een verdrietige blik kwam er in mijn donkere ogen, hoewel ik wel wist dat hij het eigenlijk over Oliver Dalton had. Waarom was ik dan nog steeds zo aangeslagen door die vraag? Mijn volle lippen weken zelfs iets van elkaar, terwijl ik mijn blik van hem afwendde om hem niet die trieste blik te laten zien.
    Abrupt behendig vloog ik omhoog, met een furieuze uitstraling, mijn volle lippen op elkaar geperst en nog wel een licht bedroefde, peilloze diepte in mijn donkere ogen. ‘Opgerot uit míjn bed, Ace. Weet ik veel waar hij is.’ Grauwde ik, terwijl ik alweer over hem heen kroop en hem vervolgens eruit trapte. ‘Het kan me geen flikker schelen dat je zo goor bent dat je het hieraan af hebt geveegd, maar als je de blouse zo graag terug wilt…’ Met één haal trok ik het ding uit, waardoor de knopjes open sprongen. Vervolgens gooide ik de blouse naar hem toe, zodat het bij hem belandde. ‘Hier.’ In mijn lingerie ging ik in het bed liggen, terwijl ik het geheel in beslag nam, zonder nog een plekje voor hem over te houden. Wel gaf ik hem nog een onderzoekende, emotieloze blik.
    ‘En lichamelijk contact met jou? Pfft.’ Een spottend gesnuif kwam er uit mijn richting. ‘Laat me niet lachen, er is nauwelijks van jou om aan te raken.’ Denigrerend keek ik neer op om, liet mijn blik over hem heen gaan en vergeleek het met Jarret. Hij leek er helemaal niet op. Jarret had zwarte, korte haren, is getint, gespierd en heeft meer ballen dan die hond op de grond. ‘Het is zelfs ondenkbaar dat jij een stijve kan krijgen, je hebt geen moer.’ Toen draaide ik me met mijn rug om in het bed, sloeg de dekens stevig om me heen en sloot mijn ogen. Hij had niet kunnen zien hoe ik, Asilah Salomn, verdrietig werd over een gozer, een geliefde die zijn dood gevonden had. Zwaktepunt, Asilah, dat mag je niet laten merken.


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Ace.

    Asilah neemt genoegen met dit antwoord, wonderbaarlijk genoeg.
    ‘Anders had ik dat kind wel op haar plaats gezet.’ Daar is geen twijfel over mogelijk. Ik wil een opmerking toegooien over haar jaloezie, maar besluit het niet te doen. Ondertussen heb ik Asilah van me af gegooid.
    Mijn gore opmerking lijkt te hebben gewerkt, gezien haar aanstalten om het ding over haar kop te trekken, maar ze bedenkt zich en laat het aan. Hn, zo achterlijk is ze dus toch niet. Ze is het spelletje van zich laten provoceren waarschijnlijk zat. Nou, hier ligt er nog eentje.
    Ze houdt zich angstvallig stil na mijn laatste vraag, wat mij op mijn beurt lichtelijk verbaast. Ik had tegen deze tijd allang een of andere gevatte opmerking verwacht. Maar hij komt niet. In plaats daarvan lijkt het vuur en de spot in haar ogen plaats te hebben gemaakt voor wat anders, iets dat Asilah ongewoon is. Verdriet. Mijn gefronste wenkbrauwen ontspannen zich en mijn ogen worden voor een moment, een klein moment groter. Ze wendt haar blik af. Het moment dat nauwelijks een halve seconde lijkt te duren, was voor mij ruim voldoende om te zien wat ze zo graag probeerde te verbergen.
    Ze springt overeind en werpt een pissige blik mijn kant op. Mijn normaal ontspannen blik is nu serieus want ik zie opnieuw de niet te missen uitdrukking in haar ogen. Ik heb het dus niet verbeeld.
    'Opgerot uit mijn bed, Ace, Weet ik veel waar hij is.' Deze keer word ik eruit gegooid - niet al te zachthandig uiteraard. Ze werpt me uiteindelijk toch mijn blouse toe en lijkt zich niet het minst druk te maken over het feit dat ze in haar ondergoed op mijn bed ligt. Mijn blik blijft op haar hangen en, al zou je het niet geloven, niet om de reden haar in mijn gedachten nog verder uit te kleden. Heeft die Dalton zo veel voor haar betekend? Of mis ik iets?
    ‘En lichamelijk contact met jou? Pfft. Laat me niet lachen, er is nauwelijks wat van jou om aan te raken.' De woorden gaan vrijwel compleet langs me heen. ‘Het is zelfs ondenkbaar dat jij een stijve kan krijgen, je hebt geen moer.’ Ik trek een wenkbrauw op en staar naar mijn onderbroek. Nu voel ik me ineens erg bekeken.
    'Altijd leuk om complimenten te krijgen,' zeg ik als ik mijn blouse aan doe. 'Hm, van een middagslaapje zal wel niks terecht komen,' voeg ik toe als ik mijn broek aan doe. Ik werp haar een onderzoekende blik toe.
    'Ik vraag me af...' begin ik aarzelend, 'wanneer jouw verdriet is omgeslagen in haat.' Ik kniel voor het bed neer en vis er een paar rollen perkament uit. Gelukkig dat ze die niet heeft gezien en aandachtig heeft doorgelezen. Ik gris de inktpen van mijn bureau en loop naar de deur.
    'Word je er niet moe van om verteerd te worden door die haat?'


    No growth of the heart is ever a waste

    Asilah Layla Salomn.

    Hij leek nogal verbaasd over het feit dat ik nog niet zo snel terug had geantwoord, wat wees op zijn gefronste wenkbrauwen. Al snel ontspannen ze echter en wanneer ik mijn blik af had gewend, werden zijn ogen voor een klein moment groter. Niet dat ik het zag gebeuren, daarvoor zat ik te erg in gedachten. Wel ben ik vrij verward erover dat Ace nog geen gevat op beledigend antwoord terug had gemaakt, een perverse had ook nog wel gekund, maar hij bleef zwijgzaam.
    Hierop sprong ik al overeind en deed mijn ding, al is het nog pissiger dan anders, mijn aanblik had wat droevigs gekregen – hetgeen wat ik eerder nog nooit had gehad. Zijn blik negeer ik maar, ik heb toch niets met hem te maken. Daarom kan het me werkelijk waar evenmin schelen waar hij aan denkt, wat vast toch weer iets spottend is.
    Ace trekt een wenkbrauw op en staart naar zijn onderbroek. Ja, kijk maar, dan weet je ook eens hoe een meid zich moet voelen als jij weer bezig bent, dacht ik nogal neerbuigend. ‘Altijd leuk om complimenten te krijgen,’ zegt hij als hij zijn blouse aan doet. ‘Altijd leuk om het te geven,’ spot ik er iets fluisterend mee, een botte toon erin, terwijl ik mijn ogen al dichtknijp. Hopelijk zou hij er verder niet op reageren hoe wispelturig ik opeens ben met mijn humeur, hoe dat omgeslagen is en ik me voel. Ronduit kut, om het even op z’n zachts te zeggen.
    ‘Hm, van een middagslaapje zal wel niks terecht komen,’ voegt hij toe, terwijl hij zijn broek eveneens aan doet. Langzaamaan doe ik mijn ogen open, knipper een paar keer en draai me vervolgens voorzichtig naar hem om. Wanneer hij me echter op dat moment een onderzoekende blik geeft, kijk ik iets betrapt weg. ‘Ik vraag me af…’ begint hij aarzelend en hoewel ik het zo min mogelijk probeer te laten merken, voel ik me nu al ongemakkelijk door dat kleine beginnetje. Wat wil hij nu weer weten? Jezus, kan hij niet gewoon pleite gaan of iets dergelijks.
    Ik lik iets afwachtend over mijn lippen heen. ‘wanneer jouw verdriet is omgeslagen in haat.’ Hij komt nogal dichtbij me, vind ik, als hij abrupt voor het bed neerknielt en een paar rollen perkament eruit vist. ‘Ace die benieuwd is daarnaar.’ Zei ik met een ongelovige toon erin, omdat ik het nog niet kon geloven. Eerlijk toegegeven; als ik nu niet in deze rottige bui verkeerde, zou ik daar in eerste instantie erg nieuwsgierig naar zijn, omdat ik hem zo graag wilde chanteren ergens mee… Alleen zelfs nu kan mij dat even niet schelen, die benieuwde interesse erin is verloren gegaan door de herinnering aan Jarret. Op zijn vraag, als het überhaupt al een vraag was, negeer ik en volgens mij weet hij dat ook dondersgoed.
    Hij grist een inktpen van zijn bureau en loopt terug richting de deur. ‘Word je er niet moe van om verteerd te worden door die haat?’ Geërgerd, maar vooral ongemakkelijk, rol ik met mijn donkere ogen en bijt iets op de binnenkant van mijn wang. Wat moet ik daar nu weer op zeggen? Waarom scheldt hij me niet uit gewoon omdat ik wat ik daarnet gezegd heb, en loopt vervolgens weg? As easy as that.
    ‘Voor jou een vraag, voor mij een weet.’ Vertel ik hem raadselachtig, ‘Probeer het zelf te achterhalen, want ik vertel je niets.’ Vervolgens sloeg ik emotieloos de deken dichter om me heen en draaide me van hem weg. 'Doe de deur achter je dicht als je weg gaat.'

    [ bericht aangepast op 23 maart 2013 - 14:34 ]


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Proberen Hashirama en ik het een beetje levendig te houden, reageert er verder niemand..
    Where is everyone? Endure, kan je geen berichtjes sturen o.i.d. om het toch nog enigszins leefbaar te houden?
    Zo werkt het natuurlijk ook niet.


    Quiet the mind, and the soul will speak.