• Introduction.
    Alcatraz is een eiland in de Baai van San Francisco, Verenigsde Staten. Het is geen groot eiland en daarom wordt het complete eiland gebruikt voor een gevangenis. Vandaar dat de naam van de gevangenis Alcatraz is.
    Het is een van de beruchtste gevangenissen van Amerika. Niet alleen volwassenen worden er vastgehouden, ook jongeren moeten eraan geloven.
    Er is geen gezondheidszorg, het eten is er slecht en er breken vaak ruzie's uit wegens discriminatie van rassen. De cipiers zijn eveneens vreselijk. De meeste zijn alles behalve vriendelijk en delen straffen uit voor het minste of geringste.
    De jongeren houden zich in leven met de brieven van familie en vrienden die ze eenmaal per week krijgen, als hun familie überhaupt nog contact wilt houden. Voor sommige wordt het allemaal te veel, ze proberen uit te breken, maar komen niet verder dan de bossen van het eiland. Anderen leggen zich er bij neer en overleven, maar is dat wel de goede keus?
    Alleen de sterkste overleven Alcatraz.

    Environment.
    Op het eiland staan twee gebouwen. Het cellencomplex en het gebouw voor de cipiers.
    Het cellencomplex bestaat uit honderden cellen. Iedere cel is precies hetzelfde. De ruimte is een paar vierkante meter en de deur is van tientallen lagen ijzer, daar komt niemand doorheen. Op ooghoogte is er een luikje, waardoor de bewakers de gevangenen in de gaten houden. De gevangenen zitten met twee personen per cel. Ze hebben twee losse kamers, zonder ramen. In de ene staat een bank, tafel met stoel en en twee simpele bedden. De andere kamer is voorzien van een douche, wc en wasbak. Af en toe - Er zijn geen vaste tijden - mogen de gevangenen naar buiten. Er is geen streng toezicht, dus er ontstaan vaak conflicten.
    De cipiers leven in uiterste luxe. Ieder heeft zijn eigen kamer met televisie en computer. Voor die mensen worden lekkere maaltijden gekookt door topkoks. Ondanks de luxe kunnen sommige het werk niet aan en verlaten het eiland per boot of helikopter. Dat is tevens ook de enige manier om het eiland te verlaten. Roeien heeft geen zin, het vaste land is te ver weg. Wanneer een gevangene ziek of ernstig gewond raakt, wordt deze aan zijn lot over gelaten of soms, in het uiterste geval naar een ziekenhuis op het vaste land gebracht.
    De verdere omgeving van is voor het grootste gedeelte bos of grasvlakte.

    Rules.
    • 16+ is toegestaan.
    • Speel realistisch. Wanneer dit niet gebeurt, wijs ik je erop.
    • Minimaal 3 tot 5 regels.
    • Alleen ik open nieuwe topic's of ik geef toestemming om het te doen.
    • Naam veranderingen doorgeven.
    • Als je afwezig bent voor een langere tijd, moet je het melden anders wordt je personage verwijderd.

    Persons.
    Jailers: (Totaal 10)
    Andrew Rayan Powell (Drew Foster) - Saturnus
    Quinto Thomas Reynolds - Saturnus
    Rhett Zane Colt - Voight
    Dana Charlotta McGuire - Saturnus
    Nathalie Leyla Alix - Assassin
    Nog 2 mannelijke en 3 vrouwelijke cipiers.

    Prisoners: (Totaal 12)
    Maya Juliëtte Adams - Druella
    Nicole Joy Eastwood - Aurorea
    Ruby Maeve Valentina - Tortura
    Ruya Aichi - Assassin
    Alicia Joan Beaton - Exasperated
    Blythe Durance - Aurorea
    Luca Jones - Assassin
    Davy Ruben Carter - Saturnus
    Tye Shade Steele - Tortura
    Cameron Blake Welling - Aurorea
    Finnegan Lanto Conwy - Sylvesti
    Nog 1 mannelijke gevangenen en 0 vrouwelijke gevangenen.

    Cell Division.
    Cell 1: Maya Adams en Nicole Eastwood.
    Cell 2: Ruby Valentina en Ruya Aichi.
    Cell 3: Blythe Durance en Alicia Beaton.
    Cell 4: Luca Jones en Tye Steele.
    Cell 5: Davy Carter, Cameron Blake Welling en Finnegan Conwy.

    [ bericht aangepast op 3 feb 2013 - 19:44 ]

    Rhett Zane Colt

    Toen ik zowat in een wild beest veranderde, had ik alles wat Nathalie deed niet meegekregen. Daar gingen mijn gedachten ook niet naar uit op dat moment. Zo had ik ook niet opgemerkt dat ze zich half omhoog had gekrabbeld om vervolgens met haar benen naar achteren tegen de muur aan te zitten, nadat ze zich naar achter had gewerkt.
          Mijn blik had zich nadat ik de hele ravage had aangericht, en mijn shirt had aangetrokken, op haar gericht. Ik weet niet wat ze nu probeert of waar ze aan denkt, om nog maar te zwijgen of ze nog bang is, wat wel zo lijkt misschien. Mijn hele gedachtegang is door de war geholpen, wat mede komt door Nathalie, want zij heeft er zeker aan mee geholpen. Ik snap alleen niet waarom. Oh, holy fuck, ik snap op dit moment niets meer ervan. Ik krijg er al hoofdpijn van als ik eraan probeer te denken, niet doen gewoon.
          Nathalie kijkt me iets verward aan en de angst begint nu ook klaarblijkelijk weg te trekken, want ze krabbelt nu helemaal overeind en zwijgt voor een moment. Zwijgzaam kijk ik haar dan ook aan en doe verder niets, al straal ik nog wel iets hulpeloosheid uit. “Zeg maar niets,” antwoord ze zacht. Als ik al dacht verbaasd te kunnen zijn door dit, waren het wel de volgende woorden die ze haar mond uit bracht. “Sorry dat ik je uitlokte met die koffie.” Mompelt ze lichtelijk onderdanig, waarna ze zichzelf van mij wegdraait, maar ik doe er niets tegen. Alleen wat geknipper met mijn ogen komt er bij mij vandaan, verder beweeg ik zelfs niet eens, want ik probeer het bij me door te laten dringen. Dat lukt pas als ik wat gerommel hoor en Nathalie het bureau omhoog begint te trekken, waarna ze deze op zijn plaats schuift. Overal liggen scherven die van de kap van de lamp afkomen.
          “Ga maar, ik ruim wel op.” Nu pas zie ik de schade die ik de kamer heb aan gebracht: overal liggen boeken, zelfs losse papieren die uit de boeken zijn gekomen en die eveneens van het bureau afkomen. De kap is kapot en de glasscherven hiervan liggen door de ruimte verspreid. Het bureau dat eerst voor de deur lag, staat nu door Nathalie terug op zijn plaats, maar het is werkelijk een puinhoop. Dan glijd mijn blik naar de vrouwelijke cipier die mij niet meer aankijkt en het glas bij elkaar begint te schuiven met stukken papier. Hoewel haar stem iets dwingender klinkt in plaats van het onderdanige van net, besteed ik daar totaal geen aandacht aan, omdat het nog zo vreemd voor mij is, alsof ik net uit een roes ben ontwaakt. “Nathalie…” fluister ik, zo zacht dat het bijna onhoorbaar is. Meer weet ik ook niet om te zeggen. Haar lichaamshouding is ineengedoken en schuchter naar mij toe. Zou ze boos op me zijn? Angstig of iets anders dat daarbij in de richting komt?
          “Ga.” Beveelt ze mij nog eens op een zachte, maar dwingende toon, waarop ik diep zucht en even mijn ogen dichtknijp. Opeens overspoelt de vermoeidheid mij en ik bedenk me wanneer ik voor het laatst goed heb kunnen slapen. Nou, dat was een hele tijd geleden, want deze week moest ik alleen maar werken en als ik eindelijk in mijn bed lag heb ik niet goed kunnen slapen door nachtmerries. Of dan blijf ik tobben over bepaalde dingen die ik tegen niemand zeg. Wat ik wel weet, is dat Nathalie echt geen opruimerig type is, dus loop ik naar haar toe en kniel bij haar neer. “Waarom was je bang?” vraag ik haar uiteindelijk, waar ik eerst nog over zat te malen of ik het wel moest vragen. Dan help ik haar met opruimen en pak stoffer en blik uit een kast, om vervolgens de scherven bij elkaar te vegen.


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Nathalie Leyla Alix

    Ik hoor Rhett niet weggaan, wat ik wel had verwacht van die hooghartige lul. Op de één of andere manier reageert hij wel heel anders dan ik had verwacht, maar hij is ook een persoon vol tegenstrijdigheden. Ik hoop elke keer zijn voetstappen te horen en een deur die open en dicht gaat, maar dat gebeurd niet. Ik weet niet of ik het nog heel lang volhoud om met hem in dezelfde, kleine kamer te zijn of dat ik hem straks ook uit flip. De stilte is oorverdovend, het enige dat ik hoor is het zachte geluid van het papier dat de scherven bijeen probeert te krijgen, maar het is te zacht om de kleine ruimte te vullen. Hij doet niets, ik kan hem niet zien en het beangstigd me lichtjes. Waarom is hij nou niet gewoon slim en gaat hij niet weg?
    Ineens hoor ik zijn voetstappen, maar ze komen eng dichtbij en houden bij mij op, waarna hij door zijn knieën gaat naast mij. Ik pers mijn lippen stug op elkaar en blijf doorgaan met het opruimen, tot ik zijn stem ineens hoor. "Waarom was je bang?" vraagt hij. Het klinkt niet vijandelijk en dat maakt me juist bang. Waarom heeft hij nou net dat moeten opmerken? Kan hij niet gewoon zien hoe boos en vijandig ik tegen hem doe? Verdomme. Ik ga absoluut niets aan die gast vertellen, dat weet ik wel. Ik kan je nu al vertellen dat hij dat tegen me gaat gebruiken wanneer hij de kans krijgt en die kans wil ik hem niet vrijwillig aanbieden. Hij is gewoon een eersteklas klootzak en dat zal hij ook blijven. Ineens staat hij weer op en als hij terug neerknielt heeft hij een stoffer en blik gepakt uit een kast, waarmee hij de scherven bij elkaar begint te vegen. Ietwat verbaasd kijk ik naar hem op, dat had ik eerlijk gezegd niet van hem verwacht. Al snel wend ik mijn blik van hem af en schud ik de scherven van wat papier af.
    "Ik was niet bang," antwoord ik dan zacht, maar snerend naar hem. "Je hebt het verkeerd gezien." Ik draai me van hem af en sta op, om verschillende spullen terug op het bureau te zetten. Enkele dingen zijn kapot en die gooi ik meteen in de vuilnisbak. Ik heb me uiteindelijk toch veel te zwak tegenover hem gedragen, maar het is zwaar om hier altijd sterk te blijven. Er zijn meer mannen dan vrouwen en als je te vrouwelijk bent, pakken ze je daar op. Dat is de hoofdreden waarom ik altijd zo hard ben en vooral harder geworden ben sinds ik hier ben komen werken. Tegen de gevangenen ben ik dat altijd al geweest, maar niet tegen mijn collega's. Met mij valt niet te sollen en dat moeten ze allemaal weten, vooral Rhett.

    [Sorry dat hij zo kort is geworden. D:]


    Your make-up is terrible

    [Heeft iemand een gevangene nodig? En ander hoe kan ik inspringen?]


    Bowties were never Cooler

    (@Sylvesti; Zal ik mijn vrouwelijke cipier naar Finnegan sturen?)

    [Sure]


    Bowties were never Cooler

    Dana Charlotta McGuire.

    Ik ruim nog even de laatste spullen op het kantoor op. Want ondanks dat de meeste cipiers zich niets van de gevangenen aantrekken en maar wat doen, hou ik wel de papieren bij. Misschien komt dat ook, omdat ik hier nog niet zo heel lang werk en hier niet weg wil, ook al kom ik in de raarste situaties terecht.
    Nadat ik dat laatste klusje geklaard heb, begin ik aan mijn ronde langs de cellen. De meeste liggen op hun bed en staren naar het plafond of zitten doelloos voor zich uit te staren.
    Ik zou niet weten hoe ik me zou gedragen als ík in de gevangenis zou zitten. Misschien zal ik me hetzelfde gedragen als de stille mensen hier, gewoon je straf uitzitten en je fouten accepteren. Of zal ik helemaal doorslaan? Ik wil het niet weten.
    Wanneer ik bij Finnegan's cel stop, bedenk ik me dat ik niet veel van hem weet en besluit ik een praatje te maken. In zijn dossier staat niet veel over zijn achtergrond. Dat betekend niet dat ik hem nu ga uithoren, ik wil gewoon wat over hem te weten komen, omdat hij me eigenlijk helemaal geen slecht persoon lijkt.
    "Hey," begin ik tegen hem. Ik laat mijn handen tegen de tralies zakken. "Slaat bij jou de verveling ook al toe?"
    Natuurlijk gok ik dat ik het antwoord al weet, maar toch vraag ik het, omdat ik zijn reactie wil weten.

    Finnegan Ianto Conwy
    Ik had al tijden aan de deur zitten jengelen om een beker. Ik had de jeugdgevangenis gehaten, maar daar had je ten minste dingen als bekers, pennen en scheermesjes. Nu had ik stoppels, lege armen en geen beker. Dit was echt niet leuk. Ik liet mezelf op mijn bed vallen en zuchtte. Dit was nu al heel erg saai. Ik sloot mijn ogen even.
    Toen ik plots een stem hoorde schoten die weer open en sprong ik op uit mijn bed. Ik liep in een snel pasje naar de deur. "Hè hè. Ik heb een uur lopen vragen om een beker en NU kom je." Ik wist ook wel dat zo tegen bewakers doen niet handig was, maar in de jeugdgevangenis waren ze bang voor mij geweest, dus het maakte me weinig uit. Ik zuchtte en stak mijn polsen door de tralies. "Laat me er maar uit. Het is hier echt niet uit te houden. Zeker zo alleen." Ik had wel een paar keer in isolatie gezeten, maar nu zou ik waarschijnlijk dagen, dan niet weken of maanden, alleen zitten. Celmaten waren niet altijd prettig, zeker omdat ik pas 17 was, maar het was toch altijd fijner dan totaal alleen, vooral omdat je het grootste deel van de tijd in deze paar vierkante meters opgesloten zal zitten. Ik liet mijn ogen even over haar lichaam gaan. Zo oud was ze nog niet en lelijk was ze ook zeker niet. Ik schudde even mijn hoofd. Kop erbij houden, Finn. Deze meid hield je opgesloten als een soort wild dier en was niet bang je af te ranselen wanneer ze maar wilde. Ze was geen lust object. Toch kon ik het niet laten de hele gedachte uit mijn hoofd te laten varen. Ik bleef een jongen die behoeften had, die al vrij lang niet tot uiting waren gekomen. Sinds ik vast zat was het namelijk nog waar een keer gebeurt, maanden geleden tijdens een bezoekuur, tijdens mijn process. Sindsdien stond ik droog. Het deerde me in het dagelijks leven weinig, maar soms gebeurden er wel dit soort dingen zonder dat ik er controle over had, al kon dat ook een deel van mijn gang verleden zijn dat ik vrouwen van boven de 16 altijd in meerdere of mindere maten als lust object zag.

    [ bericht aangepast op 4 feb 2013 - 23:04 ]


    Bowties were never Cooler

    Rhett Zane Colt
    Haar lippen zijn stug op elkaar geperst, het viel me gewoonweg op toen ik bij haar neer hurkte. Het geval was dus niet dat ik persé mijn blik over haar lippen moet laten dwalen, want dat is op zijn zachtst gezegd ronduit belachelijk. Ze waren op elkaar geklemd en het was duidelijk te zien, dat was alles. Toch voelt het een beetje raar hoe ik, in mezelf nog wel, mij ervan probeerde te overtuigen dat het niet zo was.
          Mijn aandacht probeer ik dan ook af te leiden door op te merken hoe ze verder ging met opruimen. Hoewel het me nog altijd geen goed moment leek om deze vraag te stellen, aangezien hoe ze kon reageren, verliet het toch mijn lippen. De vraag waarom ze bang was, in hemelsnaam. Daar was ik werkelijk waar nieuwsgierig naar geworden, al had dat meerdere redenen waar ik nu niet op kon komen, behalve dat ik me afvroeg of ze bang voor mij was of iets dat er was gebeurd. Dat was er misschien ook wel bij haar, want anders zou ze dat toch niet laten zijn? Mijn hele hoofd is in zo’n korte tijd opnieuw een warboel geworden vanwege haar.
          Op mijn vraag zegt ze echter niets, pas nadat ik een stoffer en blik heb gepakt en hiermee de scherven bij elkaar begin te vegen. Ietwat verbaasd keek ze naar me op, wat ik haar eerlijk gezegd ook niet kwalijk nam. Die woede in me zit er nog steeds, een klein stukje dat maar niet weg wilt gaan, maar ik weiger om haar ook iets aan te doen. Zelfs geen vinger. Ze leek zo bang ergens voor te zijn, waardoor er in mijn hoofd een mistbank ontstond. Ik snapte al geen flikker van vrouwen, maar van Nathalie nog minder. Jezus, die vrouw was één en al vraagteken, als het op mij aan kwam. Ze had haar blik alweer van mij afgewend en schudde de scherven van het papier af. Sommige glasstukjes vielen ernaast, dus veegde ik ze allemaal nog zorgvuldig op. Voor zover ik wist was Nathalie echt geen mens die nette of nauwkeurige eigenschappen bezat, in tegen stelling tot mij. Waarom zou ze dit dan godverdomme op willen ruimen?
          “Ik was niet bang,” antwoord ze uiteindelijk zacht, maar nogal snerend naar mij, waar ik mijn kaken iets door verstrakte. Ik wist toch wel wat ik gezien had, ik ben niet gek! Ten minste, niet elk moment. “Je hebt het verkeerd gezien.” Ze draaide van mij af, waarna ze opstond om de verschillende spullen op het bureau terug te zetten. Door mij waren er enkele dingen kapot, welke ze dan ook meteen in de vuilnisbak gooit. Hoewel zij al opgestaan was, zat ik tot nog toe op de grond, stoffer en blik in mijn handen en de scherven die erop liggen. Het lukt me alleen nog niet om op te staan, ze is zo verdomde koppig. Hierdoor alleen al moet ik me inhouden om niet te gaan schreeuwen of iets dergelijks. Straks raken er nog meer dingen in deze ruimte kapot. Ach ja, als zij het maar niet is. Het kan me eigenlijk wel mijn baan kosten.
          “Ik weet toch wat ik zag, verdomme!” Roep ik abrupt uit, terwijl ik daarbij opsta en het stoffer en blik laat voor wat het is. Door mijn haastige beweging klettert het wel op de grond, omdat het iets mee naar boven was genomen. Kleine glasstukjes die opnieuw over de grond verspreid liggen. Alleen geef ik er geen aandacht aan, want die gaat namelijk allemaal al naar Nathalie. Mijn rug is naar de deur toe, terwijl ik nogal intens-doordringend naar haar kijk. Als ik echter door heb dat ik weer te heethoofdig doe, dim ik iets in en haal verontschuldigend een hand door mijn haar. “Het spijt me, maar ik zag echt dat je bang was.” murmelde ik, waarna ik vervolgde, “En ik hoorde het aan je versnelde ademhaling.”
          Voordat ik echter nog maar een stap in haar richting kon zetten, rammelde de deur. Met een vreemde blik op mijn gezicht keek ik ernaar, vroeg me af wie het was. De deur wilde echter eerst niet open gaan, het rammelde gevaarlijk en vloog vervolgens open. Diegene die er in de deuropening stond, liet mijn mond iets open vallen en mijn ogen verwijden. Het was onze baas, verdomme. Diegene die ons geld geeft en überhaupt hier mag werken, I’m fucked. Zeker nu hij deze troep ziet, hoewel ik wel blij ben dat het bureau op zijn plek staat. “Alix, Colt. Wat is hier gebeurd?” bracht de man direct grimmig uit, terwijl hij rondkeek en de schade in zich opbracht. “Ik hoorde van de andere Cipiers dat er spanning tussen jullie lag, maar nu ik dit zie…” Zijn toon eindigde met een grom. Met mijn mond vol tanden keek ik ook iets om mij heen, maar bracht uiteindelijk toch iets uit.
          “Het spijt me, meneer. Het is mijn schuld.” Hierop keek hij mij aan. Verdomme, daar ging mijn baan. “Ik dacht niet na en Nathalie probeerde me alleen maar te helpen.” Probeerde ik nog iets van goed te breien. De man wees naar de kapotte lamp en knarste met zijn tanden. “De spullen die kapot zijn gegaan door jou houd ik in op je loon. Nog één misstap en je bent je baan kwijt, Colt.” Hij schudde zijn hoofd, zoiets wat je zag als ze teleurgesteld in je waren. Ik kon hem niet echt erop wijzen of iets, want dat zou ik ook op mezelf zijn. Zeker als ik me altijd, tot nu dan, aan de regels had gehouden. Daar leefde ik ook naar. Nu was dat gewoonweg kapot, mijn reputatie. “Deze ruimte wil ik binnen een uur opgeruimd hebben. De rest van de dag ontlopen jullie elkaar, ik wil niet weer zoiets merken. Laat het me niet van anderen te horen krijgen, Colt.” Sprak hij me erop aan, niet eens naar Nathalie, maar ik liet het gewoon voor hoe het was. Hierna verliet onze baas de ruimte. Een diepe zucht van mijn kant dwaalde drukkend door de ruimte.

    [ bericht aangepast op 4 feb 2013 - 19:33 ]


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Nathalie Leyla Alix

    "Ik weet toch wat ik zag, verdomme!" Mijn houding verstrakt gelijk weer als hij dat uitroept en hij opstaat, waarna ik het stoffer en blik op de grond hoor kletteren, samen met wat glas. Ik bijt op mijn lip en kijk hem aan, terwijl ik het niet probeer te laten merken. Zijn intense en doordringende blik maat het er eigenlijk niet beter op. Toch veranderd zijn agressieve houding al snel en haalt hij zijn hand door zijn haar heen. "Het spijt me, maar ik zag echt dat je bang was," murmelt hij. "En ik hoorde het aan je versnelde ademhaling." Verdomme, hoe kan ik het zo in godsnaam nog ontkennen? Mijn houding is niet meer zo verstrakt en stijf als daarnet, eerder wat toegeeflijk en beschaamd omdat ik het blijkbaar zo erg heb laten merken. Dat gaat nog vreselijk worden voor mij, maar gelukkig komt er snel een einde aan.
    De deur rammelt, waardoor onze aandacht daar gelijk heen gaat. Onze blikken zijn er strak op gericht, ik word er nerveus van. Dit vooral omdat de deur lijkt te klemmen en er niet gelijk een ontrafeling plaats vind. Plots vliegt hij de deur open en staat onze baas in de deuropening. Eigenlijk heb ik niet zoveel te vrezen als Rhett, toch stokt mijn adem angstig en kijk ik verward naar hem, iets schuldig zelfs. Als Rhett nu gaat roepen dat het mijn schuld is, zal hij niet de enige zijn die zijn baan kwijt is. "Alix, Colt. Wat is hier gebeurd?" komt er grimmig uit zijn mond. Ik open mijn mond al om Rhett de schuld te geven als rondkijkt, maar de baas gaat verder en ik sluit mijn mond wijselijk weer. "Ik hoorde van de andere Cipiers dat er spanning tussen jullie lag, maar nu ik dit zie…" Zijn toon eindigt met een grom. Shit, ik had geen idee dat het zo duidelijk was en dat iemand zelfs de moeite nam om het te melden aan hem. Het verrast me en zorgt er toch wel even voor dat ik moeite moet doen om dat te verwerken.
    "Het spijt me, meneer. Het is mijn schuld," Mijn blik schiet verbaasd naar Rhett. Zijn schuld? Neemt hij nu echt de schuld hiervan op zich, in plaats van vast te houden dat ik toch echt de aanstichtster was? "Ik dacht niet na en Nathalie probeerde me alleen maar te helpen." What the fuck is hier aan de hand? Dit gaat wel heel ver, vooral voor hem. Toch houd ik nog altijd mijn mond, bang dat ik het erger maak voor hem als ik hem opentrek. Als hij ontslagen wordt, zal ik toch wel iets zeggen om er tegen in te gaan, want eigenlijk is het ook wel mijn schuld. De man wijst wat kwaad naar de kapotte lamp. "De spullen die kapot zijn gegaan door jou houd ik in op je loon. Nog één misstap en je bent je baan kwijt, Colt." Teleurgesteld schud hij met zijn hoofd. "Deze ruimte wil ik binnen een uur opgeruimd hebben. De rest van de dag ontlopen jullie elkaar, ik wil niet weer zoiets merken. Laat het me niet van anderen te horen krijgen, Colt." Hij spreekt alleen Rhett hierop aan, niet eens mij. Ik wist het, zoals ik het altijd geweten heb. Het meisje is onschuldig. Hij verlaat al snel de ruimte, waarop Rhett zucht.
    "Sorry, het spijt me echt," murmel ik dan tegen hem, zonder hem aan te kijken. "Waarom nam je alle schuld op je? Straks wordt je ontslagen terwijl het ook mijn schuld was. Als je er ook echt problemen mee krijgt zeg je het maar, ik meld mezelf vrijwillig." Ik draai mijn rug naar hem toe na mijn woorden, omdat het voor mij absoluut vreselijk is om gewoon sorry te zeggen en mijn fouten toe te geven, zeker als het mijn baan kan kosten. Toch heb ik het zojuist gedaan, waarschijnlijk omdat hij eens heel anders reageerde dan ik van hem had verwacht. Misschien omdat hij laat zien dat hij toch iets goeds in zich heeft, in tegenstelling tot de meeste klootzakken overal. Ik kan me de laatste keer niet herinneren dat iemand de schuld op zich genomen heeft om een ander te sparen, zeker niet voor mij.
    Haastig ga ik verder met het opruimen. Ik wil dit zeker voor het uur klaar hebben, al is het maar om de baas tevreden te stellen en te laten zien dat we het samen op kunnen lossen. Daarbij is het volgens mij niet zoveel werk als we het samen doen, als hij nog wilt blijven om te helpen tenminste. Als hij weggaat neem ik het hem niet kwalijk. Ik begin de boeken op te stapelen op het bureau en de bladeren die eruit zijn gevallen leg ik erbij. Eigenlijk moeten die terug de boeken in, wie weet is het iets belangrijks. Dat kunnen we niet zomaar weggooien. Hij moet er behoorlijk hard mee gesmeten hebben dat de pagina's losgelaten hebben en ik vraag me af hoe ik zo'n woede kan ontketenen, al is dit zeker niet de eerste keer dat het me lukt bij iemand. Ik zal wel iets hebben wat vreselijk irritant is.


    Your make-up is terrible

    Rhett Zane Colt

    Uiteraard verstrakte de houding van Nathalie direct toen ik dat uitriep, het was ook niet echt handig van mij om weer op die tour uit te gaan. Alleen het was sterker dan ikzelf in sommige situaties, dat van net was er één. Helaas had ik er wel meer van, ik had gewild dat ik dat ondertussen wel kon handelen. Daarom murmel ik ook een verontschuldiging naar haar toe. Al ben ik wel attent op haar houding, want in plaats van het verstrakte postuur van net, is het nu wat toegeeflijk en zelfs wat beschaamd. Vindt ze het zo erg dat ze het heeft laten merken? Voordat ik er echter weer iets op kan zeggen, rammelt de deur, waardoor onze aandacht daarheen gaat. Nathalie had nog niet op mijn vraag geantwoord, maar ik was er allang op voorbereid dat ze dat toch niet wilde beantwoorden.
    Hierna vliegt de deur al open, onze baas die in de deuropening verschijnt, waarna hij grimmig vraagt wat er gebeurd is. Ik ben te gefixeerd op hem om mijn blik naar Nathalie af te laten dwalen, dus heb ik ook geen idee wat ze aan het doen is of wat voor blik er op haar gezicht staat. Hij zegt nog enkele dingen, terwijl mijn vrouwelijke collega zwijgzaam blijft. Ik zeg dat het mijn schuld is en verontschuldig mezelf, opnieuw. Ik word er nogal geïrriteerd van eigenlijk, maar anders word het enkel erger. De blik van Nathalie was verbaasd, maar nog altijd was ik gefixeerd op onze baas. Laat me mijn baan houden! Ik ben allang opgelucht dat zij haar mond houd en er niet tussen komt om wat te zeuren.
    Gelukkig verlaat hij snel de ruimte, want ik wist niet hoe lang ik dit nog vol kon houden zo. Een woede bui met hem in de buurt was niet bepaald wat ik wilde namelijk. “Sorry, het spijt me echt,” murmelt Nathalie opeens tegen mij, waardoor ik verbaasd naar haar kijk. Ze kijkt mij echter niet aan, wat mij op dit moment niet veel deert. Die woorden daarentegen wel, dat kwam ook onverwacht zeg. “Waarom nam je alle schuld op je? Straks wordt je ontslagen terwijl het ook mijn schuld was. Als je er ook echt problemen mee krijgt zeg je het maar, ik meld mezelf vrijwillig.” Ze draait zich snel om na deze woorden en het duurt even voordat ik ook werkelijk door heb wat ze heeft gezegd. Het is gewoonweg te onrealistisch dat ze dat zei, tegen mij nog wel! Hel, ik zag haar er echt niet voor aan.
    Haastig gaat zij verder met opruimen, waardoor ik me na enkele minuten met mijn mond vol tanden heb gestaan, bij haar voeg en de rest ook opruim. Zwijgzaam, dat wel, mede omdat ik tot nog toe niet weet waarom ze dat had gedaan. Kwam dat door de opoffering van net, die ik voor haar over had? Ze begint de boeken op te stapelen op het bureau en de bladeren die eruit zijn gevallen legt zij erbij. Ik kan alleen naar haar handelingen staren, misschien wat duf, maar ik doe het wel. Eigenlijk wilde ik eerst weggaan, maar toen dit gebeurde, werd mijn hele hoofd blanco en wist niet meer precies wat ik moest doen. “Dat moet je niet doen,” vertel ik haar dan, als antwoord op wat zij daarstraks had gezegd. Mijn blik was nog op haar gericht, een paar boeken in mijn handen die ik daarna terug zette in de kast. Haastig schudde ik mijn blik van haar af, terwijl ik de scherven weer op ging ruimen en het in de prullenbak gooide.
    Haar vertellen waarom ik het deed, zou ik maar niet doen, om twee redenen. Het eerste was dat ze me vast ongelovig aan zou kijken, maar daarna hard uitlachen en de tweede reden was, dat het eigenlijk een soort geheim was en die ging ik niet aan haar kwijt raken. Haar vertellen dat ik vind dat ze een sterke vrouw is, misschien wel de enige die ik gesproken heb of kende, was geen goed idee. Dat was een zwakte, omdat ik over het algemeen vond dat de vrouw zwak was. “Heb ik je pijn gedaan?” vroeg ik vervolgens, in een stil stemmetje, bijna onhoorbaar. Ik had er een hekel aan dat het duidelijk te horen was dat ik ermee zat, want dat wilde ik niet. Mijn blik ging dus ook langs haar heen toen ik de lamp rechtzette, wel in een andere hoek van de kamer. Pas daarna blikte ik mijn ogen op haar, om haar reactie te peilen en kijken wat ze aan het doen was. Hoezeer ik het opnieuw wilde vragen waarom ze bang was, deed ik het dit keer niet en hield het in.


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Nathalie Leyla Alix

    Rhett reageert niet als ik iets gezegd heb, de minuten lijken eeuwig te duren als hij daar staat en ik vol zenuwen doorga met opruimen. Ik weet niet hoe hij dit op zal vatten of wat hij nu gaat doen. Het zorgt ervoor dat ik misselijk wordt van de spanning die in de kamer hangt sinds de deur opnieuw dicht is gegaan, gewoonweg omdat ik niet weet wat ik kan of moet verwachten van hem. Zal hij boos worden omdat het hem zwak laat lijken, echt dankbaar lijkt hij me geen type voor te zijn, niet in mijn buurt in ieder geval en al helemaal niet om iets wat ik doe of voor hem gedaan heb. De tijd in de kamer lijkt wel op een heel andere manier weg te tikken dan buiten deze kamer, uit de buurt van Rhett. Elke seconden lijkt minutenlang te duren, elke minuut wel uren. Ik voel zijn ogen op mij branden, elke beweging volgend. Het zorgt ervoor dat mijn handelingen nerveus zijn.
    Na die lange minuten praat hij ineens. Het geluid lijkt door de kamer te galmen en ik schrik er iets door op vanwege de lang durende stilte ervoor. "Dat moet je niet doen." zegt hij plots waardoor ik eerst opschrik en dan bevries. Hij pakt een paar boeken en en zet die terug in de kast, waarna hij ook echt begint op te ruimen, scherven opvegen en die weggooien. Ik staar hem ongelovig aan als hij dat doet, waarom doet hij nou weer zo vaag? Geen uitleg, niets. Gewoon dat ik het niet moet doen. Is het een bedreiging, iets anders? "Heb ik je pijn gedaan?" vraagt hij als ik geen antwoord weet te geven, waarschijnlijk vanwege de schok en omdat ik niet weet hoe hij het in godsnaam bedoeld. Zijn stem klinkt kleintjes, alsof hij het in ieder geval niet gewild had. Zit hij er nou echt mee? Mijn handen gaat automatisch langs mijn nek en daarna naar mijn polsen, als hij langs me heen loopt om de lamp ergens anders neer te zetten. Pas als zijn blik op mij blijft hangen weet ik weet dat ik antwoord moet geven. Hij peilt me en ik weet niet waarom, dat is nog wel het ergste, ik snap er niets van.
    "Nee, je hebt me geen pijn gedaan," lieg ik tegen hem, op een verbaasde toon. Ik buk mezelf snel om de laatste dingen van de grond af te rapen en op het bureau te leggen. Zo hoef ik zijn blik tenminste niet te zien. "Waarom zou ik het niet moeten doen, Rhett?" vraag ik vervolgens als ik er klaar mee ben en hem aankijk. Ik besef me niet dat ik hem zo aanspreek bij zijn voornaam en daarmee het afstandelijke laat varen. "Dat is wel zo eerlijk, het was niet alleen jou schuld." Mijn blik blijft hem doorboren, ik wil zijn eerlijke reactie zien, weten wat hij er nou mee wilt en bedoeld. Het maakt me zenuwachtig hoe hij reageert, hoewel ik dat niet probeer te laten merken. Aangezien ik hierdoor met mijn vingers begin te prutten, sla ik mijn armen over elkaar heen zodat ik dat niet meer kan doen.


    Your make-up is terrible

    [Kan ik iets doen met een van mijn personages, of ergens met ze heen?
    Anders kan ik er alsnog beter gewoon mee stoppen :/]


    To the stars who listen — and the dreams that are answered

    [Ik wil wel maar zit vast...]


    Bowties were never Cooler

    Rhett Zane Colt

    De sfeer die er in de ruimte hangt negeer ik maar voor zover ik dat kan, aangezien ik anders van mezelf weet dat het in me op gaat bouwen totdat ik weer ga flippen. Zo veel in nog niet eens een kwartier, twintig minuten, dat zal geen goed nieuws voor mij zijn. Ook niet voor haar trouwens. Zo’n actie wil ik haar niet nog eens aan doen, al lijkt dat misschien voor haar nogal ongelovig, maar ik ga het dan ook niet aan haar neus hangen. Daar komt ze zelf maar lekker achter, ik heb al genoeg gedaan. Het verbaasd me nog wel dat ze niets tegen de directeur heeft gezegd, ze kon me daarnet laten ontslaan door enkele woorden.
          Als ik mijn ogen op haar laat branden, merk ik dat haar handelingen nerveus zijn. Reageert ze nu zo omdat ik naar haar kijk? Ik weet niet precies waarom ik het doe, wel dat het mede komt doordat ik nogal in gedachten ben nu en voor me uit loop te staren – naar Nathalie dus. De andere reden… is tamelijk vreemd, voor mij in elk geval. Het lijkt alsof ik naar haar moet blijven kijken om me rustig te houden, hoewel het toch onomstotelijk is dat haar aanzicht alleen al me eigenlijk pissig moet maken. Al is het maar dat ze regels regelmatig aan haar laars lapt. Alleen nu gebeurt het niet, het maakt me kalmer.
          De langdurige stilte word verbroken als ik begin te praten, waardoor ze ook iets opschrikt. Ze lijkt daarna wel te bevriezen, maar dat komt niet echt bij me binnen, omdat ik alweer bezig ben met het volgende en de boeken terug zet in de kast. Dit keer staart ze naar mij, waardoor ik haar eerst wilde negeren, echter blik ik uiteindelijk toch terug en merk ik op dat ze een ongelovige blik heeft. Is het dan zo raar dat ik opruim? Dat zal ik eerder van haar moeten denken, want ik ben er toch echt zeker van dat ik de neatfreak van ons tweeën ben.
          Ze zegt er niets op en ik vraag daarna maar of ik haar pijn heb gedaan, al klinkt mijn stem wel kleintjes, want ik heb het ook niet gewild. Nou, eigenlijk op dat moment wel, maar dan krijg ik het rood voor mijn ogen. De woede neemt het in elk geval over, ik heb het nooit echt kunnen bedwingen of controleren. Hoewel ik het toch zeker meerdere keren heb geprobeerd. Haar handen gaan langs haar nek en daarna naar haar polsen, als ik langs haar heen loop om de lamp ergens anders neer te zetten. Het is niet alsof iemand dat ding nu toch nodig kan hebben, het is verdomme kapot. Een schuldgevoel gaat opnieuw door me heen, ik voel het in mijn botten en zelfs een angstig gevoel in mijn hart. Hard bijt ik op mijn lip en laat deze niet los, terwijl ik haar aanblik peil.
          “Nee, je hebt me geen pijn gedaan,” brengt ze uit, op een verbaasde toon. Toch heb ik heilig het gevoel dat ze liegt, want die bange blik verlaat mijn netvlies maar niet. Het staat erop gebrand en gaat ook niet zomaar weer weg. Nathalie bukt haastig om de laatste dingen van de grond af te rapen en op het bureau te leggen. Onze blikken kruizen elkaar niet meer en ik kan die van haar ook niet peilen. Omdat ze haar ogen zo afgewend heeft dat ik het niet goed kan zien. “Waarom zou ik het niet moeten doen, Rhett?” vraagt ze vervolgens als ze er klaar mee is en me aankijkt, eindelijk. Het afstandelijke is er niet meer en even zet ik ook abrupt verbaasd een stap naar achteren. Mijn mond staat iets open, terwijl ik haar eerst alleen vragend aan kan kijken. Rhett, het past niet bij haar hoe ze het zegt. Meestal noemt ze me anders, in elk geval wel met een totaal andere toon. Hoe ze me net noemde, nee, dat past niet bij haar. Misschien dat ik daarom ook lichtelijk geschokt was.
          “Dat is wel zo eerlijk, het was niet alleen jouw schuld.” Haar blik blijft mij doorboren, waarschijnlijk om mijn eerlijke reactie te peilen, dat was ook wat ik eerder bij haar deed. Nathalie slaat haar armen over elkaar, waardoor het opeens lijkt alsof ik er niet meer onderuit kan komen. “Eh…” Begin ik eerst, lichtelijk haperend, wat ik eigenlijk bijna nooit eerder heb gedaan. Ik sta er in elk geval niet bekend om en dat ik het nu doe, is nogal beschamend voor mij. Het was nu niet bepaald de bedoeling dat zij dat ooit mee ging maken van mij. “Je liegt,” begin ik er dan over, opeens mijn zelfverzekerdheid terug gevonden en hopend dat ze niet door ging zeuren. Ondanks dat ik haar er wel voor aan zag, zo koppig dat ze was. “Ik heb je wel pijn gedaan, hé?” Opeens vormde zich een brok in mijn keel, terwijl ik een grote stap naar haar toe zette, waardoor ik dichterbij haar stond. “Zeg het maar eerlijk, Nathalie,” Haar naam had ik ook uitgesproken met een rare toon in mijn stem, net zoals zij dat eerder bij mijn naam had gedaan. “Ik weet het. Het spijt me.” Verontschuldig ik mezelf opnieuw.


    Quiet the mind, and the soul will speak.

    Nathalie Leyla Alix

    Hij merkt het aan hoe ik zijn naam uitspreek, het is te duidelijk. Het verbaasd me dan ook niets dat hij zoiets oppikt, hij lijkt gevoelig te zijn voor elke verandering die ik doormaak. Verbaasd en redelijk abrupt zet hij een stap naar achteren, alsof ik daarmee ben doorgedrongen tot zijn personal space. Zijn mond staat iets open als hij me aankijkt. Vermoeid wrijf ik over mijn gezicht, die gaat niet de goede kant op, alles behalve. Straks is hij daarom ook al weer kwaad en dat is het laatste dat ik wil. We zijn allemaal wel kwaad genoeg geweest. Het voelt bedreigend aan als hij kwaad is, vooral omdat hij er niet voor terug deinst om zoveel geweld te gebruiken, wat me bang maakt voor andere dingen. Ik heb het geprobeerd te negeren, maar het faalde nogal. Hij had het dan ook gewoon door.
    Hierna zeg ik dat het wel zo eerlijk is, om deze vreemde reactie te kunnen negeren. "Eh…" begin hij eerst, lichtelijk haperend, wat niet bij hem past. Dit heb ik hem nog nooit eerder zien doen, het is zo vreemd. "Je liegt," gaat hij verder en ik trek verbaasd mijn wenkbrauw op, waarom lieg ik nou weer? "Ik heb je wel pijn gedaan, hé?" vraagt hij nu iets zachter, waarna hij een grote stap naar mij toe doet, waardoor hij ineens dichtbij staat. "Zeg het maar eerlijk, Nathalie," Hij spreekt mijn naam precies zo uit zoals ik gedaan heb bij hem, maar ik weet niet of hij nou een spelletje speelt. Het is dat ik de brok in zijn keel kan horen, anders wist ik het helemaal niet. Dat hij zo dichtbij komt en die woorden zo uitspreekt, zorgt er bijna voor dat ik breek en toegeef. "Ik weet het. Het spijt me." verontschuldigt hij zichzelf opnieuw. Het is net alsof hij weet welk knopje hij in moet drukken. Ik weet niet meer hoe ik moet reageren, ik krijg het er benauwd van en het voelt drukkend, alsof ik móet toegeven nu.
    "Ja," fluister in dan ook na een korte pauze, waarin ik hem zowat ademloos aanstaarde. Het is gewoon alsof ik niet anders kan dan de waarheid zeggen. Alsof hij het zo uit me trekt. "Maar het is niet erg, ik kan er wel tegen." vervolg ik mezelf snel en probeer weer als mezelf te klinken. Hard, koud, zonder emotie. Toch lukt dat niet helemaal. Hij weet nu teveel, veel te veel. Verward schud ik met mijn hoofd, ik moet snel iets terug zien te kaatsen om hiervan af te raken. Al snel besef ik me dat hij helemaal geen antwoord heeft gegeven. "Je gaf geen antwoord op mijn vraag." breng ik beschuldigend uit, terwijl ik een stap naar achteren doe, weg van hem. De kamer is ook zo verdomd klein, aangezien ik tegen het bureau op bots als dat doe. Wat onhandig, wat ik normaal eigenlijk nooit ben, hooguit iets lomp, stoot ik iets van het bureau af wat ik er daarnet nog terug op gelegd heb en buk ik me haastig om het opnieuw op te pakken en het op het bureau te leggen.


    Your make-up is terrible