• Saltwater Sleep

    d r e a m s      d o n ' t      d i e .      t h e y      d r o w n .



    Port Bersea is een verborgen parel in de waters tussen Nieuw-Zeeland en Australië waar toerisme de laatste jaren stilaan meer begint te bloeien. Rijke socialites vinden er hun weg naar de Mervine Estate dat hoog in de kliffen haar best doet om bedreigde boomsoorten opnieuw voort te planten in de Mervine Sanctuary. Backpackers genieten van de prachtige natuur die overal op het eiland te vinden is: witte stranden, complexe grotten en weelderige bossen. Rijke jongvolwassenen genieten er van het florerende nachtleven in eliteclubs waar enkel de besten binnen kunnen om er hun wildste fantasieën te beleven.

    Eén van die rijke jongvolwassenen was Eli Noble, student aan de University of Melbourne, die er samen met zijn vriendin Madeleine 'Maddy' Walsh de zomer van zijn leven plande nadat hij zijn studies na vijf lange jaren eindelijk had afgerond. Helaas kwam Maddy alleen terug naar het vasteland, anderhalve maand vroeger dan gepland. Twee weken na hun aankomst spoelde Eli namelijk aan op het strand van Port Bersea. Verdronken in de grotten, zeggen officiële bronnen, maar Maddy was hysterisch toen ze terugkwam. Ze vertelde hallucinante verhalen over de grotten die ze samen met Eli bezocht had - dat de Mervine Estate een groep heksen was die niets liever deed dan de gemeenschap van Port Bersea te terroriseren. Ze had het over vreemde dromen die zij en Eli deelden - dromen die niet veel later werkelijkheid werden, die haar bleven achtervolgen totdat ze zes maanden geleden zelf de dood als uitweg zocht.

    Vandaag vertrekken Eli en Maddy's beste vrienden op reis naar Port Bersea om hen te eren, een jaar na Eli's dood. Sommigen van hen willen er gewoon heen om te feesten zoals hun vrienden dat gedaan zouden hebben, om hun herinnering in ere te houden. Anderen hopen te ontdekken wat er in vredesnaam aan de hand is op het kleine eiland.




    Locaties
    p o r t      b e r s e a      t o w n

    Main Wharf & Ferry Dock – enige officiële toegang tot het eiland per boot.
    Bersea Town Center – gezellig centrum met cafés, surfshops, een kleine markt.
    The Mirage – exclusieve club op een klif, favoriet van rijke jongeren.
    Sunset Hostel – waar backpackers verblijven. Dicht bij het strand.
    St. Cordelia Clinic – het eilandziekenhuisje. Sommige eilandbewoners verdenken de staf van betrokkenheid bij vreemde zaken.
    De oude vuurtoren – verlaten, uitzicht over het eiland. Locals zeggen dat hij 's nachts nog brandt, ook al is hij al jaren buiten gebruik.
    Strandhuis 'The Tides' – groot, modern vakantiehuis met zicht op zee en directe toegang tot Siren's Shore, waar Eli en Maddy vorig jaar verbleven. Afgelegen genoeg om feestjes te houden zonder pottenkijkers.
    Luxehotel 'Azure Palms Resort' – high-end hotel aan de rand van de stad, populair bij rijke toeristen, met cocktailbars, infinity pool, wellness, ... maar ook personeel dat misschien nét iets te veel weet.
    Whispering Pines Trailer Park – de armere wijk waar de meeste anti-Mervine Estate Dromers wonen.
    The Broken Bell – lokale bar, informeel hoofdkwartier van de Dromers.
    Tempest Point – uitkijkpunt boven op de rotsen waar eilandbewoners vaak samenkomen. Wilde energie, sommigen zeggen dat je er “de dromen hoort waaien”.
    Makutu Bakery – bekende bakkerij en toeristische hotspot voor het prachtige zee-uitzicht.

    n a t u u r

    Mervine Estate – landgoed boven op de kliffen met botanische tuinen en verborgen droom-magiesymboliek.
    Mervine Sanctuary – beschermd natuurgebied met zeldzame flora, grenst aan het landgoed.
    Dreaming Caves – liggen aan de noordkust en bestaan uit tientallen grotten, tunnels en ondergrondse kamers. Sommige grotten zijn toegankelijk voor toeristen (via boottochtjes of wandelpaden), anderen zijn afgesloten of vergeten - waaronder de Nexus (enkel toegankelijk bij laagtij), waar Dromers worden ingewijd. Vissers spreken van een verzonken grot genaamd The Drowned Mouth, waar stemmen gehoord worden bij vloed. De grotten veranderen subtiel — dromers ervaren dat gangen zich soms anders lijken te gedragen, afhankelijk van hun mentale toestand.
    Black Hollow Forest – weelderig bos met wandelpaden, sommige 'vergeten' stukken zijn niet op officiële kaarten te vinden.
    Sirens’ Shore – wit zandstrand waar Eli werd gevonden. Rustig, mysterieus.

    d r o o m p l e k k e n

    The Lapse – een droomplek die elke dromer anders ziet, maar altijd gevuld met echo’s van overleden Dromers - waaronder ook Eli en Maddy.
    The Mirror Lagoon – fysiek meer waar dromen zich soms in weerspiegelen. Dient als 'portaal' waardoorheen Dromers andere Dromers kunnen bezoeken.




    Dromers, Droommagie & de Mervine Estate

    d r o m e r s      &      d r o o m m a g i e

    Dromers zijn mensen die het geheim van de grotten kennen - zowel de Inner Circle van de Mervine Estate als een groep eilandbewoners. Iedereen kan een Dromer worden als die ingewijd wordt door een andere Dromer in de Nexus van de grotten van Port Bersea. De krachten van Dromers manifesteren zich op verschillende manieren. Ze zijn allemaal in staat om elkaar in elkaars dromen op te zoeken en die dromen te beïnvloeden/beschermen van ongewenste bezoekers - sommigen zijn daar beter in dan anderen. Sommigen van hen kunnen elementen uit hun eigen dromen naar buiten trekken en fysiek manifesteren in de echte wereld. Anderen zijn in staat om mensen zomaar ineens in slaap te laten vallen en hen vast te houden in hun dromen - zonder dat die persoon doorheeft dat het een droom is. Nog anderen kunnen inbreken in het hoofd van mensen en hun diepste dromen lezen. Heel zeldzaam zijn degenen die via dromen hun eigen bewustzijn kunnen projecteren in het lichaam van een ander, en degenen die herinneringen van een ander in dromen kunnen oproepen.

    m e r v i n e      e s t a t e      &      d e      i n n e r      c i r c l e

    De Mervine Estate is een landgoed van de familie Mervine. De familie houdt zich vooral bezig met natuuronderhoud en liefdadigheidswerk, en de Estate is populair bij een heleboel socialites. Eilandbewoners blijven er over het algemeen ver van weg; vele geruchten maken hun weg van de Mervine Estate naar de stad in het centrum van het eiland, en ze doen meer dan eens wenkbrauwen fronsen. Toch gaan de leden van de Mervine Estate gewoon hun gang. Het lijkt soms zelfs alsof ze een bepaald soort macht over het eiland hebben - en dat is ook precies het doel van de Inner Circle die aan het hoofd van de Mervine Estate staat. Zij willen het geheim van de grotten voor hen alleen, zodat zij over het eiland kunnen heersen en hun rijkdom kunnen vergroten.

    e i l a n d d r o m e r s

    Er zijn echter nog eilandbewoners die het geheim van de grotten kennen en die beter hun best doen om de plannen van de Mervine Estate te dwarsbomen. Een heel deel van hen is ervan overtuigd dat de Mervine Estate iets te maken heeft met de tragische dood van Eli Noble. Of zeggen ze dat alleen maar om zichzelf onschuldig te doen lijken?


    Personages
    i n v u l l i j s t j e
    Voel je vrij om je rol zo lang/kort/fancy/basic te maken als je wil!
    Naam - Leeftijd - Rol (& reputatie) - Persoonlijkheid - Geschiedenis - Geheimen & dromen - (Magie)

    f r i e n d s
    [1/2.10] Julian 'Julie' Malachai Archambeau-Strathwyn | 22 | The Left-Over King | Merrin
    [1/1.14] Tristan Everett Montrose | 23 | The Loose Cannon Miyah

    [5] Chae Kieran Walsh | 22 | The Group Himbo | NPC
    [5] Romée Eloise Delacour | 22 | The New Queen | Iotte
    [6/2.15] Florence 'Flora' Antoinette Idris | 23 | The Innocent Flower | Catmint
    [6/R] Eloïse Clarissa Montgomery | 22 | The Rebel Antonelli
    [7/R] Jude Augustus Montgomery | 22 | The Soldier Rozanov
    i n n e r      c i r c l e      o f      t h e      m e r v i n e      e s t a t e
    [5] Hayley Pearce | Leeftijd | The Surfer Girl | NPC
    [4/R] Devika 'Vik' Mervine | 25 | The Golden Girl | Renna
    [4/1.18] Skyler Mervine | 28 | The Leader | NPC
    [5/R] Magnus Valentin Valebrook II | 26 | The Valebrook Heir | Iotte
    [7/R] Carter Nathaniel Mervine-Beck | 24 | The Surfer Dude Monpress
    [7/2.19] Marianne 'Minnie' Grieves | 28 | The Mirror | Merrin
    i s l a n d      i n h a b i t a n t s
    [1/R] Tiaki Makutu Jack Mckall | 27 | The Doctor | Monpress
    [5/2.19] Andreas Orin Mervine Jamie Reid | 27 26 | The Amnesiac | Merrin
    [7/R] Christy Campa | 24 | The Traveler | Zaalvoetbalclub
    [7/R] Sadie Arnaud | 25 | The Loud Lesbian | Hollander




    Regels

    - Don't be a bitch.
    - Iedereen die deelneemt, wordt ook cohost bij alle topics en draagt ook verantwoordelijkheid voor de RPG en de verhaallijn.
    - Degene die een topic sluit, maakt het volgende.
    - Haal in je post steeds de volgende zaken aan: personagenaam; open of gesloten scène (mogen anderen vrij inspringen of niet?); datum waarop de post plaatsvindt (voor wanneer er timeskips voorkomen maar jij nog even op een andere dag verder wil); locatie
    - Post maandelijks. Na 45 dagen wordt je uit de RPG geyeet en wordt je personage een NPC.
    - Parallel roleplayen mag. Wat houdt dit in? Je mag je personage in verschillende situaties op verschillende momenten schrijven, zolang je maar duidelijk aangeeft waar en wanneer die zich bevindt. Zo kun je bijvoorbeeld tegelijkertijd aan de gang gaan met een timeskip, terwijl je je vorige scène nog afwerkt. Dat hoeft uiteraard ook niet. (:
    - Stel vragen als je er hebt!




    Vakantieplanning

    1 december 2025: Start kerst/ambachtsmarkt centrum Port Bersea
    15 december 2025: Aankomst Julian, Tristan, Chae, Romée
    20 december 2025: Verjaardagsfeest Julian (georganiseerd door Chae)
    22 december 2025: Surfing Santas festival (benefiet surffestival door de stad)
    24-25 december 2025: Mervine Christmas Party (enkel op uitnodiging)
    26 december 2025: Boxing Day barbecue @The Tides (georganiseerd door de vriendengroep)
    31 december 2025 - 1 januari 2025: Mervine's New Year on the Beach





    Vandaag, 15 december 2025

    Weer: 27°C, helderblauwe hemel. Vannacht wordt onweer voorspeld.
    Tijdstip: 15:17

    Julian, Tristan, Chae en Romée zijn zo'n 15 minuten geleden aangekomen in de haven van Port Bersea. Met hun vele koffers en tassen slenteren ze naar de glimmende zwarte taxi's die hen staan op te wachten om hen mee te nemen naar the Tides, waar ze tot halfweg januari zullen verblijven. De sfeer is een tikkeltje gelaten; de herinnering aan hun vrienden scherp in hun achterhoofd - maar niets wat een beetje meer alcohol niet kan fiksen. De meesten zijn eigenlijk al tipsy door de appetisers die ze aan boord van de ferry gehad hebben.

    Ondertussen is in het dorp de kerstmarkt in volle gang, en ook de rijke stinkerds van de Mervine Estate beginnen te arriveren om alles in orde te brengen voor het benefiet-apperitiefconcert dat binnen twee uur van start gaat.

    [ bericht aangepast op 22 jan 2026 - 10:31 ]


    help


    MAGNUS VALENTIN VALEBROOK II

    He inherited the name. Now he’s deciding what to do with the weight of it
    26 | Valebrook heir | at Concertgebouw | with Devika





    Magnus draaide het glas in zijn hand, de fijne belletjes trokken spiraalvormig omhoog langs het kristal alsof ze haast hadden om te ontsnappen. Het was goed spul — te goed voor het soort galafeest waar de helft van de genodigden hun uitnodiging had moeten kopen. Typisch Port Bersea: pracht en praal als schutkleur voor de rotte geur eronder.
    Zijn blik gleed over de zaal, langs het podium waar de muzikanten zich in hun stoelen schikten, tot aan de balkons waar laatkomers nog fluisterend hun plaatsen innamen. Eén daarvan was senator Hargrove, nog steeds zonder ring, in gesprek met een vrouw die te jong en te glanzend was om zijn dochter te zijn. Magnus trok een wenkbrauw op. Interessant.
    Hij nam een slok. De champagne was koel, maar zijn gedachten niet.

    Op wat gedaan moet worden.
    
De woorden hadden vanzelf zijn lippen verlaten: een echo van iets wat ze eerder had gezegd, of misschien een poging haar spel te spiegelen. En zij had dat spel begrepen. Natuurlijk had ze dat. Haar tegenzet was scherp en precies genoeg om hem licht te raken, niet dodelijk, maar als een waarschuwing: ik herinner me wie je bent.
          “De verloren zoon,” had ze gezegd. 
Hij had de woorden nog in zijn borst voelen nadreunen. Magnus glimlachte zonder het echt te menen. De vergelijking was niet eens slecht. Hij was teruggekeerd, na maanden van afstand, van berekende stilte. Oxford had hem geleerd dat macht soms beter gedijt in afwezigheid dan in aanwezigheid. En nu hij hier stond, tussen het glas, het goud, en de galm van applaus, voelde hij iets dat akelig veel op heimwee leek. Niet naar het eiland zelf, maar naar het gevoel van invloed dat hier rondwaarde. Alsof alles en iedereen op Port Bersea altijd in beweging was rond dezelfde onzichtbare as. Hijzelf was ooit deel van die as geweest. Misschien nog steeds.

    Een man in een donkerblauw pak, hij herkende hem vaag van de havenclub, knikte hem toe terwijl hij voorbij liep. “Valebrook. Goed je weer te zien.” Magnus schonk hem zijn gebruikelijke glimlach. Warm genoeg om sociaal te lijken, koel genoeg om afstand te bewaren. “Het genoegen is wederzijds.” De man lachte iets te luid en verdween.

    Magnus keek toe hoe Devika haar telefoon weer wegstak. De blauwe gloed had haar gezicht kort verlicht, haar ogen even hard als glas. Ze was niet veranderd, niet echt. Misschien iets scherper geworden, iets beter in het doseren van haar glimlach. Maar daaronder zat nog steeds dezelfde zenuw van controle en vermoeidheid. Hij herkende het omdat hij het zelf droeg.
    Zijn gedachten dwaalden even af, terug naar de woorden die ze eerder had gezegd: “De scalpel is slechts het instrument. Het is de hand die hem aanstuurt die bepaalt waar de grens ligt.” Hij had erom moeten lachen, toen. Nu niet meer.
 Er waren grenzen verschoven sinds hij vertrok. En niet alleen op dit eiland.

          Een serveerster (jong, nerveus, waarschijnlijk nieuw) kwam hun glazen bijvullen. Magnus draaide zich iets naar haar toe, glimlachte met diezelfde gemeten charme die hem al vaker een gunst of een geheim had opgeleverd. 
“Voorzichtig,” zei hij, toen de fles even wiebelde. “Het zou zonde zijn om goed werk te verspillen.”
 Ze bloosde en knikte. “Natuurlijk, meneer Valebrook.”

    Zijn naam klonk vreemd vertrouwd, als een titel die te lang in de kast had gestaan.
    Toen ze wegliep, liet Magnus zijn blik weer afglijden naar het podium. De dirigent hief zijn stok. Een golf van stilte rolde door de zaal. Het eerste akkoord sneed door de ruimte: helder, scherp, als glas dat brak. Magnus voelde zijn schouders iets ontspannen. Even geen gesprekken, geen testen, geen glimlach die hem kon verraden.
    Alleen de muziek.

          Toch hield hij Devika vanuit zijn ooghoek in de gaten. Ze zat roerloos, haar aandacht schijnbaar volledig bij het orkest. Maar hij kende die houding: het was controle, geen rust. De manier waarop haar vingers af en toe onbewust het glas aantikten, het subtiele spannen van haar kaken. Het waren kleine tekenen, maar voor iemand die geleerd had op gebaren te overleven, waren ze luid genoeg. Een oudere man op de rij achter hen boog iets naar voren. “Magnus, jongen, je vader had trots geweest.”
 Hij draaide zich om, beleefd glimlachend. “Dat hoor ik vanavond verrassend vaak, meneer Whitlow.”
 De man grinnikte, onbewust van de snauw onder zijn woorden.

    Toen Magnus zich weer naar voren draaide, klonk het crescendo van de violen als een ademhaling die eindelijk losgelaten werd. Hij keek naar het podium. De dirigent, de symmetrie van beweging, de perfectie van het samenspel en dacht aan wat Devika eerder had gezegd: “We doen wat gedaan moet worden.” 
Hij had het toen niet beantwoord. Nu wel. Fluisterzacht, meer tegen zichzelf dan tegen iemand anders.
          “Altijd.”
    De muziek vulde de stilte na zijn woorden op, alsof het antwoord had gehoord.
    Hij leunde achterover, de champagne in zijn hand halfvol, en liet zijn blik door de zaal dwalen. Port Bersea zat vol met gezichten die hij kende en toch vreemd vond. Jonge investeerders met oude geldzucht, politici met glimlachen van porselein. En ergens daartussen: mensen die dachten dat macht iets was wat je kon bezitten, in plaats van iets wat je moest onderhouden.
    Dat was hun fout.
 Macht bezat jou.

    Een flarden van herinnering kwam terug — zijn vader, zijn stem als rook: “Een Valebrook laat anderen geloven dat ze vrij zijn, jongen. Totdat het te laat is.” Magnus had toen gelachen, maar hij begreep het nu pas echt.
    Hij draaide zijn glas een laatste keer, keek hoe de belletjes langzaam vervaagden.
 Het applaus barstte los toen de eerste compositie eindigde. Magnus hief zijn glas een fractie, alsof hij meedronk met de massa, maar zijn gedachten waren ergens anders.

    Op wat gedaan moet worden, had hij gezegd. 
En in stilte voegde hij eraan toe:

    En op wie bereid is het te doen.

    [ bericht aangepast op 16 okt 2025 - 14:06 ]


    someone out there feels better because you exist


    J.M. ARCHAMBEAU-STRATHWYN

    S O U N D       |      L O O K




    1 5      D E C E M B E R      |
          2 2      E N      5 1      W E K E N      |      T O W N      C E N T E R      |      O P E N


    Hij had niemand verteld dat dit niet zijn eerste keer in Port Bersea was. Zijn vader had aandelen in the Mirage, de exclusieve club op het topje van een van Port Berseas prachtige kliffen. Het was waar hij zijn tweede vrouw had ontmoet. Het was waar de dochter van die tweede vrouw nog steeds leefde - en waar Julian op zijn vijftiende verjaardag, die toevallig ook in the Mirage had plaatsgevonden, Isolde had leren kennen en, zo zei zijn vader, een man geworden was.
          Hij had ook niemand verteld waar hij heen ging, op zijn eentje, maar hij was wel zo beleefd geweest om een berichtje in de groepschat te plaatsen.


    To: The Inner Circle
    Even weg. Vanavond terug. Breng drank mee voor feestje 🎉🥂


    Hij was niet op weg naar een winkel om drank voor een feestje in te slaan - al was de kans groot dat de plek waar hij heen ging wél een aantal flessen Macallen op overschot zou hebben.
          Het schemerde al toen Julian de taxichauffeur aan de voet van de smalle oprit naar boven liet stoppen. Terwijl hij uitstapte, vroeg hij zich heel even af of hij niet beter bij Tristan, Chae en Romée gebleven was.
          Die gedachte verwierp hij snel. Beter om buiten zicht van anderen de confrontatie met deze plek aan te gaan. Het voelde altijd een beetje als ondergedompeld worden in heet water. Plots afgesneden van de bekende wereld. Plots te bewust van wat er zich in zijn eigen hoofd afspeelde.
          Hij had niemand verteld dat Port Bersea hem nauwer aan het hart lag dan hij zelfs maar durfde toegeven, ook al had hij er in jaren geen voet meer gezet. Het grote, overdadige landhuis was ooit een cadeautje van Augustus voor Victoire geweest. Toen ze stierf en toen Charlotte ten tonele was verschenen, was het een klein hebbedingetje voor zijn nieuwe vlam geworden. Alsof Victoire er nooit voet had binnen gezet.
          Soms hield Charlotte het boven Julians hoofd. Soms beloofde ze hem dat het ooit van hem zou zijn, als hij maar deed wat ze van hem vroeg. Als hij haar maar niet in de steek zou laten, zoals haar eerste echtgenoot had gedaan.
          Het was al drie jaar geleden dat Julian de sleutels gepikt had en kopieën had laten maken. Het was nog langer geleden dat Charlotte, of Augustus, hier zelf nog geweest was. En toch zag het landgoed er onaangeroerd uit. Onberispelijk in het licht van de ondergaande zon. De oprijlaan was proper, geen sprietje onkruid tussen de kasseien te bespeuren. Een karkas zonder ziel, net zoals Victoire op het einde geweest was.
          Julian negeerde de koude rilling die over zijn rug ging en draaide de sleutel in het slot. Hij deactiveerde het alarm - nog steeds zijn verjaardag: 2012 - en bewoog zich tussen de afgeschermde meubels heen om zijn weg naar de garage te maken.
          Hij pauzeerde, vlak voordat hij het licht aanknipte. Het rook er naar oud leer en olie, een mengeling die hem meer geruststelde dan het ooit had mogen doen. En toen het licht aanging, stond ze daar alsof ze op hem had staan wachten: de groene, glanzende Mercedes W111 die ooit van Victoire geweest was. Die zij Julian ooit beloofd had, totdat Charlotte haar met garage en al als haar persoonlijk eigendom geclaimd had.
          De sleutel van de cabrio had hij vlak voor zijn vertrek gepikt. Impulsief, zoals Eli ooit gedaan zou hebben. Niet met de voorbedachte rade die Julian anders als wapen gebruikte.
          Hij drukte op de schakelaar om de poort te openen en draaide de sleutel in het slot van de auto. Met een hartverwarmende, zachte klik zwaaide de deur open. Het lichtbruine leer voelde vertrouwd tegen zijn lijf toen hij achter het stuur ging zitten. Hij liet zijn handen over het stuur glijden, voelde het gewicht van de sleutel en het koude metaal van de versnellingspook.
          Heel even voelde hij twijfel - nee, uitdaging. Eli die hem in zijn oor fluisterde dat hij niet durfde. En dan, meteen daarna, vastberadenheid. Maddy die hem toe riep dat genieten belangrijker was dan plannen.
          Julian startte de motor en een diepe, gecontroleerde grom vulde de lege garage. Een korte schok van opwinding ging door zijn lijf. Het was alsof hij opnieuw toegang kreeg tot een wereld die hij nooit helemaal had verlaten. Alsof het afgelopen jaar nooit gebeurd was.
          De rit naar de dorpskern was rustig, langs straten die zich vulden met avondlicht en schaduwen die tegen de gevels van de huizen dansten. Julian reed langzaam, bewust van elk hoekje en iedere passage, alsof hij iemand zocht die hij hier niet zou vinden. Victoire, misschien, of de mensen die thuis niet op hem wachtten.
          En toen gebeurde het: net bij een druk kruispunt schoot een andere auto uit een zijstraat. Te snel. Ongecontroleerd.
          Julian trapte keihard op de rem. Piepende banden. De geur van verbrand rubber. En twee seconden later een man van middelbare leeftijd die uit de zwarte auto sprong en riep: 'Let op waar je rijdt, snotjoch!'

    [ bericht aangepast op 16 okt 2025 - 15:14 ]


    help

    TRISTAN EVERETT MONTROSE
    15 december — 23 — taxi— with Romée


    Tristan bleef even staan, alsof hij iets wilder zeggen voordat Romée instapte. Hij liep na een korte stilte om de wagen heen en stapte aan de andere kant in.
    Via de achteruitkijkspiegel keek de chauffeur kort naar hen, maar niemand zei iets. De motor sloeg aan, het grind knarste onder de banden en de haven gleed langzaam achter hen weg.
    Zijn blik was strak op de weg gericht, zijn vingers rustend op zijn knie. Hij wilde nog iets zeggen op wat ze eerder had gezegd, een verontschuldiging misschien omdat hij wist wat Maddy betekende voor haar.
    Misschien vergeet jij soms dat hun licht ons nog steeds raakt. De zin bleef rondzingen in zijn hoofd. Hij wist dat ze gelijk had.
    Hij ademde diep in en draaide zijn gezicht iets naar het raam naast zich, waar de zee nog net zichtbaar was tussen de huizen door.
    ‘’Misschien heb je gelijk,’ zei hij tenslotte. ‘’misschien raakt het ons nog steeds. Alleen niet altijd op de manier die we willen. Begrijp je?’’
    Soms raakte het gewoon te hard. Zonder antwoorden bleef rouw iets wat zich bleef herhalen, in cirkels. Het voelde onaf ; niet af te sluiten Hij wist dat Romée het zou begrijpen. Dat maakte het makkelijker om te delen. Het bracht hem terug naar hun relatie, waarin ze fijne momenten deelden, maar ze elkaar niet volledig konden geven wat ze nodig hadden. Maar hij dacht er met een goed gevoel aan terug.

    Tristan keek er deels naar uit om straks aan te komen in het huis waar ze zouden verblijven. Ze waren allemaal lotgenoten; ze deelden hetzelfde verlies. Maar hij wist ook dat iedereen anders omging met verdriet en dat het vroeg of laat zou botsen
    Zelf was hij ook niet de makkelijkste. Zijn emoties waren lang iets geweest dat hij liever negeerde, tot ze uiteindelijk ontploften.

    ‘’Misschien moet je eens in therapie gaan’’ had Eli geopperd.
    Tristan had toen weer eens een glas neergesmeten uit frustratie en onmacht Het was Julie weer geweest die met een onderhuidse opmerking het lont aanstak. Eli zag dat niet – of wilde dat niet zien. Tristan had zich toen nog kunnen inhouden om Julie geen klap te geven. Het glas dat in scherven ging, was het enige slachtoffer.
    Tristan had Eli’s woorden toen niet kunnen verdragen. Therapie. Alsof praten iets kon rechtzetten wat allang kapot was.
    Dat was hun eerste echte ruzie geweest.
    Een paar dagen hadden ze elkaar vermeden, daarna deden ze alsof er niets was gebeurd. Zoals ze altijd deden.


    ‘’Zou jij het willen weten?’’ vroeg hij zacht, na een stilte. ‘’wat er precies met Eli is gebeurd en waarom Maddy.. heeft gedaan wat ze heeft gedaan?’’


    "She would've made such a lovely bride, what a shame she's fucked in the head, " they said


    Tiaki Makutu
    Jack Mckall


    27 ⸙ Doktor @ St. Cordelia Clinic
    ༄༄༄༄༄༄༄༄༄༄༄༄༄༄༄
    ༄༄༄༄༄༄༄༄༄༄༄༄༄༄༄
    15 December ⸙ Kerstmarkt ⸙ EHBO-tent
    Jamie Reid ⸙ Open

    Waarom moest zijn assistente nu weer bedenken dat uitgerekend hij koffie moest bezorgen bij de EHBO-tent? Waarom kon hij niet gewoon in zijn lege kantoor blijven wachten totdat er écht iets belangrijks aan de hand was? Had hij een andere baan of locatie moeten kiezen om te werken? Ja, met absolute zekerheid, ja. Zou hij het ooit over zijn hart verkrijgen om iets anders buiten het eiland te doen? Nee... Een lichtpuntje was dat de bakkerij van zijn moeder aan de compleet andere kant was van de EHBO-tent en hij haar niet verder hoefde te ontwijken dan dat hij al deed. Niet dat dat lichtpuntje heel fel of groot was in deze verschrikkelijke mensenmassa waar hij zich een weg door heen moest banen. Waarom iemand een hele middag hutjemutje door de straat slenteren leuk vond, zou Jack nooit begrijpen. Met ingehouden adem liep Jack onder de veel te vrolijk versierde boog door die de ingang van de kerstmarkt aanduidde. Meteen begonnen zijn oren te tuiten door de golf van geluid die op hem afkwam en binnen de kortste keren was hij omringd door mensen die aandacht vroegen.
    "Jack! Goed dat je er bent!"
    "Ben je dit jaar ook weer een Surfing Santa?"
    "Ik had niet verwacht dat de kliniek je vrij zou geven vandaag!"
    De vragen en opmerkingen bleven maar komen en iedereen raakte hem aan. Een arm om zijn schouder, een klop op zijn rug, een verwarring van zijn haar. Elke seconde die Jack tussen de mensenmassa verbleef, verstarde hij verder. Jack's ademhaling versnelde en zijn ogen schoten heen en weer totdat hij zijn bestemming zag. In rap tempo veranderde zijn uitstraling. Met zijn ogen doelgericht op bekende tentdoek en een autoriteit die een heel ziekenhuis in toom hield, begon hij zichzelf door de mensenmassa te werken. Het duurde niet lang voordat iedereen doorhad dat hij er langs wilde en ruimte maakte.

    Jack had geen idee hoe lang het duurde voordat hij de EHBO-tent bereikte en de grote thermosfles met koffie hardhandig op tafel belandde. Zijn ademhaling nog hoog in zijn borst en zijn knokkels wit om zijn eigen thermosmok die licht trilde.
    "Koffie-" bracht hij buiten adem uit. Het duurde even voordat de rust in de tent tot hem doordrong. "Malia vond- dat jullie koffie verdiende." Zijn assistente zorgde altijd veel te goed voor iedereen.
    "Ze was sorry dat ze vergeten was koekjes te bakken." Langzaam begon zijn hart weer een normaal ritme te krijgen en begon de grip op zijn thermos te verslappen.
    "Hebben jullie nog wat spannends beleefd of is het neuzen vegen en pleisters plakken?" vroeg Jack nadat hij zich richting de rustigste zijkant van tent had begeven zo ver mogelijk van de mensenmassa vandaan.


    Do it scared, but do it anyway.


    J.M. ARCHAMBEAU-STRATHWYN

    S O U N D       |      L O O K




    1 0      N O VE M B E R ,      V O R I G      J A A R      |
          2 1      E N      1 1      M A A N D E N      |      N E W      L Y C E U M      S O C I E T Y ,      M E L B O U R N E      U N I V E R S I T Y |      E L I ,      M A D D Y ,      E L O I S E      &      F L O R A


    'Laat dat,' zei Julian terwijl hij zijn broek weer omhoog trok en Maddy's zwarte Louboutins van de grond plukte. Zijn blik bleef even bij het zwarte kant hangen dat onder haar de zoom van haar donkerrode glitterjurk uit piepte toen ze zich voorover boog. 'Dat ruimt de poetsvrouw wel op.'
          Maddy draaide haar hoofd naar hem toe. Haar ene, delicate wenkbrauw was opgetrokken. Haar voordien nog zorgvuldig gekapte haren waren een ramp. 'Dan stinkt deze hele badkamer voor de rest van je studentenleven naar Bleu de Chanel.' Ze keek weer naar de scherven op de vloer en zuchtte. 'Om niet te zeggen dat deze prachtige vinylvloer nu al geruïneerd is.'
          Julian grinnikte terwijl hij Maddy's pumps met twee vingers in de lucht stak. Hij keek even in de halfbestoomde spiegel voor hem, waarin de afdruk van Maddy's schouders nog nét zichtbaar was. Zijn kapsel had Maddy's onstuimigheid min of meer overleefd, zo bleek. 'Die Bleu de Chanel had jij me nochtans cadeau gedaan,' herinnerde hij haar eraan. Met zijn vrije hand trok hij zijn witte hemd weer goed, om dan een lippenstiftvlek bij de kraag op te merken.
          'Omdat Eli er allergisch aan was,' zei ze.
          Hij wist dat het als steek bedoeld was. Als herinnering, achteraf, dat deze verhouding voor haar niet meer was dan de vervulling van haar hedonistische fantasietjes.
          Het deed Julian niet veel. De laatste weken begonnen die kleine hints vooral te klinken alsof ze zichzélf daaraan probeerde te herinneren.
          Een scherpe ademhaling van aan zijn voeten deed Julian weer naar Maddy kijken. Ze vloekte kort en kwam overeind, haar linkerwijsvinger in haar mond.
          Julian zuchtte diep. 'Mad, we zijn al te laat. Laat die scherven voor wat ze zijn.'
          Ze fronste boos. Het was ontzettend schattig. 'Maar ... de vloer ...' protesteerde ze zwak rond haar vinger heen.
          'Is vinyl - die overleeft het wel. Ik denk dat een groter probleem jouw huidige kapsel is.' Hij duwde een pluk donker haar achter haar oor - niet dat dat het fiasco oploste - en leunde dichterbij. Hij voelde haar warme adem tegen zijn nek wanneer hij haar pumps op de wastafel achter haar zette en liep toen de badkamer uit om een pleister te zoeken.
          En een nieuw hemd.

          De receptie voor het jaarlijkse benefietdiner van de NLS was al in volle gang toen ze arriveerden. Rijkelijk te laat als ze waren, hadden ze zich eigenlijk gewoon stiekem onder het volk kunnen mengen zonder dat iemand hen had opgemerkt. Zoals gewoonlijk was dat geen optie. Alle blikken kwamen meteen hun richting uit en zowel Maddy als Julian deden alsof ze er niets van opmerkten. Met haar hand over zijn onderarm begeleidde hij haar tot bij Eli, die met een enthousiaste - lichtelijk gefiorceerde - glimlach in hun richting gebaarde en openlijk declameerde; 'Ah, eindelijk zijn ze er. Mijn riante lieveling ...' Julie wilde kotsen. '... en onze allerbeste vicepresident.' Toen ze wat dichter waren, voegde Eli er nog zacht aan toe: 'Kom anders de volgende keer gewoon wanneer het dessert wordt opgediend.'
          Julian hevelde Maddy over naar zijn beste vriend en zei joviaal: 'Je weet dat ik zielsveel van hoogstaande patisserie hou.'
          Twee mensen die bij Eli stonden lachten bevallig, maar Eli's aandacht was op Maddy gevestigd. Zoals gewoonlijk veranderde hij in een verliefde koe wanneer zij aanwezig was. Dus schudde Julian de handen van de mensen die rond hem stonden en ongetwijfeld enkel uitgenodigd waren om geld in de kas van de NLS binnen te brengen, viste hij een glas champagne van een dienblad dat door een ober werd rondgewandeld, en stak de balzaal over naar de zithoek, waar hij Eloises blonde haren had zien glinsteren. Toen hij dichterbij kwam, zag hij dat ze verwikkeld was in een verveeld gesprek met Flora. Hij ging naast zijn nicht neerzitten en zuchtte. 'Zeg me alsjeblieft dat je iets sterkers bij hebt dan champagne om deze saaie bedoening iets leuker te maken.'
          Hij goot het glas in een keer binnen en wierp nog een blik naar de andere kant van de ruimte.
          Eli stond hem aan te staren.

    [ bericht aangepast op 3 dec 2025 - 16:14 ]


    help




    FLORA
    Florence Antoinette Idris


    INNOCENT FLOWER      🙥      22      🙥      10 NOVEMBER, VORIG JAAR      🙧      NEW LYCEUM SOCIETY, MELBOURNE UNIVERSITY      🙧      ELI, MADDY, ELOISE, JULIAN



    Alles was weer tot in de puntjes verzorgd – zoals gewoonlijk. Chique decoratie, een glanzende balzaalvloer, sprankelende kristallen champagneglazen, obers piekfijn in pak, en natuurlijk een gastenlijst waar menig vereniging en bedrijf jaloers op was. Alles om de gewilde financiering binnen te halen.
          Flora keek tevreden naar de bloemstukken die over de hele zaal verspreid stonden. Jaren oefenen had haar voldoende inzicht gegeven iets samen te stellen wat hier nu schitterend stond en de rest van de decoratie perfect complimenteerde, maar tegelijkertijd onopvallend genoeg was dat het niet de spotlight innam. De witte rozen, tijdloos zoals altijd, had ze specifiek gekozen om eerlijkheid en puurheid uit te stralen. Iets wat deze avond absoluut niet ging zijn, maar de illusie werd hiermee wel perfect neergezet.
          Nee, de spotlight was voor het diner zelf. En voor Eli en Julian die gingen proberen zoveel mogelijk mensen te paaien zodat ze in de New Lyceum Society zouden investeren. Eli was de eerste gasten al hartelijk aan het ontvangen, zijn charmante glimlach op het gezicht vastgezet. Duidelijk speciale gasten, gezien hij ze wel heel warm opving. Zijn geliefde vice-president daarentegen was nog nergens te bekennen.



    De receptie was inmiddels al in volle bloei. De champagne vloeide rijkelijk en de kakofonie van pretentieuze gesprekken werd met de minuut luider. Met een charmante, lieve lach op haar eigen gezicht getoverd stond Flora tegenover een blaaskaak van een modebedrijf. Het was al de vijftiende deze avond die ze te woord had gestaan. De woorden uit zijn mond registreerde ze inmiddels nog net voldoende om een gepast antwoord te kunnen geven, maar eigenlijk was ze al tien minuten aan het proberen het inmiddels dertig minuten durende gesprek af te ronden. Iets wat hij pas wilde toen hij vanuit zijn ooghoeken iets aan de bar zag gebeuren.
          “Het was me een waar genoegen, ik ga mijn avond voortzetten met een nieuwe alcoholische versnapering. Een fijne avond gewenst.” Hij schonk haar nog een veel te grote glimlach, met zijn ogen iets te lang op haar hals – en lager – gericht, voordat hij zich naar de bar begaf om direct een van de nieuwe cocktails weg te graaien.
          Opgelucht masseerde Flora haar kaken zachtjes terwijl ze de lach langzaam van haar gezicht liet verdwijnen tot een kleine, maar warme glimlach. De schijn moest altijd omhoog gehouden worden tenslotte.
          “Genoten van je gesprek?” klonk Eli’s stem achter haar.
          “Ontzettend,” zuchtte ze, en streek de niet-aanwezige plooien voor de zesde keer dit halfuur uit haar zwarte jurk voordat ze zich omdraaide. “Dit was wel het slechtste én het langste gesprek dat ik heb moeten voeren deze avond.”
          “Ik zal zorgen dat ik zoveel mogelijk mensen te woord sta vanaf nu tot Julian zijn entree maakt.” Er weerklonk een lichte frustratie in de laatste woorden toen Eli ze uitsprak en de korte rol met zijn ogen ontging haar niet. Julian was immers nog steeds niet gearriveerd en ook Maddy ontbrak nog steeds had ze inmiddels geconcludeerd.
          Eli herpakte zich echter vlug en gaf haar een van de glimlachen die hij voor zijn vrienden bewaarde. “Vermaak je, Flora.” Hij liep zelf door naar de volgende gast om hier de hand van te schudden en een oppervlakkig gesprek aan te gaan over het bedrijf of bezigheden van deze persoon.
          Nu Eli zich nog meer op de functionarissen zou storten, zag ze haar kans schoon en pakte snel zelf een glas bubbels voordat ze zich in de zithoek van de balzaal terugtrok bij Eloise. Terwijl ze de krullen in haar haar terug in model bracht keek ze nog even naar Eli die verder ging met zijn ronde over de vloer. De irritatie was haar niet ontgaan. Begrijpelijk, gezien de twee heren dit diner samen zouden aanpakken en het nu bij Eli op zijn schouders rustte. Wat ook de reden was dat Flora zelf wat initiatief had genomen om hem te ontlasten. Julian zou vast zo arriveren om een ‘modieus te laat’-statement te kunnen maken.
          “Dus, vind je ook niet dat dit evenement steeds meer op de senaat uit Julius Caesar begint te lijken?” zei ze tegen Eloise. “Ze missen alleen nog de toga’s, want de zelfingenomenheid en arrogantie komen heel goed overeen.”





    [ bericht aangepast op 14 jan 2026 - 14:15 ]


    It finally happened - I'm slightly mad! ~ Queen



    JAMIE REID



    1 5      D E C E M B E R      |      2 6      |      K E R S T M A R K T      -      E . H . B . O . - S T A N D      |      J A C K      |      O P E N

    Terwijl Jamie de doos uit het rek trok, kwam iemand anders de tent binnen.
          'Koffie -' hoorde Jamie de persoon zeggen. 'Malia vond- dat jullie koffie verdienden. Ze was sorry dat ze vergeten was koekjes te bakken. Hebben jullie nog wat spannends beleefd of is het neuzen vegen en pleisters plakken?'
          Jamie wilde een bijdehante opmerking maken. Een luchtig grapje, maar wanneer hij zich omdraaide, strompelde hij meteen weer achteruit. Recht tegen het rek. De doos met pleisters donderde op de grond en Jamies hart raasde plots als een straaljager in de lucht.
          Een gigantische, monsterlijke schaduw. Hij kleefde aan de man die binnengekomen was, en toen Jamie het zag, wist hij meteen dat het monster hem ook gezien had. Het grijnsde naar hem. Scherpe tanden blonken als speren in het zwart.
          Hij probeerde zijn ademhaling onder controle te houden, maar een splijtende hoofdpijn deed hem naar adem happen. Deed hem fel met zijn ogen knipperen.
          Het monster verdween alleen niet. Het kwam dichterbij.


    help

    TRISTAN EVERETT MONTROSE
    10 november, vorig jaar— 23 — New Lyceum society, Melbourne— Eli, Maddy, Flora, Eloise, Julian


    Tristan had het ternauwernood overleefd: een gesprek met een investeerder die zo saai was dat zelfs de belachelijk dure champagne er verveeld door ging smaken. Hij knikte nog een laatste keer beleefd, en liep weg zonder ook maar echt te horen wat de man als afsluiteinde zin had gemompeld. Dit soort gelegenheden lieten hem altijd terugdenken aan de talloze saaie gala’s en charity-evenementen die hij vroeger met Flora moest trosteren. Steevast dezelfde stijve gesprekken, dezelfde holle complimenten. En toch, er sneed iets zachts door hem heen bij de herinnering. Een bijna melancholisch besef dat het allemaal minder ondraaglijk was geweest omdat Flora toen naast hem had gestaan.
    Ergens gaf hem dat een melancholisch gevoel, want zo slecht was het allemaal nog niet om die momenten samen met haar te delen.

    Zijn schouders ontspanden pas toen hij de bar in zicht kreeg. Eindelijk iets aan deze avond dat niet deed alsof het meer was dan het was.
    Gelukkig werd hij snel bediend en kon hij al snel zijn hand uitsteken naar een glas dat een ober neerzette. De voet van het glas voelde koud aan tegen zijn vingers. Hij nam een moment om de zaal door te kijken toen de realisatie hem trof: Julian was er niet en Maddy Evenmin.
    Zijn kaak verstrakte. Deed hij het erom? Zou hij weer binnenkomen alsof de avond om hem draaide? Een theatrale, modieus, te late entree die iedereen meteen weer naar zijn hand zette? En Maddy..
    Tristan nam een slok, groter dan sociaal acceptabel was. Voor Eli hield hij zich koest. Hij wist hoe belangrijk dit was, hoe Eli zich weer eens het vuur uit de schoenen liep om te compenseren voor de afwezigheid van zijn vice-president. Hoe hard zijn vriend probeerde om dit zorgvuldig in elkaar gestikte toneelstuk overeind te houden. Dus Tristan zweeg.
    Hij draaide zich om, het glas losjes tussen zijn vingers. Hij zag Eloise en Flora in de zithoek. Een warm gevoel trok door zijn borst bij het zien van Eloise , zacht maar onmiskenbaar begon er iets te groeien tussen ze. Het voelde wat onwennig voor Tristan, maar het was voor het eerst sinds tijden iets positief. Zodra Julie zich echter eindelijk liet zien en zich bij de twee dames voegde wendde hij echter zijn blik van ze af.
    Tristan liet zijn ogen naar Eli en Maddy glijden. In Eli’s kaak zat een gespannen lijn terwijl hij zijn vice-president strak in het vizier hield. Heel even voelde Tristan de impuls om Julie een flinke dreun te verkopen. Hier en nu, met iedereen om ze heen. Een gedachten die de laatste tijd steeds vaker in hem opdook. Het zat gevaarlijk dicht onder de oppervlakte, klaar om uit zijn voegen te barsten als iemand nét het verkeerde zei of deed. Maar hij slikte het weg en zocht naar een goede afleiding. Aan de rand van de zaal stond een welgestelde, belangrijk-ogende dame alleen. Haar gezicht stond op onweer. Perfect. Dat was precies de soort afleiding die hij nodig had. En er moest immers iemand zijn die haar humeur kon opkrikken voordat ze andere investeerders zou afschrikken. Werk aan de winkel.
    Tristan rechte zijn schouders, perste een charmante glimlach op zijn gezicht en liep in haar richting. Een saaie gesprekspartner was beter dan het breken van glazen.
    Of botten.

    [ bericht aangepast op 11 dec 2025 - 11:04 ]


    "She would've made such a lovely bride, what a shame she's fucked in the head, " they said


    Tiaki Makutu
    Jack Mckall


    27 ⸙ Doktor @ St. Cordelia Clinic
    ༄༄༄༄༄༄༄༄༄༄༄༄༄༄༄
    ༄༄༄༄༄༄༄༄༄༄༄༄༄༄༄
    15 December ⸙ Port Bersea ⸙ Donker steegje
    Jamie Reid ⸙ Open

    Hard plastic brak op de stenen straat. Jack keek in de richting van het geluid, recht in de ogen van de ambulancebroeder die achteruit het rek in liep. Jamie, gaf zijn hoofd hem in. Herinnering vulde Jack's hoofd over de man. Een tijd van jong en onbezonnen acties. Een tijd voordat Jamie, Jamie was. Een tijd die Jack nooit aan de man ging vertellen. Voor zover leek Jamie niet te weten wie hij was, en dat was voor de dokter helemaal prima.
    Een bekende tinteling deed hem onbewust over zijn nek krabben. Zijn lange haar verborg de rode strepen die zijn nagels achterlieten. Een warme, vochtige adem trok over zijn hoofd. FACK! Jack's ogen werden groot terwijl hij Jamie aanstaarde. De metalen thermos donderde over de stenen.
    "FACK!" De snelle ademhaling, de knipperende ogen. Waarom merkte hij het nu pas?! De tingeling in zijn nek begon nu pijnlijk te steken. Dit kon niet. Niet hier, niet nu, niet met zoveel mensen.

    In twee stappen overbrugde Jack de ruimte en greep hij Jamies arm. Ze moesten hier weg. Nu! Zonder een woord te zeggen trok hij de ambulancier achter hem aan de tent uit en de mensenmassa door. De pijn in zijn nek begon zijn hoofd te overvloeden. Ze hadden geen tijd! Zijn gedachten raasde over alle mogelijke plekken waar ze veilig zouden zijn, terwijl hij zelf zijn ademhaling onder controle probeerde te houden. Zijn huis was te ver en hij had geen idee of Jamie dichterbij woonde. De warme, vochtige adem die in zijn nek hijgde begon speeksel in dikke, slijmerige klodders op zijn uitgestrekte arm te druppen. Jack duwde hardhandig de laaste mensen opzij voordat hij de vrijheid van de minder bekende steegjes omarmde en zijn pas rap versnelde. Uit alle macht probeerde hij mentaal zijn barriére te versterken en wat het ook was terug te duwen. Nog even! Zijn hand zat nog steeds strak om Jamies onderarm geklemd terwijl hij de man achter zich aan trok, dieper en dieper een deel van de stad in waar op deze dag en dit tijdstip niemand zou zijn. Dit was het beste dat ze nu konden krijgen. Het licht van de zon dat zonet nog vol op scheen, leek het steegje waar ze zich bevonden niet meer te kunnen bereiken. De enthousiaste wolk aan stemmen werd overstemd door een diep, wereldschuddend gegrom. In zijn ooghoek zag Jack blinkende, scherpe tanden verschijnen. Razendsnel duwde hij Jamie tegen een muur en haalde hij uit naar een tentakel met het mes dat hij uit het holster onder zijn shirt trok. Het moment dat zijn mes contact maakte brak alles dat Jack geprobeerd had in stand te houden. Meteen begonnen zijn oren te tuiten en zijn hoofd voelde alsof er iemand zich met een beitel een weg uit zijn schedel probeerde te breken. Zwart ichor drupte van het lemmet en siste toen het de grond raakte. Jack positioneerde zichzelf tussen de ambulancebroeder en het monster dat nu ook voor hem zichtbaar was, mes geheven voor een volgende aanval.

    [ bericht aangepast op 2 jan 2026 - 23:43 ]


    Do it scared, but do it anyway.

    DEVIKA "VIK" MERVINE

    Mervine golden girl • 15 december • met Magnus // Julian • (buiten) concertgebouw Port Bersea

    ≻──────────────── ⋆✩⋆ ────────────────≺




    De muziek denderde door de zaal. De heldere tonen van de violen werden ondersteund door het diepere geluid van de Franse hoorns, schallend door de concerthal. De klanken vouwden om hen heen en het volledige publiek luisterde met ingehouden adem—Magnus en Devika niet uitgezonderd.
          Natuurlijk hielden ze elkaar wel in de gaten. Vanuit de rand van haar blikveld zag Devika hoe Magnus ook een schuin oog op haar hield. Alsof ze elkaar zelfs in een staakt-het-vuren niet vertrouwden om toch niet weer naar een wapen te grijpen.
          Hun eerdere woordenwisseling leek nog na te galmen in zijn hoofd. Hij had de focus op haar gelegd deze keer (Hoe vaak moet je nog dit soort avonden doorstaan?), maar hij was haar reflectie in een gebroken spiegel, en net zo gevangen in deze wereld. Elke keer dat iemand over zijn vader begon, kleurde zijn stem bitterder. Niet te horen voor degenen die het niet begrepen, maar zij pikte de noten er net zo goed tussenuit als de cello’s op het podium die de violen schaduwden.
          Ze ving een fluisterzachte ‘altijd’ op die niet voor haar oren was bestemd.
          Een antwoord op haar ‘we doen wat gedaan moet worden’.
          Devika sipte van haar champagne. Welkom terug, dacht ze in zijn richting, een zweem van een glimlach op haar lippen. Het spel gaat verder.
          Twee uur en meerdere suites later stierf de laatste noot van het concert onder daverend applaus van het publiek. Devika bracht haar handen samen en rees van haar stoel voor een staande ovatie. Haar glimlach was alweer op z’n plaats nog voordat de lichten in de zaal weer volledig brandden.
          Ze draaide zich naar Magnus. ‘De plicht roept,’ zei ze bij wijze van afscheid, gebarend met haar glas champagne. ‘Het orkest ontvangt bloemen als bedankje en dat kan ik niet aan de stagiair over laten.’ Ze knipoogde. ‘Goed je weer bij ons te hebben, Junior.’
          Rug kaarsrecht en met haar schouders naar achteren getrokken, manoeuvreerde Devika tussen de rijen door richting backstage. Normaal gesproken was ze niet degene die als eerste wegliep van een confrontatie, maar vanavond had ze niet het geduld en ze had tenslotte al genoeg steken uitgedeeld richting Magnus.
          Terwijl achter haar de gasten zich in een stroom richting de uitgang begaven, wierp ze een snelle blik op haar telefoon. Nog altijd geen teken van leven van Skyler.
          Devika slikte haar frustratie in en begroette de muzikanten, die met trotse opgetogenheid binnen kwamen zetten. Ze schudde hen stuk voor stuk de hand en reikte de bloemboeketten uit én doosjes bonbons. ‘Die zou ik maar snel opeten,’ grapte ze, ‘voordat ze smelten in de warmte.’
          Met die taak volbracht nam Devika afscheid en zwierf door het concertgebouw. Ze spotte Aralt Alderbar bij de uitgang, die overduidelijk een poging deed onopvallend op haar te wachten. Ze vernauwde haar ogen. Skyler—ze had eerst alle informatie nodig voordat ze zich in dit potentiele wespennest zou begeven.
          Devika hield zichzelf bezig met het overzien van de opruimdienst, die de lege glazen verzamelden en een snelle bezem door de gangpaden haalden. Toen Aralt het eindelijk opgaf, wachtte ze nog enkele minuten voordat ze zelf vertrok. De laatste schoonmaak konden ze ook zonder haar toeziend oog.
          Eén stap buiten en ze werd meteen begroet door een snauw van Aralt.
          'Let op waar je rijdt, snotjoch!'
          Hij stond midden op de kruising, één been nog in zijn auto, schreeuwend naar een jongeman in een oude Mercedes cabrio die met witte knokkels zijn stuur omklemde. Zijn gezicht was haar half bekend, als een flard van een vergeten droom die plots weer boven kwam drijven.
          De naam viel op zijn plek als een donderslag.
          Archambeau-Strathwyn. Julian.
          Zijn familie had een landgoed op Port Bersea dat al jaren leegstond maar nog altijd braaf werd onderhouden voor het hypothetische geval dat de eigenaren zouden terugkomen voor een vakantie weg van het vasteland. Augustus Archambeau-Strathwyn had ooit een grote donatie gedaan aan de Mervine Sanctuary. Wellicht witwasserij, maar haar ouders hadden geen vragen gesteld en Devika had een lesje gekregen in strategisch stilzwijgen.
          De Archambeaus hadden Port Bersea in geen tijden bezocht. Waren ze hier voor de kerstdagen?
          Devika aarzelde. Ze kon rechtsomkeert maken en doen alsof ze niets gezien had zodat ze Aralt kon ontwijken. Aan de andere kant was hier de zoon en erfgenaam van een rijke familie, een mogelijk belangrijke speler die ineens op het speelbord verschenen was. Het kon geen kwaad om een helpende hand uit te steken en daarmee de balans vast in haar voordeel te verschuiven.
          Haar hakken klikten op de tegels terwijl ze Aralt benaderde, die een tirade afstak over verzekeringen, rijgedrag en de jeugd van tegenwoordig.
          ‘Laat Augustus Archambeau-Strathwyn maar niet horen hoe je over zijn zoon praat,’ grinnikte Devika. De naam rolde vloeiend van haar tong en bracht Alderbar tot een berekenende stilte. ‘Kom op, Aralt. Na zo’n avond ga je er toch geen bittere nasmaak aan geven?’
          Zijn ogen schoten van haar naar Julian in de auto. De naam was bekend genoeg om hem te doen twijfelen. Hij opende zijn mond. Sloot hem weer zonder geluid.
          Devika zond één blik richting Julian—windwarrige krullen, designer zonnebril, peperdure Mercedes—en kreeg meteen een gevoel van wat voor persoon hij was.
          ‘Ik hoef je de verkeersregels hopelijk niet uit te leggen,’ zei ze tegen Aralt, met een knikje naar zijn auto die toch echt vanuit een zijstraat kwam en voorrang had moeten verlenen, ‘maar een excuus zou wel gepast zijn.’
          Aralt’s kaken kleurden rood en hij stamelde wat.
          Devika trok traag een wenkbrauw op.
          ‘Mijn excuses,’ zei hij toen tussen gespannen kaken door. ‘Het zal niet nog eens gebeuren. Een prettige avond verder.’
          Hij stapte in en reed weg. Niet met piepende banden, maar Devika spotte wel de nijdige blik die hij in de achteruitkijkspiegel wierp. Ze keek hem na tot zijn achterlichten achter de horizon waren verdwenen.
          Opgeruimd stond netjes, of zoiets.
          Ze richtte zich tot de jongen in de Mercedes. ‘Goede reflexen heb je,’ zei ze met een ontwapenende glimlach. ‘Was toch bijna zonde geweest van dat stuk antiek.’
    ≻──────────────── ⋆✩⋆ ────────────────≺

    [ bericht aangepast op 31 dec 2025 - 16:12 ]


    Dramatic


    ELOISE MONTGOMERY
    𓎢𓎟𓎟𓎟༺  ♰  ༻𓎟𓎟𓎟𓎡


    10 NOVEMBER ♰ NEW LYCEUM SOCIETY, MELBOURNE UNIVERSITY ♰ FLORA & JULIAN
          Als het een vak was om niet verveeld te lijken, terwijl verf zien drogen nog interessanter was, dan was Eloise cum laude afgestudeerd. Ze wist dat ze veel had geklaagd over de gala’s en diners in New York, en de hoeveelheid mensen die ze daar altijd moest spreken en beleefd toe moest knikken. Maar het was nog erger om niks te doen te hebben, terwijl de rest wel druk is met mensen begroeten en saaie gesprekken houden.
          Maar toch bleef ze liever mensen kijken vanuit de zithoek, dan zich onder de gesprekken te wagen.
          Zodra Flora naast haar plaats nam, draaide ze richting het meisje toe.“Dus, vind je ook niet dat dit evenement steeds meer op de senaat uit Julius Caesar begint te lijken?” sprak Flora. “Ze missen alleen nog de toga’s, want de zelfingenomenheid en arrogantie komen heel goed overeen.”
          Er rolde een kort lachje over Eloise haar lippen. “En wie speelt vanavond Brutus?” vroeg ze, voor ze een slok van haar glas nam. “Misschien dat het dan nog iets wordt vanavond.”
          Vanuit haar ooghoek zag ze Julian binnenkomen, met Maddy aan zijn arm. “Speaking of the devil,” mompelde ze. Ze keek kort toe hoe Julian en Maddy zich bij Eli voegde, voor haar blik weer afdwaalde. Ze vond de blik van Tristan. Het meisje schonk hem een glimlach, voordat ze haar aandacht weer op Flora richtte.
          Eloise draaide haar hoofd iets richting Julian terwijl hij sprak. “Regel dan de volgende keer ook iets anders dan champagne,” sprak ze, terwijl ze met haar ogen rolde. Met haar vrije hand opende ze haar clutch en viste er een kleine zilveren heupflacon uit.
          “Als je maar een slok voor mij over laat,” waarschuwde ze hem voor ze de flacon overhandigde.



    ˚̣̣̣ ꒷︶†︶꒷˚̣̣̣︶ ͡𑁬♱໒ ͡ ︶˚̣̣̣꒷︶†︶꒷ ˚̣̣̣


    prayer circle dat mijn code goed werkt want post op telefoon

    [ bericht aangepast op 29 dec 2025 - 22:50 ]


    --


    Chris Campa


    De olieverf stinkt en prikt in mijn neus. Ik wrijf over mijn gezicht om de prikkel te verminderen, maar mijn vader pakt snel mijn pols vast en wijst naar de spiegel in de hoek. Ik zie dat er een felrode veeg over mijn gezicht loopt, hij verwaardigt zich niet er wat over te zeggen. De verf droogt niet snel, maar er druipen gelukkig niet zulke lange, lelijke druppels over het doek heen, zoals bij waterverf was. Mijn vader kijkt naar het doek.

    ‘Ik had niet beter verwacht, ik had wel verwacht dat je beter je best zou doen.’

    Wat beteuterd kijk ik naar het schilderij. Het moest een wit paard in een groene weide worden. Het is niet super mooi en er zitten wat roze vlekken op de vacht van de schimmel, maar al met al vind ik het paard schattig en in mijn hoofd heb ik haar stiekem al een naam gegeven.

    ‘Maar ik heb mijn best gedaan,’ zeg ik, ‘de volgende keer doe ik het beter.’

    Mijn vader kijkt naar mijn broer die verder op zit. Onze moeder staat over hem heen gebogen, precies zoals onze vader, boven mij uittorent. ‘Ik had het niet verwacht, maar Ben heeft het toch echt beter gedaan. Kijk zo maar even bij zijn schilderij. Dit gaat het voor jou niet worden.’

    Ineens sta ik naast Ben. Zijn paard is inderdaad prachtig, het is net een foto. Sterker nog, het is zo realistisch dat zijn paard zo van het doek af galoppeert. Het enige wat achterblijft is het even fotorealistische bos. Mijn moeder kijkt afkeurend naar me, Ben kijkt boos. Hiervoor hadden we gevochten, nu weet ik het weer. Plots zit ik weer op mijn eigen stoel, mijn roerloze paard nog steeds op het doek. Die gaat nergens heen.

    ‘De volgende keer maak ik ook een rennend paard. Net als die van Ben. Mooier dan die van Ben!’

    Mijn vader haalt het doek uit de ezel en schudt zijn hoofd. ‘Wat denk je, dat Picasso extra hulp nodig had? Van Gogh? Monet? Denk je dat die vijftien kansen kregen? Nee, zij hadden talent. Gelukkig kan je wel goed leren.’

    Voor ik kan vragen wie Monet is, is het strenge gezicht van mijn vader verdwenen. Ben en mijn moeder ook. In plaats daarvan zit ik in een bar. Te chique om comfortabel te zijn, te groot om gezellig te zijn. Alles is donkerbruin. Ik herken het als de bar voor de studenten van mijn universiteit. In het bijzonder de bar voor de seniors; de freshmans, sophomores en junioren hebben een gedeelde kroeg die eigenlijk veel gezelliger is. Desalniettemin wordt die plek als ‘minder’ gezien en behoor je daar eigenlijk niet meer te komen als je eindelijk het recht vervaardigd hebt om in de senior-bar te zijn.

    Het is al laat, het is pikdonker buiten en ik heb een glas whisky voor me. Ik zit aan de bar op moderne kruk waardoor ik met mijn voeten niet meer bij de grond kan, terwijl ik toch best lang ben. Het gezicht van mijn vader is vervormd tot het bezorgde gezicht van professor Walsh. Hij was een kwartier daarvoor bij me komen zitten en we zijn in een saai, langdradig gesprek verwikkeld over de wetenschappelijke bases voor belastingen. Het is zo saai dat ik me afvraag of hij per se bij mij moest komen zitten, maar ik ben de enige persoon in de bar – wat ook de reden is dat ik überhaupt was gebleven. Die rust was dus eerder al doorbroken door zijn aanwezigheid.

    ‘Maar, Christy, ik zie best dat jij het volgens mij ook niet altijd makkelijk hebt.’

    Ik kijk hem aan. Zijn gezicht staat oprecht bezorgd. Heb ik hem tijdens de lessen altijd verkeerd ingeschat als popi-jopi professor? Zit er een klein hartje achter de gesmeerde praatjes tijdens de les?

    ‘Nee…’ Zeg ik, maar ik vind het lastig. De psycholoog die ik op mijn twintigste in een impulsieve bui had ingehuurd zei wel dat ik moest leren praten met mensen. Dat ik moest leren vertrouwen. Misschien kan ik bij Walsh best terecht, het idee van een confidant staat me ineens heel erg aan.
    Soms voelt het alsof ik overloop, het zou fijn zijn als wat woorden wel zou kunnen laten stromen voordat de dam barst.

    Hij legt zijn arm over mijn schouder en komt met zijn gezicht dichtbij het mijne. ‘Christy, volgens mij kunnen wij elkaar helpen.’

    Beng. Het beeld van ik die de bar uitstorm vervaagt. Het was niet de beng van de bardeur die me wakker heeft gemaakt, het is de knal van de hosteldeur. Het was mijn Italiaanse kamergenoot die ongetwijfeld naar haar volgende avontuur is vertrokken. Ik kreun, wat een verschrikkelijke droom weer, het leek net levensecht. Ik wrijf in mijn ogen in de hoop dat de beelden van afgelopen nacht (wat zeg ik: van de afgelopen jaren) wat sneller vervagen, maar echt lukken wilt het niet. Het enige wat helpt is meer realiteit.
    Ik ga overeind zitten en moet oppassen dat ik mijn hoofd niet stoot aan het plafond. Alhoewel ik dit succesvol voorkom, begint mijn hoofd onmiddellijk te bonken bij het overeind komen. De eigenaar van het Sunset Hostel had alleen nog maar een bovenste bed van een stapelbed beschikbaar, maar dat vind ik niet erg, dit is namelijk de enige kamer met een minikoelkast en daar maak ik maar al te graag gebruik van. Terwijl ik het laddertje van het bed afloop, neemt mijn hoofdpijn alleen maar toe. Klote, terwijl gisteravond best meeviel. Dit voelt als een hoge prijs voor de handjevol biertjes van gisteravond. Het was wel goedkoop spul, waarschijnlijk komt de hoofdpijn daardoor. Ik open de koelkast en pak er een fles sinaasappelsap uit en, na korte twijfel, ook de fles budget-champagne. Van een mimosa in de ochtend is nog nooit iemand slechter geworden.

    Terwijl ik de trap afloop, surfboard onder m'n arm, loop ik langs de receptie waar de eigenaar zelf achter de balie staat.

    ‘Hé, ik moet overmorgen uitchecken, toch?’

    ‘Je weet dat ik je een prima gast vind, maar als je langer blijft moeten we een vergunning aanvragen voor vaste bewoners. Dat kunnen we gewoon niet doen, het is duur en…’ De eigenaar begint zich te excuseren, maar ik heb dit riedeltje al heel vaak gehoord. Het is niet zijn schuld dat ik ben blijven plakken.

    ‘Dat is helemaal oké, ik weet hoe het werkt. Ik moet minimaal twee weken ergens anders verblijven toch?’ Ik doorbreek zijn excuses, eigenlijk heb ik geen zin om te praten. De piek van de golven is over een kwartiertje en het belooft een héle goede piek te zijn. Hij knikt.
    ‘Kan ik dan over twee weken een kamer boeken? Mag ik in de women-only kamer voor zes personen?’

    Hij opent zijn laptop en begint druk te typen. ‘Degene waar je het vaakst in hebt geslapen zit vol. Het wordt de kamer zonder uitzicht.’
    ‘Helemaal prima,’ Het is minstens de zesde keer dat ik in het Sunset Hostel verblijf, ik heb zo’n beetje alle kamers wel gezien. Steeds in tussenpozen van enkele weken, waarna ik weer twee weken weg moet, ‘kan ik straks betalen?’


    Het strand is vol, maar het valt best mee voor hoe goed de golven gaan zijn. Het is een onverwacht meevallertje; ik heb niks tegen de surfscholen, maar de instructeurs weten dondersgoed waar de zandbanken het beste zijn en jagen hun leerlingen over het algemeen die kant op. Wel houden ze meestal afstand van de ervaren surfers of blijven in de branding, terwijl wij de golven dieper opzoeken. Met weinig moeite paddel ik door een mui de zee in. De zee is me goed gezind en binnen de kortste keren heb ik al wat goede golven te pakken. Door het succesvolle surfen glijdt de nachtmerrie van me af, een van de redenen waarom ik ’s ochtends zo graag surf.

    Zodra ik fysiek vermoeid het strand oploop ben ik tevreden, maar wanneer ik het plakkerige zand van mijn wetsuit afspoel, komt de droom toch terug. Ik hou mijn hoofd onder de koude kraan; wat stóm. Normaal laten de gebroken nachten me na het surfen los, maar nu blijven de gezichten van m’n gezin, m’n studiegenoten en m’n docenten kleven in mijn herinnering.

    Ook tijdens het middaguur is mijn stemming niet verbeterd. Ik heb mijn favoriete broodje tonijnsalade gehaald (een luxe die ik me niet meer vaak permitteer, nu mijn spaargeld een dramatische wending naar beneden heeft genomen) en een witbiertje uit de gedeelde koelkast gevist, maar ik blijf maar piekeren. Dan maar meer afleiding zoeken. De woonkamer van het hostel is leeg, omdat iedereen naar het benefietconcert is gaan kijken.
    Er zit niks anders op.

    Het is extreem druk, zo druk dat ik er nerveus van wordt. Verderop zie ik een blondine geïnterviewd worden door de pers. Ze ziet er rijk uit en ze is niet de enige. Er zijn oude mensen in strakke pakken, maar ook bewoners van het eiland, backpackers en een groep jongeren die eruit zien alsof ze net uit Love Island zijn weggelopen. Ineens vraag ik me af of dit wel de afleiding is die ik nodig heb. Ik word wat chagrijnig van al dat moois, de goedgehumeurde vrolijkheid, de statigheid en ook al het geldvertoon, iets wat in mijn eigen leven een steeds drukkendere stressfactor aan het worden is. Maar: er zijn wel gratis glaasjes champagne. Ik drink er een snel weg en neem een tweede voor de smaak. Ik loop ermee naar buiten om de drukte te vermijden.
    Doelloos loop ik rond het gebouw en kijk op mijn telefoon zodat ik niet zo alleen en ongemakkelijk overkom als ik me voel. Geen berichten. De afgelopen twee weken heb ik al geen berichten ontvangen. Het laatste bericht was een foto van Ben in een toga in de gezinsapp, mijn trotse vader en moeder naast hem. Ik had er een duimpje omhoog als fotoreactie op gegeven. De champagne is nu halfleeg, zal ik naar binnen gaan om een nieuw glas te halen? Of zouden ze dat doorkrijgen? Terwijl ik mijmer over of mijn gezicht memorabel genoeg is voor nietsvermoedend horecapersoneel, merk ik ineens dat het kippenvel over mijn armen uitbreekt. Ik kijk op van mijn telefoon en zie dat ik een steegje in ben gewandeld waar de gemiddelde temperatuur vijf graden onder de rest van de omgeving lijkt te liggen. Het voelt alsof ik een hartverzakking krijg als ik voor me kijk; twee mannen met een gigantische.. wolf? Schaduw? Beest? Voor zich. Instinctief verstop ik me achter een hoge klikobak, trillend stop ik mijn telefoon in mijn zak en klamp het champagneglas met twee handen vast. Ik gooi de laatste helft champagne in een teug naar binnen.

    [ bericht aangepast op 30 dec 2025 - 12:54 ]


    Tijd voor koffie.




    FLORA
    Florence Antoinette Idris


    INNOCENT FLOWER      🙥      23      🙥      16 DECEMBER      🙧      HAVEN/VAKANTIEHUIS PORT BERSEA      🙧      OPEN



    Ondanks de lichte paniek dat ze haar familie of bekenden hier toch ineens tegen het lijf zou lopen, had het nog nooit zo goed gevoeld om terug in Melbourne te zijn. En dat was dus niet omdat iemand haar op stond te wachten en ze dat graag wilde, maar omdat ze na 22 uur vliegen en tussentijds rondzwerven op een vliegveld eindelijk de frisse lucht om zich heen kon voelen. De taxi-chauffeur had haar verzoek de ramen te openen gelukkig geaccepteerd. Flora genoot van de bekende geur en warme wind, en keek naar het stadslandschap dat voorbij raasde. Hoe dichter ze bij de haven kwam, hoe meer haar hart al begon te bonzen. Eén enkel boottripje stond nog tussen haar en Port Bersea in.
    De zilte zeelucht werkte verfrissend toen ze eindelijk met haar bekertje koffie een plekje had gevonden op het dek, maar de spanning bleef. En toch begon de vermoeidheid ook zijn aanwezigheid aan te kondigen, langzaam en onheilspellend. De adrenaline hield het nog op afstand, maar wanneer zou ze instorten? Zou ze instorten nadat ze iedereen weer had gezien, op het moment dat het moment gepasseerd was? Of nog voordat ze überhaupt zou arriveren? Voor nu hield deze paniek haar wakker en hielden haar razende gedachten haar alert. Tristan had haar dat bericht vast niet gestuurd als hij haar niet wilde zien, maar dat sprak niet voor de rest. En wat moest ze zeggen? Zenuwachtig pakte ze haar telefoon voor de zesde keer uit haar zak om nogmaals het bericht van Tristan te lezen.
          15 december, Port Bersea. Verblijf: The Tides.
          Ze had het inmiddels al zo vaak gelezen om zeker te weten waar ze heen moest, maar bleef het controleren. De taxi zou al op haar staan wachten in de haven en wist precies waar ze heen moest – gelukkig. De hoorn kondigde het vertrek aan en toen de boot eenmaal van de kade los kwam wist Flora dat er nu écht geen weg terug meer was. Geen makkelijke in ieder geval.
          De zon ging langzaamaan al onder, de gloed over het water en de laatste stralen warmte op Flora’s gezicht. Ergens voelde het goed. Vertrouwd en alsof ze thuis was. Alsof ze in de tuin zat met een goed boek of waar dan ook buiten, volop in discussie met Julian. Zelfs de wandelingen met Tristan die ze vroeger vrijwillig verplicht moesten doen van hun ouders – als show voor de rest van de elite natuurlijk – kwamen terug aangewaaid met de zeewind.

    Toen ze eindelijk weer aan wal stond, met haar koffers aan haar zijde, was de zon bijna weggetrokken. Wachtend op de taxi keek Flora nieuwsgierig om zich heen. Lampjes flikkerden in de verte – het nachtleven van Port Bersea, dacht ze – en het was druk op straat. Zou de rest hier ergens tussen lopen nu? Ze waren inmiddels al ruimschoots een dag aanwezig hier en hadden vast al uitnodigingen voor een elite club weten te verkrijgen of zichzelf bij een benefietevenement binnen weten te praten.
          Het duurde gelukkig niet lang voordat de taxi arriveerde en haar koffers ingeladen werden.
          “The Tides, mevrouw Idris?” vroeg de man haar terwijl hij de afspraak op het scherm trok.
          “Correct.” Flora positioneerde zichzelf comfortabel op de lederen taxi-bank. “Vriendelijk bedankt voor de snelle reactie op mijn late reservering.”
          De chauffeur lachte kort. “Dat is hier zeer normaal, mevrouw.” Hij keek snel in de spiegels en rolde de auto voorzichtig het verkeer in.
          Al snel – althans, zo voelde het voor Flora terwijl ze haar ogen niet van de stad had kunnen houden tijdens de rit – doemde het grote vakantiehuis op voor hen. Langzaam tufte de taxi de oprit af richting de entree. Galant als de chauffeur was hielp hij haar vlotjes de koffers uit de taxi te halen en hield een telefoon in de lucht ten teken van betaling van fooi, gezien Flora vooraf had betaald. Met een kleine zucht tikte ze een extra bedragje af, want de man had haar ook zelf kunnen laten stuntelen met haar koffers. Nog voordat ze de koffers een centimeter had verschoven was de taxi vertrokken.
          En toen daalde het in dat ze geen sleutel had van dit landhuis. Als de rest op stap was of naar een bijeenkomst was, zou het nog een lange avond worden. Gelukkig was het vakantiehuis voorzien van een deurbel, maar zelfs na zeven keer aanbellen over een periode van tien minuten kreeg ze geen gehoor. Niet verrassend, gezien ze nog geen brandende lichten noch een teken van leven had gezien binnen.
          Verslagen zette ze zichzelf neer op een van de te lage muurtjes, haar hoofd leunend op haar koffer.
          Even ging haar hand naar haar telefoon. Moest ze Tristan appen dat ze hier was en of iemand haar binnen kon laten? De angst dat hij haar zou negeren – zoals zij had gedaan bij zijn laatste bericht – was echter groter en nam de overhand. Ze liet de telefoon veilig in haar tas en pakte in plaats daarvan haar nood-boek uit de tas om te lezen, hopende dat ze daar in ieder geval haar tijd kon spenderen.

    Ze had niet echt opgeslagen dat ze haar boek weg had gestoken en langzaam aan het indommelen was op haar koffer, maar het geluid van een auto was luid genoeg geweest om haar zachtjes terug naar de wakkere wereld te brengen. Een auto betekende mensen, realiseerde ze zich ineens. Ze streek snel haar haar in model en klopte haar kleding af nadat ze zichzelf van het muurtje had gehesen, voordat ze überhaupt keek naar wie er teruggekeerd waren.
          “Hey,” zei ze voorzichtig, een klein glimlachje erbij. Een slimmere opmerking had ze niet kunnen maken, en de opvolging was zo mogelijk nog erger. “Lang geleden.”
          Had ze nu maar nagedacht over wat ze zou gaan zeggen...






    [ bericht aangepast op 1 jan 2026 - 13:51 ]


    It finally happened - I'm slightly mad! ~ Queen



    JAMIE REID




    1 5      D E C E M B E R      |      2 6      |      S T E E G J E     
    J A C K      &      C H R I S      |      O P E N

    De man die net met de koffie gearriveerd was, stoof op hem af, samen met het monster. Het geluid van de thermos die op de stenen kletterde, drong niet bij hem binnen. Hij voelde alleen maar hoe zijn ademhaling in zijn keel stokte, hoe alles rond hem plots te koud werd. Hij kon niet eens aan de kant springen toen de man zijn arm beetgreep.
          Ergens in zijn achterhoofd blonk een zweem herkenning, maar net zo snel was het gevoel weer weg en werd Jamie meegesleurd, een steegje in. De stad rond hem was een waas - hij kon alleen de duisternis zien, kon enkel daarop fixeren wanneer de vreemde man hem tegen een muur duwde.
          Iets donkers zwiepte naar Jamies gezicht, maar de man haalde een mes boven en haalde uit.
          What. De. Fuck.
          Het was de enige gedachte die zijn overdonderde brein nog kon vormen. Dit was een hallucinatie - toch? Maar hij had zijn pillen genomen. Hij was stabieler aan het worden. En de man voor hem ...
          De man zag het monster ook.
          Een beweging in zijn linkerooghoek doet Jamie zijn blik van de man en het monster scheuren. Hij ziet een meisje met een champagneglas. De schim van een tweede figuur schaart zich achter haar, maar wanneer Jamie knippert, is die weer verdwenen, en hij kan zich enkel afvragen of zij ook hallucinaties zijn.
          Dan krijst het monster, en de pijn die het hoge, vreselijke geluid met zich meedraagt, voelt angstwekkend echt. Het schudt hem weer wakker - min of meer - en hij slaagt erin zich stuntelig van de muur los te maken en hakkelig uit te stoten: 'W- wat is dat?'

    [ bericht aangepast op 31 dec 2025 - 15:51 ]


    help


    J.M. ARCHAMBEAU-STRATHWYN

    S O U N D       |      L O O K




    1 5      D E C E M B E R      |
          2 2      E N      5 1      W E K E N      |      T O W N      C E N T E R      |      O P E N

    Vier dingen kwam in zijn hoofd op toen de Mercedes sputterde en dan stilviel - ondanks dat zijn voet stevig op de koppeling stond. Eén: dit was niet goed voor de banden, laat staan voor de motor. Twee: misschien had hij toch even de vloeistoffen moeten checken voordat hij vertrokken was. Drie: hij had wel degelijk voorrang gehad. Vier: moord.
          Julians kaak verstrakte. Zijn vuisten om het stuur zo mogelijk nog harder. Toen haalde hij scherp adem door zijn neus en liet hij de spanning uit zijn lichaam vloeien, klaar om charmant als altijd de auto uit te stappen en een praatje te doen met de achterlijke klotebejaarde die blijkbaar de wegcode niet kende.
          Iemand anders was hem voor. Hij hoorde vaag het geklik-klak van hakken op de stoeptegels terwijl hij de deur van de auto openzwaaide, en dan: 'Laat Augustus Archembeau-Strathwyn maar niet horen hoe je over zijn zoon praat.'
          Julian trok een wenkbrauw op en leunde met zijn onderarmen op het raam van de deur van de diepgroene cabrio waar ondertussen rook uit opsteeg. Moest hij toch even checken - nadat hij klaar was met het checken van de vrouw die hij niet kende maar hem duidelijk wél kende.
          'Kom Aralt. Na zo'n avond ga je er toch geen bittere nasmaak aan geven?' vervolgde ze, haar woorden even verfijnd als de dure hakken die ze droeg.
          De achterlijke opa keek zowaar bijna geschrokken, zoals hij kortstondig zijn imitatietalent blootgaf en een vis op het droge nadeed.
          Julian schonk hem een glimlach, maar toen de blonde vrouw zijn blik ving, bleef zijn wenkbrauw opgetrokken.
          'Ik hoef je de verkeersregels hopelijk niet uit te leggen,' zei ze, 'maar een excuus zou wel gepast zijn.'
          Julians glimlach werd verwachtingsvol en toen de opa - Aralt, herinnerde zijn brein hem eraan - gespannen iets stamelde dat op excuses leek, besloot Julian om de deur van de auto weer te sluiten en de motorkap open te zetten.
          Iemand achter hem toeterde protesterend - waarschijnlijk om aan te geven dat Julian toch best even de moeite kon doen om de wagen te verplaatsen, iets wat hij lieflijk aan Aralt wilde vragen toen diens auto met piepende banden langs hem heen zoefde.
          Julian zuchtte om de zinderende irritatie die plots weer bovenkwam weg te jagen. Zijn ogen gleden over het binnenwerk van de auto. Glimmend, voor het grootste deel, goed onderhouden - maar oud. Het antwoord was banaal. Een uitgedroogde koelwaterslang, gescheurd op een plek waar rubber vijf jaar lang had mogen verharden zonder te worden aangeraakt. Opgedroogde koelvloeistof had zich als een vale korst rond het motorblok vastgezet. Julian hoefde niets aan te raken om het te weten. Stilstand was altijd wreder geweest dan slijtage.
          'Goede reflexen heb je.'
          De stem deed hem momentaan verstoord opkijken.
          Het was de blonde vrouw van net. Van dichtbij zag ze er nog duurder uit dan vanop afstand. Netjes ingekleurd binnen de lijntjes, alles vakkundig in de plooi.
          'Was toch bijna zonde geweest van dat stuk antiek.'
          Een lome glimlach deed Julians mondhoeken omhoog krullen. Hij hield zijn hoofd schuin en sloot de kofferbak weer. 'Iemand als jij,' zei hij zacht, 'zou toch beter moeten weten dan dit een stuk antiek te noemen.' Hij wandelde naar de bestuurderskant - rechts, zoals in Europa, niet links zoals in Australië - en zette de auto in neutraal. 'Dus je mag me best even helpen duwen.'

    [ bericht aangepast op 31 dec 2025 - 16:29 ]


    help