Daar is ze weer.
      Slof. Slof. Slof.
      Ze zakt neer op het bed - nee, ze ploft neer. Rug gebogen. Hoofd hangend. Ze tilt het dekbed op en kruipt eronder. Opgekruld op haar zij kruipt ze weg in de warmte, de geborgenheid van de deken.
      Alleen haar hoofd is zichtbaar, omdat die verlicht wordt door het schermpje van haar mobiel die ze voor haar gezicht houdt. De huid onder haar ogen is opgezwollen, schaduwen zijn zichtbaar. Haar ogen bewegen nauwelijks - enkel een heel klein beetje op en neer.
      Dan zie ik iets verschijnen. Een kleine weerkaatsing van het licht van het scherm. Tranen. Tranen die ze wegveegt terwijl ze blijft scrollen. Haar ogen staan steeds vermoeider.
      Het licht verdwijnt plotseling. Er is nu weinig te zien - de verduisterende gordijnen in de kamer zijn dicht en er is enkel een golvende streep aan de boven- en onderkant te zien van het weinige daglicht dat de kamer weet binnen te dringen.
Haar hand lijkt even naar mij toe te komen, maar dan hoor ik een geluid dat mij duidelijk maakt dat ze haar mobiel heeft weggelegd. Er klinkt wat geschuifel van het dekbed en wat gekraak van het matras - ze heeft zich op haar andere zij gedraaid. En dan begint het.
      Het is elke keer een variant op hetzelfde: eerst zachte, kleine zuchtjes, waarvan ik eerst niet wist wat het was, maar wat ik nu kan duiden als gesnik. Een kleine, onverstaanbare fluistering volgt. Het gesnik wordt ietsje luider.
      Het dekbed ritselt weer. Ik weet dat ze trilt. Trilt van ontlading, van de spanning die in haar lijf is opgebouwd en die er nu uit moet.
      'Ik wil niet meer,' fluistert ze. En daarna nog een keer, maar nu met schorre stem: 'Ik wil niet meer.' Ze draait zich om, begint in haar kussens te slaan. Haar ademhaling wordt onregelmatiger, het geluid uit haar keel klinkt rouw, hortend en stotend. Ze huilt.
      Dan duwt ze haar gezicht in haar kussen. Het dempt het geluid dat haar keel produceert. Ik kan het niet zien, maar wel horen - maar haar bovenburen niet. Zelfs in haar diepste dalen houdt ze rekening met de mensen om haar heen.
Ik wou dat ik haar kon helpen. Als een licht in de duisternis, maar tegen deze duisternis is zelfs een lampje zoals ik niet opgewassen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen