Hoofdstuk 20
In de trainingszaal zet Rae toch haar beste beentje voor. Het zal weinig mensen verrassen dat haar beste beentje haar middelvinger blijkt te zijn.
Het zonnestraaltje denkt expliciet aan niks. Haar gedachten dwalen naar de pijn van vannacht. Dat dringt ze weg. Dus denkt ze maar aan haar verjaardag, over welgeteld vijf dagen. Ze denkt er expres niet aan deze week. Ze vertelt er expres niemand over. Het was haar ticket naar de vrijheid. Ze wordt negentien. Ze wordt negentien. Te oud voor deze marteling. Ze kon de frisse wind van veiligheid al bijna voelen toen haar naam uit die rotbol werd getrokken.
Alles wegstoppen. Er is niks aan de hand. Als er al wat aan de hand is, is het alleen woede. Maar zelfs die probeert ze nu nog weg te stoppen. Te veel. Te vroeg. Ze is geen ochtendmens.
Rae wordt er niet gezelliger op als ze de hele ochtend moet zien hoe de Beroeps alles goed doen. Die mensen zijn maar aan het vechten en aan het winnen. Het gaat maar door. Haar hersenen gaan ook maar door, en ze wordt gek. Ze wil het uitzetten, dus ze klimt. Ze slaat de boksballen. Ze jat een stift bij de camouflagetafel - alles voor een kleine kick.
Ze zou zich graag nuttig willen maken, als haar brein het haar toe zou staan. Ze heeft hoofdpijn. Haar gedachten zijn trager dan ze gewend is. Het zou handig zijn om zich te richten op haar plan voor de privésessie, waarvoor ze nog steeds niet alle chemicaliën heeft, noch vuur kan maken. Ze mist aanstekers. Wat ze nu niet mist, is die citroen, voor het zuur. Die is inderdaad aanwezig bij het onderdeel plantenkennis, waar ze een deel van haar ochtend spendeert. Daarna gaat ze toch naar het onderdeel waar ze vuur kan maken. Het feit dat de trainer die haar doet denken aan Magnus toevallig even afwezig is, draagt daar zeker aan bij. Hij zal wel weggelopen zijn voor een tussendoortje. Rae heeft dus alle ruimte om zelf te proberen, zonder zich bekeken te voelen door de trainers.
Oké. Vuur maken. Takjes verzamelen. Takjes breken. Ze neemt een lang exemplaar vast, en knikt hem door midden. Krak, zegt de tak. Flits, zegt haar verleden. Vingers zijn net takken. Verse beelden uit haar dromen- Nee. Niks geen beelden. Geen verleden. Niet welkom. Ze moet door.
Krak, zegt de tak.
Krak.
Flits. Nee. Door.
Krak, zegt het bot. Krak.
Nee. Nee. Geen bot. Tak. Het is een tak. Flits.
Krak.
Krak. De tak schreeuwt. Nee, helemaal niet. Takken schreeuwen niet.
Wel wordt er gepraat. De instructeur is terug. Fuck.
“Zo. Terug voor meer? Deze keer wel een vlammetje?” Hou je bek, is het enige wat Rae kan denken. Hou je bek, hou je bek, hou je bek. Ze blijft zelf overigens ook, wijselijk, stil. Uitbarsten terwijl je nog geen vlammetje tevoorschijn getoverd krijgt, is niet bepaald stoer. Het kost haar al alles om te blijven staan - shit. Waarom is ze zo wazig. Alsof ze zweeft, maar ze weet dat ze gewoon op de grond staat, in de realiteit. Ze is gewoon hier, bij met de postbode tegenover haar. Zijn geschreeuw luid, maar zijn gejammer tussendoor nog pijnlijker. Hij kraamt in het begin nog volle zinnen uit - “Mijn naam is Volt. Ik ben niet wie je denkt dat ik ben. Ik heb niks gedaan!” - maar dit vervormt zich later naar het enkel kunnen uitspugen van losse woorden. Rae heeft het vaker gehoord. Ja, onschuld dit, onschuld dat. Ze krijgt niet altijd mee van Magnus wát ze hebben gedaan, maar het is altijd tegen de zaak. De zaak betaalt haar eten. De zaak redt haar zusje. Waarvoor deze Volt dan ook wordt gestraft, niet haar probleem. Het zal terecht zijn. Ze gaat over naar de vierde vinger aan zijn rechterhand.
Krak. Deze klinkt hard, merkt Rae. Ze voelt het doorgalmen in haar eigen botten en onderdrukt een rilling. Die geluiden hadden minder gemogen, al helpt het gesmeek van de man hier niet bij.
“Alsjeblieft! Ik… Ik heb een foto in mijn portemonnee, mijn rechterzak. Ik en mijn kinderen. Ik zweer het je, ik weet niet wat je denkt dat ik verdien maar ik heb niks gedaan!” Bla, bla, bla. Oe, een portemonnee! Nice.
De bescheiden zwarte leren portemonnee bevat een teleurstellende hoeveelheid cash, maar wel de beloofde foto: een jongere Volt met twee witblonde kids. Een meisje en een jongetje. Schattig. Zoveel heeft Rae ook niet met kinderen, maar het meisje lacht zoals Zinnia dat ook wel kon doen, toen ze kleiner was.
“Mijn kinderen. Ze zijn maar mensen. Ik ben maar een mens. Ik kan zien dat jij ook maar een mens bent. Werk je voor Magnus? Hij… Zo hoeft het niet te zijn, lieverd. Hij is hard.”
Rae heeft haar overhemd eerder al aan de kant gegooid. Het is hier warm. Toch wenst ze dat ze hem nu weer aan had. De man kan haar rug niet zien. Zij kan het wel voelen. Ze bevriest kort, en Volt heeft het door.
“Hij is hard. Ook voor jou. Alles dat ik wilde is wegkomen. Ik bezorg post. Ik wil alleen maar post bezorgen. Niet zijn persoonlijke koerier. Ik heb pamfletten verscheurd. Alleen pamfletten. Dat is alles.”
“Pamfletten?” Shit. Rae luistert naar hem. Dat is nooit goed. Wat heeft Magnus haar nou geleerd? Geen empathie. Niet luisteren. Het zijn duivels, allemaal. Als Rae zich brandt aan het vuur van deze duivels, zorgt Magnus dat zij ook fysiek zal branden. En als dat geen pijn meer doet, Zinnia. Of erger, Zinnia. Toch, deze duivel praat door.
“De Spelen. Waarom ze goed zouden zijn. Magnus vroeg me laatst om deze te verspreiden bij de rijke wijken. Ik- De eerdere post zat in enveloppen. Ik leef lang genoeg om te weten dat ik daar niet in hoef te kijken. Maar deze pamfletten. Open en bloot. Propaganda, lieverd. Ik kan daar niet aan meewerken. Niet na- Ik kan daar niet aan meewerken. En het hoeft niet. Wij hoeven niet mee te werken. Jij en ik. Kom. Laat het los. Laat me gaan. We kunnen elkaar helpen, er zijn plekken-” De man valt stil. Er staat een silhouet in de deuropening, dat enkel Volt kan zien. Rae staat met haar rug gekeerd.
“Asbakje. Minder lullen, meer breken.”
“Nee, wacht.”
Ongeloof op zijn gezicht. Ongeloof in zijn stem. “Nee?”
“Je bent niet doof, Magnus. Wat hij zegt. Is dat waar?”
Zijn houding verzwakt snel naar teleurstelling. “Wanneer leer je dat jij geen vragen stelt, Asbakje?”
“Geef antwoord.” Het is klaar. Ze maakt een kans, die oude man heeft gelijk. Ze hoeft niet te luisteren. Ze wil weg, al een hele tijd, maar ze loog tegen zichzelf. Voor haar eigen veiligheid, voor Zinnia. Maar ze is nu achttien. Ze kan echt wel een eigen weg vinden. Buiten District 5, weg van pa, weg van Magnus. Desnoods duikt ze de kolenmijnen van District 12 in. Prima. Ze maakt kans.
“Als dat is wat je wil, zal je prima je antwoord krijgen,” zegt hij, zijn schouders ophalend. Rae wint met snelheid. Ze rent harder dan Magnus. Maar hij blokkeert de deuropening, en met een gigantische vaart vliegt hij op Rae af. Met nergens om heen te vluchten, raakt zijn rechterhoek haar. Hard. Heel hard. Ze valt op de grond, maar de duizeligheid stopt niet. Het is oké, ze maakt vast nog een kans. Ze knippert langzamer, houdt haar ogen steeds korter open. Shit. Nee. Kom op. Wakker blijven.
Magnus maakt af waar ze aan begonnen was.
Krak.
Het lukt niet. Krak. Haar oogleden zijn zwaar. Ze is misselijk.
Krak.
Ze is weg.
“Ga je nog meewerken, of daar enkel staan?” vraagt Magnus. Niet Magnus? De trainer van het onderdeel vuur maken. Zelfde kaaklijn. Vergelijkbare stem. Niet Magnus. Ze is in de trainingshal. Ze is niet thuis. Waar is Zinnia? Niet hier. Shit, die kan ze dus niet beschermen.
Voor haar op tafel een gebroken tak naast een stapel andere gebroken takken. In haar handen een vuurslag en een stuk vuursteen. Kom op. Werken. Werken betekent niet denken, niet denken betekent niet voelen. Kom op. Vuurslag op vuursteen. Vonk. Holy shit. Vonk. Ze steekt haar vuurtje aan. Het is haar gelukt. Zie je wel. Niet alles is stuk. Niet alles is Magnus.
“Zo, iedereen. Het is haar gelukt hoor! Het mocht even duren, maar applaus voor Astraea!” zegt Magnus. Maar het is Rae. Rae. Niet Astraea.
Een paar mensen bij het onderdeel beginnen te klappen. Rae schaamt zich gelijk. Alsof ze een kleuter is met een kleurplaat op de koelkast. Het geklap gaat door. Schaamte slaat over in woede. Heerlijke, warme, makkelijke woede. Ze pakt een onbeschadigde tak. Ze breekt hem niet, maar steekt hem in haar vuurtje.
“Nou, Asbakje. Doe je toch een keer iets zoals het hoort," zegt Magnus.
Een tak is net een onscherp mes. Een onscherp mes met een klein vlammetje op de punt. Veel steken zal het niet doen, maar het maakt haar niet uit. Ze pakt Magnus terug. Brandwond voor brandwond. Wat dat betreft kiezen ze vergelijkbare wapens.
Ze vliegt Magnus aan. Steekt de tak in zijn shirt. Door zijn shirt, waar ze langzaam een gat in brandt. De trainer duwt haar hardhandig van zich af. Shit- de trainer?
“Sorry,” zegt Rae, voor de eerste keer in jaren. “Shit, sorry. Sorry. Sorry- ik…” Ze bekijkt de situatie zo goed als de paniek haar toestaat. Het shirt heeft een klein gaatje, maar niet zo groot als haar tak, niet zo groot als de sigarettenpunten waar ze bekend mee is. Ze betwijfelt of ze het shirt heeft doorboord en of de man überhaupt pijn heeft. Hij kijkt boos. Shit. Dit is gevaarlijk. “Sorry,” herhaalt ze, meermaals. Ze haalt snel adem - te snel. Hyperventilatie. Tranen beginnen te vormen, maar er is geen energie om ze tegen te houden. Ze hoopt dat niemand kijkt. “Ik… Sorry.”
“Tribuut. Dit is niet de bedoeling,” klinkt het op boze toon van de trainer. Hij ziet echter dat Rae in paniek raakt. Het stoere meisje verdwijnt als sneeuw voor de zon, en zijn boosheid ook. Hij kijkt om zich heen of anderen dit alles hebben gezien, maar wonderbaarlijk lijkt iedereen bezig met hun eigen zaken. Niet echt een veilige werksfeer als dit onopgemerkt kan gaan, maar het meisje voor hem is zo sneu. Alles wat hij ooit heeft geleerd bij de conflictresolutietraining kickt in. “Ik- Goed. We waren gewaarschuwd. Gelukkig zijn de shirts enigszins vuurbestendig, met een reden. Ik keur je actie niet goed, maar het komt wel goed. Snap je? Ik roep gewoon je mentor, we spreken het uit, en je kan door met trainen. Maar weet wel dat één extra uitschieter betekent dat je training hier ophoudt.”
“Ja- ik- sorry.” De man draait zich om, om haar mentor te roepen via de intercoms. Ze kan het niet hebben. Niet haar mentoren. Fuck. Dus Rae doet wat ze het beste doet. Ze rent. Ze rent tot ze zich kan verstoppen op het vrouwentoilet.
Reageer (1)
Yeah that fucking sucks oef poor kid
At least bewijs dat Meg wel ook daadwerkelijk traint?? En niet alleen maar loopt te kijken lol
Queen
Deze zin omg heel goed
Damn??? I love de inkijk in meer emotionele en in a way kwetsbare Rae want ze is boos en snappy en heel kwetsbaar en het is heel heel nice??? Oh poor baby
Oh shit man dat is zo kut gsjxjajcjsjja kUT MAGNUS
OMG RAE U GO GIRLIE dit gaat heel kut zijn maar OPSTAND YAY
Oh meisje gosh arme Rae oef ze is echt heel erg diep in de shit beland met Magnus zeg oef
Kut man Sanne au??? Dat is zo pijnlijk fucking hell
This is fucking tragic man what the hell???? SANNE omg -- also just wanna say de manier waarop je blurt tussen trainer en Magnus, verleden en heden? Heel erg nice!! De paniek komt er zo duidelijk in door holyshit man wat goed
I love deze trainer wat een topper awhh like daarvoor was ie ook echt wel een beetje kut aan het doen maar eh kan me voorstellen dat Rae's grote bek en attitude ook een beetje uitlokken dat mensen wat vervelend terug gaan doen en hij schakelt gelukkig wel maar oef 1 week geleden