Perspectief:
Derde persoon, verleden tijd of eerste persoon, tegenwoordige tijd
De naam, leeftijd, en voornaamwoorden:
Colter Heth, 13 jaar, hij
Uiterlijk:
Colter is een slanke, dun gebouwde jongen van 1,61m; een normale lengte voor zijn leeftijd. Hij heeft een dik bos zwart, steil haar dat altijd warrig over zijn voorhoofd valt, een slank ovalen gezicht met flinke jukbeenderen, dunne lippen en een rechte neus. Maar het meest opvallend zijn zijn donkerbruine, bijna zwarte ogen, die een heel vriendelijke en charmante twinkeling hebben. Zijn zwarte wenkbrauwen staan ietsje naar beneden, maar in plaats van dat dat hem een boze blik geeft, geeft het juist iets charmants.
Persoonlijkheid:
Colter heeft het hele district zo’n beetje om zijn vinger gewonden. Zelfs de vredesbewakers in district 10 knijpen vaak een oogje voor hem dicht omdat hij altijd zo charmant is - met name door zijn uiterlijk: zijn lieve lach en zijn puppy-ogen in combinatie met een lieflijke verlegenheid zorgen ervoor dat soms zelfs de meest harde mensen de neiging hebben om hem te beschermen.
Dit is niet iets wat Colter bewust doet. Hij is namelijk eigenlijk best wel introvert. Door alles wat hij heeft meegemaakt heeft hij weinig vertrouwen in mensen en houdt hij veel meer van dieren. Hij wordt ook wel eens gezien als een soort dierenfluisteraar, omdat hij precies weet hoe hij met ze om moet gaan. Vogels die bij hem op de schouder komen zitten, eekhoorns die bij hem komen snuffelen, en natuurlijk hun eigen vee waaraan hij veel te gehecht raakt.
Leefsituatie:
District 10 is het district van de veehouderij. En die veehouderij is zeer intensief. Diervriendelijkheid is hier ver te zoeken. Allerlei dieren worden in kleine hokjes vol gemest met allerlei genetisch gemodificeerd eten om zo snel mogelijk geslacht te worden.
Coltens vader is één van de weinigen die werkelijk land huurt waar de dieren mogen rondlopen, Zijn vader heeft bovendien ontdekt dat de aandacht die de dieren van zijn zoon krijgen, zorgt voor een betere productie, vruchtbaardere dieren en al met al kwalitatief beter vlees. Onder andere hierom is hij niet de grootste leverancier voor het capitool, maar wel één van de voornaamste - en netto levert dat nét wat meer geld op, waardoor Colton nooit échte honger heeft hoeven lijden.
Hoewel zijn vader dus beter voor zijn dieren zorgt dan de meeste andere districtbewoners, is hij een bikkelharde zakenman. Door zijn eigen opvoeding heeft hij geleerd dat overleven belangrijker is dan alles en dat straalt hij ook uit naar zijn nederige vrouw en twee kinderen. Hij kan agressief zijn naar Colter’s moeder en Colter heeft dan ook geleerd om de sfeer te proberen goed te houden in het gezin.
Colter heeft een tweelingzus, Raye, die zo ongeveer het tegenovergestelde is van hem. Ze lijkt veel meer op haar dominante vader en vindt net als hij dat Colter veel te soft is voor de wereld. Ergens is er liefde binnen het gezin - maar dat is in het dagelijks leven ver te zoeken.
Sterk punt:
Colter heeft een uitzonderlijk instinct voor lichaamstaal en gedrag. In de arena kan hij de aanwezigheid van roofdieren of andere tributes aanvoelen door te kijken naar hoe vogels of kleine dieren in de buurt reageren. Daarnaast is hij, door zijn werk op de boerderij, verrassend handig met knopen (lasso's) en heeft hij een basiskennis van anatomie—hij weet precies waar de vitale organen zitten, al zou hij die kennis liever nooit op een mens toepassen.
En zijn onbewuste charme. Niet omdat hij sterk is met woorden, maar omdat hij situaties en mensen goed aanvoelt.
Zwak punt:
Zijn empathie. Hij vindt het al moeilijk om te zien hoe dieren behandeld worden in zijn district. Hij is een softe jongen die zich niet kan voorstellen dat hij ooit een ander zou doden. Hij gaat het slachthuis altijd al uit de weg.
Districtsaandenken:
Een klein schapenwollen armbandje, gemaakt van het wol van zijn favoriete schaap (Colter noemde haar Haydie) dat vlak voor de boete is geslacht.
Beschikbaarheid voor ships:
Nope
Figurant:
Raye, Colter’s tweelingzus.
Districtsbegeleider
Olipe Hoscens (43) is de districtbegeleider. Hij is een soort vrijbuiter, houdt ervan met alles en iedereen te ouwehoeren en hoewel hij de district-bewoners niet echt ziet als ‘echte mensen’, is hij wel gewoon vriendelijk en probeert hij ze met plagen op hun gemak te stellen. Dit schiet natuurlijk niet altijd bij iedereen in het juiste keelgat - voor sommigen is het geruststellend, anders werkt hij tegen zich in het harnas. Olipe neemt het leven gewoon liever niet al te serieus.
korte samenvatting boete:
‘Welkom, allemaal, bij de boete!’ roept Olipe door zijn microfoon. ‘De spannendste dag van het jaar, nietwaar? Vandaag doen we alles gewoon weer volgens traditie - dames eerst!’ Vorig jaar had hij ze andersom gedaan - en dat was niet helemaal juist ontvangen bij de spelmaker, want het zag er in de samenvatting van alle boetes enorm ‘ongeorganiseerd’ uit. Dat was natuurlijk niet de bedoeling.
Olipe zette twee stappen naar de kom met meisjesnamen en begon erin te graaien. De flauwe grijns op zijn gezicht werd door niemand in het publiek beantwoord. Uiteraard niet - ze waren veel te gespannen.
Uiteindelijk pakte hij één van de briefjes en liep terug naar de microfoon. ‘Ahem. Raye Heth!’ Nieuwsgierig liet hij zijn blik door de menigte gaan. De achternaam ‘Heth’ kende hij nog niet - dus geen broers of zussen van eerdere deelnemers. Na een enkele seconde schoten alle ogen van de districtinwoners naar een klein meisje. Olipe schatte haar een jaar of 12, 13 in - verdorie. Die zou het niet lang overleven. Hij glimlachte echter vriendelijk naar haar toen ze naar voren liep.
Ze had de hand van een jongetje vast dat precies een mannelijke versie van haar was - net zulke donkere ogen, net zo’n smal gezicht, precies even lang. De grootste verschillen waren de lengte van hun haar - Raye had haar steile haren los, tot aan haar schouders, met haar haren achter haar oren gestreken, terwijl het jongetje het kort geknipt had - en de blik in hun ogen. Het jongetje keek doodsbang, terwijl Raye vooral heel fel en boos keek.
Ze hadden elkaars handen vast, maar terwijl Raye naar voren liep, rukte ze die los uit de hand van - daar ging Olipe vanuit - haar broertje om naar voren te lopen.
Toen ze op het podium stond, zei Olipe: ‘En dan nu de jongens.’ Kom op, dacht hij bij zichzelf. Laat het een stevige, grote kerel zijn. Een oudere jongen. Nagenoeg volwassen. Sterk. Hij liet zijn hand door de kom glijden, liep terug naar de microfoon en opende het briefje.
‘Dat is nog eens toevallig,’ zei hij. ‘Colter Heth?’
Er ging een sensatie door de menigte - en Olipe’s vermoedens werden bevestigd. Het jongetje - het broertje van Raye - zette grote hertenogen op. Hij keek door de menigte, zocht waarschijnlijk de ogen van zijn ouders - en liep toen naar voren. Hij had zijn blik strak op zijn zusje gericht en zijn onderlip trilde.
‘Nou, Colter, ik denk dat ik niet verkeerd gok als ik zeg dat jullie familie zijn?’ vroeg Olipe, voor Colter naar zijn plekje op het podium was gelopen.
Het jongetje knikte. Er was iets in zijn ogen dat een gevoel bij Olipe opwekte dat hij niet vaak had - was het medelijden?
‘En dan ben ik toch wel benieuwd -’ Olipe richtte zich nu op het meisje - ‘wat jullie band is?’ Hij bracht zijn microfoon naar de mond van het meisje, maar die hield haar lippen stijf op elkaar geknepen en keek Olipe woest aan. ‘Hm, en jij dan?’
‘Z-ze is mijn zus,’ zei Colter toen de microfoon voor hem bungelde. ‘M-mijn tweelingzus.’
Oké, dat was toch wel een beetje sneu. Olipe zette de microfoon weer op zijn plek en zei: ‘Nou, dat is volgens mij voor het eerst in de geschiedenis van de Hongerspelen: een tweeling die tegelijk meedoet. Meer kans op een overwinning voor de familie Heth, dat wel!’
Dat grapje kwam niet lekker binnen - misschien had hij dat ook moeten verwachten - want er werd woedend naar hem gestaard. ‘Ahum. De deelnemers van deze Hongerspelen: Faye Heth en Colter Heth. Moge de kansen immer in je voordeel zijn!’