|








|
Josephine Cheswick werd niet wakker: ze werd gecreëerd.
Althans, zo voelde het. Niet door haarzelf, niet volledig. Maar door de twee meisjes die al in haar kamer stonden nog vóór de zon goed en wel door de gordijnen brak. Margaux Arden stond bij het raam, half in het licht, half daarbuiten. Haar vingers bewogen langzaam over haar tablet terwijl ze zonder op te kijken zei: “Je post van vannacht doet het beter dan verwacht. We houden hem nog twee uur live en halen hem dan offline voordat het mainstream wordt.” Haar stem was zacht. Rustig. Alsof niets ooit urgent was, terwijl alles dat eigenlijk wel was. Amara Cruz zat op de rand van Josephine’s bureau, één been over het andere geslagen, telefoon in haar hand, blik scherp als altijd.
“Te laat,” zei ze droog. “Het is al mainstream. Maar geen zorgen, ik heb het omgebogen. Het is nu ‘mysterious’, niet ‘messy’.” Josephine zei niets. Ze zat nog half rechtop in haar bed, haar haar ongeborsteld, haar blik net iets te lang op niets gericht. Voor een seconde (een hele korte, bijna onzichtbare seconde) was ze gewoon… iemand.
Niet JC.
Maar gewoon een meisje.
Margaux was degene die het zag. Natuurlijk zag ze het. Ze draaide zich langzaam om van het raam, haar blik zacht maar precies. “Je hoeft nog niet aan te staan,” zei ze rustig. “We hebben vijf minuten.”
Vijf minuten.
Alsof dat een gunst was.
Amara snoof licht. “Ze heeft geen vijf minuten nodig. Ze heeft koffie nodig en een reden om iemand vandaag kapot te maken.” Daar was het weer. Balans.
Margaux bouwde haar op.
Amara hield haar scherp.
En Josephine… moest ertussenin blijven staan zonder te vallen.
Margaux en Amara waren geen vriendinnen zoals andere mensen die hadden. Ze waren geen toeval. Geen gezelligheid. Geen “we klikken gewoon”. Ze waren gebouwd.
Margaux was degene die Josephine had leren kennen op een moment dat alles nét uit elkaar begon te vallen: niet zichtbaar, maar voelbaar. Waar anderen alleen het perfecte plaatje zagen, zag Margaux de kleine scheurtjes. En belangrijker: hoe je ze kon verbergen. Sindsdien was ze gebleven. Niet op de voorgrond, nooit luid, maar altijd aanwezig. Ze was Josephine’s stylist, haar curator, degene die bepaalde hoe de wereld haar zag en ervoor zorgde dat dat beeld klopte, zelfs als de realiteit dat niet deed.
Amara kwam later.
Niet zacht. Niet subtiel.
Amara was geen toevoeging, ze was een beslissing. Waar Margaux perfectioneerde, beschermde Amara. Of beter gezegd; Amara elimineerde alles wat bescherming nodig maakte. Reputaties, roddels, mensen; als iets een probleem werd voor Josephine, zorgde Amara dat het verdween of van eigenaar wisselde. Ze noemde het zelf geen loyaliteit. Ze noemde het efficiëntie.
Samen maakten ze iets wat Josephine alleen nooit had kunnen zijn.
Onaantastbaar.
Of in ieder geval… dat was het idee.
JC stond uiteindelijk op zonder iets te zeggen, liep langs hen heen naar haar kast alsof dit een routine was (en dat was het ook). Kleding werd niet gekozen op gevoel. Niet echt. Margaux had al iets klaargelegd. Natuurlijk had ze dat.
“Dit werkt vandaag beter,” zei ze terwijl ze het outfitstuk iets naar voren trok. “Clean. Controlled. Er gaan geruchten rond, we willen niet dat je eruitziet alsof je iets te verbergen hebt.”
Amara keek op van haar telefoon, haar lippen licht gekruld. “Of juist wel,” mompelde ze. “Maar dan op een manier die mensen gek maakt.”
Josephine trok het kledingstuk aan zonder discussie. Ze vertrouwde hen.
Misschien meer dan gezond was.
De rest ging snel. Altijd snel. Haar haar werd gefixt nog vóór ze er zelf echt naar had gekeken, sieraden verschenen alsof ze daar hoorden, haar telefoon werd in haar hand gedrukt met een korte update van Margaux die half werd uitgesproken en half al begrepen was. Tegen de tijd dat ze de deur uitliep, was er niets meer over van dat meisje van vijf minuten geleden.
Alleen JC.
De gangen van PARFAIT waren al wakker. Niet luid, niet chaotisch, maar levend. Blikken die net iets te lang bleven hangen, stemmen die net iets zachter werden wanneer zij langs liep. Niet omdat ze bang waren. Maar omdat ze keken. Altijd.
Amara liep een halve stap achter haar, niet uit onderdanigheid maar uit positie. Margaux aan de andere kant, iets verder naar achter, alsof ze nooit echt onderdeel van het beeld was en toch alles bepaalde.
“Je call met Valentino is om elf,” zei Margaux. “Ze willen de samenwerking verlengen.”
Amara trok een wenkbrauw op.
“Ze willen jou exclusief.”
Josephine reageerde niet direct. Alleen een kleine glimlach die niets verried. “Dan laat ze maar beter met een goed bod komen.”
“Dat is mijn meisje,” zei Amara tevreden.
“Je bent niet haar eigenaar,” mompelde Margaux kalm zonder op te kijken.
“Technisch gezien wel in deze context,” kaatste Amara terug.
“Valentino vroeg specifiek naar jou,” zei Margaux terwijl ze haar tablet even kantelde. “Niet het merk. Jij.”
“Ze hebben je gezien in Parijs,” voegde Amara toe. “Front row. Daarna zijn er drie editorials geschreven met jouw naam in de titel.”
Josephine haalde haar schouders op. Perfect getimed. Perfect onverschillig.
“Dat is hun werk.”
“Niet helemaal,” zei Margaux zacht. “Zij noemden je ‘the silent standard’.”
Amara glimlachte schuin. “Dat is gevaarlijk dichtbij ‘icon’.”
Josephine zei niets. Maar haar vingers tikten één keer tegen haar telefoon. Een reflex.
Ze sloegen een hoek om richting de lockers, en voor een moment viel de drukte weg. Niet helemaal, maar genoeg om het verschil te voelen. Josephine stopte zogenaamd om haar tas iets beter over haar schouder te schuiven.
Ze dacht aan Jun. En aan de manier waarop hij haar altijd liet voelen alsof de wereld om haar heen nét iets langzamer draaide zodra hij in de buurt was. Alsof alles wat normaal ruis was, plotseling betekenis kreeg wanneer hij ergens in haar blikveld bestond. Het begon nooit groot. Dat was het verraderlijke eraan.
Jun was geen explosie in haar leven. Hij was geen chaos die binnenstormde en alles omver gooide.
Hij was erger.
Hij was constant.
Een aanwezigheid die zich zo stil in haar systeem had genesteld dat ze pas doorhad hoeveel ruimte hij innam wanneer hij er niet was.
Ze dacht aan hoe hij keek. Niet vluchtig, niet oppervlakkig zoals anderen deden. Maar alsof hij altijd net iets langer bleef hangen bij haar gezicht dan nodig was, alsof hij iets probeerde te onthouden wat niemand hem ooit had uitgelegd. Alsof hij haar niet alleen zag, maar haar ook herkende op een manier die haar ongemakkelijk rustig maakte. En elke keer wanneer hij dat deed, gebeurde er iets met haar.
Niet zichtbaar. Maar vanbinnen.
Alsof haar lichaam een stap naar hem toe zette nog voordat haar gedachten konden beslissen dat dat geen goed idee was.
Jun maakte haar stil. Niet op een lege manier.
Maar op een manier die voelde alsof ze even niet hoefde te doen alsof ze iemand anders was.
En dat was gevaarlijk. Want er was niemand die haar zo kende dat ze niet hoefde te doen alsof.
Behalve hij.
Margaux merkte het meteen op. Natuurlijk deed ze dat. “Je bent stil,” zei ze terwijl ze naast haar, liep. Josephine knipperde nog eens en de wereld schoof weer netjes op zijn plek. Licht. Gangen. Mensen. Controle.
Ze glimlachte automatisch, perfect gecontroleerd. “Ben ik altijd.”
Maar haar vingers bleven net iets te lang om haar telefoon geklemd. Alsof ze bang was dat stilte opnieuw iets zou terugbrengen dat ze eigenlijk niet mocht voelen.
Het was Margaux opnieuw die het zag. Het witte stukje papier, half zichtbaar tussen de rand van Josephine’s lockerdeur, alsof het daar toevallig zat maar precies goed geplaatst was om gevonden te worden.
“Wacht,” zei ze. Josephine volgde haar blik. En daar was het. Klein. Onschuldig bijna.
Ze trok het briefje eruit met twee vingers, haar beweging perfect gecontroleerd.
I know your secret.
Voor een fractie van een seconde gebeurde er iets. Niet zichtbaar voor de wereld. Niet hoorbaar.
Margaux stopte met bewegen.
En Amara’s blik was nieuwsgierig.
Josephine vouwde het briefje langzaam dicht. Alsof het niets was. Alsof het haar niet raakte.
Ze stopte het in haar tas. “Fanmail,” zei ze luchtig. Margaux keek haar aan. Eén seconde te lang. Alsof ze wilde zeggen dat ze wist dat dat niet klopte, maar ook wist dat Josephine daar nu niet naar zou luisteren.
Amara haalde haar schouders licht op. “Zielig,” mompelde ze. “Iemand heeft duidelijk te veel tijd.”
“Laat maar,” zei Josephine rustig. En toen, alsof er een onzichtbare schakel omklapte, stond JC weer volledig aan.
“ Dus de Valentino call,” zei ze terwijl ze doorliep. “En ik wil de outfit voor vanavond herzien.”
“Vanavond?” vroeg Margaux.
“Afterparty,” zei Amara meteen. “Paris team is in de stad.”
Josephine knikte. Maar achter haar gelaatstrekken, ergens tussen de perfecte lijnen van haar dag, bleef één ding hangen dat ze niet durfde uit te spreken.
Iemand keek niet meer naar haar alsof ze onaantastbaar was.
Iemand keek alsof ze haar al kende.
Josephine stond al halverwege de gang toen ze even stilviel. Niet abrupt. Niet opvallend. Gewoon dat kleine, gecontroleerde moment waarin haar brein een detail terugduwde dat ze al had weggedrukt. Ze draaide haar hoofd een fractie naar Margaux en Amara, die nog een paar stappen achter haar liepen.
“Ik ben iets vergeten op mijn kamer,” zei ze rustig, alsof het geen enkel gewicht had. Alsof dat soort dingen haar nooit konden vertragen. Margaux keek meteen op van haar tablet. “Je notebook?”
“Waarschijnlijk,” antwoordde Josephine.
Amara zuchtte. “Natuurlijk.”
Margaux tikte iets aan op haar scherm. “Je hebt zeven minuten tot je volgende les.” Josephine trok haar tas iets hoger op haar schouder. “Dan zie ik jullie daar wel.”
Het klonk niet als een vraag. En niemand in haar leven was nog in de positie om dat zo te horen.
“Je gaat rennen?” vroeg Amara quasi-nonchalant. Josephine glimlachte flauwtjes zonder om te kijken. “Ik ga me best doen.” En voordat er nog iets terug kon komen, was ze al verder gelopen. Niet gehaast genoeg om ongewoon te zijn. Maar snel genoeg om duidelijk te maken dat ze geen ruimte had voor discussie.
De campus voelde anders zonder hen. Niet leeg. Maar minder gedefinieerd. Josephine bewoog door de gangen met haar gebruikelijke precisie, maar ergens in die beweging zat een fractie minder afleiding. Geen Margaux die tijd in stukken sneed. Geen Amara die stilte gevaarlijk maakte. Alleen haar eigen stappen. Ze kwam de hoek om en vertraagde net genoeg toen ze hem zag staan. Jae Hyun stond daar alsof hij geen haast had om ergens anders te zijn, maar ook niet alsof hij op iemand wachtte. Gewoon… aanwezig. Stil op een manier die niet leeg voelde. Josephine keek hem een fractie langer aan dan ze bij de meeste mensen deed. Ze stopte naast hem, haar tas iets hoger op haar schouder schuivend, en zei luchtig: “ik blijf jou steeds tegenkomen op momenten dat ik dat niet plan.”
To Sun:
no it’s fine!!
you’re okay
it’s an instagram post, not a confession!
but explain 😌
To Jun:
do you still need that book?
To Cairo:
i need distraction.
now.

|