|
C H A E W A L S H
Hoewel Maddy doorheen het jaar wel eens over haar familie vertelde, leerde Julian Chae pas op het einde van zijn eerste academiejaar kennen, op zijn verjaardag. Julian was dronken en high, liet zich meeslepen door de muziek, en verwelkomde Chae alsof hij een oude bekende was. Erg veel praatten de twee jongens niet. Ze zagen elkaar op gala's en feestjes, waar Julian Chaes feestbeestigheid steeds apprecieerde - zelfs al kon hij Julian keer op keer onder tafel drinken - totdat hij ergens met een meisje om een hoekje verdween. Hun andere interacties beperkten zich tot korte gesprekken aan de rand van een balzaal, wanneer Julian Chae erop betrapte heimelijk naar een gelukkige Maddy en Eli te staren, of wanneer Julian een meisje met interesse voor Chae bij hem dropte.
Van iets dat toch een beetje begon te lijken op een vriendschap, was pas sprake in de zomer na Julians derde jaar aan de universiteit, na een avondje clubben op een afgelegen plek in de buurt van Eli en Julians thuisstad. Maddy werd geroofied en Eli was nergens te vinden, dus verenigden Chae en Julian zich om Maddy weg te trekken bij een te handtastelijke feestganger - die Julian na en wulpse opmerking ook nog eens een knietje in zijn kruis gaf - en brachten ze haar naar zijn auto. Julian reed met vintage Rolls-Royce die hij van zijn stiefmoeder had gekregen voor zijn achttiende verjaardag en die eigenlijk al even eens binnen moest bij de garage. De auto begaf het halverwege de rit naar Eli's huis en uiteraard hadden ze ook geen bereik om iemand te bellen. Maddy, die zo goed als bewusteloos was, kreeg niet veel mee van de twee-uur durende wandeling naar de bewoonde wereld, maar Julian en Chae gebruikten de tijd om elkaar eindelijk eens wat beter te leren kennen. Chae zag als een van de enige mensen ooit dat Julian toch best zorgzaam kan zijn, en Julian leerde Chae wat beter kennen; dat hij niet homo was, zoals de geruchten hem verteld hadden, en dat Chae eigenlijk niet heel erg close meer was met Maddy - dat hij bezorgd om hun relatie was. Dat was ook het moment waarop Chae wat meer van Julians oprechte cynisme te zien kreeg. De avond eindigde bij Julian thuis - zijn huis was dichterbij dan dat van Eli en er waren genoeg gastenkamers - waar Julian Chae bedankte en aangaf dat Maddy geluk had om hem in haar leven te hebben.
Nadat Eli overleed en Maddy meer toenadering tot Julian zocht, zagen Julian en Chae elkaar vaker in het dagelijks leven. Het was Chae's nummer dat Julian intoetste toen Maddy zelfmoord pleegde - waarmee Chae ook meteen de enige is die Julian oprecht overstuur en in paniek gezien heeft. Daarna nam Julian afstand, niet in staat om geconfronteerd te worden met het feit dat hij Chae te veel van zichzelf had laten zien, maar toch slaagde Chae erin om Julian te overtuigen mee te komen naar Port Bersea om Maddy en Eli te eren. Julian zei uiteindelijk vooral ja omdat hij niet wilde riskeren dat zijn reputatie eronder zou lijden als hij thuis bleef.
|



|
|



|
R O M É E E L O I S E D E L A C O U R
Romée kwam naar hem toe - niet verleidelijk, maar haast strategisch. Het was vlak nadat Maddy haar plots was gaan negeren en de blik in haar ogen was er één die Julian kende: niet verliefd, niet hunkerend, maar op oorlogspad. Hij had het spel al talloze keren gezien, maar zelden met zoveel elegantie gespeeld. En dus ging hij erin me. Uit verveling, uit nieuwsgierigheid, maar bovenal om te zien hoe Maddy zou reageren.
Ook Romée wist niets van Julian en Maddy's affaire, maar ze zag wel hoe Maddy naar Julian keek. Dat hij iets in Maddy losmaakte - dus nam Romée hem. In de openbaarheid. Met net genoeg hand op zijn arm, net genoeg glimlach op haar lippen. Alsof ze hem koos, terwijl ze eigenlijk op Maddy mikte. Mensen gaapten haar na, want hoe was Romée er in vredesnaam in geslaagd om Julian, die bekend staat om zijn kortstondige, hete scharrels en allerminst boyfriend material is, in een relatie met haar te strikken?
Voor Julian was het amusant. Niet omdat hij Romée begeerde - de seks was leuk, maar verder verlangde hij niets - maar omdat het allemaal zo perfect voorspelbaar was. Hij zag haar spel, doorzag het, en speelde terug. Als zij hem gebruikte om Maddy te raken, gebruikte hij haar om de verveling tussen hoofdstukken te vullen; ter afleiding van de saaie studieboeken waar hij tijdens de tentamens doorheen vloog. Ze was decoratief, beschikbaar, controleerbaar - en belangrijker: ze paste goed in het beeld.
Het is dan ook geen wonder dat Julian ook Romée fotografeerde. Niet op haar verzoek, niet als romantisch gebaar. Gewoon, omdat ze het toestond - net als alle vrouwen voor haar. Omdat het licht op haar gezicht viel als op marmer. Omdat ze de stilte duldde, en hij in haar blik net genoeg zelfhaat herkende dat hij wist dat ze die van hem nooit zou opmerken.
Het duurde even door wanneer Maddy en Eli naar Port Bersea vertrokken. Romée was beschikbaar, makkelijk op afstand te houden - en toen Maddy terugkwam, eindigde het vanzelf. Alsof iemand het licht uitdeed. Hij zei niets. Zij ook niet. Misschien hoopte ze nog op iets - een uitleg, een terugkeer, een blik. Hij gaf haar niets. Niet uit wreedheid, maar omdat er niets wás.
|
|
H A Y L E Y P E A R C E
Hayley was... ongemakkelijk aanwezig, vond Julian toen hij veertien was. Ze dook op op het slechts mogelijke moment - midden in de nasleep van zijn moeders dood, net toen hij geleerd had dat het beter was om te kijken dan om deel te nemen. Zij was het overgebleven kind van een vrouw die zich ineens moeder begon te noemen alsof het een jas was die ze tijdelijk had uitgeleend en plots weer wilde aantrekken.
De eerste keer dat hij Hayley ontmoette, zei ze nauwelijks iets. Hij ook niet. Ze waren haast spiegels van elkaar: stug, wantrouwend, met de norse blik van iemand die zich niet welkom voelde.
Voor Julian was ze eerst gewoon een bijzaak. Een vreemd bijproduct van zijn stiefmoeders vorige leven, die af en toe kwam opduiken als ze zogenaamd weer een 'band' wilde opbouwen. Eli vond haar een lekker ding, maar dat begon Julian pas te zien naarmate Hayley ouder werd. Plots werd ze zichtbaar; niet mooi in de klassieke zin, maar intens. Geconcentreerde blik, gespierde lijn in haar schouders, een soort woede in haar houding die hem aantrok als een magneet.
Ze haatte hem. Dat merkte hij al snel. En hij genoot ervan. Niet per se omdat hij iets tegen haar had, maar omdat ze zo duidelijk niet wist wat ze met hem aan moest. Dat is wat haar interessant maakte.
Op familievakanties in Italië, Bretagne, de Algarve, waar hij halverwege de middag fruitcocktails zat te drinken met een hand tussen de benen van een meisje dat hij ergens in een club had opgepikt, ving hij haar blik vaak in het voorbijgaan. Ze keek afkeurend. Geërgerd. Gefascineerd. Ze keek alsof ze hem wilde ontleden en tegelijk vreesde wat ze zou vinden. Hij had op zo’n moment weleens zijn shirt iets trager uitgetrokken dan nodig was. Haar naam met opzet fout uitgesproken, alsof ze hem moest corrigeren. Zijn blik iets te lang laten hangen toen zij nat uit zee kwam en nog niet doorhad dat haar bikini was verschoven. Niet omdat hij iets wilde. Maar omdat ze dan iets voelde. En dat was genoeg.
Toen ze hem een keer verweet dat haar moeder zich gedroeg alsof hij haar vriendje was in plaats van haar stiefzoon, had hij alleen zijn hoofd een beetje schuin gehouden en geantwoord: "Jaloers?"
Hayley had gesnoven en zich omgedraaid. Haar lange haren zwiepten in Julians gezicht.
De laatste keer dat hij haar zag was op een station. Ze zei zijn naam niet, keek hem amper aan. Maar haar kaak stond strak, alsof ze haar hele jeugd in één keer achterliet. En iets in hem vond dat... jammer.
Niet omdat hij haar miste. Maar omdat ze hem wél zag, terwijl de rest alleen maar keek.
|



|
|





|
F L O R E N C E A N T O I N E T T E I D R I S
Flora en Julian zijn eigenlijk nooit officieel vrienden geweest. Of ja, niet in de ogen van hun families. Voor de Idrissen en de Archambeau-Strathwyns was het contact verboden terrein - een gevaarlijk spel van oude vetes, geruchten en reputaties. Misschien was het net daardoor dat Flora en Julian elkaar vonden, want ondanks alle verschillen tussen de twee, zijn ze op een vreemde manier elkaars tegenpolen én elkaars spiegel.
Julian leerde Flora - of Flo, zoals hij haar nu vaker noemt - kennen toen hij veertien was en zijn moeder begraven werd. Ze hoorde er niet te zijn - was ook niet uitgenodigd, en toch stond ze daar. De dochter van een familie waarvan de naam als een vloek in het Archambeau-Strathwynhuishouden was. Net als alle anderen keek Flora hem aan met een blik vol medelijden. Toen ze naar hem toe kwam om hem te condoleren, bestudeerde hij even haar gezicht, en draaide zich toen om om Eli te gaan zoeken.
Hij weet nog steeds niet waarom Flo zich in hem vastbeet. Of ja, eigenlijk weet hij het wel - medelijden. Voor die arme jongen die alles kwijt was en zich dan maar in luxe en rijkdom ging wentelen. Hij was haar project: een gebroken ziel die zij kon lijmen. Voor Julian was Flora een irritant meisje dat maar niet leek te vatten dat hij geen therapie nodig had, en al helemaal niet van haar.
Hun eerste jaren samen waren dan ook vooral gevuld met spanning. Julian duldde haar zorg met de gebruikelijke charme en spot - want Eli en Maddy waren op haar gesteld - maar hij maakte er geen geheim van dat hij haar neerbuigend vond. Ze was veel te braaf, veel te gehoorzaam aan haar vader, veel te bang om echt los te breken. De bom barstte in het tweede semester van hun eerste jaar aan de universiteit. Hij maakte haar duidelijk dat ze moest ophouden met hem te betuttelen - dat ze nooit één van hen - Eli, Maddy en Julian zelf - zou zijn als ze ook maar durfde om haar vreemde psychologische experimenten op hem met de wijde wereld te delen. Hij bedreigde haar met sociale dood, noemde haar in haar gezicht een bangerik - iemand die altijd netjes binnen de lijntjes kleurde en te laf was om ooit écht iets te riskeren, zoals hij, Eli en Maddy dat wel deden.
Flora besloot hem ongelijk te bewijzen, op een manier die zelfs Julian niet zag aankomen. Een paar weken later verscheen ze voor zijn deur met een schilderij van zijn moeder, Victoire - een werk dat na de begrafenis bij de Idrissen terechtgekomen was, zorgvuldig weggestopt in hun huis. Ze had het gestolen, puur om hem iets terug te geven dat haar familie hem nooit gegund had.
Vanaf dat moment begon er iets te verschuiven. Voor het eerst keek Julian anders naar haar. Niet meer als het brave meisje dat hem wilde redden, maar als iemand die durfde. Iemand die regels brak - niet uit decadente overdaad, maar uit pure oprechtheid. Het irriteerde hem dat hij haar vanaf toen niet meer kon wegzetten als zwak of naïef. Het fascineerde hem nog meer dat ze haar rebellie speciaal voor hem had bewaard. En omdat hij niet helemaal wist wat hij nu met haar aan moest, vertaalde zich dat in dat typische geflirt waar Julian zo bekend om staat. Hij keek meer naar haar - zag haar vaker staan. Maar zijn heimelijke blikken waren berekend en verfijnd - zoals ze dat altijd waren. Het leidde slechts één keer tot iets meer. Tijdens een zat, hitsig feestje bij de Lyceum Society, waar Julian op zijn gewoonlijke plekje in de zetel lag te loungen met twee meisjes tegen zich aangedrukt. Misschien was het een of ander plan om Julians aandacht weg te krijgen bij Maddy, of misschien was het een poging van Eli om Julian in zijn verleidingsplannen te ondersteunen; hoe dan ook daagde hij Flora uit om Julian te kussen, en Flora had diep genoeg in het glas gekeken om de uitdaging aan te gaan. Het was een beetje stuntelig, een beetje te snel - niet zo heet als Julian misschien gehoopt had, maar ze kwam wel twee seconden op zijn schoot zitten toen ze haar evenwicht verloor.
In de jaren die volgde werd hun band er een die altijd balans zocht tussen irritatie en aantrekking. Flora bleef, hoe hard Julian er ook tegenin ging, een engel die hem wilde herstellen, die hem probeerde te laten zien dat niet alles altijd een façade hoeft te zijn - een boodschap die hij keer op keer afblokte. En Julian bleef voor Flora de duivel die haar naar de rand duwde, maar ook iemand die haar leerde dat er leven bestond voorbij de lijntjes van haar vaders agenda.
Na Eli's dood liet Flora hem in de steek. Hij voelde dat ze zich van hem wegtrok - en hij sloot zichzelf zo snel hij kon af van haar, omdat hij het voelde, in de manier waarop ze zich plots weer in haar studies smeet. Geen tijd meer voor plezier. Geen tijd meer voor psychoanalyse en filosofische gesprekken over literatuur die ze dan met zijn gemoedstoestand verbond.
Het was oké zo. Misschien zelfs een opluchting, vertelde hij zichzelf. Was hij eindelijk af van zijn hoofdpijn omdat ze haar mond nooit wilde houden. Maar toen Maddy ook stierf en Flora hem na de begrafenis opzocht om afscheid te nemen met de boodschap dat ze haar studies in Engeland zou afwerken, voelde hij zich verraden. De kus die ze hem ten afscheid schonk - anders dan eender welke kus Julian ooit met eender wie gedeeld heeft - bracht hem in verwarring en maakte het gevoel van verraad enkel erger.
|
|
E L O Ï S E M O N T G O M E R Y
Eloïse - Lolly, zoals hij haar noemt - en Julian zijn neef en nicht. Familie, al voelt dat woord altijd te klinisch voor wat ze werkelijk zijn.
Ze groeiden op als twee scherpe messen in dezelfde lade, twee handen van hetzelfde lichaam, en die band werd over de jaren heen enkel sterker. Ze zijn nooit tegelijk in beweging, maar altijd in elkaars buurt. Als zij de stoot geeft, vangt hij op. Als hij snijdt, houdt zij het mes vast.
Als kind en tiener kende Julian Eloïse vooral van de familiediners in de zomerhuizen aan de kust. Ze was de enige die durfde terug te praten, zelfs toen ze nog niet eens boven de tafel uitkwam. Op Kerstdag, 2012, terwijl de grote mensen praatten over fondsen en aandelen, greep ze onder tafel zijn hand vast. Haar ogen waren groot van baldadigheid toen ze hem aanspoorde om met haar naar de tuin te ontsnappen. Daar, tussen de rozenstruiken, sloten ze een pact - half spel, half belofte - dat ze nooit zoals hun ouders zouden worden. De negenjarige Julian had gelachen, omdat hij toen al wist dat hij dat wel zou worden.
Ze werden ouder; hij in Australië, zij in de VS. Hij als briljant wonderkind aan de beste school van heel Australië, zij als rebels probleemkind in drie verschillende kostscholen. Telkens Julian Eloïse terugzag, keerde ze een beetje scherper terug. Ze werd voor Julian vermoeiend en verfrissend tegelijkertijd. Vermoeiend, omdat ze nooit ophield met denken dat ze slimmer was dan hij. Verfrissend, omdat ze af en toe gelijk had. Over de jaren heen leerde ze zijn stijl kennen, zijn manieren - en zijn zwakke plekken.
Op momenten dat ze elkaar weer zagen, was het alsof er geen tijd verstreken was: ze daagde hem uit, hij hield de façade van onverschilligheid op. Zij verbrak de regels, hij deed alsof hij haar uit de brand hielp. Maar hij genoot te veel van de vonken om echt afstand te nemen.
Na Victoires dood - nadat ze geen woord tegen elkaar hadden gezegd op haar begrafenis en zij enkel, onder tafel, in zijn hand geknepen had - schreven ze elkaar brieven. Niet het sentimentele soort, maar berichtjes vol intriges en halve bekentenissen. 'Ze denken dat ze me breken,' schreef Eloïse ooit vanuit haar tweede kostschool, 'maar ik leer gewoon beter liegen.' Hij schreef terug: 'Dan zul je het ver schoppen. Liegen is de hoogste vorm van beleefdheid in onze familie.'
Toen ze elkaar opnieuw tegenkwamen aan de universiteit, veranderde hun pact in iets ingewikkelders. Eloïse begon Julian kleine verzoeken te sturen - 'taakjes', noemde ze ze luchtig. Misschien had ze lucht gekregen voor de 'taakjes' die hij voor Eli en Maddy uitvoerde. Misschien verveelde ze zich gewoon en was ze benieuwd hoe ver Julian zou gaan.
Soms waren haar 'taakjes' banaal - iemand afleiden, een gunst doorgeven, een naam laten vallen op de juiste plek. Soms iets wat de grens van fatsoen overschreed. Hij deed het niet uit loyaliteit, niet eens voor wat ze hem beloofde, maar uit een soort verveelde nieuwsgierigheid. Omdat hij wilde zien hoever ze zou gaan. En omdat zij de enige was die niet vroeg waarom hij het deed. Want Eloïse leek de enige te zijn die begreep wat niet eens Eli en Maddy snapten: dat hij zijn morele kompas al lang geleden had opgeborgen, en dat hij zich beter voelde wanneer iemand hem de kans gaf dat te gebruiken. Zij bood hem dat. Met een glimlach, met een vleug parfum, met een belofte die zelden expliciet werd gemaakt.
Julian neemt haar niet altijd serieus - hij vindt haar roekeloos, te impulsief, te hongerig naar aandacht. En toch, wanneer ze hem midden in de nacht belt, haar stem zacht en bijna teder, voelt hij diezelfde elektriciteit als vroeger, onder de tafel, tussen de rozenstruiken.
Tussen Eli, Maddy en hem heerste altijd een soort zinderende intensiteit - een vurige, zondige band van hartslag, huid en chaos. Zij trokken hem het donker in door verlangen: het genot van voelen, van verliezen, van branden.
Eloïse trekt hem het donker in door berekening: het genot van zien, van weten, van beheersen.
Ze lijken in niets op elkaar, behalve in hun overtuiging dat ze beter zijn dan de rest. Zij met haar verbale vlijmscherpte en haar verfijnde rebellie; hij met zijn gecultiveerde charme en berekende kilte. Samen vormen ze iets dat niemand in de familie goed begrijpt - een bondgenootschap dat net zo goed een vorm van oorlog is. Hun gesprekken zijn duels met fluwelen handschoenen, hun blikken halve dreigementen.
Eloïse zegt dat Julian haar ‘onderaannemer’ is. Julian noemt haar zijn ‘favoriete plaag’. In werkelijkheid weten ze dat ze elkaars gelijke zijn - en dat maakt hun nabijheid zo gevaarlijk.
Wanneer zij hem iets vraagt, zegt hij meestal ja, maar niet uit onderdanigheid. Hij doet het omdat ze iets in hem aanspreekt dat hij bij niemand anders toelaat: dat kleine, giftige verlangen om gezien te worden zoals hij echt is - zonder oordeel, zonder medelijden, maar ook zonder vergeving. Ze zijn twee mensen die elkaar niet hoeven te genezen, omdat ze allang weten dat ze ziek zijn. Als hij naar haar kijkt, ziet hij wat er overbleef van Eli's intellect en Maddy's vuur - gefilterd door ijskoud verstand.
Ze spelen hetzelfde spel, alleen met andere regels. En zolang ze elkaar nodig hebben, blijft het in evenwicht. Maar zelfs Julian weet: als één van hen ooit besluit te winnen, verliezen ze allebei.
|







|
|




|
J U D E M O N T G O M E R Y
Als Lolly vuur is, dan is Judy stilte - en Julian heeft altijd beter geweten wat hij met stilte aan moest.
Julian kent Jude even lang als Eloïse - alle drie opgegroeid in dezelfde verstikkende wereld van familiediners, zomerhuizen en te dure feestjes waar kinderen geacht werden zich als minivolwassenen te gedragen. In het begin was Jude niet meer dan Eloïses schaduw: haar rustige, saaie tweelingbroer, een aanhangsel dat zwijgend naast haar zat terwijl zij drama maakte. Julian zag hem nauwelijks.
De eerste keer dat hij dat wel deed, was na Victoires dood toen Julian veertien was. Eloïse praatte, eiste aandacht op, probeerde hem af te leiden met rebellie en allures. Eli reageerde zoals Eli altijd reageerde: groot, intens, beschermend. Hij nam Julian bij de arm, trok hem mee door de dagen na de begrafenis, bleef slapen, praatte hem door de stiltes heen. Eli werd zijn schild tegen de wereld – luid, vastberaden, bijna agressief loyaal.
Jude zei niets. Hij stond gewoon naast Julian tijdens de begrafenisreceptie, gaf hem een glas water, bleef zitten toen de rest weer naar binnen ging. Geen vragen. Geen holle zinnen. Alleen aanwezigheid. Als een anker in de woelige stroming.
Eigenlijk heeft Julian nooit beseft hoe zeldzaam dat was.
Door de jaren heen groeide tussen hen iets dat moeilijk te benoemen valt. Geen vurige vriendschap zoals met Eli, geen geladen bondgenootschap zoals met Eloïse. Iets rustigers. Eenvoudigers. Wanneer ze elkaar zagen - op vakanties, familiebijeenkomsten, later ook binnen Julians vriendenkring - hoefden ze niets te spelen. Jude stelde geen vragen en Julian voelde geen behoefte om te liegen.
Waar Eloïse hem uitdaagde en Eli hem probeerde te beheersen, hield Jude hem in evenwicht. Hij zei weinig, maar lette op alles. Julian merkte dat Jude kleine dingen zag die anderen ontgingen: wanneer zijn glimlach te strak stond, wanneer hij te veel dronk, wanneer hij net iets te hard zijn best deed.
Jude benoemde het nooit - en net daarom begon Julian hem te vertrouwen. Ze leken op elkaar in wat ze niet zeiden.
Jude trok zich nooit iets aan van verwachtingen. Eloïse rebelleerde om zich te bewijzen; Jude lapte regels aan zijn laars omdat hij ze simpelweg irrelevant vond. Pragmatisch. Oprechter dan zijn zus - in Julians ogen. Nooit wilde hij iets van Julian, en dat maakt hem, ironisch genoeg, de enige persoon bij wie Julian zich nooit gebruikt heeft gevoeld.
Toch zit er gevaar in die rust. Bij Jude kan Julian zichzelf zijn zonder façade, zonder strategie - een intimiteit die Julian nooit gekend heeft, laat staan begrepen.
Na Eli's dood sloot Julian zich af. Zijn masker werd scherper, berekender - ook bij Jude. Die bleef hetzelfde: zwijgen en blijven. Geen vragen, geen medelijden, geen grote gebaren. Op de begrafenis kwam hij naast Julian en Maddy zitten, zoals altijd een stille rots, om daarna weer te vertrekken zonder iets terug te vragen.
Julian wilde die steun niet nodig hebben, maar door zijn eenzaamheid accepteerde hij het toch. Misschien is dat de reden dat hij Jude onbewust beschermt. Dat hij hem nooit betrekt in zijn duistere spelletjes, zoals hij dat met Eloïse, Eli, Maddy en Romée wel deed en doet.
In een wereld vol mensen die iets van hem willen, is Jude de enige die niets eist - en Julian, die altijd alles onder controle moet houden, weet diep vanbinnen dat dát Jude, nu Eli er niet meer is, een van de gevaarlijkste mensen in zijn leven maakt. Hij ként Julian. Zonder pantser, zonder charme, zonder berekening. Misschien zelfs beter dan Eli dat ooit gedaan heeft.
Jude is Julians stilste vriendschap. Zijn meest oprechte connectie. En waarschijnlijk ook zijn breekbaarste.
|
Even een geüpdatet relatielijstje (:
|