• Ik ben ter voorbereiding voor de examens aan het oefenen met examens maken, maar bij 2 vragen kom ik er niet helemaal uit. (Ik heb geen examenbundel met de hele uitwerking vandaar). Dus vroeg ik me af of jullie konden helpen.

    Linkje naar het examen

    Ik kom dus niet uit vraag 16, het goede antwoord is D en ik had A. Dat dacht ik omdat dat die piek is van de chloroplast die bij de pasgeboren slak erbij komt. Geen idee of dit een rare redenering is haha, maar ik zou niet weten waarom het D moet zijn.

    En dan nog vraag 21. Deze snap ik gewoon niet, hoe weet je zoiets? Het goede antwoord hier is B. Ik had C, maar dat was een wilde gok.

    Alvast bedankt! :)


    "I hope one day you're as happy as you're pretending to be"

    Ik ben nu ook met oefenen bezig, maar ik heb die examen nog niet gemaakt, maar ik kan er wel even naar kijken c:
    Bij de uitleg voor vraag 16 staat:
    'In de chromosomen van de slak is minstens één gen van oorsprong afkomstig van de alg Vaucheria litorea. Dit gen is volledig identiek aan het algengen en is in het verleden van de alg overgenomen. DNA-onderzoek toont aan dat de jonge slakken dit gen van hun ouders erven.
    Chloroplasten krijgen ze niet mee van hun ouders en die moeten ze dus
    zelf opnemen. '

    Je moet dus kijken welke piek hetzelfde is bij de alg, pasgeboren slak en volwassen slak, want zowel de pasgeborene en volwassen slak moeten een gen hebben die ze hebben meegekregen van hun ouders, die ooit ergens in het verleden is opgenomen van de alg.
    Dit kan niet A zijn, want Piek P heeft geen piek bij de pasgeboren slak, die de alg, volwassen slak en het geïsoleerde chloroplasten wel hebben. Piek S, is wel te vinden bij zowel de alg, pasgeboren slak en volwassen slak.


    Mijn lerares had ooit eens een bereken sommetje voor vraag 21. Maar ik weet het nu niet uit mijn hoofd. Ik moet het even opzoeken.


    Seasons will change, but I shall remain

    Serenata schreef:
    Ik ben nu ook met oefenen bezig, maar ik heb die examen nog niet gemaakt, maar ik kan er wel even naar kijken c:
    Bij de uitleg voor vraag 16 staat:
    'In de chromosomen van de slak is minstens één gen van oorsprong afkomstig van de alg Vaucheria litorea. Dit gen is volledig identiek aan het algengen en is in het verleden van de alg overgenomen. DNA-onderzoek toont aan dat de jonge slakken dit gen van hun ouders erven.
    Chloroplasten krijgen ze niet mee van hun ouders en die moeten ze dus
    zelf opnemen. '

    Je moet dus kijken welke piek hetzelfde is bij de alg, pasgeboren slak en volwassen slak, want zowel de pasgeborene en volwassen slak moeten een gen hebben die ze hebben meegekregen van hun ouders, die ooit ergens in het verleden is opgenomen van de alg.
    Dit kan niet A zijn, want Piek P heeft geen piek bij de pasgeboren slak, die de alg, volwassen slak en het geïsoleerde chloroplasten wel hebben. Piek S, is wel te vinden bij zowel de alg, pasgeboren slak en volwassen slak.


    Mijn lerares had ooit eens een bereken sommetje voor vraag 21. Maar ik weet het nu niet uit mijn hoofd. Ik moet het even opzoeken.


    Oh top! Vraag 16 snap ik nu!

    Als je het zou willen op zoeken heel graag!


    "I hope one day you're as happy as you're pretending to be"

    omdat er 30 vossen gekenmerkt zijn in de gehele populatie bij de tweede vangst en 11:33 1:3 is, is de populatiegrootte 90. 11 slaat namelijk op de 30 vossen, dit is x3 de populatie dus.
    om na een makering van 27 vossen, als je 40 vossen daarna vangt een zelfde populatiegrootte te hebben:
    27 gemakeerde van de 90 totaal = 3,3333 [3,33x27=90]
    40:3,33 = 12,01 dus 11 tot 13.

    -niet heel duidelijk, sorry.-
    > je kunt ook denken. 'Als er 27 van de 90 gemakeerd zijn, zou dat bij 40 niet meer dan de helft kunnen zijn' en zo al minde rkeuze hebben bij de antwoorden.

    [ bericht aangepast op 3 mei 2015 - 14:25 ]


    If only humans could have vertical asymptotes ~ Quinn