• In Griekenland heerst al enige tijd crisis, maar dat houdt archeologen niet tegen om hun ding te doen.
    In Athene, dicht bij de berg Olympus, werd onlangs een interessante ontdekking gedaan. Bij recent geleden onderzoek bleek dat er zich een groot magnetisch veld op zo'n vijftien meter diepte onder de grond bevond. Ondertussen is die grond ontgind en is er een houten luik tevoorschijn gekomen, dat onmogelijk in de tijd geplaatst kon worden. Het zag er erg oud uit, maar desondanks zat het potdicht. Het vreemde is, echter, dat de archeologen het met helemaal niets konden open krijgen. Teverheefs hebben ze er hun bijl in gezet, maar dat bracht alleen maar kapotte werktuigen en gebroken polsen teweeg.
    Twee studenten archeologie kregen de kans om de site te bezoeken, samen met hun mentoren en twee historici die verslag moesten uitleveren aan de universiteit, vanwege leerrijke doeleinden. Het was de studenten echter verboden om in de buurt van het luik te komen, die twee waren daar alleen maar om op onderzoek in de rest van de omgeving uit te gaan. Jammer genoeg waren de twee net iets te nieuwsgierig. 's Nachts, als iedereen slaapt, sluipen ze naar het luik en proberen het op allerlei manieren te openen. Dit lukt niet, totdat de klok twaalf uur slaat. Een verblindende lichtflits, en de twee waren verdwenen. Het enige wat overbleef, was een geheimzinnige omega in het midden van het luik.

    De volgende dag, raken de historici en mentoren van de twee studenten doodongerust en zoeken dag en nacht door, totdat ook zij verdwijnen. Ze worden wakker in één of andere gigantische troonzaal, waar twaalf prestigieuze tronen de kamer sieren. Ze waren allemaal leeg en de zaal was verlaten.
    Geen idee dat ze in het heilige rijk Olympus waren, gingen de vier mensen op zoek naar de studenten die ze kwijt waren gespeeld. Natuurlijk zijn de goden aanwezig in Olympus, en die willen koste wat het kost vermijden dat de kennis over hun heilige rijk onder de mensheid komt. Was de opening van de poort allemaal een grap van Hekate, of zit er meer achter en lopen de goden kans om ontdekt te worden? En zal het hen lukken om de mensen voor stom te houden?


    STORY.
    Bijna alles staat in de story, dus gelieve die eerst te checken voordat je aan je rol begint. (:


    Goden:
    - Zeus | Aiden Marro | Limits/Amber | 1,4
    - Poseidon | Ethan Walker | Olympus/Xanthe | 1,4

    - Hermes | Pamphilos Abiron Priamos | Arathorn/Shana | 1,3
    - Demeter | Alyss Janine Thomas | Abelard/Brooke | 1,3
    - Aphrodite | Celeste Evanthe Berura | Lahey/Cheryl | 1,6
    - Artemis | Arrah Sevia Maheras | Merrow/Justine | 1,9


    Studenten:
    - Matthew ‘Matt’ Ellis | Walkure/Michèle | 1,6
    - Vic Hastings | Pompeji/Fren | 1,7


    Mentoren:
    - Andrew Tristan Christopher Riddle | Edgar/Lene | 1,3
    - Hazel Jemima Harvelle | Ranger/Marthe | 1,3


    Historici:
    - Jack Hamwey | Limits/Amber | 1,9
    - Natsumi Sakura Yamazaki | QueenOfHell/Loïs | 1,5


    *Note:
    -Deze RPG was al eens eerder geopend, maar is nooit van start gegaan.
    -Eventuele nimfen komen erbij als alles vol is, moest dat ooit gebeuren.
    -Als er vragen zijn mag je ze altijd stellen. (:


    Rollentopic.
    Praattopic.

    Het begin:
    Het begin van een geweldige dag breekt aan op Olympus. De muzen stemmen hun instrumenten om de mindere goden, saters en nimfen te entertainen terwijl de vogeltjes vrolijk fluiten en de zon langzaamaan zijn stralen op de woonplaats van de goden werpt.
    Niet zoals anders, want er hangt een vreemde druk. Gisteren waren twee mensen Olympus binnengedrongen, waarop heer Zeus de godheden had verplicht zich gewoon en menselijk te gedragen, zodat Olympus niet meer ontdekt zou worden dan het al gedaan had.

    De twee mentoren en twee historici zijn net aangekomen op Olympus. Nadat ze het luik waren gepasseerd, leek het licht even uit te gaan, en ze ontwaken bij het ochtendgloren op een compleet onbekende, maar prachtige plaats. Er is geen spoor van de studenten en vol bezorgdheid, maar ook nieuwsgierigheid naar deze vreemde plaats, gaan ze op zoek.

    [ bericht aangepast op 11 sep 2013 - 17:04 ]


    help

    Lahey schreef:
    Ik reageer morgen.


    kindness is never a burden.

    Aphrodite – Celeste Evanthe Berura - Ares zijn vertrek 
    Ares grijnst wanneer ik een kus op zijn neus druk, en drukt vervolgens zijn lippen op de mijne, wat me lichtjes laat glimlachen en ik ga tegen hem aanliggen. Hij legt zijn arm rond mijn schouders en laat mijn donkere lokken tussen zijn vingers glijden. 'Je hebt toch wel schone handen hé?' vraag ik op een zachte toon. 'Ik wil niet dat mijn haar vies wordt...'
    Enkele seconden later zeg ik dat ik hoop dat het probleem met de mensen snel wordt opgelost. Het is verdomde irritant dat ik vast zit aan dit uiterlijk zolang ze hier zijn. Normaal gesproken verander ik haast elke dag wel een klein dingetje, en om de zoveel tijd verander ik alles compleet, maar dat kan nu dus niet. Eén van de weinige voordelen voeg ik er aan toe, dat we 's avonds nu ongestraft alle tijd in onze vertrekken door kunnen brengen. Terwijl ik dat zeg kietel ik met mijn hand op zijn buik. Ares grijnst en ik druk nog een kus op zijn mondhoek, waarna ik onder de dekens vandaan kruip en het bed uitglijdt, waardoor mijn lingerie zichtbaar wordt. Ik loop naar Ares' spiegel en bestudeer mezelf er in, twijfelend wat ik vandaag aan zal trekken. Uiteindelijk weet ik iets en laat ik de kleding op mezelf verschijnen. Iets wat aarzelend kijk ik in de spiegel, onzeker en nog niet helemaal tevreden over mijn spiegelbeeld. Ik zucht zacht en draai mezelf naar Ares. 'Is dit goed zo, of moet het helemaal anders?' vraag ik. Ik probeer de onzekere toon in mijn stem te verbergen terwijl ik het rokje glad strijk.


    To the stars who listen — and the dreams that are answered

    Even wat leven erin blazen :Y). Exorcism----> QueenOfHell
    Natsumi Sakura Yamazaki | Troonzaal

    Van jack kreeg ik geen antwoord. Hij leek te verbaasd. De zal was prachtig. Ik was er zelf ook verbijsterd van. De hele Griekse stijl was prachtig. Zoiets vind je niet in Japan. Ik keek omhoog. 'Wow, hoog,' Zei ik in het Engels. Ik hoorde iets raars. Ik keek naar waar het verdaan kwam en zag een deur. Het was een gigantische en mooie deur. En deur ging open. Een man liep de zaal binnen. Ik keek hem verbaasd aan. Ook hij was groot. Ik bleef hem verbaasd aankijken. Hij had niet door dat wij er waren. Hij deed de deur achter zich dicht. Moest die deur niet zwaar zijn? De kleren die hij aanhad waren ook apart. Waarom zou hij kleren aanhebben die ze droegen in de tijd van de grieken? Hij keek op en leek even verstijft.
    'O wow wow wow!' Zo te horen had hij een Grieks accent, zoals alle Grieken in Griekenland. Allen die van hem had iets weg van een italiaan. “Wat doen jullie hier? Jullie horen hier niet te zijn.” Zei hij en werd toen stil. Hij leek na te denken. Ik kon hem niet goed begrijpen door zijn accent. Ik dacht even na en toen wist ik. Hij vraagt zich af wat we hier doen en zegt dat we hier niet horen. Ik had altijd problemen met mensen en accenten. Ik moest eerst even wennen. 'Dit is een filmset. Jullie moeten weg,' Hij plaatste zijn handen in zijn heup.
    'Nu, graag,' Ik keek nog een keer rond. Dit een filmset? Zou het een filmset zijn? 'Het lijkt niet op een filmset,' Zei ik tegen de vreemde man in een toga. Hopelijk kon hij mij snappen met mijn accent. 'Te mooi voor een film set,' Zei ik er snel achterna. Hoe komen we hier? Vroeg ik mezelf af, maar ik wilde deze man er niet mee storen. 'Ik ben Natsumi Yamazaki,' Zei ik en maakte een beleefde buiging . Mezelf niet voorstellen zou onbeleefd zijn

    [ bericht aangepast op 6 aug 2013 - 0:01 ]


    “You want weapons? We’re in a library! Books! The best weapons in the world!” ~The Doctor

    Merrow schreef:
    Artemis II Arrah Sevia Maheras II In de stad, met Poseidon

    Ik zie hoe Poseidon de kleine Kudos aanhaalt en hoor hoe de man eigenlijk zeer vriendelijk is tegen de uitbundige pup. Iets wat ik niet zozeer verwacht van hem, aangezien ik Poseidon meer als een norse, grimmige god ken. Ik krijg dan ook voornamelijk enkel de eeuwigdurende ruzies mee van de drie belangrijkste goden op Olympus. Daarbij ben ik ook meer op mezelf en trek ik ook niet veel op met de andere Olympiërs. Ik roep uiteindelijk Kudos bij me en aai hem over z’n kop, nadat hij zich naast me geschaard heeft. Ik richt me vervolgens tot Poseidon doordat zijn blik op me gevestigd blijft en ik zeker weet dat hij me herkent heeft. Maar in plaats van een excuus aan te bieden of een simpele ‘hallo’ te uiten, verklaar ik enkel Kudos gedrag.
    Hij glimlacht vriendelijk. ‘Hallo Artemis, kleine rakker heb je daar, al heb ik de grotere versie liever,’ zegt hij vervolgens. Kudos houdt zijn kop een tikkeltje schuin en er ontstaan kleine rimpels op zijn voorhoofd, vooraleer hij een kort, jammerend geluid maakt.
    ‘Wij hebben ook liever de grote versie,’ zeg ik dan, doelend op mezelf en op Kudos, terwijl ik hem bemoedigend tegen z’n flank klop. Tja, geen van ons beide is happy met dit hele gedoe en deze belachelijke schijnvertoning.
    Poseidon bekijkt me aandachtig, en ik zie aan hem dat hij het nog best een vreemd gezicht vind van hoe ik gekleed ben. ‘Die look, ben ik trouwens ook niet gewend van jou. Het ziet er zo menselijk uit,’ laat hij me dan ook gevolglijk weten. Mijn lippen plooien zich in een geforceerde glimlach, wanneer hij me een knipoog toewerpt.
    Ik maak dan ook enkel een verwerpelijk geluid en trek er een gezicht bij dat ik er van baal. Dat ik het gewoonweg vreselijk vind.
    ‘Geloof me, ik haat het zo ook, je voelt je veel kleiner,’ zegt hij. Dat is in ieder geval nog het understatement van de eeuw. Je voelt je kleiner, nietiger, menselijker. En dat laatste is nu niet bepaald positief te noemen, bij mijn inziens.
    Poseidon valt in een zwijgen, net als ik, tot hij kort op zijn vingers fluit en er een Pegasus nadert. Ik herken haar als Cinder, één van Poseidons favorieten.
    Wanneer ze naast hem staat, knipt hij in zijn vingers waardoor haar majestueuze vleugels verdwijnen en hij een halster vast houdt. ‘Sorry meisje,’ biedt hij zijn excuses aan, ‘maar het moet zo even.’ Hij wendt zich vervolgens tot mij. ‘Zo, zullen we een wandeling maken?’
    Een antwoord ontbreekt me in eerste instantie, waardoor ik hem enkel – en redelijk onbeleefd – aanstaar.
    ‘Goh… euhm… ja… nee… euhm… ja…,’ stamel ik nodeloos, terwijl ik zoek naar het antwoord dat ik wil geven. ‘Dat is goed,’ besluit ik dan. Het is niet dat mijn aanwezigheid dringend elders vereist is en met Poseidon kan ik ook praten over deze hele situatie - de reden waarom ik op weg was naar de tempel. Om met de andere goden te praten.
    Kudos speelt en springt al dolenthousiast in het rond. Blijkbaar heeft hij nu al een zwak voor Poseidon ontwikkeld, iets wat ik eigenlijk vreemd vind. Vooral omdat Kudos – net als ik – niet zo gesteld is op anderen. Het zal dan ook met de even uitbundige terug-begroeting te maken hebben, bedenk ik me dan.

    ‘Ik hoop dat die mensen rap genoeg worden terug gestuurd naar waar ze vandaan komen,’ zeg ik, nadat we al een korte tijd door de straten gelopen hebben. Ondanks dat we geen eindbestemming hebben, lopen we richting het witte zandstrand, dat niet ver buiten de stad ligt. Min of meer doordat ik voornamelijk de route bepaal, ondanks dat het niet uitgesproken is en het niet zozeer opvalt dat ik het doe. Al zal Poseidon goed genoeg in de gaten hebben dat ik me niet graag laat leiden door anderen, dat ik m’n eigen weg wil bepalen. Nochtans zou je eerder denken dat ik voor het woud zou kiezen, omdat dat mijn domein is, maar de zee heeft ook zijn charmes. Daarbij weet ik dat ik Poseidon daarmee een plezier kan doen, aangezien hij immers de god van de zeeën en oceanen is.

    [Als er iets veranderd moet worden, moet je het maar zeggen.]




    Als ze zegt – na een hoop gestotter- dat ze meegaat voel ik me iets minder verloren en rusteloos.
    ‘Ik hoop dat die mensen rap genoeg worden terug gestuurd naar waar ze vandaan komen,’ zegt ze dan. Ik knik, maar ik denk niet dat ze het ziet. Als ik zie dat ze naar het strand wandelt speelt er een glimlach om mijn lippen. Zwijgend lopen we op het strand. Ik adem rustig in en uit en hoor dat de golven rollen op hetzelfde ritme. Tevreden rolt er een zuchtje over mijn lippen en besluit vervolgens de stilte te verbreken.
    “Misschien moeten we toch maar eens een kijkje gaan nemen op het paleis. Ik bedoel maar, Zeus zal vast een spoedvergadering willen houden na zo’n gebeurtenis. Ik snap er zelf ook niks van, hoe zijn die twee hier überhaupt binnengeraakt? Ik dacht dat elke ingang afgesloten was,” zeg ik dan en hou dan mijn mond weer. Ik begin een beetje wiebelig te worden van mijn menselijke gedaante en blijf dan even stilstaan, Artemis even negerend. Ik concentreer me lichtjes op het grote water voor me en zorg er dan voor dat er een drietand op gepaste grootte langs me verschijnt.
    “Sorry, ik werd een beetje paranoia van deze gedaante,” zeg ik dan en loop weer op een zacht tempo verder. Diep in gedachten verzonken speel ik met mijn drietand, ik laat hem ‘wegsmelten’ tot een bol water en vorm hem dan weer terug en dat her haal ik. En nog eens, en nog eens en nog eens tot ik er genoeg van heb.


    Sidera nostra contrahent solem lunamque


    Ik zie in m’n ooghoek hoe Poseidon knikt, wanneer ik uit m’n mond laat vallen dat ik hoop dat die mensen rap genoeg teruggestuurd worden naar waar ze vandaan komen. Hoe ze überhaupt hier zijn geraakt, is me een waar raadsel, en zelfs na een complete nacht erover gepiekerd te hebben, heb ik nog altijd geen antwoorden gevonden.
    Zwijgend lopen we uiteindelijk over het strand en ik voel hoe de minuscule zandkorrels in m’n zomerse schoentjes verdwijnen en tussen de stof en m’n huid schuurt. Het is een vervelend gevoel en het duurt dan ook niet lang voor ik die verrekte krengen uittrek. Er blijft nog even een stilte, tot Poseidon een tevreden zucht slaakt, vooraleer hij spreekt. Het is me duidelijk dat de wandeling over het strand, langs zijn domein, hem goed doet.
    ‘Misschien moeten we toch maar eens een kijkje gaan nemen op het paleis,’ laat hij me echter weten. ‘Ik bedoel maar, Zeus zal vast een spoedvergadering willen houden na zo’n gebeurtenis. Ik snap er zelf ook niks van, hoe zijn die twee hier überhaupt binnengeraakt? Ik dacht dat elke ingang afgesloten was.’ Poseidon vervalt dan terug in stilzwijgen en ik overpeins zijn woorden. Feitelijk was ik al onderweg naar het paleis, voordat ik hem tegenkwam.
    ‘Misschien kunnen we dat inderdaad beter doen, ja,’ zeg ik dan ook. Hij begint wat te wiebelen op zijn benen en lijkt voor een moment zo in zichzelf gekeerd te zijn dat ik verder m’n mond hou. Het wordt me algauw duidelijk dat deze menselijke gedaante ook op hem doorweegt, aangezien hij algauw zijn drietand tevoorschijn haalt, op een haast magische wijze.
    ‘Sorry, ik werd een beetje paranoia van deze gedaante,’ zegt hij dan, mijn eigen gedachten uitsprekend. Ook Kudos, die ons de gehele tijd al volgt, uit een kort jankgeluidje. Zo laten wetend dat hij onze mening deelt.

    We lopen weer op een zacht tempo verder en ik zie hoe Poseidon met de drietand ‘speelt’ door deze telkens te veranderen in water en terug. Ergens moet ik er om lachen, maar bedenk me dan al snel dat het niet erg slim van hem is en dat het hem nog eens problemen kan bezorgen.
    ‘Ik wil de pret niet bederven,’ begin ik dan ook, ‘maar als we plotseling een sterveling tegenkomen en die ziet je dat doen… Laten we het erop houden dat Zeus er niet mee zal lachen.’ Ik slaak een korte, haast misplaatste grinnik, waarna ik Poseidon terug met een serieuze blik aankijk. ‘Het is te gevaarlijk.’
    Ik blaas m’n eigen frustraties in een simpele ademstoot uit, want Poseidon is absoluut niet de enige die paranoia wordt van deze hele absurde schijnvertoning en ik vind het dan ergens ook bloedirritant dat ik hem moet wijzen op de gevaren die er zijn. Gewoon omdat die gevaren er eigenlijk niet behoren te wezen hier op Olympus.
    ‘Zullen we dan maar naar het paleis gaan?’ opper ik, ondanks dat de zeelucht en het geluid van de golven nog redelijkerwijs aangenaam zijn. Mijn gezicht betrekt dan ook, aangezien naar het paleis gaan, simpelweg inhoudt dat we de problemen gaan opzoeken.


    “If you can smile when things go wrong, you have someone in mind to blame.”

    Mentor | Andrew Tristan Christopher Riddle | Troonzaal.
    Andrew knipperde verbaasd met zijn ogen toen hij iemand aan zijn arm voelde trekken en duwen. Hij lag languit op zijn buik en rolde zich om toen hij een stem hoorde. "Waar zijn we, in godsnaam?" Andrew herkende vaag Hazels stem, maar hij ging er niet op in aangezien de zon fel in zijn ogen scheen en hij toch geen antwoord zou kunnen geven. Andrew duwde zichzelf overeind om te zien wat Hazel bedoelde. Voor zover hij wist waren ze in Griekenland, bij Olympus waar er opgravingen aan de gang waren. "Andrew, word wakker!"
    De man krabbelde overeind en mompelde "Ja, ja. Doe es rustig. En hoe bedoel je 'Waar zijn we'- oh." Hij stopte abrupt met praten toen om zich heen keek en de gigantische troonzaal in zich opnam, een moeilijk te negeren detail waren vooral de twaalf immense tronen, iedereen op z'n eigen manier versierd, die in een U-vorm waren opgesteld. De hele zaal was gemaakt van marmer, dacht Andrew en zijn wenkbrauwen schoten de lucht in.
    "Dit is zó niet de archeologische site, maar," hij floot lang en traag en keek onder de indruk naar de zaal, "wat is dit een fantastisch bouwwerk." Andrew liep naar de dichtstbijzijnde muur en streek met zijn handen over het marmer. "Moet je zien. Dit is echt vakwerk. Om nog maar de zwijgen van het bladgoud en de beelden. Deze zaal is een klein fortuin waard."
    Hij keek met glinsterende ogen de zaal nogmaals rond en keek toen terug naar Hazel. "Waar zouden we zijn, denk je?"

    |I'm writing with Ares too. |


    kindness is never a burden.

    Merrow schreef:


    Ik zie in m’n ooghoek hoe Poseidon knikt, wanneer ik uit m’n mond laat vallen dat ik hoop dat die mensen rap genoeg teruggestuurd worden naar waar ze vandaan komen. Hoe ze überhaupt hier zijn geraakt, is me een waar raadsel, en zelfs na een complete nacht erover gepiekerd te hebben, heb ik nog altijd geen antwoorden gevonden.
    Zwijgend lopen we uiteindelijk over het strand en ik voel hoe de minuscule zandkorrels in m’n zomerse schoentjes verdwijnen en tussen de stof en m’n huid schuurt. Het is een vervelend gevoel en het duurt dan ook niet lang voor ik die verrekte krengen uittrek. Er blijft nog even een stilte, tot Poseidon een tevreden zucht slaakt, vooraleer hij spreekt. Het is me duidelijk dat de wandeling over het strand, langs zijn domein, hem goed doet.
    ‘Misschien moeten we toch maar eens een kijkje gaan nemen op het paleis,’ laat hij me echter weten. ‘Ik bedoel maar, Zeus zal vast een spoedvergadering willen houden na zo’n gebeurtenis. Ik snap er zelf ook niks van, hoe zijn die twee hier überhaupt binnengeraakt? Ik dacht dat elke ingang afgesloten was.’ Poseidon vervalt dan terug in stilzwijgen en ik overpeins zijn woorden. Feitelijk was ik al onderweg naar het paleis, voordat ik hem tegenkwam.
    ‘Misschien kunnen we dat inderdaad beter doen, ja,’ zeg ik dan ook. Hij begint wat te wiebelen op zijn benen en lijkt voor een moment zo in zichzelf gekeerd te zijn dat ik verder m’n mond hou. Het wordt me algauw duidelijk dat deze menselijke gedaante ook op hem doorweegt, aangezien hij algauw zijn drietand tevoorschijn haalt, op een haast magische wijze.
    ‘Sorry, ik werd een beetje paranoia van deze gedaante,’ zegt hij dan, mijn eigen gedachten uitsprekend. Ook Kudos, die ons de gehele tijd al volgt, uit een kort jankgeluidje. Zo laten wetend dat hij onze mening deelt.

    We lopen weer op een zacht tempo verder en ik zie hoe Poseidon met de drietand ‘speelt’ door deze telkens te veranderen in water en terug. Ergens moet ik er om lachen, maar bedenk me dan al snel dat het niet erg slim van hem is en dat het hem nog eens problemen kan bezorgen.
    ‘Ik wil de pret niet bederven,’ begin ik dan ook, ‘maar als we plotseling een sterveling tegenkomen en die ziet je dat doen… Laten we het erop houden dat Zeus er niet mee zal lachen.’ Ik slaak een korte, haast misplaatste grinnik, waarna ik Poseidon terug met een serieuze blik aankijk. ‘Het is te gevaarlijk.’
    Ik blaas m’n eigen frustraties in een simpele ademstoot uit, want Poseidon is absoluut niet de enige die paranoia wordt van deze hele absurde schijnvertoning en ik vind het dan ergens ook bloedirritant dat ik hem moet wijzen op de gevaren die er zijn. Gewoon omdat die gevaren er eigenlijk niet behoren te wezen hier op Olympus.
    ‘Zullen we dan maar naar het paleis gaan?’ opper ik, ondanks dat de zeelucht en het geluid van de golven nog redelijkerwijs aangenaam zijn. Mijn gezicht betrekt dan ook, aangezien naar het paleis gaan, simpelweg inhoudt dat we de problemen gaan opzoeken.




    Ik begin weer met spelen tot Artemis me onderbreekt.
    "Ik wil de pret niet bederven, maar als we plotseling een sterveling tegenkomen en die ziet je dat doen... Laten we het erop houden dat Zeus er niet me zal lachen," zegt ze, maar grinnikt toch zacht. "Het is te gevaarlijk," zegt ze dan weer serieus. Ze ademt hoorbaar uit. "Zullen we dan maar naar het paleis gaan?" zegt ze met een betrokken gezicht.
    "Ja," antwoord ik. "Maar ik ga er niet mee stoppen. Nee, Zeus zal er niet mee lachen als hij het te weten komt, maar ach wat zal hij doen? Me verdrinken? Ik wens hem veel geluk ermee. En daarbij ik wil wedden dat hij dit toch niet gedaan heeft," zeg ik als ik op haar en mezelf wijs, doelend op onze menselijke vormen. "Nee hij zit waarschijnlijk mooi in het paleis. Ik wil geen oorlog beginnen met hem door een paar stervelingen," zeg ik dan gefrustreerd. Ik ben normaal niet gefrustreerd en ik ben wel al vaker in deze gedaante geweest, maar het voelt gewoon niet natuurlijk in Olympus. Ik bedoel het is de enige plek- buiten in mijn eigen paleis- waar ik er 'gewoon' kan uitzien. Maar nee, toen kwamen er stervelingen en boem alles lag in duigen, geruïneerd. Ik grom bij mijn eigen gedachten en blijf ondanks Artemis' raad toch spelen. Ze kunnen me dwingen maar dit nemen ze niet van me af. Ik wil wedden dat er hier wel meer vreemde dingen te zien zijn. Wie verkoopt er in de moderne wereld ook schilden?


    Sidera nostra contrahent solem lunamque

    Ares | Camulos "Cam" Riker Loukas | Zijn vertrek.
    Ares lachte geluidloos. "Geen zorgen, schat. Enkel een beetje bloed, voor de rest zijn ze proper." Hij ging verder met door Aphrodites lokken te spelen en even later neemt het gesprek een andere wending aan. Aphrodite begint over de mensen en dat ze hoopt dat het probleem snel word opgelost. Ze drukte een kus op Ares' mondhoek en gleed daarna uit bed.
    Ares kruiste zijn armen achter elkaar en genoot van zijn uitzicht op Aphrodites slanke, halfnaakte lichaam. Hij herinnerde zich niet veel vrouwen die zo'n lichaam hadden als dat van de godin. Natuurlijk koos Ares enkel de mooiste eruit, maar Aphrodite was... ze was perfect. Maar ze was ook een godin, wat oneerlijke concurrentie was. Zeus was een dwaas geweest om Aphrodite aan Hephaistos te schenken. Ares zelf zou haar veel liever als vrouw hebben, zodat ze nooit meer in het geheim zouden moeten ontmoeten in zijn kamer.
    Een kleine glimlach sierde zijn glimlach terwijl hij Aphrodite volgde met zijn ogen. Ze liep naar Ares' pikzwarte spiegel en voor enkele seconden bekeek ze haarzelf, waarna kledij haar lichaam bedekte. Alweer keek ze voor even in de spiegel en Ares wilde er net wat over zeggen toen ze zacht zuchtte en zich naar hem omdraaide.
    "Is dit goed zo, of moet het helemaal anders?" vroeg ze en streek met haar handen over de rok. Er lag een blik in haar ogen die Ares niet kon plaatsen. Hij negeerde het.
    "Ik zag je liever zonder al die kleren," grijnsde Ares, maar duwde zichzelf vervolgens overeind en zei,"Je ziet er altijd prachtig uit, Dite. Zoals altijd. Maak je geen zorgen."

    |Negeer die bullshit van Zeus en Hephaistos. Ik moest aan mijn 250 woorden geraken. |

    [ bericht aangepast op 9 aug 2013 - 19:03 ]


    kindness is never a burden.


    Poseidon blijft koppig doorgaan met zijn drietand tot water om te vormen en terug. ‘Ja,’ antwoordt hij, mij gelijk gevend. ‘Maar ik ga er niet mee stoppen.’ Ik kijk de andere kant uit, naar de horizon die zich voorbij de zee strekt en rol met m’n ogen. Mannen kunnen zulke kleine kinderen zijn, maar goden zijn zelfs nog erger. ‘Nee, Zeus zal er niet mee lachen als hij het te weten komt, maar ach wat zal hij doen? Me verdrinken? Ik wens hem veel geluk ermee.’ Ik wil nuchter zeggen dat Zeus hem wel kan elektrocuteren, maar besluit te zwijgen. Mijn woorden zullen hun doel toch niet bereiken, aangezien het me duidelijk genoeg is dat Poseidon zich als een kleuter opstelt.
    ‘En daarbij ik wil wedden dat hij dit toch niet gedaan heeft,’ voegt hij eraan toe, wijzend op ons beider vertoning. ‘Nee, hij zit waarschijnlijk mooi in het paleis. Ik wil geen oorlog beginnen met hem door een paar stervelingen.’ Hij klinkt gefrustreerd en ik leg dan ook mijn hand op zijn arm, op het moment dat zijn drietand in water is veranderd en waardoor de vloeistof nu op de grond uiteenspat.
    ‘Maak dan ook geen oorlog, Poseidon,’ spreek ik zacht. Mijn lichtgrijze ogen blikken naar hem op, terwijl we stilstand houden. ‘Ook Zeus zal verstandig genoeg zijn om zich menselijk voor te doen, net als iedereen hier op Olympus.’ Ik begrijp Poseidon, maar weet dat we op dit moment ons verstand moeten volgen, en het is daarom dat ik de god, wie nu feitelijk een man behoort te zijn, tot rede tracht te brengen, omdat hij met zijn actie ieder van ons in gevaar brengt.

    [ bericht aangepast op 9 aug 2013 - 19:27 ]


    “If you can smile when things go wrong, you have someone in mind to blame.”

    Merrow schreef:


    Poseidon blijft koppig doorgaan met zijn drietand tot water om te vormen en terug. ‘Ja,’ antwoordt hij, mij gelijk gevend. ‘Maar ik ga er niet mee stoppen.’ Ik kijk de andere kant uit, naar de horizon die zich voorbij de zee strekt en rol met m’n ogen. Mannen kunnen zulke kleine kinderen zijn, maar goden zijn zelfs nog erger. ‘Nee, Zeus zal er niet mee lachen als hij het te weten komt, maar ach wat zal hij doen? Me verdrinken? Ik wens hem veel geluk ermee.’ Ik wil nuchter zeggen dat Zeus hem wel kan elektrocuteren, maar besluit te zwijgen. Mijn woorden zullen hun doel toch niet bereiken, aangezien het me duidelijk genoeg is dat Poseidon zich als een kleuter opstelt.
    ‘En daarbij ik wil wedden dat hij dit toch niet gedaan heeft,’ voegt hij eraan toe, wijzend op ons beider vertoning. ‘Nee, hij zit waarschijnlijk mooi in het paleis. Ik wil geen oorlog beginnen met hem door een paar stervelingen.’ Hij klinkt gefrustreerd en ik leg dan ook mijn hand op zijn arm, op het moment dat zijn drietand in water is veranderd en waardoor de vloeistof nu op de grond uiteenspat.
    ‘Maak dan ook geen oorlog, Poseidon,’ spreek ik zacht. Mijn lichtgrijze ogen blikken naar hem op, terwijl we stilstand houden. ‘Ook Zeus zal verstandig genoeg zijn om zich menselijk voor te doen, net als iedereen hier op Olympus.’ Ik begrijp Poseidon, maar weet dat we op dit moment ons verstand moeten volgen, en het is daarom dat ik de god, wie nu feitelijk een man behoort te zijn, tot rede tracht te brengen, omdat hij met zijn actie ieder van ons in gevaar brengt.
    ,



    Ze legt haar hand op mijn arm en ik wordt uit mijn ritme gehaald.
    "Maak dan geen oorlog Poseidon," zegt ze terwijl naar me kijkt. Ik kijk naar haar nog steeds verbaasd over haar lengte. Ze is altijd al kleiner dan mij geweest maar nu lijkt dat nog eens benadrukt te worden. "Ook Zeus zal verstandig genoeg zijn om zich menselijk voor te doen, net als iedereen hier op Olympus," vervolgt ze. Ik gedraag me naïef en dom en dat weet ik zelf en als er iets gebeurd is het mijn verantwoordelijkheid.
    "Ja vast," zeg ik, " ondanks de enkele keren dat ik hem zie ken ik mijn broer, Artemis. En geloof het of niet hij dénkt er vast nog niet eens aan. En ja ik gedraag me kinds ik weet het, maar ik kan het niet houden anders," gooi ik er vervolgens uit en zorg ervoor dat de plas weer een drietand word, en dat hij dat blijft. Het zal er nog steeds raar uitzien, want wie loopt er ook met een drietand rond, maar misschien stopt het met Artemis irriteren. en als we dan toch iemand moesten zien, zeg ik wel dat het een attribuut is voor een toneel of iets dergelijks. Te nemen of te laten. Ik zucht en ik ga weer lopen op naar het paleis.
    "Weet je, serieus zijn over alles is ook niet de beste oplossing. Zolang je maar verantwoordelijk bent voor je eigen problemen die je maakt," zeg ik wijs.


    Sidera nostra contrahent solem lunamque


    ‘Ja vast,’ zegt Poseidon, mijn woorden in twijfel trekkend. ‘Ondanks de enkele keren dat ik hem zie, ken ik mijn broer, Artemis. En geloof het of niet, hij dénkt er vast nog niet eens aan. En ja, ik gedraag me kinds, ik weet het, maar ik kan het niet anders houden.’ Hij gooit al zijn frustraties er in één keer uit, waardoor ik opnieuw in stilzwijgen verblijf en enkel naar hem luister. In zijn spreken laat hij simpelweg geen ruimte, opdat ik kan reageren. Ik laat hem dan ook begaan.
    Uiteindelijk houdt Poseidon dan toch op met zijn ‘spelletje’ en zorgt ervoor dat de drietand zijn vaste vorm behoudt. Het is nog altijd beter dan wat hij eerst ermee deed, bedenk ik me, en ik zeg dan ook niets over de absurdheid van zijn vertoning. Kudos grote ogen rusten echter verontrust op de drietand, maar ik negeer zijn blik doordat Poseidon al zucht en verder loopt, richting het paleis.
    ‘Weet je, serieus zijn over alles is ook niet de beste oplossing,’ laat hij me dan weten. Er roert zich uit irritatie over zijn woorden, een spiertje ter hoogte van mijn kaak, maar ik slik de woordenstroom die komt, in. ‘Zolang je maar verantwoordelijk bent voor je eigen problemen die je maakt,’ maakt hij zijn zin af. Hij probeert wijs te klinken, maar het enige wat ik zie, is een kind dat zich volwassen tracht op te stellen. Ik schud dan ook lichtjes mijn hoofd, en glimlach vaagjes.
    ‘Soms is het beter om juist wat serieuzer te zijn. Het zou een hoop oorlogen voorkomen,’ zeg ik hem dan. ‘En daarbij moet je niet vergeten dat we verantwoordelijk zijn voor mekaar. Een fout, door één van ons gemaakt, treft ons allemaal.’ Ik laat mijn blik de zijne kruizen, maar weet dat mijn woorden weinig verschil zullen maken.


    “If you can smile when things go wrong, you have someone in mind to blame.”

    Hazel Jemima Harvelle || Mentor.
    "Ja, ja. Doe es rustig. En hoe bedoel je 'Waar zijn we'- oh." Andrew was uiteindelijk toch wakker geworden en kwam wat overeind, waarna hij abrupt stopte met praten toen hij zijn omgeving in zich opnam. Hazel zat nog steeds haar hoofd te breken over waar ze zouden kunnen zijn.
    "Dit is zó niet de archeologische site, maar," Andrew floot lang en traag en keek geïmponeerd naar de zaal, "wat is dit een fantastisch bouwwerk."
    Hazel knikte traagjes. Ze moest moeite doen om haar mond dicht te houden. Man, wat was dit geweldig. Zou dit echt zijn?
    Andrew stond op en liep naar de dichtstbijzijnde muur.
    "Moet je zien. Dit is echt vakwerk. Om nog maar de zwijgen van het bladgoud en de beelden. Deze zaal is een klein fortuin waard."
    De man keek met de zaal nogmaals rond en vestigde toen zijn blik terug op Hazel, die ook overeind was gekomen. "Waar zouden we zijn, denk je?"
    De vrouw haalde haar schouders op. Waarom had ze haar camera niet bij zich? Ze tastte in haar jaszak naar haar gsm, maar die vond ze ook niet, waarop ze even lichtjes vloekte.
    Op een gegeven moment kwam er een man binnen. Hij had donker, krullerig haar en droeg een ouderwetse Griekse toga. Hazel voelde zich plotseling bedrukt. De man leek een aura van macht uit te stralen, en ze voelde zich er lichtjes oncomfortabel door.
    De man leek een moment niet te weten wat te zeggen, en barstte toen uit: "O wow wow wow!” Hij had een zwaar accent, wat Hazel Grieks achtte. “Wat doen jullie hier? Jullie horen hier niet te zijn.” Hij viel even stil, alsof hij niet wist wat hij moest zeggen. Hazel trok een wenkbrauw op en staarde hem nog steeds bedrukt aan. “Dit is een filmset. Jullie moeten weg.” Hij plaatste zijn handen op zijn heupen en keek de zaal rond. “Nu, graag.”
    "Een filmset?" was het enige wat Hazel ongelovig kon uitbrengen. Natsumi maakte er ook een opmerking over. "Ja..." mompelde Hazel. "Het ziet er veel te echt uit voor een filmset - wat het ook zou mogen zijn - en trouwens... Ik zie nergens camera's of andere voorwerpen dat op een filmset wijzen." Er speelde een diepe frons tussen Hazels wenkbrauwen, die nog steeds in gedachten was verzonken over wat er in hemelsnaam gebeurd was.


    help

    Merrow schreef:


    ‘Ja vast,’ zegt Poseidon, mijn woorden in twijfel trekkend. ‘Ondanks de enkele keren dat ik hem zie, ken ik mijn broer, Artemis. En geloof het of niet, hij dénkt er vast nog niet eens aan. En ja, ik gedraag me kinds, ik weet het, maar ik kan het niet anders houden.’ Hij gooit al zijn frustraties er in één keer uit, waardoor ik opnieuw in stilzwijgen verblijf en enkel naar hem luister. In zijn spreken laat hij simpelweg geen ruimte, opdat ik kan reageren. Ik laat hem dan ook begaan.
    Uiteindelijk houdt Poseidon dan toch op met zijn ‘spelletje’ en zorgt ervoor dat de drietand zijn vaste vorm behoudt. Het is nog altijd beter dan wat hij eerst ermee deed, bedenk ik me, en ik zeg dan ook niets over de absurdheid van zijn vertoning. Kudos grote ogen rusten echter verontrust op de drietand, maar ik negeer zijn blik doordat Poseidon al zucht en verder loopt, richting het paleis.
    ‘Weet je, serieus zijn over alles is ook niet de beste oplossing,’ laat hij me dan weten. Er roert zich uit irritatie over zijn woorden, een spiertje ter hoogte van mijn kaak, maar ik slik de woordenstroom die komt, in. ‘Zolang je maar verantwoordelijk bent voor je eigen problemen die je maakt,’ maakt hij zijn zin af. Hij probeert wijs te klinken, maar het enige wat ik zie, is een kind dat zich volwassen tracht op te stellen. Ik schud dan ook lichtjes mijn hoofd, en glimlach vaagjes.
    ‘Soms is het beter om juist wat serieuzer te zijn. Het zou een hoop oorlogen voorkomen,’ zeg ik hem dan. ‘En daarbij moet je niet vergeten dat we verantwoordelijk zijn voor mekaar. Een fout, door één van ons gemaakt, treft ons allemaal.’ Ik laat mijn blik de zijne kruizen, maar weet dat mijn woorden weinig verschil zullen maken.




    "Soms is het beter om juist wat serieuzer te zijn. Het zou een hoop oorlogen voorkomen," zegt ze dan. "En daarbij moet je niet vergeten dat we verantwoordelijk zijn voor mekaar. Een fout, door één van ons gemaakt, treft ons allemaal." Onze blikken kruisen en overdenk haar woorden. Op een korte tijd komt er een hele gedachtenstroom door me heen en ik geef eerlijk antwoord.
    "Misschien heb je gelijk," zeg ik dan schuldbewust. Ja, ik ben een koppig persoontje en ik weet het. "Maar misschien is té serieus ook niet goed. Het kan leiden tot je niet kunnen aanpassen op iets. En oorlogen... ik denk dat wij de ruzies die sterfelijken op een andere manier uitwerken. En soms ietsje te groot en te goed. Komt vast omdat hij mijn broer is. Ik heb ooit een ruzie van sterfelijken gezien van op korte afstand... Het is vaak geen eerlijke strijd. Ik sta op ongeveer dezelfde voet als mijn broers, ondanks de oorlogen respecteren we elkaar wel nog steeds. Mensen daarentegen, nemen altijd de zwakste, de makkelijkste tegenstander. Altijd iemand die ze kunnen verpletteren. Daar geldt de wet van de sterkste, wist je dat?" zeg ik dan en hou daarna mijn mond. Ik weet niet of ik het zo wel goed liet overkomen. Het is niet dat ik oorlog wil. Ik wordt wel vaker gedwongen omdat ik niet anders kan. Ik richt mijn ogen op de horizon en staar voor me uit. Volgens mij ben ik echt één van de slechtste goden ooit.


    Sidera nostra contrahent solem lunamque

    [Chrion -> Arathorn]
    Hermes | Pamphilos Abiron Priamos

    “Een filmset?” vroeg het de ene vrouw, terwijl de andere – ik gokte dat ze van ergens ver weg moest komen, ze zag er heel anders uit als die andere – zich er ook mee bemoeide. “Het lijkt niet op een filmset.” Haar manier van praten was vreemd, moeilijk verstaanbaar voor iemand die een snelcursus Engels had moeten nemen en dat dan nog van stervelingen moest nemen. Dat waren de verschrikkelijkste weken van mijn leven. Ik kon er niet tegen als stervelingen me de les lazen. “Ja.” mompelde de andere weer. “Het ziet er veel te echt uit voor een filmset – wat het ook zou mogen zijn – en trouwens… Ik zie nergens camera’s of andere voorwerpen dat op een filmset wijzen.”
    “Daar heb je een punt, kleine wijsneus,” mompelde ik, terwijl ik me groot en geloofwaardig probeerde te houden. “Dat is omdat die er nog niet zijn. Die komen hier pas in de namiddag en ik moet de kostuums verder aanpassen voordat iedereen arriveert.”
    “Ik ben Natsumi Yamazaki,” stelde het vreemd uitziende meisje zich opeens voor. Ze maakte een buiging, waardoor ik niet anders kon doen dan ook een buiging maken en haar een kus op haar hand geven. Ik probeerde het niet eens om haar naam te herhalen, laat staan of ik nu nog wist hoe hij luidde. Nu moest ik mezelf ook nog een naam geven. Een God moest creatief zijn als hij geloofwaardig wilde overkomen. “Pamphilos Abiron Priamos,” stelde ik mezelf voor terwijl ik dezelfde beweging herhaalde bij de andere vrouw. “Noem me maar gewoon Phil, veel korter. Maar goed, zouden de dames alsjeblieft naar buiten willen gaan voordat ik ontslagen wordt omdat alles niet in orde is?” Ik keek ze beiden lief aan en wierp een blik op de anderen in de zaal. “En neem jullie gezelschap alsjeblieft mee.”


    "Do not be angry with the rain; it simply does not know how to fall upwards.” - Vladimir Nabokov

    [DarkMark => Olympus]


    Sidera nostra contrahent solem lunamque