Zachte voetstappen klonken op de parelwitte tegels van de luxueuze badkamer. Op blote voeten, liep ze. Bang iemand wakker te maken, ook al wist ze dat niemand thuis was. Haar ogen waren hol. Een oneindig diepe leegte, die verbonden stond met de stem in haar hoofd. ''Lieverd, je zal nooit goed genoeg zijn.'' sprak die stem zacht. ''Nooit.'' Diep vanbinnen wist zij dat het waar was. Alle hoop was vervlogen. Ze hoopte niet meer op beterschap. Ze hoopte niet op een lichtpunt in de duisternis. Niet meer. Want alle hoop was vervlogen. Voor altijd.
''Wij zijn blij U hier op school te hebben, Juffrouw Mitchell. Uw aanmeldingsformulier ziet er uitstekend uit.'' De directeur glimlachte breed vanonder de dikke, harige snor. Hij stak zijn hand uit naar de nieuwe leerlinge. Zij probeerde te glimlachen en schudde de hand van de man, terwijl de vingers aan haar andere hand de vele armbandjes naar haar pols duwden.
''Ik ben blij hier te zijn.'' zei ze lachend. Ze probeerde de lach zo overtuigend mogelijk te brengen, maar het miste zijn werking waardoor haar stem inhoudsloos klonk. Ontzettend leeg. Het was alsof een robot haar lichaam had overgenomen en zij geen controle meer had.
''Welkom op Harlaw Academy.'' Meneer Foster liet de hand van het meisje los en zij haakte meteen haar handen in elkaar, terwijl ze de mouwen van haar shirt over haar vuisten trok om de lelijke littekens te verbergen.
Haar zeeblauwe ogen keken naar haar gezicht in de gebarsten spiegel. Druppels bloed gleden van haar handen af en vielen te pletter op de kille grond. Ze voelde de pijn, maar negeerde die en bekeek kritisch en afkeurend naar uiterlijk.
Lelijk. Dat was hoe ze zichzelf zag. Afgrijselijk. Futloze, ravenzwarte haren; dunne, roze lippen en een wipneus, die eerder op een varkensneus leek. Trillend vonden haar handen het mesje, waarmee ze over de tere huid van haar pols gleed. En ze hoopte niet dat iemand haar tegen zou houden, want er was toch niemand thuis. Ze wílde niet dat iemand haar tegen zou houden, want het voelde o zo goed.
Het belsignaal klonk luid en duidelijk door de lange gangen van de Harlaw Academy. Kluisjes werden geopend en boeken werden met een harde bonk in de kastjes geworpen. De studenten duwden met hun schouders tegen elkaar, om op tijd bij hun volgende les te geraken. Enkel één persoon deed alles rustig aan. Dat was het nieuwe meisje, Neena. Ze opende haar kluisje, die meneer Foster haar aangewezen had, waar ze de schoolboeken instak. Vervolgens nam zij het briefje waar het lessenrooster opstond uit haar rugzak en keek naar het tweede uur. Kunst. Neena glimlachte kleintjes. Daar was zij goed in. Maar tot haar grote spijt sprak de stem haar tegen.
''Neena, maak jezelf geen leugens wijs. Jij ben nergens goed in," zei de stem in haar hoofd smekend. "Ik weet dat je blijft hopen op een talent die je speciaal maakt, maar lieveling, die héb je niet en je bent niet speciaal." Neena knikte tegen zichzelf. "Je hebt gelijk," fluisterde ze en sloeg de deur van haar kluisje dicht, waarna ze zich naar het kunstlokaal haastte.
Toen het bebloede mesje in de vuilbak belandde, startte zij met huilen. Tranen stroomden met tuiten over de bleke wangen van het meisje. De besmeurde, rode handen van Neena gleden door haar haren en lieten daar donkere lijnen achter. "Ik wil niet meer." huilde Neena hartverscheurend. "Laat het ophouden." Maar niemand luisterde. Ze ging op de rand van het bad zitten en nam haar potje pillen in haar handen. Antidepressiva. Ze dienen de stem te doden. "Die pillen zijn nergens voor nodig, schat. Mij raak je toch niet kwijt." sprak de stem, maar toch nam Neena ze. Elke dag zes. 's Morgens twee, 's middags twee en 's avonds twee. Maar de stem ging nooit weg.
De docent van Kunst bleek een heel erg aardige vrouw van rond de 40 te zijn. Haar naam was Miranda Payne, maar iedereen noemde haar gewoonweg Mira, aangezien zij haar achternaam nogal vreemd vond. "Je zou denken dat ik steeds pijn heb." had ze lachend gezegd, en de hele klas lachte met haar mee. Ook Neena, maar het was geen oprechte lach. Zij had namelijk wél steeds pijn. De opdracht was een partnerwerk, waarbij de één een lichaamsdeel van de ander moest tekenen, en omgekeerd.
Neena werd samen met een mysterieuze jongen in een groep gezet. De gitzwarte haren kwamen tot aan de brede schouders die de jonge man had en pasten goed samen met zijn klederdracht. Hij nam stilzwijgend plaats naast Neena en nam zijn schetsboek uit de lederen schoudertas. Zijn potloog daalde neer op het papier; vluchtig en zacht kwamen potloodlijnen zichtbaar op het papier terwijl de ogen van de man naar Neena's gezicht flitsten en vervolgens terug naar het schetsboek.
Even kon Neena geen woord uitbrengen aangezien zij gebiologeerd naar het professionele tekenwerk van haar partner keek. Daarna nam ze eindelijk ook haar schetsboek en ging aan de slag.
Pas aan het eind van de les kreeg Neena de naam van de jongen te horen. Pas nadat hij al zijn spullen in zijn schoudertas geworpen had en het blad naar Neena schoof, zonder haar aan te kijken, kwam ze de naam van de jongen te weten. En hoe de tekening eruit zag. Neena keek gefascineerd naar de twee ogen die op het blad geschetst stonden. Elke lijn, elk detail, elke verhouding; het klopte allemaal. Ze betrapte zichzelf erop dat ze haar adem inhield. Maar dat was niet het enige die op het blad stond. Haar ogen vonden het hanenpotenhandschrift van de man en gleden over de woorden.
Men zegt dat de ogen de poorten naar de ziel zijn.
Ik ken je geheim, Neena.
Gavin.
PS: Lange mouwen verbergen niet alles.
Met trillende handen draaide Neena het dekseltje van het pillendoosje. Ze beefde van top tot teen, maar had geen koud. "Dit is het dan," fluisterde Neena gebroken. Haar wangen waren nat van de vele tranen die daar over liepen. Ze was volledig afgepeigerd. "Lieverd, dit wil je niet." zei de stem hard, alle zoetheid was verdwenen.
Wanhopig klauwde Neena aan de dunne nachtjapon. Haar nagels maakten scheuren in de stof, en krassen verschenen over Neena's dijen. De krabben begonnen met bloeden. "Laat het ophouden! Laat het alsjeblieft ophouden!" schreeuwde Neena en plaatste haar handen tegen haar hoofd, in de hoop de stem het zwijgen op te houden. Maar dat lukte niet. Ze goot het doosje pillen uit in haar handen. De blauwe capsules leken te glimlachen naar haar. Maar Neena walgde ervan. Ze walgde ervan, maar wilde ze ook doodgraag. Haar hand bewoog zich naar haar dunne, gescheurde lippen. Neena opende haar mond en sloot haar ogen. Ze snikte nog een laatste keer en nam in haar gedachten afscheid van al haar dierbaren. Ik hou van jullie mam en pap. Neena wierp de pillen in haar mond en slikte ze allemaal in één keer door. Haar leven flitste voor haar ogen voorbij. Het einde naderde en ze zag het licht al. Het leek net alsof Neena in de oceaan viel en steeds dieper zonk; ze probeerde uit alle macht naar boven te zwemmen, maar de druk was te groot. Net op het moment dat Neena de hoop wilde opgeven en zich gewonnen gaf trok iemand haar omhoog. Uit het water.
Neena opende langzaam haar ogen en hoestte meteen de longen uit haar lijf. Ze startte weer met huilen en hoorde alweer de stem aan,"Zie je wel. Je bent een mislukkeling. Zelfs jezelf doden lukt je niet." De stem lachte enkel terwijl Neena riep,"Ga weg! Ga toch weg!" Maar het was niet de stem die antwoord gaf. Het was niet de zoete stem die Neena steeds verkeerde gedachtes gaf. Het was een zwaardere stem. Het was de stem van Gavin. "Ik ga helemaal nergens heen." Hij schoof zijn armen onder Neena's rug en hief haar overeind.
Dat was het moment dat Neena eindelijk besefte dat de hoop nooit vervolgen was. En ze was blij een persoon als Gavin in haar leven te hebben. Een persoon die de stem eindelijk verjoeg.
help