Duisternis
Duisternis
Ik kijk om me heen, maar ik zie geen licht.
Duisternis vult de ruimte.
Ik ren weg, maar kan niet ontsnappen.
Ik zak in elkaar, tranen stromen, snikken zonder geluid.
Angst neemt mij over, geen geluk meer in mij.
De duisternis sluipt dichterbij, het slaat zich als een deken om mij heen.
Het slokt mij op, er is geen uitweg meer.
Alles is donker, alles is leeg, alles voelt zo leeg en zinloos.
Mijn geluk weg, mijn leven weg.
Maar toch voelt het niet koud, het voelt enigzins warm.
Als een soort gemis sluit ik de duisternis in mijn armen.
Een kleine lach op mijn gezicht, ergens voel ik hoop.
Ik hef mijn hoofd, droog mijn tranen en sta op.
De duisternis nog in mijn armen, maar ik voel mij sterker.
Ik knijp de duisternis fijn, ik voel het brokkelen.
Langzaam valt de duisternis uit elkaar, een straal van licht in de plaats.
De warmte spreid zich over mij heen, het vult mijn lijf.
Tranen over mijn wangen, niet van angst, niet van verdriet, maar van blijdschap.
Kleine stukjes geluk komen tot mij terug.
Ik rijk mijn armen, ik pak ze en laat ze dichtbij.
De duisternis is klein, angstig in een hoekje.
Ik pak het op en kus het.
De duisternis is een deel van mij, het licht ook.
Samen in harmonie zijn zij 1, samen zijn zijn mij.
Er zijn nog geen reacties.