Hoofdstuk 20
Met een ruk draai ik me om en hef verdedigend mijn handen. Astraea houdt nieuwsgierig haar hoofd schuin. Ik laat mijn handen snel zakken. Er is niets aan de hand. Ik heb het onder controle. “Ik…” Mijn moeder heeft de hokjes gecontroleerd. Dit kan niet. “Wat doe jij-” Mijn blik valt op deur, volledig beklad met dikke zwarte stift. Haar tekening heeft vagelijk iets weg van een… paard? “Laat maar.” Ik schud mijn hoofd en kijk het meisje strak aan. “Het gaat je niets aan.”
“Klopt, maar dat gaat niet meer op.” Ze haalt nonchalant haar schouders op. “Ik heb het nu toch al gehoord.” Ze zwijgt en trekt verwachtingsvol haar wenkbrauwen op. Ik zeg niets. “Laat je haar écht zo tegen je praten?” gaat Astraea verbijsterd door.
Mijn kaak verstrakt. “Nou, ik-” stamel ik. Ik dwing mijn schouders omlaag. Ik ben geen kat in het nauw. De spanning blijft. “Het is ingewikkeld.”
“Ingewikkeld, mijn reet,” merkt ze schamper op. “Het enige wat je hoeft te doen is deze multifunctionele vriend-” Ze steekt haar middelvinger op. “- erbij pakken.” Het meisje snuift en veegt haar haren uit haar gezicht. Haar ogen fonkelen trots. “Als ze het gore lef zouden hebben zo tegen mij te praten, werk ik niet mee, hoor. Je moeder.”
Mijn ogen schieten naar de deur, alsof die woorden mijn moeder ineens de ruimte weer in toveren. De deur blijft dicht. Ik duw mijn nagels in mijn handpalmen. “Je begrijpt het niet.”
Ze trekt haar wenkbrauwen spottend op. Ik kan de radertjes in haar hoofd zien draaien - tot het kwartje, tot mijn afschuw, valt. “Oh shit, je moeder?” herhaalt ze met grote ogen. “Maat, heb je je moeder meegenomen? Ik dacht dat het je tante was?” Ze barst in lachen uit. Ik schiet achteruit als ze me op de schouder probeert te slaan. “Holy shi-”
“Hou je bek,” bijt ik haar toe. Mijn blik schiet opnieuw nerveus naar de deur. “Straks hoort ze je.” Ik recht mijn rug. “Het was niet mijn idee. Ze heeft zichzelf uitgenodigd.”
Astraea stopt met lachen en kijkt me peilend aan. “Hoe bedóél je ‘ze heeft zichzelf uitgenodigd’?” vraagt ze luid. “Hoe doet iemand dat?”
“Weet ik veel.” Ik haal zo nonchalant mogelijk mijn schouders op. “Ze is erg… betrokken,” glimlach ik bitter.
“Betrokken… Betrokken?” roept het meisje verontwaardigd uit. “Die vrouw hangt je nog net niet aan je enkels aan de hoogste boom.” Ze fronst. “Waarom laat je haar zo tegen je praten?”
“Wat moet ik anders?” snauw ik kribbig.
Er verschijnt een brede grijns op Astraea’s gezicht. “Tijd om te leren hoe je van jezelf afbijt, meid.” Het meisje slaat me op de schouder, vist een zwarte stift uit haar broekzak en loopt terug naar de bekladde deur. Met een geconcentreerde blik begint ze een stokpoppetje te tekenen, ogen als kruisjes, tong naar buiten, alsof het geplet wordt onder het eerder getekende paard. Astraea tekent een pijl naar het figuurtje en kijkt op. “Hoe heet ze?”
Ik kijk verbijsterd van de deur naar Astraea en kan een glimlach niet onderdrukken. Ergens wil ik het zeggen, maar de mogelijkheid dat mijn moeder erachter komt, maakt me misselijk. “Dat lijkt me niet handig,” mompel ik alleen. Die meid is gestoord, maar haar reactie is een stuk aangenamer dan verwacht.
“Prima, in dat geval…” mijmert het meisje onbewogen. “Linda klinkt als een passend lelijke naam.” Ze knikt tevreden en schrijft Linda (D4) bij het pijltje.
“Hou het daar voor nu maar bij.” Ik bekijk de tekening opnieuw en zie nu pas het pijltje met Maxine (D5) dat naar het paard wijst. Ik trek gniffelend een wenkbrauw op. “Dus… je bijt van jezelf af door tekeningetjes van iemand te maken op een toiletdeur?”
“Ja, precies!” stemt Astraea met een grote glimlach in. “Dat is het wel zo’n beetje, ja.” Ze laat een stilte vallen en trekt haar wenkbrauwen op. “Nee, natuurlijk niet.” Ze rolt met haar ogen. “Je hebt nog een lange leerweg te gaan.” Er verschijnt een ondeugende glinstering in haar donkere ogen. “Heb je vannacht wat te doen?”
“Ik slaap meestal ‘s nachts,” antwoord ik argwanend.
“Nee dus. Mooi! Er kan vast wel een lesje rebellie van je schoonheidsslaapje af,” ratelt ze grijnzend. “Vannacht om drie uur, het trappenhuis.” Ze pakt mijn hand alsof ze de afspraak met een handdruk wil bezegelen, maar duwt in plaats daarvan de stift in mijn handen en loopt grijnzend weg. ”Zie je vanavond!”
Ik kijk haar overrompeld na. “Ho, wacht even- Wat?” Mijn blik schiet naar de stift in mijn handen en de bekladde deur. Astraea wacht niet. Ze steekt groetend haar hand op voordat de deur van de toiletten achter haar dichtvalt.
Mijn hart bonst in mijn keel. Straks krijg ik nog de schuld. Verdomme, Astraea. Ik schiet een toilethokje - zonder bekladde deur - in en smijt zonder nadenken het bewijsmateriaal in de pot. Doorspoelen. Terwijl de stift met enige moeite in het riool verdwijnt, realiseer ik me dat dit een verstopping kan veroorzaken. Ik staar een paar tellen naar het water en maak me dan zo snel mogelijk uit de voeten.
Reageer (3)
✨icon✨
2 dagen geleden
ik ga helemaal stuk... what een piece of art is rea
Sleep deprivation who?
1 week geleden
She is man HAHAHA ik kon deze scène ook niet schrijven zonder te gniffelen
6 dagen geledenmensen die linda heten rn 😢
1 week geleden