Foto bij Hoofdstuk 7 ~ Het dak

In de stilte van mijn kamer voelde het onmogelijk om te slapen. Zachtjes neuriede ik een liedje tegen mezelf terwijl ik zachtjes op mijn been tikte in het ritme dat de bijlen gewoonlijk sloegen. Zodra ik mijn ogen sloot, voelde ik hoe de leegte mij omringde en schoot angstig recht. Ik stond op en liep mijn kamer uit, de gang door, naar de lift. Toen besefte ik dat ik geen plan had.

Na een korte tijd naar de knoppen te staren, besloot ik dat ‘dak’ de enige optie was die niet illegaal voelde op dit uur. Ergens hoopte ik onderweg iemand tegen te komen zodat het angstige gevoel dat ik helemaal alleen in het gebouw was, weg zou gaan. Mijn wens werd ingewilligd. Zodra de deuren openden, zag ik op de rand van het dak een bekend silhouet. Ik liep naar hem toe.

Anten keek verrast op. “Hey!” Hij glimlachte naar me.
“Hey. Kan je niet slapen?”
Hij lachte kort. “Het is midden in de nacht en ik zit op een dak.”
“Duidelijk.” Ik ging naast hem zitten. Toen was het even stil.
Anten keek me aan. “Jij ook niet?”
Ik haalde mijn schouders op. “Ik voel me eenzaam hier. Ik ben het niet gewoon om alleen in een kamer te slapen.”
“Dus je hoopte hier iemand tegen te komen?”
“Jij niet dan?”
Anten leunde naar achter en keek omhoog. “Ik kan beter denken wanneer ik naar de hemel staar. Deze sterren zijn dezelfde als thuis. Zij hebben mij zien opgroeien en zullen mij zien sterven.” Hij zweeg even. We lieten de harde realiteit even tussen ons in hangen, tot Anten hem uitsprak. “Hoe dat ook moge zijn.”

Zo zaten we lange tijd in stilte naast elkaar. Ik dacht aan thuis, aan het leven dat ik achtergelaten had, het leven dat zich nog tientallen jaren op dezelfde manier had moeten afspelen. Ik merkte dat ik steeds minder bang werd om erover na te denken.
“Wat zou jij met je leven gedaan hebben als je niet getrokken was?” vroeg ik.
Anten schok op uit zijn gedachten. Hij glimlachte. “Ik wilde altijd leraar worden.”
“Ik denk dat je een goede leraar zou zijn.”
“Ik hoop het. Een geduldige leraar is een van de krachtigste dingen die er zijn.”
“Dat is zo.” Weer verloor ik mezelf in mijn gedachten aan de mannen die mij elke dag hadden bijgestaan.
“Je kan een boom niet in één keer omhakken, je moet het in kleine stukjes doen, zoals je ook niet alles in één keer kan leren,” had Nash gezegd toen ik gehuild had omdat ik na enkele weken nog niet zelf een boom kon hakken.
Ivo had daaraan toegevoegd dat je verpletterd wordt als je niet oplet naar welke kant je hakt.
Ik was zeker dat er een betekenis achter die uitspraak zat; ik moest enkel nog uitzoeken welke.

Plots stond Anten op. “Wel, ik denk dat het maar eens tijd wordt voor een tweede poging om te slapen. Dankjewel voor het gesprek." Hij glimlachte over zijn schouder. “Ik zie je nog wel.”
“Tot morgen,” zei ik.
Zodra Anten de lift in was, bekroop de eenzaamheid me weer. Onder de grootsheid van het heelal leek het gevoel nog doordringender. Zo snel mogelijk rende ik de trap af naar mijn verdieping, waar het bed iets minder intimiderend voelde dan voorheen.

Reageer (1)

  • Duendes

    Love Bes haar momentjes van denken aan thuis en aan haar collega's enzo, like wauw niet de eeuwige TQG fout van thuis vergeten zodra we weg zijn?? Wow!!!

    Love it aaahh

    5 dagen geleden
    • Megaeraaa

      Ik ben te grote fan van haar backstory om niets ervan uit te schrijven

      5 dagen geleden
    • Duendes

      I love her backstory en I want more (H)

      5 dagen geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen