Hoofdstuk 7
Ander bezoek krijgt Rae niet. Na een eeuwigheid die te kort duurt, wordt ze opgehaald van de vloer en naar de trein gebracht door drie Vredebewakers. Ze loopt het eerste stuk niet zelf; ze laat zich meeslepen. Haar hoofd is nog steeds van slag van de elektrische schok en haar ego kan de klap van het hele bestaan van Magnus niet hebben. Bij het perron heeft ze wat van haar vuur terug, en probeert ze de Vredebewakers fysiek van zich af te schudden en zelf te lopen, maar die zitten ook in een soort ego-trip en laten niks toe. Ze mag niet eens zelf lopen. Wat een slecht geregelde onzin is het hier.
De trein is een stuk beter geregeld. Rae wordt gewelddadig een coupe ingeduwd. Het heeft een TV omringd met gouden velours loungebanken, en een houten eettafel en wat bruine leren gedecoreerde stoelen. Het is exorbitant groot voor een trein. Nogmaals, een trein, hé. Dit is mooier, en waarschijnlijk groter, dan elke woning die Rae ooit zou kunnen bezitten.
Wat deze kamer nog meer heeft, is drie inzittenden. Haar districtsgenoot, Renwa, zit op de bank. Zijn gezicht naar de stroomloze televisie voor hem, en zijn lichaam gespannen. Op de kant van de hoekbank die tegen een muur staat, zitten een man en een vrouw die Rae vaag herkent als winnaars van de Spelen. Traditiegetrouw zijn dit dan haar mentoren. Die moeten haar door de komende tijd gaan slepen. Met andere woorden, ze hebben een berg van een taak voor zich.
“Ah, onze schreeuwlelijk is er ook,” klinkt de vrouwenstem koel. De vrouw draait zich verveeld naar Rae, haar ijsblauwe ogen niet warmer dan haar stem. Haar haren zijn lichtblond en in een extreem strakke knot getrokken. Met haar eigen rommelige bruine haar voelt Rae zich bijna inadequaat, wat zich omzet in een kleine woede. Daarbij, moet deze vrouw echt even kalmeren. Meestal doet men een stuk aardiger bij een eerste ontmoeting.
“Insgelijks, ijskoningin. Prettig kennis te maken, dan maar.” Een koekje van eigen deeg. Rae haalt een hand door haar haar, terwijl de vrouw haar ogen vernauwt.*
“Het is Maxine. Of, als je zo door wil gaan, mevrouw Mountwire.”
“Niet bijten, dames. Het wordt nog een lange treinreis, die een stuk prettiger wordt als iedereen heel blijft,” mengt de man zich in de patstelling. De vrouwen verbreken geen oogcontact dus na een stilte die nog net niet ongemakkelijk wordt, doet de man nog een poging. “En… als we een namenrondje gaan doen… dan heet ik Bolt. Van mij hoeven we niet met achternamen te gaan strooien,” hij kijkt even gericht naar Maxine, “maar als je het moet weten, is de naam Silentdust.”
Ze kijken vol verwachting naar Rae, die steevast haar mond houdt.
“Een namenrondje vereist meestal enige medewerking, Astraea,” zegt Bolt kalm, maar niet onder de indruk. Hij was Maxine voor, die een stuk minder aardig was geweest. Rae denkt vooral wat het nut is van een namenrondje als ze haar geboortenaam toch al kennen. Die uiteraard correctie nodig heeft. Ze breekt haar stilte.
“Rae.”
“Wat?” Maxine trekt één wenkbrauw op.
“Het is Rae.”
Er klinkt gepiep. Het jongetje, dat ook op de bank zit, maar geen enkele vorm van geluid of beweging heeft vertoond sinds Rae binnen is gewandeld, haalt zichtbaar adem. Hij schraapt onhandig zijn keel. “Renwatidsilver,” floept er als één woord uit. Dit zou zijn naam moeten voorstellen, geroepen bij de Boete als Renwa Tidsilver. Hij verroert geen spier en kijkt Rae niet aan. Zijn blik is gericht op de schoenen van Bolt, en gezien dit zwarte gympen zijn, gaat Rae er niet vanuit dat hij groot sneakerfan is.
“... Het is een genoegen om kennis te maken, Renwatidsilver en… Rae,” klinkt de stem van de man met de zwarte schoenen (sorry, Rae is er nu ook op gefixeerd). “Traditiegetrouw gaan we nu over op het bespreken van jullie opties. Eerst, sterke kanten. Dingen die we kunnen gebruiken om jullie een kans te geven in de Arena. We zien in District 5 niet veel winnaars. Je kan je voorstellen dat dat voor Max-”
“Maxine,” onderbreekt de vrouw hem. Bolt rolt met zijn ogen, maar gaat verder.
“Dat dat voor Maxine ook niet prettig is. We zien veel verlies. Dat nemen we ze nooit kwalijk, maar het neemt een tol.”
“Wat gaat het helpen om te zeiken? Brengt dat die kids terug?” bijt Rae. “En daarbij, ik heb persoonlijk geen aandeel gehad in het overlijden van de rest. Maximus hier heeft al het recht om sneu te doen, maar niet gericht op mij.” Bij het noemen van de naam Maximus, wat overigens een vette paardennaam zou zijn, springt de vrouw overeind. “Luister, meisje-”
“Maxine,” houdt Bolt haar tegen. Hij is inmiddels ook overeind gaan staan, en zit gelukkig gunstig genoeg tussen waar Rae staat en Maxine zit in. “Rae,” spreekt hij, met nadrukkelijk meer teleurstelling dan in Maxine. “Je gaat te ver. Het is een moeilijke dag. We gaan snel door alles heen. Dan ga je slapen. En dan vergeten we vandaag. Morgen een nieuwe dag met nieuwe kansen. Een goede nachtrust lost hopelijk veel op. Voor jullie allebei,” hij schiet een harde blik naar Maxine.
“Het zal wel,” stemt Rae op haar manier in. Maar haar manier is nog niet bekend bij haar mentoren en wordt haar niet in dank afgenomen. Het feit dat ze na deze hele conversatie nog steeds niet op de bank is gaan zitten, ook niet. Ook de ogen van Bolt vernauwen. “Of we doen het anders. Je gaat naar je coupe en je gaat nu slapen. Je mist instructies, gaat onvoorbereid de Arena in en sterft een harde, spoedige en oneerlijke dood. We zijn geduldig, ‘Rae’, maar niet heilig.”
Er klinkt wat gemompel van Rae’s kant, terwijl ze zich beseft dat ze een poging moet doen om de enige twee mensen die aan haar kant staan, ook daadwerkelijk aan haar kant te houden.
“Wat zeg je?” eist Bolt.
“Sorry.” Een woord dat je niet vaak zal horen van Rae. Ze is al mild chagrijnig dat ze het eenmaal moet herhalen. Ze erkent effectief dat ze mee gaat werken. Voor nu. Ze neemt plaats op de bank, naast Renwa. Hij zat in het midden, dus wanneer Rae neerploft, zitten ze erg dichtbij elkaar. Alsof ze een dodelijk virus heeft, schuift de gespannen jongen zoveel mogelijk weg van Rae. Top. Maar voordat Rae haar bek open kan trekken, gaat Bolt verder.
“Dat is beter, meisje,” klinkt het vaderlijk van de man die niet ouder kan zijn dan dertig. “Dus, sterke kanten?” Bolt vraagt het zo normaal mogelijk, maar een oplettende kijker zal doorhebben dat volledig hoopt dat er een fijn antwoord komt. Dat één van deze kinderen ook maar iets kan dat ze zal helpen in het bloedbad dat de Hongerspelen vormen.
“Ik kan met messen omgaan?” brengt Rae vragens in, als ze doorheeft dat Renwa niks gaat zeggen. De jongen heeft meer weg van een standbeeld van een muis dan van, wel, een jongen. Hij had net een houten pop kunnen zijn. Misschien als hij dapper en onzelfzuchtig is, dat de Goede Fee hem weer een echte jongen maakt. Gelukkig begint Rae dus over messen, een heel integer en onzelfzuchtig onderwerp.
“Waar heb je dat geleerd?” vraagt Bolt, enigszins verbaasd maar misschien ook opgelucht. En de verbazing duurt niet lang, want hij heeft Rae gezien tijdens de Boete. Dit is een meid met weinig geheimen als het op agressie aankomt.. Het antwoord op die vraag van Bolt zou echter een beerput openen die nog wel even dicht mag blijven, denkt Rae.
“Pas.”
“Denk je dat dit een spelshow is? Sinds wanneer doen we aan ‘pas’?” vraagt Maxine met wijdgesperde ogen, en een venijnige klank in haar stem. Ze kan dus delen van haar ijzige gezicht nog bewegen, denkt Rae. Fijn voor haar. Nu nog een vriendelijke glimlach, en dan komen we nog ergens.
“Ik zei, pas,” herhaalt Rae.
“En wij stelden je een simpele vraag. We gaan je niet kunnen helpen op deze manier,” zegt Maxine.
Bolt medieert weer eens. “ Je gaat ons minstens vertellen hóé je met messen om kan gaan; wat je ermee kan doen.”
Beelden flitsen langs Rae’s netvliezen. De postbode wiens (volgens Magnus politiek gekleurde) post aanzienlijk lastiger bezorgd wordt nu hij de vingers van zijn dominante rechterhand mist. De jonge receptionist van het gemeentehuis met een mes tegen zijn keel, zodat hij een week later toevallig ontslag nam.
De moorden.
“Ik weet kracht te zetten met een mes. Ik weet dichtbij genoeg te komen zonder zelf te veel schade op te lopen. En, ik weet slagaders te vinden.”
Rae kijkt niet, maar de ogen van Renwa vullen zich met tranen. Maxine is niet onder de indruk, of laat dit niet blijken. Bolt onderdrukt een glimlach. “Ik had zo’n vermoeden. Goed. Nog meer?”
“Vuistgevechten,” benoemt Rae de olifant in de ruimte. Iets met een Boete.
“Juist. Al won je vanmiddag niet,” zegt Bolt. Wrijf het er lekker in, anders. Rae voelt een overweldigende neiging om zichzelf te verdedigen. Dus dat doet ze.
“Ik was overmand. Ze waren met meer.”
“Dat zijn ze in de Arena ook.” Dat zijn ze in de Arena ook, doet Rae hem spottend na in haar hoofd. Niet hardop, lezer. Wees trots.
“Wel, dan moet ik slimmer zijn,” zegt Rae terwijl ze nonchalant haar schouders ophaalt.
“Juistem.” Bolt onderdrukt de glimlach van eerder niet langer; hij laat hem gewoon zien. Rae vecht tegen het idee dat het prettig is dat ze gemogen wordt.
Renwa piept/praat opeens weer mee. “Ik kan… ik kan ook slimmer zijn. Ik ben niet sterk. Of bekend met wapens. Of voorbereid. Maar misschien kan ik verstoppen?”
Bolt knikt en maakt een instemmend geluidje. “Daar moeten we maar voor gaan. Je bent niet groot, dus verstoppen gaat kunnen werken. Afhankelijk van de Arena, uiteraard. Vergeten we nog sterke kanten?”
“Explosieven.” Beelden van de gesaboteerde bom van gisteren - was dat pas gisteren? - flitsen langs, dus ze voegt snel een kanttekening toe. “Normaalgesproken.”
Maxine, die zich grotendeels uit het gesprek had teruggetrokken, trekt een blonde wenkbrauw op. “Normaalgesproken? Normaalgesproken? Waar beginnen we aan, Bolt? Dit is een kind. Ze speelt spelletjes.”
“Ik speel niks. Ik maak explosieven. Ik zou het met liefde bewijzen, als jullie onderdelen leveren, maar gezien het hele in-een-rijdende-trein-zitten, lijkt het me niet handig. Of wel?”
“Bolt, hou me tegen,” smeekt Maxine.
“Ik ben je vader niet. Bommen, dus? Als we de juiste onderdelen regelen?” Bolt lijkt oprecht geïnteresseerd en geïntrigeerd. Rae doet onverschillig, maar vanbinnen voelt ze trots. Haar bommen zijn haar baby’s.
“Jazeker.” Alsof het niks is, gaat een trotse Rae comfortabeler zitten.
“Dan zorgen we dat de Spelmakers weten dat die onderdelen toegevoegde waarde hebben. Hopelijk belanden ze dan ook in de Arena. Nog meer sterke kanten?” vraagt Bolt, maar Renwa veegt klamme handen af aan zijn broek, en Rae haalt haar schouders op. Beide tieners maken ontkennende geluidjes.
“Prima. Dan gaan we Boetes kijken.”
*Rae doet, uiteraard, hetzelfde.
Reageer (2)
noooo je kan niet laten zien dat je een fuck geeft itll kill you trust
fighting for her lifeee 6 uur geleden
Eerlijk is eerlijk, fair meid. Je had hem moeten ontbestanen toen je nog de kans had
Ten eerste: gelukkig maar, zou onfortuinlijk zijn als hij dat niet meer deed
Ten tweede: valid wel man want Rae is absoluut feral en dat is intimiderend lol
Rae wtf meid hahahaha maar wel valid
Maxine be like
Wat een icoon once again
Renwa is zo real hier of, om Sam te quoten toen ik dit voorlas: "what the hellie"
Lekker bezig meid!!!
HAHAHAH I love Bolt man best mentor award 7 uur geleden