Hoofdstuk 6
De twee stoelen blijven nutteloos terwijl de zussen zo lang mogelijk blijven zitten op de tafel. Maar zo lang mogelijk blijkt niet lang genoeg. Een oudere Vredebewaker, geflankeerd door degene die Rae herkent als de Struikelaar, opent de deur. Hij staat even in de deuropening. De zussen geven geen kik. Hij schraapt zijn keel. Rae rolt met haar ogen. De Vredebewaker schraapt nog een keer zijn keel. Want dat helpt. Rae zucht. De Vredebewaker haalt diep adem en staat op het punt om nog luider zijn keel te schrapen als Rae hem onderbreekt.
“Luister, vriend. Ik weet niet of je moeder je ooit heeft geleerd om de ruimte te lezen, maar dit is zó niet het moment.”
“Tribuut, jij volgt onze regels, wij niet de jouwe,” commandeert meneertje Vredebewaker. Hij denkt vast dat hij een hoge pief is.
“Schat, als jij met een plakkaatje komt waar specifiek op staat dat je mijn kleine zusje van me af mag trekken, mag je het proberen. Tot die tijd zit ik helemaal prima hier.”
Zinnia gaat overeind zitten. “Rae. Onthoud wat we hebben afgesproken,” zegt ze, doelend op het hele “normaal doen” ding. Wel, afgesproken, schmafgesproken. Het is een soort afgedwongen; Rae weet best dat Zinnia nooit was gestopt als ze niet had toegegeven. Maar Zinnia zit al overeind.
“Lekker gewerkt. Kijk wat je aanricht, lul,” zucht Rae dan ook.
“Taalgebruik, tribuut,” klinkt de strenge man. Rae staat op om haar zusje te gaan knuffelen, maar niet voordat ze haar rug heeft gekeerd naar de Vredebewaker en zijn woorden stil naspreekt naar Zinnia met een spottend gezicht. Zinnia moet lachen, maar corrigeert haarzelf. “Niet grappig, Rae. Niet het moment.” In Rae's hoofd doet ze ook haar zusje spottend na. Niet het moment, mijn reet, denkt ze. Maar deze gedachten stoppen het voorbijgaan van de tijd niet (sterker nog, dingen gaan overwegend sneller als je ze leuk probeert te maken. Blijkbaar geldt dat ook voor het laatste familieafscheid dat je ooit zal hebben).
“Aye, kapitein,” dreunt Rae, met haar hand tegen haar voorhoofd. Zinnia's ogen vol pijn. Toch knuffelen de meiden.
“Let op jezelf,” fluistert Zinnia in de warme knuffel. De geur van haar zusje - lavendel en rozemarijn - overvalt Rae. Ze opent haar mond om iets terug te zeggen, maar Zinnia houdt haar tegen. “Het is goed zo. Zeg alsjeblieft even niks. Voor mij.”
Rae knikt. Ze weet niet hoe ze om moet gaan met deze situatie. Haar zusje heeft pijn, maar als Rae hier ook zielig gaat lopen doen en janken… dan krijgt het Capitool - en erger, fucking Magnus - wat ze willen. Mooi niet. Daarbij, het is een hele tijd terug dat Rae zielig gedaan heeft. Ze zou niet weten hoe. Wat ze wel weet, is dat ze Zinnia niet los wil laten. Als de Vredebewaker zijn klaarblijkelijk woestijndroge keel wèèr schraapt, begint het bloed van Rae Silverspark te koken. Ze houdt zich in, om het niet moeilijker te maken voor Zinnia, maar dat is een uitdaging. Zinnia ziet het frustrerend frequente keelgebrek als teken om los te laten en wurmt zich uit de knuffel, na het planten van een kus op de wang van haar zus.
“Pak ze, tijger,” lacht Zinnia. De tranen lopen over haar wangen. Rae glimlacht bitterzoet, de meiden doen hun speciale middelvingergroet, en Zinnia loopt weg, de gang in. In tegenstelling tot Rae heeft zij blijkbaar geen team van Vredebewakerescorts nodig. Top. Dat betekent dat meneertje Kuch-schraap-ahem er nog staat. Het exacte moment dat Zinnia de hoek omloopt, staat Rae al op een centimeter of tien van de grotere bewaker. De Struikelaar staat nog achter hem, zichtbaar onzeker en met een flinke kras op zijn wang. Ze fluistert kalm maar dreigend.
“Als je nog dingen liefhebt in je leven zou ik me heel gauw bezig gaan houden met mijn eigen zaken, vriend.” De bewaker doet er zichtbaar alles aan om niet een stap naar achter te doen. Rae wint. Ha.
“Gepaste afstand, graag, tribuut.”
Rae veinst onschuld. “Wat? Ik doe niks, toch?”
“Tribuut, afstand nemen, of ik roep versterkin-” Hij wordt onderbroken door de minst favoriete stem van District 5 (als je het Rae vraagt).
“Astraea.” Shit. Magnus. In haar ooghoeken ziet ze dat hij de gang achter de twee bewakers inloopt, en ze bevriest. Ze gaat niet de eerste zijn die zich uit deze staarwedstrijd terugtrekt. Magnus nadert verder. “Zijn we weer lief aan het spelen?”
Rae breekt nog steeds geen oogcontact. “Ik wist niet dat ik zo’n wild gevaarlijk type was, dat ik niet eens meer in de buurt mag komen van je onderdaantjes, Magnus.”
“Wel, gedraag je als een beest, en wordt behandeld als een beest. Reynolds, Trickle, terug naar de hal. Ik zie jullie daar.” Trickle? Hij mag dankbaar zijn voor de ‘Struikelaar’ bijnaam.
“Oh, geweldig. Een één op ééntje.” Dit wekt een - voor Rae zeer bevredigende - zucht op bij Magnus.
“Neem vooral plaats.” Hij wijst naar de tot dusver ongebruikte stoelen. “Dit zal niet lang duren, maar je gaat wel luisteren.” Fuck jou, met je stoelen. En… met je luisteren.
“Dat bepaal ik zelf wel.”
“Ieder zijn ding, Asbakje.” Magnus loopt om haar heen en pakt één van de stoelen. Hij draait hem richting de deur en gaat uitgebreid zitten, met zijn voet leunend op zijn knie. Het oogt frustrerend comfortabel. Het is een soort opscheppen. Rae staat tussen hem en de deuropening in. Ze zou… van alles kunnen doen. Ze onderdrukt een glimlach. Niet het moment om te gaan lachen, denkt ze. Maar wellicht wel het moment om te gaan slaan? Magnus en zijn arrogante hoofd lijken zich geen zorgen te maken, en dat frustreert haar.
“Wat we gaan doen, Astraea, is als volgt. Jij speelt het spelletje. Je gaat lekker meedoen aan de Spelen. De Arena wint van je. Papa wint sympathiepunten, en we zijn van jou af. Capiche?” Koude rillingen maken hun weg over Rae’s rug. Dit is allemaal een plan van haar vader… Kom op zeg. Ze weet dat hij een lul is, maar je eigen dochter simpelweg opofferen? Hoe haalt hij het in zijn gedachten? Dit zou kunnen worden uitgelegd door het feit dat hij niet denkt. Één ding is zeker. Rae gaat er alles aan doen om haar vader zo min mogelijk sympathiepunten op te leveren. Niet op deze manier. Niet op deze matige, stomme en rare manier. Rae gaat niet verliezen zodat haar vader kan winnen.
Ze doet haar best om haar stem neutraal te laten klinken. Nonchalant, zelfs. Ondanks dat voelt ze haar schouders aanspannen en haar handen klam worden. Haar ogen prikken vervelend. Haar hart klopt in haar keel. Ze slikt. Ga weg.
“Klinkt aardig cliché, Magnus. Plus, wie zegt dat ik het spelletje meespeel?” Ze zal het niet snel toegeven, maar ze is best trots op de vertoning tijdens de Boete. Ze ging met een knal, en dat heeft ze nog niet eerder gezien bij de Boetes.
“Onder andere de videobewerkers. Leuke show, daarnet. Uiterst jammer dat niemand het gaat zien. Zonde. Televisie-magie is een wonderbaarlijk ding.” Je meent het. Rae's pijn zet zich weer om in woede. Ze fluistert vol venijn.
“Er gaat een moment zijn dat jullie niet opletten. Niet kunnen knippen. Op dat moment sla ik toe, Magnus. Ik denk niet dat papa het waardeert als zijn kleine meisje op televisie een trut is.”
“Oh, dus je bent toch zelfbewust? Ze zijn flink afgetraind, in het Capitool. Denk je dat je de eerste rebelse tiener ooit bent? Laat me niet lachen.” Nou, dat doet ze zeker niet. Zijn gezicht staat op onweer. “Ik heb ze ingelicht, trouwens. Het genot van connecties hebben. En als je het voor elkaar krijgt om neergeknald te worden vòòr de Spelen, ach, dan heb ik nog een reservelijst. Maar dat heb ik je natuurlijk al verteld.” Hij grijnst vies. Rae moet haar best doen om haar maaginhoud niet over zijn vieze, gore en tevens smerige houding te lozen. Die kwal.
“Wel, ik zei dat het niet lang ging duren. Ik wilde je er gewoon even aan herinneren.” Hij staat op, geen enkele spanning te zien in zijn lichaam. Het toonbeeld van triomf en arrogantie. “Veel plezier, dat de mogelijkheden altijd goed voor je mogen zijn, of wat ze dan ook zeggen. Niet dat het uitmaakt, Asbakje.”
Rae rent naar hem toe, en vliegt hem aan.
“Fucking…” Ze stompt hem één keer, met alles dat ze heeft. Ze voelt zijn kaak kraken tegen haar vuist. Het voelt fijn. Ze hoopt zijn triomfantelijke glimlach van zijn gezicht te slaan, maar tot dusver geen succes. “Arrogante…” Ze stompt hem een tweede keer. “Machtsgeile…” Ze stompt hem een derde keer. “Klootzak!”. Ze haalt uit om hem een vierde keer te stompen. Maar de linkerhand van Magnus glijdt naar zijn riem, waar hij een klein rechthoekig doosje pakt. Hij richt het op Rae. Hij haakt Rae van balans met zijn benen tot ze struikelt en op de grond valt. Ze vloekt. Maar Magnus zegt enkel “Boep!” terwijl hij nog geen seconde op het knopje op het rechthoekige doosje klikt. Er schiet een bliksemflits door de lucht. Die maakt contact met de buik van Rae, en al haar spieren in die omgeving spannen zich aan. Een helse, brandende pijn schiet door haar hele lichaam, en het lukt niet om adem te halen. Ze kan niet om zich heen kijken, maar ze hoort een deur hard dichtslaan en op slot gaan. Alles in haar lichaam vuurt af. Na een paar seconden is de spierspanning over. Ze voelt een intense haat, maar ook een intense spierpijn, en een verdwaasd gevoel. Magnus heeft haar geraakt met een fucking taser. Die lafaard. Hij vecht niet alleen vies door haar in de Spelen te dumpen, maar zelfs in een vuistgevecht? En… wat moet Rae met “Boep!”? Wie zegt er nou “Boep!”?
Rae blijft op de grond liggen. De grond is koel, en alles doet nog pijn. Ze komt op adem, en smeedt een moordplan. Als ze Magnus ooit nog ziet zal dat de dag zijn dat hij sterft. Ze zal zijn grijns uitsnijden van oor naar oor, en al zijn tanden stuk slaan. Misschien maakt ze er een ketting van. Ze negeert dat de kans dat ze hem nog ziet klein is.
Reageer (1)
HAHAHA real wel omg I love her so much man wat een queen
Wat een icoon
Dat zal vast wel moeten lukken! Gewoon de tea spillen girl!!
Pls stop met je best doen
Asking the real questions girlie 6 uur geleden