Ik heb allemaal werk te doen nog aan het verhaal van Rae. Maar ik ben op reis zonder computer dus ik ga al dat werk uitstellen tot ik dat niet meer ben. Enjoy?

Veel verhalen beginnen met een vonkje. Een vonkje dat contact maakt en langzaam
groeit tot een vlam. Die vlam vreet zich vol en groeit uit tot een verslindend vuur. Een passievol slagveld met verwoesting alom. Alleen maar verliezers, verzwolgen in de vuurzee. Tenzij, uiteraard, je je identificeert met dat vuur. Dan zijn er niet alleen maar verliezer. Dan heb je opeens een winnaar. Ja lezer, mooie verhalen beginnen met een vonk.
Dit verhaal begint met een nadrukkelijk en voor ons hoofdpersonage een overwegend hinderend gebrek aan vonk.
Het is avond wanneer Rae Silverspark in de steeg grenzend aan de Edisonlaan 13
staat. In haar handen een zwarte pijp, de lengte van haar onderarm. De uiteinden zijn afgedekt met zwarte doppen. Het onheilspellende geheel is onopvallend, zwart en verwikkeld in een dunne geelgroene bedrading die oorsprong vindt uit de koperlegeringen aan de doppen. Of nee, correctie. Het zijn twee kabels, die vrij duidelijk één kabel hadden moeten zijn. De helft die niet vastzit aan het explosief verdwijnt in een oude leren reistas bij de voeten van het meisje.
Het moment dat ze uitvindt dat de ene kabel niet langer één kabel is, bevriest ze.
Fuck. Ze ademt gefrustreerd uit, zich ervan bewust dat ze stil moet blijven. Er klinken voetstappen van achter.
“Ach nee toch, was die kabel in gebruik?” Rae bevriest. Haar ademhaling stokt in
haar keel. Haar ogen schieten naar haar zijde. Ze weet dat ze hem niet kan zien omdat hij achter haar staat, maar ze draait haar lichaam niet. Haar gedachten gaan razendsnel. Het is geen verlies tot je opgeeft. Verharden. Ontkennen. Ademen. Dus dat doet ze.
“Asbakje, ik praat tegen je. Je mag antwoorden.” Zijn stem klinkt zo arrogant dat ze
haar maag voelt omdraaien. Het is zó oneerlijk. Het is zó smerig. Het bloed van Rae Silverspark begint te koken, en dat is nooit een goed teken. Ze spant haar schouders aan, en draait zich om. Geen reden meer om te ontkennen dat hij er is. Ze schrikt ervan hoe dichtbij hij al is, maar die schrik laat ze niet zien.
“Oh, daar moet ik nu toestemming voor hebben?” bijt ze terug.
“Daar moest je altijd al toestemming voor hebben. Maar,” Hij pakt haar bij de keel en
drukt haar tegen de muur. Niet hard genoeg om haar lucht te ontnemen, maar wel hard genoeg om haar absoluut voor schut te zetten. “Daar heb je simpelweg nooit naar geluisterd.”
Onze woordkunstenares heeft haar zegje weer klaar. Ze haalt oppervlakkig adem,
spuugt eerst (de woorden) “Stik erin,” en spuugt daarna (speeksel) in zijn gezicht. Hij stond
dichtbij dus hoewel Rae al prima kon richten, kon ze hiermee niet missen. Zijn spuug-bevochtigde gezicht verstijft met kille woede. De hand die haar keel vast heeft spant ook aan, en doet een poging om Rae tegen de grond te smijten. Rae gaat echter al wat langer mee en ziet dit aankomen. Ze verschuift haar gewicht en blijft tot grote frustratie van haar tegenstander overeind staan. Deze frustratie wordt vrij direct geuit in een vuistslag die doel treft. Het doel, Rae Silversparks rechterkaak. Het ijzingwekkende geluid van vuist-op-bot galmt door de straat. Rae voelt een warme druppel bloed vanaf haar lip over haar kin lopen. Ze proeft tevens de welbekende heerlijke koperachtige smaak. Dat kon ze er ook nog wel bij hebben.
De afleiding van de stoot in haar gezicht is kort, maar lang genoeg om Rae te
tackelen. Na een flinke duw vliegen er dus niet enkel vuisten maar ook Rae zelf door de straat. Na een harde doffe klap glijdt ze tot stilstand. Ze krabbelt snel overeind tot een zittende houding, en blaast een korte bruine lok uit haar ogen*. Haar ademhaling zit hoog. De radertjes in haar hoofd draaien op volle toeren. Alles om te berekenen hoe ze dit verlies niet toe hoeft te geven. Ze weet dat ze minstens zo’n harde duw kan verwachten als ze weer opstaat. En ze weet ook, kleinzerig mietje dat haar tegenstander is, dat hij zo versterking oproept. Ze zit in de val. Dat alles terwijl ze dacht onder de radar te bewegen. Hoe heeft hij haar doorgehad?
Het silhouet van de nieuwste hoofdbewaker van District 5 , staat onheilspellend groot
en onomstootbaar voor haar. Magnus Vale. Recentelijk gepromoveerd van Vredebewaker met een smerig randje, naar datzelfde maar dan hogerop. Jarenlang werkten Magnus en Rae - met enige tegenzin - samen. Geld is geld. Maar alles is sinds kort veranderd. En precies op het moment dat Rae in wil grijpen komt hij de straat ingelopen. Dat had wellicht niet zo’n verrassing moeten zijn: het blijft immers zijn eigen straat. Zijn eigen woning, zelfs. Rae had erop gerekend dat ze gezien zou worden. Dat zou niet uit hoeven maken. Je weet wel, staafbom, enzo. Maar dat haar kabels doorgesneden zouden zijn… Hij had haar eerder door.
Het zachtjes zoemende elektrische straatlicht belicht Magnus van achteren, dus Rae ziet niet dat hij grijnst.
“Asbakje van me toch. Na al die jaren had ik niet verwacht dat je nog voor me zou
vallen," zegt hij tegen het meisje dat hij net heeft geduwd. De triomfantelijke toon in zijn stem laat kippenvel achter op de huid van Rae. Dit laat ze niet doorschemeren in haar houding, om hem de voldoening die dit gegarandeerd zou leveren niet te gunnen. Desalniettemin gaat Magnus tevreden door. “Ik dacht dat we je geleerd hadden om niet met vuur te spelen, meisje.” Zijn ogen dwalen naar een shirt dat verbergt wat beiden weten te vinden. De brandwonden zijn nu jaren oud. Hoewel ze voor het meisje niet zichtbaar zijn, weet ze zonder moeite het sterrenstelsel aan brandplekken op haar onderrug precies te traceren.
“Fuck you,” spuugt Rae. Haar woordenschat blijft een wereldgeschenk. Magnus
zucht enkel, schijnbaar vaderlijk teleurgesteld. Iets waar Rae maar al te bekend mee is.
“Taalgebruik jongedame.” En taal, vrienden, wordt zeker gebruikt. Rae haalt woorden
uit de kast die niet voor herhaling vatbaar zijn. Er worden onder andere moeders, tantes, goudvissen en zelfs een enkele bromfiets bedreigd. Met een sprankje in zijn ogen wacht Magnus de tirade af. Maar ondanks alle samenwerkingen over de jaren heen blijkt hij Rae toch niet voldoende te voorspellen. De waterval aan hatelijke woordenkots kent geen einde. Met een akelig geduld en een vriendelijke glimlach hurkt Magnus naar de hoogte van Rae. Hij pakt haar kin vast, stevig genoeg om haar letterlijk de mond te snoeren.
“Nog niet uitgeraasd, meisje? Ik heb nog eventjes de tijd, maar dan moet ik door.
Tenzij je natuurlijk van gedachten bent veranderd.” Met een vriendelijke glimlach hurkt Magnus naar de hoogte van Rae. “Zaken zijn zaken.” Rae ziet haar kans schoon en spuugt in zijn gezicht. De goed opgespaarde rochel vliegt met een bijna cinematische boog naar zijn gezicht, en landt op de wang onder zijn linkeroog. Rae vloekt (in tegenstelling tot zojuist doet ze dat ditmaal in haar hoofd). Ze had liever in zijn oog gespuugd. De hoofdbewaker verstijft, en aarzelt geen moment om, na het succes van de eerdere kaakstoot, een rechterhoek uit te delen met wederom als doelwit Rae's kaak. De klap kon bijna niet missen, Rae heeft zichzelf in een te kwetsbare positie gewerkt. Ze voelt haar lip splijten en proeft al snel veel meer bloed dan eerst. Ze heeft verloren, maar dat zal ze nooit toegeven. Ze zet een masker op en keert haar bebloede gezicht weer richting haar tegenstander, die inmiddels overeind is gaan staan. Ver uit spuug-bereik, maar dichtbij genoeg om zijn winst - duidelijk voor iedereen behalve Rae - er nog nét even in te wrijven. Magnus’ lange figuur en de bijbehorende schaduw torenen boven Rae. Hij haalt diep adem, recht zijn rug en schraapt kalm zijn keel.
“Waar je het gore lef vandaan haalt, weet ik ook niet. Maar we zullen zien waar je
eindigt op deze manier.” En dat gore lef, wordt nog nét wat goorder. Magnus mag dan wel buiten spuugbereik zijn, en Rae heeft misschien wel een gespleten lip, maar ze heeft ook twee prachtig werkende benen. Ze trapt Magnus, zo hard als ze kan recht in zijn mannelijkheid. De berg van een man ondergaat een aardverschuiving en zakt nog net niet naar zijn knieën. Hij kermt een - volgens Rae - ronduit beschamende pijnkreet. Rae is niet gisteren geboren. Ze vecht al dan niet eerlijk, maar ze weet wanneer ze moet rennen. En, lieve lezer, dat is nu. Hard. Ze zet het op een lopen en ondertussen gaan haar gedachten als een speer. Ze wil naar huis, maar zal een omweg moeten nemen. Magnus rent sneller, en als Rae door haar gebruikelijke steegjes rent, zal hij haar inhalen. Het enige dat hem weerhoudt van deze marteling voortzetten is zijn imago. Als hoofdbewaker een jongvolwassen vrouw in elkaar timmeren is normaal, maar wordt niet publiekelijk gewaardeerd. Dus, hij zal het ook niet publiekelijk vertonen. Als Rae de hoofdstraat pakt, ontloopt ze misschien zijn woede. Voor vanavond dan. Over het algemeen waarderen mannen het niet per se als je hun edele delen een flinke trap geeft. En het zal iedereen verbazen om te leren dat Magnus al niet het vergevingsgezinde type is. Maar daar kan Rae nu niet aan denken. Het is nú overleven, en straks oplossen. Dat is het voor haar altijd. Ze rent, ze rent en ze rent door de steegjes. Een klein stukje nog. Achter haar hoort ze steeds luidere voetstappen galmen door de betonnen straten. Het is hier vaak stil ‘s avonds. District 5, en dan specifiek haar steegjes, zijn niet uitnodigend voor gezellige straatfeesten.
Met enige vorm van opluchting bereikt Rae de hoofdstraat. Ze rent nog steeds - ze is
niet altijd zo secuur (lees: ze denkt niet na bij, bijvoorbeeld, het trappen in de kroonjuwelen van een hoofdbewaker), maar in dit geval kiest ze ervoor om het zekere voor het onzekere te nemen. Ze ziet een mollige man met rommelig rossig haar een vuilniszak buiten zetten - de bakker. Met een veelbetekenende grijns zwaait hij naar Rae, en ze zwaait uiteraard terug. Het is een vriendelijke man en een vaste klant voor hier en daar wat hallucinerende middelen. Ze neemt het hem niet kwalijk, wat met de staat van het land.
Magnus is inmiddels ook de hoofdstraat opgerend. Hij is een stuk dichterbij dan Rae
had verwacht, hooguit een meter of 8 verderop. Hij heeft blijkbaar andere en effectievere steegjes genomen. Maar hij weet dat hij hier zelf moet stoppen met rennen om geen commotie te veroorzaken. Dus, net zoals in Rae’s verwachtingen, stopt hij, maar niet voordat hij zich het laatste woord toeeigent: “Het Capitool ziet alles, Asbakje.”
Maar Rae ziet meer. Zoals haar voordeur. Ze gaat snel naar binnen en smijt de deur
achter zich dicht. Ze leunt ertegenaan, het hout verkoelend na de lange sprint. Morgen is de Boete - dat ook nog. Nu is het vooral belangrijk dat ze haar lip opschoont en gaat slapen, twee dingen die langer duren dan ze had gehoopt.

*Niet dat dit baat heeft, welgetroffen lezer. De andere zevenentachtig lokken hebben een eigen wil en, incidenteel, een eigen lengte. Voor al het snijwerk dat op Rae's bordje komt, is ze geen goede barbier.

Reageer (1)

  • Duendes

    En ze weet ook, kleinzerig mietje dat haar tegenstander is, dat hij zo versterking oproept.

    Oneerlijk ngl wees een vent bro

    Recentelijk gepromoveerd van Vredebewaker met een smerig randje, naar datzelfde maar dan hogerop.

    Oh- ja, dat zijn geen gunstige vijanden meid...
    En dat blijkt OEF??? Wat is Magnus kut man ughhh maar like wel op een goede manier want OEH interessant??? Ze werkten samen? Ik ben excited!!

    Haar woordenschat blijft een wereldgeschenk. (...)
    “Taalgebruik jongedame.” En taal, vrienden, wordt zeker gebruikt.

    SANNE you're killing me HAHAHA

    Er worden onder andere moeders, tantes, goudvissen en zelfs een enkele bromfiets bedreigd.

    ... wat? Love that xD
    Magnus' bromfiets? Of een niet zo nauw betrokken bromfiets? Magnus voelt meer als een fatbike type

    En dat gore lef, wordt nog nét wat goorder.

    Top tier

    maar ze weet wanneer ze moet rennen. En, lieve lezer, dat is nu. Hard.

    Go Rae - ohmygod I love her so much already ze is zo'n probleem wat top

    9 uur geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen