Hoofdstuk 3
Zodra de deur achter mijn vriendinnen dichtvalt, doe ik de armband razendsnel af. Als mijn moeder zo binnenkomt, mag ze die absoluut niet zien. Ze mag dit niet van me afpakken, omdat ze per se wil dat ik haar stomme parelketting draag die ze jaren geleden voor zichzelf als aandenken had uitgekozen. Ik schuif de armband snel in mijn beha - de enige verstopplek die ik zo snel kan bedenken, aangezien mijn broek geen zakken heeft.
De deur gaat open en voor een seconde ben ik ervan overtuigd dat mijn moeder in de deuropening staat - ik hoop dat ik de armband goed genoeg heb weggestopt - totdat de vrouw in de deuropening zich naar de vredebewaker draait. “Jongeman, zou je me even kunnen helpen? De drempel is vrij hoog voor een vrouw op leeftijd.”
“Oma!” Ik loop snel naar de deur en bied haar een arm aan. “Wat een verrassing. Wat leuk dat u ook nog langskomt.” Ik help haar om plaats te nemen op de bank en ga zelf ook weer zitten.
“Ach, natuurlijk, kind. Het was wel een eindje lopen, maar ik ben er. Opa is wel alvast naar huis gegaan, hoor. Je weet hoe moeilijk hij loopt - alleen verplicht naar de Boete komen was al vermoeiend genoeg voor hem. Maar ik moest tegen je zeggen dat hij natuurlijk heel trots op je is.” Oma kletst nog een tijdje door over hun gezondheid, over Haai, hun vijftien jaar oude Australische herder, die bang is voor water nadat hij vorig jaar gestoken is door een kwal en over het afscheid en de Spelen van tante Delphine, precies twintig jaar geleden. Uiteindelijk wordt er weer geklopt om duidelijk te maken dat het tijd is om te gaan. Ik help oma overeind. Ze kust me op mijn wangen. “Nou, lieverd, zet hem op. Als je weer thuis bent, moet je maar vlug weer eens langskomen om ons over je avonturen te vertellen.”
“Natuurlijk, oma, zal ik doen,” zeg ik plichtsgetrouw, terwijl ik haar over de drempel help. “Ik kom zo snel mogelijk langs. Doe opa en Haai de groetjes van me.”
Als ik terug de kamer in wil gaan, houdt de vredebewaker me tegen. “Je hebt om precies te zijn nog veertig seconden voordat het uur om is, dus dat lijkt me niet de moeite waard.” Ik kijk hem verbaasd aan. Mijn moeder is nog niet langs geweest. Dat kan niet kloppen. Mijn moeder zou nooit de laatste kans mislopen om me te overspoelen met adviezen, waarschuwingen en haar op- en aanmerkingen over mijn Boete. “Ik zal je vast naar de auto begeleiden.”
De auto aan de zijkant van het gerechtsgebouw wordt duidelijk alleen voor deze jaarlijkse gelegenheid tevoorschijn getoverd - hoewel ik kon zweren dat hij vorig jaar nog wel een dak had gehad. Voorin, naast de chauffeur, zit Tanicia Hartrock, onze districtsbegeleidster. Waar haar jurk op het podium nog wel daadwerkelijk op een (nogal extravagante) kwal had geleken, lijkt het nu meer alsof ze een heleboel iriserende lappen stof op schoot heeft. De immense hoed op haar hoofd lijkt exact op de hoed van een echte kwal, behalve dat ik zelden een kwal heb gezien waarbij de roze strepen een patroon hadden dat me vagelijk aan panterprint deed denken. “Ah, Megalodon. Perfect op tijd,” zegt ze opgewekt zodra ze me ziet. “Ga zitten, meid. Heb je een leuk afscheid gehad?”
Met een blik op de lange slierten aan haar hoed, neem ik plaats op de stoel achter de chauffeur. Ik heb liever geen kwal in mijn gezicht zodra we gaan rijden. “Ja, absoluut,” antwoord ik neutraal. “Maar noem me alsjeblieft gewoon Meg.” Ik blijf even stil. “Waait die hoed niet af als we gaan rijden?”
Ze schudt haar hoofd. “Een goede escorte is op alles voorbereid,” zegt ze met een knipoog, alsof ze me een geheim vertelt. Ze trekt haar hoed wat opzij en toont de honderden haarspeldjes die de hoed op zijn plaats houden. “Je moet altijd voorbereid zijn op een onverwachte windvlaag op het podium. Dat soort fouten overkomen alleen starters.” Ze zucht. “Ik had er alleen niet helemaal rekening mee gehouden dat de hoed nogal groot is voor een auto. Dat besef kwam pas toen ik net probeerde te gaan zitten. Gelukkig kon het dak eraf, anders was het een heel ongemakkelijk ritje geworden.”
Ik weet niet goed hoe ik daarop moet antwoorden. Voordat de stilte ongemakkelijk lang blijft duren, wordt het verbroken door de andere tribuut van District 4. Mako Tiburon grijnst van oor tot oor en fluit vals een deuntje, terwijl hij naast me op de achterbank plaats neemt. “Wat ben jij vrolijk.” Ik kijk de blonde jongen met opgetrokken wenkbrauwen aan. Ook op de dag van de Boete, terwijl hij wist dat hij zich zou gaan aanbieden, zitten zijn krullen rommelig als altijd. “Leuk afscheid gehad?”
“Dat kun je wel zeggen, ja.” Zijn ogen twinkelen.
“Laat me raden,” zucht ik hoofdschuddend. “Kwam Mariana gedag zeggen?”
De grijns op Mako’s gezicht spreekt boekdelen. Zijn hopeloze verliefdheid op Mariana is zo’n beetje het slechtst bewaarde geheim van heel District 4. Iedereen op de trainingslocatie weet ervan. De auto is ondertussen vertrokken richting station. Als Mako zijn mond open doet om verder uit te wijden, wordt hem wel heel letterlijk de mond gesnoerd. Zodra de auto meer vaart maakt, zijn de lange slierten van Tanicia’s hoed overgeleverd aan de wind - wat betekent dat Mako ze recht in zijn gezicht krijgt. De lange jongen duikt achter de bijrijdersstoel. “Zeg, eh… blijft dat de hele rit zo?”
“Ja, heerlijk, hè?” reageert Tanicia, zich van geen kwaad bewust. “Ik vind de frisse zeebries toch ook altijd wel wat hebben.”
De rest van het korte ritje naar het station verloopt vermakelijk. Mako weet wonder boven wonder een groot deel van de slierten ongemerkt vast te klemmen tussen Tanicia en de bijrijdersstoel, waardoor hij niet hoeft te kiezen tussen gegeseld worden door een kwallenhoed of rugpijn van zich achter een stoel verstoppen. Tanicia werpt een blik over haar schouder als we er bijna zijn, waardoor de slierten van haar hoed losraken en opnieuw in Mako’s gezicht slaan. Ik gniffel. “Goed, lieverds. Als we zo de bocht zijn, staan de cameraploegen alweer klaar. Zodra de auto stilstaat, stappen jullie uit en volgen jullie mij naar de trein,” zegt ze zakelijk. “Geen handtekeningen of iets dergelijks, maar vergeet niet te lachen naar de camera’s.”
Ik adem diep in en uit en rol mijn schouders naar achteren, maar het lukt me niet om de knoop in mijn maag wat losser te krijgen. Gewoon gezonde spanning, vertel ik mezelf. Het is ook niet niks. Terwijl we ons door de menigte vol flitsende camera’s begeven, probeer ik tussen de mensen een glimp van mijn moeder op te vangen. Als ze het afscheid heeft gemist, zal ze ongetwijfeld hier proberen om me nog wat dingen mee te geven voor de Spelen. Ik zie haar nergens. Tanicia laat ons nog even kort poseren bij de ingang van de trein. Mako blaast een kushandje naar het publiek - absoluut bedoeld voor Mariana. Vanwege alle fotografen om ons heen besluit ik om maar niet met mijn ogen te rollen - dat zorgt voor vreselijke foto’s - maar het zou niet onterecht zijn.
Tanicia slaakt een zucht zodra de deuren van de trein sissend achter ons sluiten. “Hè, hè, nou, dat was volgens mij een groot succes.” Ze trapt haar hoge hakken meteen uit. Ik probeer langs haar heen stappen om verder de trein in te lopen, maar Tanicia verspert me direct de weg. “Oh nee, jullie zetten geen stap verder die kant op totdat jullie gedoucht hebben. Die vislucht trekt anders helemaal in het meubilair.” Ze wijst naar de andere kant van de trein. “Daar zijn jullie kamers, inclusief eigen badkamer. Twee keer haren wassen met een ruime hoeveelheid shampoo, vergeet de conditioner niet. Was jezelf met douchegel en scrub. Er ligt een badjas klaar. Een avox zal jullie eigen kleren ophalen en wassen, zodat potentiële sponsoren niet zullen bezwijken aan de vislucht zodra de treindeuren weer opengaan.” Tanicia wrijft een losgeraakte pluk van mijn haar tussen haar vingers en fronst. “Meg, liefje, vergeet niet om leave-in conditioner en een haarmasker te gebruiken. Jouw haar heeft absoluut wat extra hydratatie nodig.” Ik zet een stapje achteruit, zodat ze mijn haar weer los moet laten en knik verward. Vanuit mijn ooghoeken zie ik Mako net zo verbaasd kijken. Tanicia klakt ongeduldig met haar tong. “Nou, hup, hup. Voordat ik niets meer tegen de geur kan beginnen.” Terwijl Mako en ik de aangewezen kant oplopen, hoor ik Tanicia achter me wat luchtverfrisser spuiten en iets mompelen over geurtjes waar ze in de districten duidelijk geurenblind voor zijn geworden. Het zal.
Op mijn kamer ligt inderdaad een hele donzige badjas klaar, netjes opgevouwen op bed, met bijpassende donzige pantoffels. Uit een snelle inspectie van de kamer blijkt dat er snacks in een giftig roze verpakking in het nachtkastje liggen, dat het bed allerlei ingebouwde knoppen heeft waarvan er ten minste één schijnbaar een slaapliedje speelt als je erop drukt (oeps) en dat de kledingkast vol ligt met kleding in de wildste kleuren - vreemd genoeg precies in mijn maat. Na een korte afweging besluit ik dat het nachtkastje waarschijnlijk de beste plek is om mijn aandenken op te bergen. Ik vis het armbandje uit mijn beha en schuif het onder de roze verpakkingen. Mijn andere sieraden kunnen prima op het nachtkastje liggen. Ik gooi mijn kleren op bed en neem de badjas en pantoffels mee de badkamer in. Wat had Tanicia nou ook alweer gezegd over conditioner en leave-in maskers?
Wanneer ik in donzige badjas, pantoffels en met een handdoek op mijn hoofd de badkamer uit kom, zijn mijn kleren inderdaad weg. En het bed lijkt verschoond en opnieuw opgemaakt. Aanstellers.
Iemand klopt ritmisch op de deur. “Meg, lieverd, ben je klaar? We willen zo de nabespreking van de Boetes bekijken,” zegt Tanicia vanaf de gang. “Delphine staat te popelen om te beginnen. Ik weet niet hoeveel langer ik haar nog kan houden, hoor.”
“Ik kom eraan!” Ik controleer snel of mijn aandenken nog veilig opgeborgen in de la ligt - dat is het geval - en loop de gang op.
Tanicia staat te wachten met een notitieboek in haar handen. “Hier, een klein presentje,” zegt ze met een knipoog. Ze overhandigt me een lichtblauwe notitieboekje en een pen met een ongemakkelijk grote decoratieve schelp op de achterkant. “Ik weet dat jullie beroepstributen graag uitgebreid aantekeningen maken tijdens de Boetes, dus dat kan dan maar beter in stijl, nietwaar?”
“Eh, ja. Dank je.” Ik loop met haar mee naar een andere coupé. Dit deel is ingericht als een soort woonkamer, maar met een mate van luxe dat zelfs de woonkamer van tante Delphine in de Winnaarswijk bescheiden lijkt. Door de grote ramen aan de linkerkant kan ik het landschap van Panem voorbij zien flitsen. Aan de rechterkant zijn de zandkleurige gordijntjes dichtgetrokken om te voorkomen dat er niets meer te zien is op het immense beeldscherm dat vanuit het plafond naar beneden lijkt te zijn getrokken. Rondom het scherm is een zithoek gecreëerd, waar de rest al plaats heeft genomen. Mako draagt, gelukkig, ook een badjas en frunnikt ongemakkelijk met zijn pen - maar mijn blik blijft hangen bij onze mentoren. En bij één mentor specifiek.
Ik denk dat ik weet waarom mijn moeder niet bij het afscheid was.
Reageer (2)
Oh nee. En ik maar afvragen waar haar moeder was de hele tijd.
6 uur geleden
6 uur geledenZe heeft een loedermoeder
7 uur geleden