Nog voordat de deur achter ze dichtvalt, komen de volgende gasten al binnen. Tot mijn grote opluchting is het niet mijn moeder. Ik weet vrij zeker dat ze de resterende tijd op zou vullen en er zijn nog zat andere mensen die ik graag wil spreken.

Maar ik moet bekennen dat het niet per se deze mensen zijn. De vredebewaker had in elk geval niet gelogen toen hij zei dat er een flinke rij stond. Het lijkt erop dat iedereen met wie ik ooit een woord gewisseld heb langs komt om gedag te zeggen, me succes te wensen en te vertellen dat ik het helemaal ga maken. Ik weet hoe het werkt en ik weet dat dit een goed teken is: het betekent dat ze geloven dat ik ga winnen. Als een veelbelovende tribuut meedoet, gaat iedereen en zijn moeder langs om afscheid te nemen zodat ze - zodra de tribuut in kwestie gewonnen heeft - op te kunnen scheppen dat ze zo’n hechte band met de winnaar hebben dat ze bij het afscheid aanwezig waren. Er komen wat trainingspartners en trainers langs, wat klasgenoten en leraren - zelfs mijn oude juf van groep 2, die me vertelt dat ze alle vertrouwen in me heeft, dat ze niet verbaasd is en dat ik bij haar in de klas al ‘Hongerspelen’ speelde op het schoolplein. Ik heb haar niet gevraagd of ik toen al won - niet dat ik daarover twijfel, of zoiets.

Het is een opluchting als de deur opengaat en het mijn vriendinnen zijn die binnenkomen en niet de zoveelste vage kennissen die doen alsof we een hele hechte band hebben en ze me enorm gaan missen. Cade stapt meteen op me af en slaat haar armen om me heen. “Ik moet toegeven dat ik het toch wel spannend vind nu het zo dichtbij komt, Meg,” fluistert ze half in mijn haar. Ze laat me los en frunnikt aan één van haar kleine vlechtjes.

“Ik ook.” De woorden hebben mijn mond al verlaten voordat ik er erg in heb. “Maar ik weet wat ik doe,” voeg ik er snel aan toe. “En hé, iemand moet het doen als we nog iets van ons plan willen maken.” Vroeger wilden Cade en ik ons het jaar na elkaar aanbieden voor de Spelen, zodat we allebei zouden winnen en buren zouden worden in Winnaarswijk. Ons plan was dan om onze huizen aan elkaar vast te maken zodat we een extra groot huis hadden, zoals alleen tienjarigen dat kunnen verzinnen. Maar Cade is teruggekrabbeld en bovendien mocht ik me van mijn moeder vorig jaar absoluut niet aanbieden, ook al stond ik toen ook al onverslagen bovenaan het scorebord bij de trainingen. “Het komt wel goed.”

“Komt wel goed?” herhaalt Cas nijdig. Waar Cade meteen de kamer in kwam, is Cas bij de deur blijven staan. Ze zucht pissig, slaat haar armen over elkaar en kijkt me met opgetrokken wenkbrauwen aan. “Allemachtig, Meg, ik dacht dat we hadden afgesproken dat je niet je leven zou gaan wagen voor een beetje eer?”

“Nou, ‘afgesproken’ is een groot woord,” sputter ik tegen. “We hadden besproken waarom het misschien niet een ideaal scenario zou zijn, maar-”

“Jij stomme mosselkop.” Ze stampt de kamer in en geeft me een harde stomp, voordat ze me in een stevige knuffel trekt. “Waarom kun jij nou ook aan niets anders denken dan altijd die verdomde-” Cade schraapt haar keel om haar tirade te onderbreken en Cas zucht. “Goed, ja, sorry. Ik had gewoon echt gehoopt dat je-” Ze zucht trillerig, laat me los en zet een stapje achteruit. “Ik… Ik hoop dat je weet wat je doet, Meg.”

Als ik zie dat ze de tranen in haar ogen snel weg probeert te knipperen, trekt mijn maag samen. “Natuurlijk weet ik wat ik doe, Cas. Je kent me toch,” stel ik haar gerust. Ik duw haar zachtjes op de bank en ga zelf ook zitten. “Ik heb alles onder controle.”

Cade gaat in kleermakerszit op het vloerkleed zitten en legt troostend een hand op Cas’ knie. “Ik ben allang blij dat we nog binnen werden gelaten om afscheid te nemen,” wisselt ze van onderwerp. “Er stond al best een rij, dus ik was even bang dat je moeder ons voor was en iedereens tijd zou opeisen.”

“Dan had ik haar er echt wel uitgegooid, hoor.” Dat is niet waar. We weten allebei dat het een onmogelijke opgave is om mijn moeder ergens weg te krijgen als ze van plan is te blijven - ze bijt zich vast en dan kun je duwen en trekken wat je wil, zonder resultaat. “Maar ze is nog niet langs geweest.”

Ze kijkt verbaasd op. “Niet? Maar zo lang heb je straks toch niet meer?” Cade fronst, maar haalt dan haar schouders op en glimlacht tevreden. “Ze moet niet denken dat wij eerder weggaan voor haar.”

“We hebben nog wat voor je gemaakt,” valt Cas haar bij, “om mee te nemen.” Er speelt een glimlachje rond haar lippen, terwijl ze een gevlochten armbandje tevoorschijn haalt. Cas trekt haar wenkbrauwen op. “Of heeft je moeder je aandenken al bepaald?”

“Natuurlijk, maar boeien.” Ik rol met mijn ogen en geef een rukje aan de gouden ketting met zoetwaterparels rond mijn nek. “Dit onding betekent niets. En ik beslis zelf wel wat ik meeneem. Als ik in het Capitool ben, heeft mijn moeder er toch niets meer over te zeggen.” Ik steek mijn pols uit en zodat Cas het armbandje om kan doen. Het gevlochten koord van de armband wikkelt twee keer rond mijn pols en is versierd met kleine schelpjes, schitterende stukjes zeeglas en een haaientand. “Wanneer hebben jullie dit geregeld?” vraag ik bewonderend. “Als je dacht dat we hadden afgesproken…”

Cade schiet in de lach. “Ja, dag. We kennen je langer dan vandaag, Meg.” Ze leunt achterover, steunend op haar handen. “Natuurlijk weten we dat je je zou gaan aanbieden. We hebben het strand al meer dan een jaar in de gaten gehouden om geschikte dingen te vinden. En volgens mij past het precies, hè?” Haar bruine ogen twinkelen tevreden. “Nu ben je er helemaal klaar voor.”

“Is je tante ook je mentor? Of weet je dat nog niet?” vraagt Cas nieuwsgierig.
Ik knik. “Tante Delphine vertelde me een paar dagen geleden dat zij en Jerold dit jaar de mentoren zijn.”

“Jerold? Als in ‘jonge god Jerold’?” vraagt Cade breed grijnzend. Ze fluit goedkeurend. “Meid, jackpot! Een kans om de Spelen te winnen én de grootste catch van District 4 aan de haak te slaan. Oh, als ik dat had geweten, had ik me misschien wel aangeboden…” mijmert ze plagend.

“Oh, hou je mond.” Ik gooi één van de kussentjes naar haar hoofd, maar Cade vangt het behendig op. Jerold heeft zeven jaar geleden de Spelen gewonnen. Hij was toen al oneerlijk knap - en in de jaren daarna is hij alleen maar aantrekkelijker geworden. We waren alle drie smoorverliefd op hem toen we veertien waren. “Jerold is niet eens mijn mentor. En daarnaast heb ik de komende dagen echt wel even andere dingen om me op te focussen.”

“Maar daarna heb je alle tijd,” bemoeit Cas zich er lachend mee. Ze geeft me een por met haar elleboog. “Als je wint, worden jullie buren, hè. Als je maar weet dat ik meteen kom logeren. Hij is nog vrijgezel, toch? Je moet me dan maar aan hem voorstellen.”

“Mocht je willen,” snuif ik verontwaardigd. We kletsen nog een tijdje door. Alles voelt zo normaal, alsof we straks samen naar de scheepswerf gaan, naar de loods die al zolang ik me kan herinneren dienst doet als trainingslocatie voor toekomstige beroepstributen. Een klopje op de deur kondigt het einde van het afscheid aan. Ik zucht. “Het was fijn geweest als jullie mee hadden gekund.”

De meiden knikken instemmend. “Neem maar wat leuke souvenirs uit het Capitool voor ons mee,” zegt Cade ernstig, maar het lukt haar niet om haar gezicht in de plooi te houden als ze haar zin vervolgt. “Misschien zo’n leuke kwallenhoed als die Tanicia tijdens de Boete droeg.”

“Natuurlijk.” Ik knik net zo ernstig. “Ik ga kijken wat ik voor jullie kan doen.” Ik geef ze allebei nog een knuffel. “Ik zie jullie over een paar weken weer.”

Reageer (2)

  • Magnificat

    Petition to make mosselkop het scheldwoord van het jaar

    6 uur geleden
  • Vide

    loveee cade en cas ik wil ook zo’n armbandje

    7 uur geleden
    • Duendes

      Same bro it's so cool (blush)

      7 uur geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen