Ithilwen Cûtalion
Ithilwen liep naar buiten. Het was een ontzettend raar gesprek geweest met heer Thranduil en ze kon het geluid van zijn lach en zijn glinsterende ogen niet uit haar hoofd krijgen. Doe niet zo raar, zei ze tegen zichzelf, hij is ook maar een elf, waarom zou het opeens bijzonder zijn dat hij om haar lachte? Maar toch kon ze het gevoel niet van zich afzetten. Waarom kon ze niet gewoon normaal doen in zijn bijzijn? Ze had het gevoel dat de goden met haar zaten te spelen, want hoe ze het zich ook voornam om niet meer bij Thranduil in de buurt te komen, hun wegen kruisten elkaar steeds opnieuw. Ithilwen schudde haar hoofd en ademde de koele ochtendlucht diep in. Ze had even behoefte aan iets anders en besloot haar paard op te zadelen. Hoewel... waar was haar paard eigenlijk? In de drukte van het vroege vertrek kon ze Myrio niet onderscheiden.
'Myrio,' riep ze. 'waar zit je?' Ze draaide om haar as terwijl ze door de mensenmassa heen liep. Haar geroep overstemde het geluid van hinnikende paarden en pratende mensen nauwelijks.
'Hé verdorie, waar zit ze? Myrio!' mompelde ze geïrriteerd. Achterstevoren liep ze langs de pratende mensen en lette niet op waar ze heen ging. Met een harde klap knalde ze tegen iemand aan. Ithilwen verloor haar evenwicht en tuimelde achterover, degene tegen wie ze aan was gebotst meesleurend. Toen ze op de grond neer kwam werd alle lucht uit haar longen geblazen en er zweefden sterretjes voor haar ogen. Ze kreunde en opende haar ogen, terwijl ze om zich heen keek in het opgedwarrelde stof. Naast haar lag een jonge vrouw met lange zwarte haren en een fijn gezichtje, een mens. Ithilwen sprong overeind en klopte het stof van haar kleren.
'Oh sorry, het spijt me zo.' zei ze verontschuldigend. Ze hoopte dat de vrouw het haar niet kwalijk nam, ze had wel genoeg gênante momenten gehad voor vandaag.
(Feanor, kijk jij maar hoe het verder verloopt, heb er wel vertrouwen in dat je juiste beslissingen maakt over mijn personage. Ik spring wel in!)
|| Thou wouldst rejoice for those that live, because the live to die. ||