Mijn quote was nummer 16: Face me evil bastard, smell the hate of angels – Rhapsody (Holy Thunderforce)
De quote draait niet helemaal om de hoofdpersoon, maar meer om de personen die er later nog bijkomen, als je snapt wat ik bedoel ;3

Een oorlog, uitgevochten door de krachtigste wezens ooit. Een strijd tussen goed en kwaad. Een strijd tussen duivels en engelen. Eeuwenlang is hier naartoe gewerkt: een verwoestende oorlog tussen de twee botsende krachten. Het is een oorlog die al vele levens heeft gekost en er nog veel zal eisen.
De twee groepen zien er ongeveer gelijk uit: beide hebben ze vleugels en de meeste vormen lijken op die van de mens. De vleugels van de engelen zijn zilverwit- of goudkleurig, die van de duivels meestal zwart of dieprood.
De twee partijen hebben veel gemeen, maar het grootste is nog wel de haat voor elkaar. Elke engel heeft een intense afkeer voor duivels en andersom is het precies zo.
Dit verhaal gaat over die haat, maar haat en liefde staan vaak dichter bij elkaar dan je zou denken...

Een eenzame figuur vloog boven een uitgestrekt bos. De gouden vleugels waren uitgestrekt en de veren ritselden zachtjes. Een wit jurkje fladderde tegen de benen door de harde wind. Het was Felicity; een engel. Ze keek uit naar vijandige groepen, maar door de dichtbijeenstaande bomen zag ze niets. Ze zuchtte diep en besloot wat lager te gaan vliegen. Met een minieme vleugelbeweging begon ze te dalen, haar smaragdgroene ogen vlogen over de boomtoppen en haar lange, bruine haren zwiepten tegen haar rug. Plotseling zag ze onder haar iets bewegen, een lichte verschuiving van donker en licht. Onmiddellijk hield ze stil. Gespannen tuurde ze naar beneden.
Niets.
Net toen ze had besloten dat het vals alarm was geweest, zag ze het weer. Langzaam zweefde ze erheen. Haar hart bonkte luid en haar handen werden klam van het zweet. Dit was niet de eerste keer dat ze op pattrouille was, maar nog nooit had ze hoeven ingrijpen. Natuurlijk had ze wel eens duivels gezien, maar dat waren alleen gevangenen geweest en nooit had ze echt oog in oog gestaan met haar vijand.
Pas toen haar voeten zachtjes over de boomtoppen streken, haalde ze diep adem en dook tussen de takken door naar beneden. Meteen werd het donker voor haar ogen, het zonlicht dat net nog over haar heen had gestreken werd volledig buitengehouden door het dichte dak van bladeren. De takken striemden in haar gezicht en volkomen gedesoriënteerd kneep ze haar ogen dicht en vloog zo snel mogelijk weer weg. Met een harde smak belandde ze op de grond. Door de val werd alle lucht uit haar longen geslagen en happend naar adem bleef ze liggen. Na een tijdje uithijgen wilde ze overeind komen, maar een vreemd geluid weerhield haar daarvan. Het leek op een zacht lachje. Meteen schoot haar weer te binnen dat ze oorspronkelijk opzoek was naar vijanden en verstijfd bleef ze liggen. Achter zich hoorde ze zachte voetstappen over de dorre bladeren lopen. Haar ogen sperden zich wijd open, haar ademhaling werd gejaagd en haar handen knepen zich tot vuisten. Ze had haar vleugels ingeklapt, maar door de spanning spreidden ze zich onbewust weer, tot ze op volle lengte waren uitgestrekt. De gouden gloed zorgde voor wat licht op onder de bomen en ze kon de bladeren voor haar neus zien liggen.
Achter haar stopten de voetstappen en een zachte ademhaling bereikte haar oren. Ze haalde diep adem en vroeg met bevende stem: ‘Wie ben je?’ Er werd gegniffeld. ‘Mijn naam is Darren, maar kun je niet beter vragen wát ik ben?’ ‘Dat weet ik zo ook wel.’ antwoordde ze. Natuurlijk was hij een duivel, anders had hij haar vast allang laten weten dat ze niet bang hoefde te zijn. Eigenwijs wilde ze overeind komen, maar meteen werd ze voor die gedachte bestraft: ‘Blijf waar je bent.’ De stem was onverbiddelijk, maar ook aantrekkelijk; diep en fluweelzacht. Felicity was even afgeleid door de verleidelijke klank, maar dacht toch razendsnel na. Ze had de verrassing nu aan haar kant, het zou zonde zijn dit effect niet te gebruiken. Ze zette haar beweging voort en sprong op. Tevergeefs, Darren bewoog vliegensvlug, hij had dit duidelijk vaker gedaan. Razendsnel kwam hij dichterbij en drukte Felicity ruw tegen een boom, haar vleugels raakten verstrikt in de takken en ze slaakte een zachte kreet van pijn. Een lichte glimlach verscheen op zijn gezicht, maar Felicity kon alleen nog maar kijken naar zijn ogen: ze hadden een warme bruine kleur, gouden spikkels deden ze haast leven. Het waren de prachtigste ogen die Felicity ooit had gezien. Haar adem verstomde en de pijn was haast vergeten. Nooit had ze kunnen denken dat duivels dit soort ogen zouden kunnen hebben. Darren pakte losjes haar polsen vast en duwde ze naar achteren. Een lach verliet zijn lippen. Felicity’s ogen zwierven over de contouren van zijn gezicht: zijn volle lippen krulden zich tot een grijns. Hij had hoge jukbeenderen en blond haar dat warrig om zijn gezicht krulde.
‘Kus me.’ Voor ze het wist rolden de woorden over haar lippen, maar Darren lachte alleen maar en keek haar in de ogen. ‘Blijf staan.’ De fluwelen stem maakte Felicity gek en ze knikte gewillig. ‘Zeg het.’ ‘Ik blijf hier staan.’ De woorden kwamen automatisch uit haar mond. Hij keek haar nog even aan, maar liet haar polsen toch los en stapte achteruit. Felicity was teleurgesteld dat hij haar niet gekust had en even kwam de gedachte dat hij de vijand was weer naar boven drijven, maar wat Darren toen deed liet haar alles vergeten. Ze kon alleen nog maar met open mond blijven staren. Hij grinnikte nog eens, zijn shirt had hij uit gedaan en Felicity had nu vrij zicht op zijn perfect gevormde spieren en de zwarte vleugels die vanuit zijn rug uitgroeiden en zich langzaam uitspreidden. Met zachte hand tilde hij Felicity’s kin op, gewillig sloot ze haar mond en strekte verlangend een hand naar hem uit. Ze was zo in de ban van zijn lichaam en zijn stem dat ze de boosaardige blik in zijn ogen niet opmerkte.

Darren genoot van het feit dat hij de engel in zijn macht had. Ze was zo van de wereld dat ze niet eens meer door had dat hij de vijand was. Hij deed een stap naar haar toe en zag hoe ze zich naar hem uitstrekte. Nog een kleine stap deed haar zachtjes kreunen van verlangen. Een glimlach sierde zijn mond en de laatste stap overbruggend gaf hij toe aan haar wensen.
Felicity’s vingers streken over zijn gezicht, over zijn buik en armen. Hij liet het glimlachend toe en zag hoe ze zich voorover boog, hunkerend naar meer. Hij speelde met haar als een kat met zijn prooi. Af en toe een stap achteruit, dan weer vooruit. Hij liet haar snakken naar meer, liet haar smeken en jammeren, maar ook kreunen van verlangen en voldoening als hij haar aanraakte. De voldane grijns was niet meer weg te slaan van zijn gezicht. Felicity’s ogen stonden hongerig en haar mond vormde onwillekeurig woorden: ‘Kus me. Kus me, alsjeblieft.’ Darren deed nog een stap naar haar toe, zijn ontblote bovenlichaam raakte de bovenkant van haar jurkje en hij voelde hoe ze trilde van opwinding. Hij zou het er eens lekker van nemen, maar daarna zou het tijd zijn om haar uit de weg te ruimen. Weer één vervloekte engel minder.
Hij boog zich uiterst langzaam naar voren, haar blik vasthoudend. Ze sloot haar ogen en hij drukte lanzaam zijn lippen op de hare, zijn onderlichaam schuurde tegen haar aan, en hij voelde hoe hij zelf opgewonden begon te raken. Hij drukte zich tegen haar aan en begon haar wellustig te zoenen. Felicity deed gewillig met hem mee.

Wat beiden niet in de gaten hadden, was dat zich boven hun hoofd iets heel anders afspeelde. De leden van Felicity’s engelengroep waren onrustig geworden toen ze maar niet terug kwam. Tussen de takken door zag één van hen de gouden gloed van Felicity’s vleugels samen met de zwarte gloed van Darren en trok daaruit zijn conclusies. Hij riep de anderen bij elkaar en verklaarde dat de duivel Felicity had overmeesterd en haar nu bedreigde. Één van de engelen werd woedend en stormde naar beneden, de takken slim ontwijkend. De anderen volgden snel...

Felicity voelde hoe het warme lichaam van Darren tegen haar aan drukte, ze voelde zijn handen over haar lichaam strijken, maar vooral voelde ze zijn lippen vurig op de hare drukken. Ze was volledig van de wereld, in de ban van zijn overweldigende kussen en zijn handen die haar overal aanraakten. Ze nam totaal geen notitie van de wereld om haar heen. Daarom schrok ze zich dood toen de eenheid van engelen door de boomtoppen stormde en Darren van haar losrukte.
Direct werd ze weer met beide benen op de grond gezet. De realiteit drong tot haar door en geschokt deed ze een stap achteruit. Althans, dat probeerde ze. De stam van de boom drukte pijnlijk in haar rug en de takken boorden zich in haar vleugels. Ze staarde naar Darren. Toen ze in zijn ogen keek kwam het verlangen meteen weer naar boven, maar ze werd uit haar gedachten getrokken door luid schreeuwende stemmen. Darren werd vastgehouden door Gremian, de engel die als eerste op de plek was verschenen. Hij bulderde boze woorden in Darrens oor. Darren zelf leek het niet zoveel te doen, hij bleef onverstoorbaar in Felicity’s ogen kijken en zijn gezicht bleef stoïcijns.
‘Wat heeft hij je aangedaan, Felicity?’ De zachte stem van Annora, een andere engel, leidde Felicity af van Darrens prachtige ogen. Ze wendde haar blik af, een eenzame traan rolde over haar wang en woordeloos schudde ze haar hoofd. ‘Heeft hij je pijn gedaan?’ Schreeuwde Gremian. Hij draaide Darren's arm op zijn rug, Darren kromp een beetje ineen en Gremian grijnsde sadistisch. ‘Ik, nee, hij... Ik weet het niet.’ Was haar antwoord, ze kon niets meer uitbrengen. De aanblik van Darren in de handen van Gremian deed haar pijn, maar ze wist dat ze er niets tegen zou kunnen doen. Engelen zouden niets mogen voelen voor duivels, enkel haat en afkeer.
‘Kom, Felicity. Zeg het, heeft hij je pijn gedaan?’ Annora’s stem was kalm en redelijk. Felicity gaf zich over en stapte naar haar toe, de tranen stroomden nu vrijelijk over haar wangen. Annora omarmde haar en fluisterde lieve woorden in haar oor. ‘Deed hij je nou pijn of niet?’ zei Gremian tactloos. Annora keek hem boos aan, maar maakte zich toch van Felicity los en keek haar vragend aan.
Felicity keek bang naar Darren. Hij keek haar strak aan, maar ze kon zijn blik niet langer verdragen. Met haar ogen naar de grond gericht stotterde ze: ‘Ik... Ja, ik denk het... Hij heeft me pijn gedaan.’ Gremian slaakte een triomfantelijke schreeuw, maar Darren vertoonde opnieuw zijn kunsten: hij glipte razendsnel uit Gremians armen en verdween in het bos achter Felicity.
Gremian schreeuwde nogmaals, dit keer uit frustratie, maar Felicity hoorde het niet. Het enige wat in haar oren klonk, waren de laatste woorden die Darren haar in het voorbijgaan had toegefluisterd: ‘Leugenaar...’
Ze zakte ineen op haar plek en bleef daar liggen huilen. Ze merkte het nauwelijks toen Annora haar vriendelijk op haar schouder klopte en het duurde nog een hele tijd voor ze de moed kon opbrengen om op te staan en mee te gaan naar huis.

Nooit meer is Felicity meegegaan om duivels te vermoorden. Ze deden haar alleen maar denken aan Darren. Niemand wist waarom ze zo verdrietig was, maar men liet haar met rust. Ze leefde in eenzaamheid; elke engel die haar het hof maakte wees ze af, want ze kon alleen nog maar denken aan Darren. Elke keer als ze haar ogen sloot zag ze hem voor zich en iedere dag voelde ze zijn warme lippen weer op de hare drukken en zijn onderzoekende handen over haar lichaam glijden.

Ze leefde niet lang. Na een aantal jaar had ze er genoeg van. Ze vloog hoger dan ze ooit gevlogen had en liet zich vallen. Het moment dat ze de grond raakte, zag ze Darren voor zich. Hij glimlachte en wenkte haar. Zijn bruine ogen waren nog net zoals zij zich herinnerde.
Ze stierf gelukkig.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen