Zeventien augustus
Steffi en Lars waren weer vertrokken. Moira zat in haar eentje in de woonkamer met een kop thee; de kinderen speelden deze keer zonder haar in de tuin, Jelle was naar voetbaltraining en Timo zat achter de computer met een diepe frons in zijn voorhoofd. Thyrza scharrelde rond in de keuken, Moira kon haar horen rammelen met de pannen. Die ging iets speciaals koken voor vanavond.
Moira zuchtte. Het wegvluchten had niet erg veel geholpen; ze kon hier misschien wel in alle rust nadenken, maar daarmee loste ze het probleem niet op. Frits of Bill? Steffi’s adoptievraag was een stuk makkelijker op te lossen, die moest kiezen tussen twee nationaliteiten, twee kindjes die ze nog niet kende. Zij kon niet één van beide partijen ongelooflijk veel pijn bezorgen. Moira wel.
Ze kneep even haar ogen dicht, om de gedachten uit haar hoofd te verdrijven, besefte dat ze daar nooit ofte nimmer in zou slagen en schoot het volgende moment zo snel overeind dat de thee haast over de rond van haar kopje sloeg.
De telefoon ging.
Vloekend zette Moira haar kopje weg en greep naar de telefoon. Ze herkende het nummer op de display meteen. Het was al zo lang haar éigen nummer, hoe kon ze het niet herkennen? Frits belde.
Met bonzend hart drukte ze op het groene telefoontje, slikte een paar keer en zei vervolgens met redelijk neutrale stem: ‘Met Moira.’
‘Moira!’ Frits klonk alsof hij net een bloedneus had gehad.
‘Hé,’ mompelde ze. ‘Uhm... Hoe is ’t?’
‘Ik mis je,’ flapte hij eruit. ‘Wanneer kom je terug?’
Moira liet zich op de bank zakken en wreef in haar ogen. ‘Weet ik niet,’ antwoordde ze naar waarheid. ‘Ik moet nadenken, écht nadenken.’
‘Ze zijn weg.’
Eén zin. Drie woorden. Negen letters. Uitgesproken op een gelaten, het-spijt-me-dat-ik-dit-moet-zeggen-toon. Aan de andere kant van de lijn praatte Frits vlug verder, alsof hij zo Moira’s schok kon verminderen, maar het klonk als gezoem in haar oren.
Ze zijn weg.
Je hoefde geen genie te zijn om te weten wie Frits bedoelde. Maar waaróm? Waarom zou de tweeling weggaan? Ze waren juist aan het settlen, voelden zich thuis in het dorp! Waarom zouden ze dat zomaar opgeven? En waar konden ze heen?
‘Moira? Moira!’ Frits riep haar naam door de telefoon en ze reageerde met een verdwaasd “Wat?”
‘Ik zei dat ze iets voor je hebben achtergelaten.’ Frits klonk aarzelend, bezorgd, alsof hij niet zeker wist dat hij het juiste zei.
Langzaamaan werd Moira’s hoofd helder. Ze slaagde er zelfs in te antwoorden: ‘Iets voor mij? Wat?’
‘Een pakketje,’ antwoordde Frits op dezelfde twijfeltoon. ‘Ze zijn gisteren al vertrokken, ik wist niet of je ’t wel wilde weten, maar ik zeg het je toch maar. Ze zijn terug naar Duitsland.’
‘Wát?’ Moira stond op repeat, “wat” was het enige woordje dat haar mond nog kon verlaten. Ze snapte er niets van. Waarom zouden de broers zo plotseling teruggaan naar Duitsland? Hier was veel meer aan de hand. Ze wilde niet arrogant zijn, maar dit móest iets met háár te maken hebben.
‘Ik kom eraan,’ zei ze haastig in de telefoon, zonder acht te slaan op het feit dat ze Frits midden in een zin onderbrak. ‘Ik kom eraan!’
Ze verbrak de verbinding, smeet de telefoon op de bank en vloog naar de keuken. Thyrza stond achter het aanrecht, rommelde met haar pannen en schalen en deksels. Bij het binnenstormen van haar oudste dochter keek ze glimlachend op, maar Moira’s verwilderde gezichtsuitdrukking deed haar bezorgd vragen: ‘Is alles wel goed met je?’
‘Ik ga terug,’ viel Moira met de deur in huis. Thyrza’s gezicht betrok even, op bezorgdheid volgde verwarring en vervolgens gekwetsheid. “Oh”, was alles wat ze uit kon brengen.
Moira kreeg meteen spijt van haar impulsieve besluit en sloeg vlug haar armen om haar moeder heen. ‘Morgen, bedoel ik,’ verbeterde ze zichzelf. ‘Morgen ga ik terug.’
Ze dwong zichzelf te glimlachen en ook Thyrza’s gezicht klaarde op. Dat besluit beviel haar een stuk beter. Ze wuifde Moira snel de keuken uit en rommelde vrolijk verder. Vanavond, dacht ze, zou een feestmaal worden.
Het wérd ook een feestmaal, met drie gangen en wijn in fonkelende glazen – limonade voor de kinderen – maar Moira kon geen hap door haar keel krijgen. Ze propte de ene na de andere hap naar binnen, kauwde, slikte, glimlachte en voelde tegelijkertijd hoe de happen voedsel in haar keel bleven steken.
Ze wilde haar moeder niet teleurstellen, dus dronk ze van de wijn, die speciaal voor vanavond was aangeschaft, en viel de kinderen bij toen die hun moeder vertelden hoe goed ze gekookt had. Thyrza straalde, ze voelde zich duidelijk fantastisch. Moira verborg haar zenuwen achter haar glimlach, hopend dat niemand haar doorhad.
Morgen, dacht ze. Morgen ga ik terug.
Reageer (1)
super(H)
1 decennium geleden