Vijftien augustus (avond)
’s Avonds vlak na het avondeten arriveerden er gasten. Moira zat midden op het gazon in de achtertuin, spelend met de oortjes van de dikke rode kat, toen ze plotseling een bekende stem hoorde. Een stem met een Duits accent, waar een jonge vrouw met kastanjebruin haar bij hoorde.
‘Moira!’ riep Steffi verbaasd. ‘Wat doe jij nou hier?’
‘Nichts,’ antwoordde Moira, onwillekeurig met sombere stem. ‘Und du?’
Steffi ging naast Moira in het gras zitten. De poes blies verontwaardigd naar de jonge vrouw, maar Steffi negeerde haar en sprak in het Duits tegen Moira. ‘Oh, we kwamen gewoon even langs bij Thyrza en Daniël. Tot volgende week zijn we hier nog in de buurt, vandaar. Is alles wel goed met je? Je ziet er wat treurig uit.’
Moira had geen zin om het uit te leggen en haalde haar schouders op, mompelde tegelijkertijd iets vaags. Om de aandacht van zichzelf af te leiden, flapte ze er de eerste de beste vraag uit – zoals gewoonlijk een hele onhandige.
‘Ben je nog bij Bill en Tom langs geweest?’
Steffi lachte zowaar. ‘Nee, dan had Bill me waarschijnlijk gewurgd. Je wilt zeker weten wat ik over Tara heb besloten?’
Nee, ik wil afleiding, dacht Moira, maar eigenlijk was ze ook best nieuwsgierig naar Steffi’s besluit. Dus knikte ze en probeerde er geïnteresseerd uit te zien.
‘Je haat me vast,’ zei Steffi zachtjes, alle sporen van lach uit haar gezicht verdwenen. ‘Ik kan het je gewoon zien denken: alleen een slechte moeder laat haar baby in de steek. Ik durf in ieder geval te wedden dat Bill je op die manier ons verhaal heeft verteld. Maar wil je mijn kant ook aanhoren, Moira? Misschien helpt dat.’
Ze beet peinzend op haar onderlip en begon op bedachtzame toon: ‘Toen ik ontdekte dat ik zwanger was, maakte dat me in eerste instantie ontzettend blij. Ik dacht: Nu zal Bill wel nooit meer bij me weggaan. Dat was destijds mijn grootste angst, weet je, dat Bill me zou verlaten. Ik was zó verliefd, ik dacht dat ik zou sterven zonder hem.
Na een tijdje – ik had Bill nog altijd niets verteld, kon geen goed moment vinden – bedacht ik me echter dat hij misschien júist wel bij me weg zou gaan vanwege de baby. Welke achttienjarige wil nou vader worden? Zeker niet als je altijd in de spotlights staat.
Dus ik besloot dat ik mijn kindje eigenlijk helemaal niet wilde – het leek geen groot offer, als in ruil daarvoor Bill voor altijd bij me bleef. Het was toch nog geen echte baby, het was een klompje cellen en het was makkelijk om mezelf ervan te overtuigen dat ik het niet wilde hebben.
Maar aan de andere kant... Bill wist nog van niets en ik wilde het ook weer niet wegdoen zonder dat hij ervan wist. Ik had nog wel íets van een geweten. Dus ik overtuigde mezelf ervan dat ik kwaad op hem was omdat hij me zo jong met een baby had opgezadeld en schold hem die avond helemaal kapot. Daar heb ik nog steeds spijt van.
In ieder geval, hij reageerde helemaal niet zoals ik verwacht had. Hij smeekte me zelfs zo’n beetje om de baby te houden. Dat ontroerde me, meer dan ik wilde laten merken – ik had net de woedende vriendin gespeeld, ik kon niet zomaar terugschakelen. Ik beloofde hem dat ik het kind zou houden, maar maakte duidelijk dat ik het eigenlijk niet zelf wilde. Ik deed het voor hem, alleen voor hem. Misschien zou hem dan duidelijk worden hoe belangrijk hij voor me was, maar natuurlijk zag hij dat niet op die manier. Ik had het moeten weten en ik kan er nog steeds niet bij dat ik zo dom was toen.
En ja, ik vertrok. Ik was altijd bang geweest dat hij míj zou verlaten, maar nu was ik het die hem verliet. Waarom? Omdat ik niet kon aanzien wat ik zelf had aangericht. Bill mocht me niet meer, of in elk geval, hij ontweek me. Ik had hem waarschijnlijk te hard gekwetst tijdens onze ruzie en ik vond het vreselijk om naar te kijken. Dan ging ik nog liever weg. Dus tja, dat deed ik.
Acht maanden later werd Tara geboren. Bill was er niet bij, ik wilde het niet. Ik had hem dus ook niets verteld. Pas vier dagen later stuurde ik hem een sms’je, dat hij zijn kind kon komen halen.
Zo voelde het ook echt – Tara was meer zíjn kind dan de mijne. De hele zwangerschap lang had ik op mezelf in lopen praten, dat ik iets stoms deed, dat ik mijn leven vergooide voor een rockzanger die niets met me te maken wilde hebben, en na een tijdje was ik dat kind in mijn buik zo zat dat ik het écht niet meer wilde. Vandaar ook dat ik Tara aan hem gaf en vertrok. Ik kon niet voor het kind zorgen, niet alleen omdat ik de middelen niet had, maar ook omdat ik haar gewoonweg niet als mijn eigen kind kon zien.
Tja. Een jaar later ongeveer ontmoette ik Lars. Hij was vriendelijk, ik kon goed met hem opschieten. Toch wist ik dat ik niet verliefd op hem was, hij haalde het niet bij mijn gevoelens voor Bill – die, ondanks alles wat ik mezelf had verteld, de jongen bleef waar ik van hield. Ik heb nooit beweerd dat mijn brein logisch werkt.
In ieder geval, na een tijdje vroeg Lars me ten huwelijk en ik zei “ja”. Ik had het slechter kunnen treffen; Lars was niet gemeen, niet agressief, niet jaloers. Hij zou me misschien niet gelukkig maken, maar zeker wel tevreden. Het feit dat hij zeven jaar ouder was, en is, maakte mij eigenlijk niets uit.
En toen kwam ik opeens in contact met mijn schoonvader, diens nieuwe vriendin, via hen jou en je verloofde en daardoor ook Bill, Tom en... mijn eigen kind.’
Hier zweeg Steffi even, een verbaasde blik in haar ogen alsof ze nu nóg niet kon geloven dat het allemaal echt gebeurd was. Moira probeerde het brok in haar keel weg te slikken, dat ontstaan was bij Steffi’s laatste woorden. In één zin de hele ingewikkelde situatie samengevat: Daniël en Thyrza, Lars en Steffi, Steffi en Bill en Tara, Moira en Frits – en Bill. En probeer nu maar eens niet te huilen...
Toen ging Steffi verder, op dezelfde bedachtzame toon als eerst.
‘Nou ja, je kunt je voorstellen hoe ik me voelde. Verraden, in het begin, door m’n eigen gedachten en beslissingen. Toen begon ik op Tara te letten en oh Gott... Jij kent haar zelf – langer dan ik, nu ik erover nadenk – dus je weet wat ik bedoel. Ik voelde me zo stom, dat ik zo’n kind had afgestaan. Hoewel ik natuurlijk niet kon weten dat Tara zo zou opgroeien, en waarschijnlijk zou ze ook anders geweest zijn als ik voor haar had gezorgd.
In ieder geval besloot ik dat ik m’n kind terugwilde. Ja, ik weet het, eigenlijk slaat het nergens op. Zomaar, na bijna vijf jaar, binnen komen vallen en een kind opeisen? Belachelijk natuurlijk! Dat bedacht ik alleen pas achteraf. Om eerlijk te zijn, pas nadat ik jou gesproken had.
Op het moment zelf was ik echter weer de Steffi van achttien, die ruziemaakte met de persoon waar ze verliefd op was, de persoon die ze niet wilde verliezen. Ik voelde me echt een trut, zo’n gevoel gaf Bill me trouwens ook. Een trut die niet over haar tienerliefde heen kon komen en met de verkeerde man was getrouwd. Ach, misschien klopt dat beeld ook wel.’
Steffi zuchtte even, maar keek Moira al vlug glimlachend aan. ‘Nu weet ik beter. Tara hoort niet echt bij mij en Bill evenmin. Ik denk dat het wel goed is zo. Lars is geen slechte echtgenoot, we kunnen nog altijd goed met elkaar opschieten. Ik hoef niet gelukkig te zijn, zolang ik maar tevreden ben. Nu hebben we een adoptieverzoek ingediend. Nog een keer zwanger zijn trekt me eigenlijk niet zo, maar ik wil wel graag een kindje.
En Tara... Die is waarschijnlijk beter af zonder mij. Misschien zie ik haar nog wel eens, dat lijkt me best leuk. Maar ze hoort meer bij Bill. Die zal wel blij zijn, trouwens. Wat moet hij me haten... En dat allemaal omdat ik hem juist níet kwijt wilde raken. Best ironisch.’
Moira wist niet goed wat ze moest zeggen. Ze kon Steffi’s gedachtegang niet helemaal volgen, begreep niet waarom Steffi hier zo luchtig over kon praten. Toen zag ze de traan die in Steffi’s ooghoek glinsterde en besefte dat de jonge Duitse het veel zwaarder had gehad dan ze wilde laten merken. Trots. Daarom had ze Bill waarschijnlijk ook de waarheid niet verteld.
Even bleef het stil, ieder verzonken in haar eigen gedachten. Moira begon af te dwalen naar appelsap en konijnen in koelkasten, maar Steffi’s stem trok haar terug voor de herinneringen een pijnlijker gebied bereikten.
‘Ik heb mijn verhaal gedaan, nu is het tijd voor het jouwe. Ik geloof nooit dat je hier zomaar bent.’
Moira keek haar aan. In Steffi’s grijze ogen stond niets dan vriendelijkheid, oprechtheid. Eigenlijk viel ze behoorlijk mee, dacht Moira. Het zou goed zijn om met iemand te kunnen praten.
Dus begon ze te praten. Woord na woord buitelde uit haar mond, regen zin na zin aaneen en vormden een web van gebeurtenissen dat Moira zelf plotseling absurd vond klinken. Had ze echt gesmeekt om een vervroegd huwelijk? Was ze echt zo nerveus geweest? Had Bill haar echt gekust? Was Frits echt niet kwaad geweest? Had ze echt zo impulsief haar spullen gepakt? Was ze echt als een idioot op de bus gestapt?
Het leek het leven van iemand anders, niet van de opgewekte en tevreden Moira die zo’n saai maar prettig leven leidde.
Reageer (1)
super(H)
1 decennium geleden