Eenendertig juli (vervolg)
De hele verdere dag bleef het onderwerp achter slot en grendel, maar natuurlijk kon het niet lang worden uitgesteld. Tegen vijven kwam Bill zijn dochtertje halen – ze aten vroeg die avond, want Tom barstte van de honger.
Moira wendde al haar acteertalent aan om een normale indruk te wekken. Helaas kende Bill – net als Frits – haar te goed en merkte dat ze acteerde. Terwijl Tara vrolijk de potloden terugstopte in het koekblik, één voor één natuurlijk, zocht Bill Moira’s blik en vroeg haar zwijgend wat er aan de hand was.
Moira wendde haar ogen af. Ze wilde dit onderwerp vergeten, voor altijd wegstoppen, hoewel ze wist dat het waanzin was. Hoe kon ze dit vergeten terwijl Steffi en Lars over drie dagen al hier waren?
Paniek schoot naar haar keel; hoewel haar gezicht beheerst bleef, zag Bill de hysterie in haar ogen en trok haar plotseling de gang op. Tara merkte niets, die praatte in het Duits met Konijn.
Op de gang stonden Moira en Bill zwijgend tegenover elkaar. Zij voelde zich plotseling klein bij hem, klein en kwetsbaar – ook al wist ze dat ze van Bill niets te vrezen had.
Hij liet langzaam haar pols los, de pols waaraan hij haar had meegetrokken. Aan Moira’s houding veranderde niets. Ze staarde langs hem heen en probeerde alle emotie uit haar ogen te houden. Tegenover hem kon ze niet acteren. Op het podium was het niet moeilijk om iemand anders te zijn – maar nu moest ze niet iemand anders spelen, ze moest zichzelf zijn. En de Moira van dit moment was verward en gespannen.
Toen mompelde Bill: ‘Het spijt me’, en bracht haar terug op aarde.
‘Wat spijt je?’ Waarom zou hij zich schuldig voelen? Het was niet zijn schuld dat zij zich gedroeg als een emotionele puber. Het was niet zijn schuld dat zij Steffi en Lars had uitgenodigd.
‘Dat ik je zo ongelukkig maak. Ik had het je niet moeten vertellen. Het is één ding dat ik Tom helemaal gek maak, maar jou...’ Hij zuchtte en brak af. Zoals meestal als hij met Moira praatte, sprak hij Duits; het was haar wel duidelijk dat hij zijn gedachten beter kon uitspreken in het Duits – niet onlogisch, gezien zijn nationaliteit.
‘Het is niet jouw schuld,’ zei Moira automatisch. ‘Ik draaf gewoon en beetje door. Míjn schuld.’ Ze aarzelde even en vertrouwde hem toen toe: ‘Ik vraag me af of ik zaterdag niet beter af kan zeggen. Maar wat moet ik dan aan Frits en mijn moeder vertellen?’
‘Je hebt Frits nog niets verteld?’ Dat leek Bill te verbazen, maar Moira begreep niet waarom.
‘Nee, natuurlijk niet. Ik moest er eerst zelf over nadenken en bovendien wist ik toch niet of jij dat wel zou willen.’
Hij bleef even stil en staarde langs haar heen naar de keukendeur, bijtend op zijn onderlip. Toen zei hij langzaam: ‘Ik kan je niet vragen om tegen Frits te liegen voor mij. Als jij zaterdag wil afzeggen, doe dat dan en vertel hen wat je wilt vertellen – of het de waarheid is, maakt mij niet uit. En als je het niet afziet, dan merk ik het vanzelf wel.’
‘En dan? Komen jullie ook?’ Moira wist niet welk antwoord ze liever zou hebben. Ja zou haar tegelijkertijd opgelucht en nog nerveuzer maken – opgelucht, omdat ze dan niets tegen Frits hoefde te zeggen, en zenuwachtig omdat ze Steffi, Bill en Tara in één kamer stopte. Nee zou haar schuldgevoel groter maken – ze joeg Bill, Tom en Tara weg door twee wildvreemden uit te nodigen.
Bill raadde haar gedachten en legde een hand op haar arm. ‘Maak je geen zorgen, Moira,’ zei hij zachtjes. ‘Het is míjn probleem, niet het jouwe. Probeer niet zoveel te piekeren, alles komt goed.’
Moira gaf hem een zwak glimlachje en wilde antwoord geven, maar werd afgekapt door de voordeur die openzwaaide. Ze keek geschrokken op, een betrapte blik n haar ogen ook al deed ze niets strafbaars.
Frits stond op de drempel. Hij leek versteend, staarde van Moira naar Bill met een ongelovige blik. Zijn ogen bleven hangen op de hand die op Moira’s arm rustte en Bill trok ’m vlug terug.
Even bleef het doodstil. Frits staarde van zijn verloofde naar de voormalige zanger, Moira keek geschrokken heen en weer tussen de twee mannen en Bill wist niet waar hij moest kijken. Op dat moment kwam een nietsvermoedende Tara uit de keuken, zag Frits staan en riep opgewekt: ‘Hoi Spits!’
De kleine gespannen driehoek knapte. Moira ontspande, voelde hoe ook Bill ontwaakte uit zijn verstarring. Frits begroette Tara met een té opgewekt “Hé daar” en het kleine meisje lachte. Moira kon haar wel knuffelen.
Toen huppelde Tara vrolijk naar haar vader, pakte zijn hand en vroeg onschuldig: ‘Gaan we?’
Bill tilde haar vlug op, waarschijnlijk om het trillen van zijn handen te camoufleren. ‘Ja, we gaan. Dag Moira.’ Hij wierp een schuwe blik op de jonge vrouw, voegde er vervolgens “Dag Frits” aan toe en verdween naar buiten.
Frits sloot de deur achter zich. De blik in zijn ogen was ondoorgrondelijk, maar aan de strakke manier waarop hij zijn sleutels ophing zag Moira hoe kwaad hij was. Ze voelde zich nog te verward om de confrontatie aan te gaan en ging vlug de keuken in. Diep ademhalen, Moira. Concentreer je. Wat zou ze eens koken?
Tijdens het eten was Frits angstaanjagend stil. Hij prikte woest in zijn bloemkool en vloekte hardop als er weer een stukje van zijn bord vloog. Moira zat er stilletjes bij, maar nu de ergste verwarring voorbij was voelde ze de ergernis weer dicht bij de oppervlakte.
Vlak na het toetje ontplofte de bom. Frits kwakte zijn vlabakje zo ruw op het aanrecht dat één van de oortjes brak. Moira staarde even naar het gebroken servies, probeerde haar kalmte te bewaren en schoot toen uit haar slof.
‘Wil je wel even normaal doen! Ik wéét dat je niet blij was met dat van toen je thuiskwam, maar daar hoeft het servies niet onder te lijden!’
‘Ach Moira!’ snauwde hij. ‘Hoe zou jij je voelen als je thuiskomt en mij met een vriendin van je in de gang ziet staan?’
‘Toevallig vertrouw ik mijn vrienden!’ beet Moira hem toe. Ze mikte haar lepel in de gootsteen en voegde er vinnig aan toe: ‘En mijn verloofde ook!’
Toen plofte ze op een keukenstoel en barstte in huilen uit.
Frits stond even met zijn mond vol tanden. In alle jaren met Moira had hij haar niet één keer zien huilen. Nu was hij ook niet erg aardig voor haar geweest, dacht hij met een steek van schuld. Ze hadden nog nooit zoveel ruzie gehad als in de afgelopen week. Het kwam door de tweeling, dat wist hij nu wel. Door de tweeling en door zijn eigen jaloezie. Hij vervloekte zichzelf in stilte, sloeg toen een arm om Moira’s schokkende schouders en murmelde onhandig: ‘Het spijt me, het spijt me...’
Moira snikte nog altijd, maar hij hoorde haar tussen de tranen door zeggen: ‘Jij zegt... dat ík het niet snap... Maar jíj snapt niet... dat ik jóuw verloofde ben... en wil zijn!’
Reageer (1)
super(H)
1 decennium geleden