Negenentwintig juli (laatste stukje)
Frits was al thuis. Hij zat op de bank de krant te lezen en keek niet op toen Moira door de achterdeur naar binnen struikelde, zelfs niet toen ze naast hem op de bank plofte en zijn krant verkreukelde (iets waar hij normaal gesproken ongelooflijk pissig over werd).
Moira besefte dat hij niet pissig was over zijn krant. Hij was pissig over iets heel anders. Omdat zij niet thuis was geweest toen hij het verwachtte. Omdat ze deze middag eigenlijk een gesprek zouden hebben. Een belangrijk gesprek.
‘Frits,’ probeerde ze. ‘Frits, het spijt me.’
‘Werkelijk?’ Hij vouwde de krant niet eens op, zijn ogen bleven hangen op de kop over de nieuwe Amerikaanse president.
‘Ja, werkelijk. Ik was gewoon de tijd vergeten.’
‘Dat schijn je vaker te doen bij de tweeling.’ Nog steeds keek hij haar niet aan en Moira voelde de ergernis naar haar lippen kruipen.
‘Je gaat me toch niet vertellen dat je jaloers bent op die twee? Mag ik soms geen vrienden hebben?’
‘Vrienden? Natuurlijk mag je wel vrienden hebben.’ De nadruk in zijn stem was duidelijk en Moira ontplofte.
‘VRIENDEN, JA! Doe NORMAAL, Frits! Ik draag JOUW ring en ik woon in ONS huis, weet je nog? Jíj bent het met wie ik gá en met wie ik WIL trouwen, niet zíj! En als je dát niet gelooft, dan...’
Frits gooide de krant opzij, sloeg een hand voor Moira’s mond en smoorde zo de rest van de tirade. ‘Moira, het spijt me, natuurlijk geloof ik je! Maar je brengt zoveel tijd met hen door, dat ik gewoon niet wist wat ik er van moest denken. Snap je? Ik wil jou niet kwijt, liefje.’
Moira murmelde iets tegen zijn hand en duwde die vervolgens opzij. ‘Ja, snap ik,’ zuchtte ze. ‘Sorry. Maar je moet echt niet denken dat er iets is, of zo.’
Behalve dan dat ik net gehoord heb wie Tara’s moeder is, wat komende zaterdag compleet onmogelijk maakt omdat ze dan op bezoek komt en niet weet dat mijn buurmeisje haar biologische dochter is, terwijl de rest van de wereld niet mag weten dat Steffi de Bruijn dezelfde is als Tara’s moeder.
‘Van jouw kant misschien niet,’ merkte Frits toen op. Moira, met haar gedachten nog bij het gesprek met Bill, schrok op.
‘Hoe bedoel je?’
‘Precies zoals ik het zeg. Van jouw kant is er misschien niets, maar van zíjn kant wel.’
Opnieuw borrelde er ergernis op in Moira’s binnenste. ‘Zeg nou gewoon waar je het over hebt!’
‘Waar ik het over heb?’ Frits begon zich nu ook op te winden. ‘Snap je dat niet? Zie je dat niet?’
‘WAT ZIE IK NIET?!’ Moira sprong onwillekeurig op van de bank, haar nagels in haar handpalmen geramd.
‘DAT BILL VERLIEFD OP JE IS!’
Doodse, doodse stilte. Frits was ook opgesprongen en staarde zijn verloofde nu met vlammende ogen aan. Moira viel terug op haar hielen, was plotseling ineengedoken, staarde hem aan alsof ze hem niet herkende. Nog nooit had ze Frits zo kwaad gezien. Uit haar eigen ogen spraken de schok en verwarring die nu haar ergernis verdreven.
Bill?
Verliefd op haar?
Bill?
Perplex schudde ze haar hoofd. ‘Dat kán niet! Dat dénk je alleen maar!’
‘Denk ik dat alleen maar?’ Frits keek haar sceptisch aan en schudde zijn hoofd. ‘Hij kan zijn ogen niet van je afhouden, Moira. Er is méér aan de hand.’
‘Daar heb ik anders nooit iets van gemerkt,’ antwoordde Moira en dacht aan Bills hand in de hare – aan zijn stem: omdat jij naast Tom de enige bent die ik vertrouw.
‘Nee? Nou, ik wel.’ Frits plofte weer op de bank en vouwde de krant op, weer zijn kalme zelf. ‘Maar daar wilde ik het niet over hebben.’
‘Nee? Nou, ik wel,’ zei Moira vinnig. ‘Jij denkt dat ik, achter jouw rug, iets heb met Bíll? Ik dacht toch echt dat ik met jóu ging trouwen.’
‘Moira...’
‘Frits.’
‘Liefje, ik zei net toch dat ik je niet kwijt wil? Ik vertrouw jóu wel, ik vertrouw hém niet. Maar ik wilde het over iets anders hebben.’
Moira sloeg haar armen over elkaar en stak haar kin in de lucht, haar ogen nog altijd flitsend van woede. Ze vond het niet erg dat hij jaloers was, het was zelfs enigszins vleiend. Maar ze vond zijn manier van zeggen vreselijk en het feit dat hij Bill niet vertrouwde, maakte haar razend. Ze dacht dat Frits en de tweeling ondertussen vriendschap hadden gesloten – maar blijkbaar had ze dat dus mis. En dat resulteerde in een behoorlijk pissige Moira.
‘En nu ben ik dat vergeten,’ zuchtte Frits. Aan Moira’s blik veranderde niets; ze staarde hem ijzig aan en wachtte tot hij verderging. ‘Moira, het spijt me écht. Ik wist gewoon niet wat ik ervan moest denken, kan je dat begrijpen?’
Ze keek hem nog altijd zwijgend aan, gaf hem vervolgens een knikje. Toen draaide ze zich zonder nog een woord te zeggen om en verliet de woonkamer.
Natuurlijk begreep ze hem. Maar dat betekende niet dat ze hem vergaf. Waarom kon ze niet gewoon vrienden zijn met Bill, zonder dat er van alles omheen zweefde?
Of was ze kwaad op hem vanwege het stemmetje in haar hoofd? Hij heeft alle reden om jaloers te zijn – want hij heeft gelijk.
Reageer (1)
super(H)
1 decennium geleden