Negenentwintig juli (Geheim nr 2 ontrafeld)
Moira werd gewekt weer eens door Frits. Hij kwam uit de badkamer, wierp zijn handdoek op het voeteneinde en besefte pas dat Moira’s voeten daar lagen toen ze overeind schoot.
‘Oh, goedemorgen schat,’ glimlachte hij droogjes. ‘Goed geslapen?’
‘Ja, totdat jij een kletsnatte handdoek op mijn voeten gooide,’ morde ze. ‘Kijk dan eerst even!’
‘Moira, meestal liggen voeten ónder de dekens.’
‘De dekens zijn te kort.’
‘Dat heb ik nou nog nooit gehoord.’ Er klonk geen sarcasme door in zijn stem, het was gewoon echt waar. ‘Volgens mij ligt het aan jou.’
‘Niet waar!’ snauwde ze hem toe. Hij staarde haar verbaasd aan en ze herinnerde zich dat ze nu ruzie aan het maken was om een natte handdoek. Dat klonk zo debiel dat ze haar irritatie meteen vergat. ‘Sorry, dat was stom om te zeggen. Hoe laat is het?’
‘Half acht.’ Frits opende de kastdeuren en begon zich aan te kleden.
‘Ik blijf nog even liggen, oké.’ Het was geen vraag, het was een mededeling. Moira wilde zich alweer in de kussens nestelen, toen ze plotseling Frits’ stem hoorde.
‘Nou, eigenlijk wilde ik met je praten, Moira.’
Verbaasd ging ze weer overeind zitten. ‘Hoezo?’
Frits keek haar niet aan terwijl hij sprak. ‘Wel, van alles. Je gedraagt je vreemd, Moira, en je vertelt me niets. Ik maak me zorgen.’
‘Dat is toch nergens voor nodig,’ wimpelde Moira het af. ‘Maar als je wilt praten, kan dat dan vanmiddag? Dan hebben we meer tijd en ben ik niet zo duf.’
‘Vanmiddag dan.’ Frits boog zich over haar heen en kuste haar. Vóór ze echter kon reageren, was hij verdwenen. Met een onbehaaglijk gevoel bleef Moira achter. Hij wilde praten. Waarover? Haar familie? Ze dacht dat hij daar nu overheen was, dat hij het plotselinge contact begrepen had. Maar waar zou hij anders over willen praten? Het móest wel haar familie zijn. Waarom zei dat stemmetje in haar hoofd dan dat ze het mis had?
Moira verveelde zich. Ze liep de hele dag al op hete kolen en het feit dat Tara net langs was geweest met de mededeling dat ze niet kwam spelen, maakte het alleen maar erger. Plotseling vroeg ze zich af hoe ze de dagen had doorgebracht vóór Tara en de tweeling. Die dagen waren nog maar een maand geleden, maar ze kon het zich niet meer herinneren.
De pagina’s van haar boek konden haar aandacht niet vangen, zelfs al had ze het verhaal nog nooit gelezen. Ze was net bij de buurvrouw geweest, ze had boodschappen gedaan, in fietsen had ze geen zin en Frits was met de auto... Wat bleef er nog over?
Moira probeerde een tijdje tv te kijken; normaal gesproken konden de beelden haar wel afleiden, maar vandaag bleven haar gedachten terugschieten naar Frits en het feit dat hij met haar wilde praten.
Onwillekeurig streken haar vingers over haar verlovingsring. Misschien was dat het! Misschien wilde hij wel een datum prikken voor hun huwelijk! Moira’s humeur fleurde op. Ja, dat zou het zijn. De opmerking “je gedraagt je vreemd” had ze verdrongen.
Televisie was niet interessant genoeg. Geërgerd zette ze het ding uit en liep naar boven, verveeld zwaaiend met haar donkere haren. Ze glipte achter de computer en opende haar e-mail. Spam, spam en spam. Hé, een berichtje van haar vriendin Rianne, die ze al eeuwen niet meer gesproken had. Rianne ging op vakantie naar Zuid-Frankrijk. Ah. Oké.
Moira zuchtte en sloot de computer af. Geen geduld, ze keek zelfs niet even op haar favoriete theatersite om te kijken of er nieuws was. Ze was veel te onrustig.
Kwart over twee nu. Ze hield het nog een half uur langer uit, toen wist Moira dat het écht niet verder kon.
Ze ging Bill opzoeken.
Het huis klonk leeg. Tom was waarschijnlijk naar z’n gitaarles, Tara had gemeld dat ze bij een vriendinnetje ging spelen. Als Bill nu ook niet thuis bleek te zijn, werd Moira écht wanhopig.
Ze stootte de deur naar de woonkamer open. Bill lag op het vloerkleed, enkels gekruist in de lucht. Hij droeg een donkerblauwe trainingsbroek en een wit T-shirt, zijn haren vielen los om zijn schouders. Hij gooide net een foto opzij; overal om hem heen lagen ze, verspreid over het kleed. Foto’s. Ze kwamen waarschijnlijk uit de schoenendoos die op de leuning van de sofa balanceerde.
Moira kuchte om zijn aandacht te trekken, voelde zich plotseling ongemakkelijk. Het leek alsof ze iets verstoorde wat privé was, zeker toen Bill opkeek en ze tranen in zijn wimpers zag hangen. Hij veegde ze vlug weg en mompelde: ‘Hé.’
‘Het spijt me, stoor ik?’ vroeg Moira ongerust. Bill leek even na te denken, toen schudde hij zijn hoofd.
‘Kom er maar bij.’ Zijn woorden waren Duits.
Hij schoof een stukje opzij, maakte plaats voor Moira op het kleed. Zwijgend ging ze naast hem zitten en samen staarden ze naar de foto’s die her en der verspreid lagen. Gezichten. Het waren allemaal mensen. Sommigen herkende Moira: een jongere Tom, een jongere Bill, Georg en Gustav zoals ze zich hen herinnerde – ze kende de oudere exemplaren niet goed genoeg om te weten hoe erg ze verschilden met hun jongere versies.
‘Tom mag het niet dat ik de foto’s blijf bewaren,’ zei Bill zachtjes. Het klonk alsof hij het deels ook tegen zichzelf had. ‘Hij is bang voor een zenuwinzinking.’ Zijn lachje was vreugdeloos en Moira rilde: het klonk akelig, paste niet bij hem.
‘Daar heeft hij vast een reden voor,’ zei ze zo neutraal mogelijk.
Weer dat bittere lachje. ‘Oh, ja. Hij zal de eerste weken niet gauw vergeten.’
De eerste weken van wat? vroeg Moira zich af. Kans om dat te vragen kreeg ze echter niet, Bill trok een foto onder een paar anderen vandaan. Hijzelf, jong en lachend, met sprankelende ogen zonder wallen. Hij had zijn armen om een meisje geslagen, een knap meisje met kastanjekleurig haar en een lieve lach.
‘Die foto heeft mijn moeder gemaakt,’ mompelde Bill en tikte met een zwart-wit gelakte nagel op zijn eigen gezicht. Zijn ogen waren echter gefixeerd op het meisje.
Moira zag dat en vroeg aarzelend: ‘Wie is zij?’
Bill bleef even stil. Toen hij naar Moira opkeek, kleefden er weer tranen aan zijn wimpers. ‘Zij?’ Zijn stem klonk gesmoord. Hij haalde diep adem, slikte het brok in zijn keel weg, duwde zijn nagels in zijn handpalm. ‘Zij is Steffi.’
Steffi. Zo heette de vrouw van Daniëls zoon. Een Duitse, had Daniël gezegd. Moira schudde haar hoofd; dat moest puur toeval zijn. Maar toen ze in Bills ogen keek, de tranen zag, de gekwelde blik, wist ze dat het niet zo was.
Bill las in haar geschokte blik wat ze dacht en hij knikte. Zijn stem klonk nog altijd gesmoord, maar hij dwong zichzelf te praten. ‘Zodra Daniël vertelde over Steffi, de Duitse vrouw van zijn zoon wist ik wie hij bedoelde. Steffi is twee jaar geleden met ene Lars de Bruijn getrouwd.’
Hij viste een crèmekleurige kaart onder een stapeltje foto’s vandaan. Een trouwkaart. Op de voorkant stond in gouden letters een tekstje geprint.
Met vreugde in ons hart kunnen wij u mededelen dat op 24 mei 2011 het huwelijk heeft plaatsgevonden tussen Stephenie Hoffmann en Lars de Bruijn.
Moira sloeg de kaart open en daar was de foto van het bruidspaar. Het meisje met de kastanjebruine haren droeg een sneeuwwitte bruidsjapon, had een boeket van witte rozen en lachte onschuldig naar de camera. Haar bruidegom was lang, blond en niet onknap. Hij leek op de figuur uit Moira’s verbeelding: een miniatuur-Daniël. De Jaguar was echter nergens te bekennen.
‘Maar...’ fluisterde Moira en de kaart gleed uit haar vingers. ‘Dat kan niet... Nee toch?’
Bill keek haar recht aan. ‘Jawel.’ Hij haalde diep adem. ‘Steffi is Tara’s moeder.’
Reageer (2)
oke dat had ik echt niet verwacht
1 decennium geledenje kunt zo mooi schrijven, moet je echt mee doorgaan
had ik echt niet verwacht
1 decennium geleden