Vijftien juli
Maandag. Moira was juist op bezoek geweest bij de buurvrouw, kwam terug en zag het hekje van de villa openstaan. Zonder erbij na te denken stapte ze naar binnen. Ze had verder toch niets te doen, dus waarom zou ze niet bij de tweeling langsgaan? Zomaar binnenstappen leek toch geen enkel bezwaar.
Net als zaterdag was het volledig stil in huis. En ook net als zaterdag vond ze één helft van de tweeling in de keuken. Ditmaal was het Bill en heel even dacht Moira dat hij net zo slaperig was als Tom was geweest toen ze hem vond; hij staarde namelijk nietsziend voor zich uit. Toen besefte ze dat zijn blik waarschijnlijk een heel andere oorzaak had. Er zat een diepe frons in zijn voorhoofd die daar niet hoorde en hij beet op zijn onderlip, alsof hij aan iets onprettigs dacht. Bovendien zaten er wallen onder zijn ogen die niet door één nachtje slecht slapen werden veroorzaakt.
‘Hé,’ zei ze, om zijn aandacht te trekken. Hij keek op, het kostte hem even moeite om te focussen maar toen glimlachte hij.
‘Hé.’
Moira ging tegenover hem aan tafel zitten. Ze wilde iets tactvols zeggen, maar flapte eruit: ‘Is er iets mis?’
‘Hoe kom je daar bij?’ ontweek Bill de vraag.
‘Je kijkt moeilijk,’ antwoordde Moira. ‘En je hebt wallen.’
Hij zuchtte. ‘Ik heb me nog niet opgemaakt.’
‘Dan doe je dat toch even.’
‘Ja…’ Bill stond vlug op en opende een keukenla. Moira wilde net vragen waarom hij dát nou weer deed, toen hij oogpotlood en mascara op tafel gooide. Hij zag haar verbaasde blik en haalde zijn schouders op. ‘Die dingen zijn overal over het huis verspreid, je weet nooit wanneer je ze nodig hebt. En aangezien we regelmatig in de keuken zitten, is dat een handige plek.’
Hij viste een spiegeltje tevoorschijn, plofte tegenover haar op tafel en zette een streepje oogpotlood op zijn hand om te kijken hoe scherp het ding was. Moira vond het wel interessant om hem zijn make-up te zien doen. Niet dat hij het anders deed dan zij, maar het was toch vreemd om naar te kijken – tot nog toe had ze alleen vrouwen gezien die zichzelf opmaakten en op de één of andere manier maakte het feit dat Bill geen vrouw was er iets bijzonders van.
Bill merkte pas dat ze naar hem staarde toen hij al klaar was. ‘Wat nou?’ vroeg hij, plotseling zelfbewust.
‘Oh, niks,’ zei ze vlug. ‘Ik vond het gewoon interessant om naar te kijken.’ Nu staarde híj háar aan en ze bloosde. ‘Laat maar. Waar zijn Tom en Tara?’
‘Tara speelt bij een vriendinnetje, Tom is naar gitaarles. Ik vraag me nog steeds af wie er nou eigenlijk les krijgt, hij of dat kind.’
Moira schoot in de lach en Bill grinnikte even mee, hoewel de frons nooit helemaal uit zijn voorhoofd verdween. Moira merkte dat ook en dus zei ze, toen de lacherige bui was overgevlogen: ‘Er is iets mis, Bill, dat kan ik zien.’
‘Ja…’ Hij zuchtte en liet zijn kin op zijn hand rusten. ‘Ik weet niet, het is gewoon raar om aan te denken, zeker vergeleken met hoe het vroeger was. Nooit ergens gebrek aan.’
‘Geld?’ raadde Moira meteen.
Bill knikte en schudde tegelijkertijd zijn hoofd. ‘Ik weet het niet,’ herhaalde hij. ‘Maar het glipt tussen onze vingers vandaan, op de één of andere manier lijkt er altijd minder van te zijn dan we denken. En dat terwijl ik geleerd heb zuinig te zijn.’
‘En Toms gitaarlessen leveren niet zoveel op,’ giste Moira.
‘Stimmt. En aangezien ik niks kan, zit ik hier een beetje nutteloos te zijn.’
‘Je bent niet altijd thuis.’
‘Stimmt auch. Maar dat heeft niets met geld te maken.’
‘Waarmee dan?’
Hij aarzelde even. Toen schudde hij zijn hoofd. ‘Dat blijft mijn geheim.’
‘Net als je maagdelijkheid,’ flapte Moira eruit. ‘Oh nee, dat is geen geheim meer. Dat was het vróeger.’
‘Vroeger was alles beter,’ zuchtte Bill. ‘Ik begin toch wat meer sympathie te krijgen voor die opaatjes die dat altijd zeggen. Het ís wel zo. Je beseft pas hoe goed het was als het verdwenen is.’
‘Maar je kunt toch niet níks?’ ging Moira op zijn eerdere opmerking door. ‘Ik bedoel, iedereen kan wel wat.’
‘Niets behalve zingen.’ Hij spuwde het woord uit alsof het een besmettelijke ziekte was. Moira schrok er een beetje van, maar Bill schudde alweer zijn hoofd. ‘Daar heb ik toch niets meer aan.’
‘Uhm… En Duits dan? Je zou Duits kunnen gaan geven,’ dacht Moira hardop. ‘Daar is je Nederlands in elk geval ruim genoeg voor.’
Bill maakte een snuifgeluid. ‘No way! School? Ik dacht het niet.’
‘En wat als Tara naar school gaat?’ sprak Moira hem tegen. ‘Ze moet binnenkort toch naar de basisschool.’
‘Dan hoef ìk toch niet naar school,’ merkte Bill op. ‘Tara gaat na de zomer, vorig jaar kwamen we halverwege het schooljaar binnenvallen en aangezien ze in de eerste klas moet beginnen, werkte dat niet.’
‘Wanneer wordt ze eigenlijk vijf?’ vroeg Moira nieuwsgierig.
‘Zestien oktober.’
‘Hm, dan is ze toch al bijna jarig.’
‘Weet ik.’
‘Dat zal best, ja…’
Het was even een tijdje stil. Toen begon Moira, in een poging de sfeer wat luchtiger te maken: ‘Ik heb mijn broertjes en zusje over Tara verteld.’
Bills ogen lichtten meteen op; hij was duidelijk blij met deze verandering van onderwerp en vroeg iets gretiger dan nodig was: ‘En?’
‘Ze vinden dat ik haar de volgende keer mee moet nemen als ik op bezoek ga,’ lachte Moira en negeerde het stemmetje in haar hoofd dat maar bleef zeggen: Als er een volgende keer komt.
‘Hm... Misschien moet je hen maar hier uitnodigen,’ stelde Bill voor. ‘Dat is makkelijker voor ons, aangezien Tara protesteert als we moeten autorijden.’
Moira had daar eigenlijk nog helemaal niet aan gedacht. ‘Dat is wel een goed idee!’ zei ze, onwillekeurig met verbaasde stem.
Bill grinnikte. ‘Ja, soms heb ik wel goede ideeën. Héél soms.’
‘Ach, dat bedoel ik toch niet,’ lachte Moira. ‘Ik was verbaasd over mezelf, ik had dat nog helemaal niet bedacht.’
Hij trok een arrogant gezicht en wiebelde zo typisch met zijn wenkbrauwen. ‘Ik ben een genie, dat weet je toch.’
Ze schoot nu echt in de lach. ‘Ja, jij wel!’
De frons in Bills voorhoofd was nu verdwenen, eindelijk, en even later liep Moira met een tevreden gevoel naar huis.
Reageer (1)
super(H)
1 decennium geleden