Dertien juli (vervolg)
De rust was teruggekeerd in huize Kaulitz; Tara maakte samen met Konijn een puzzel op het kleed, Tom hield over hen de wacht en zapte verveeld langs de kanalen op tv. Moira en Bill zaten in de keuken, hij was koffie aan het zetten en zij speelde met een potlood dat Tara op tafel had laten liggen.
Bill keek even over zijn schouder en merkte op: ‘Tara heeft je gemist, gisteren.’
‘Oh?’ Moira rolde het potlood tussen haar vingers. ‘Ik was naar mijn moeder.’
‘Leuk.’
‘Mwoah.’
‘Niet leuk?’
‘Nou ja… Mijn moeder en ik… We zijn niet zo close. Niet zoals jij en Tara,’ voegde Moira er onwillekeurig bij.
Bill haalde even zijn schouders op. ‘Tara is nog geen vijf. Over een jaar of tien is ze niet meer zo. Maar waarom loopt het dan zo stroef tussen je moeder en jij?’
‘Mijn moeder was het er niet mee eens dat ik naar de toneelacademie wilde,’ antwoordde Moira. Bill plofte tegenover haar aan tafel en schoof haar een beker koffie toe. Ze nam een slokje, verbrandde haar tong en vervolgde: ‘Ze vond dat het geen échte studie was, ze wilde dat ik bijvoorbeeld rechten of iets dergelijks ging studeren. Medicijnen misschien, net als Frits. Maar ik ging naar de toneelacademie en mijn moeder wilde niet meer met me praten. Pas toen ik mijn opleiding had afgerond, ben ik weer naar haar toegegaan. Eén keer, om Frits aan haar voor te stellen. Ik zou wel vaker zijn gegaan voor mijn broertjes en zusje, maar het idee dat mijn moeder zo… sterk tegen mijn grootste wens was, hield me tegen.’
‘Hm… Dat snap ik, ja. Hoewel onze moeder altijd achter mij en Tom heeft gestaan. En waarom ben je gisteren dan wel gegaan?’
‘Mijn moeder heeft een nieuwe vriend.’
‘En haar oude?’
‘Die heeft haar verlaten. Ze heeft er acht jaar over gedaan om daar een beetje overheen te komen, dus in zekere zin ben ik blij dat ze haar leven weer oppakt, maar aan de andere kant is het gewoon een vreemd gevoel.’
‘Dat ze weer een man heeft?’
‘Ja, zoiets.’ Moira roerde peinzend in haar kopje en probeerde op een rijtje te zetten wat er zo vreemd aan was. ‘Mijn eigen vader is gestorven toen ik twee was, ik herinner me hem niet meer. De vader van mijn broertjes en zusje is er acht jaar geleden vandoor gegaan omdat hij niet nog meer kinderen wilde. Bijna vijf jaar daarna ben ik weggegaan, naar de toneelacademie, maar de vijf jaar dat ik er was heeft mijn moeder doorgebracht als zombie. Ik heb Arend – dat is de figuur die haar verlaten heeft – daar altijd de schuld van gegeven en elke man waar mijn moeder mee praatte, bekeek ik altijd met wantrouwen. Nu heeft ze plotseling een nieuwe vriend op de kop getikt, eentje die ik niet ken, die ik nog nooit had gezien vóór gisteren.’
Ze beet op het uiteinde van haar lepeltje, zuchtte even en zei fronsend: ‘Het voelt onwennig, onveilig. Als er nu iets misgaat, ben ik er niet om haar op te vangen, zoals acht jaar geleden. En aangezien mijn jongste broertje pas acht is, heeft hij echt nog iemand nodig die ‘mama’ voor hem kan zijn, iemand die zich niet gedraagt als levend lijk.’
Bill knikte. ‘Ik begrijp wat je bedoelt. Dat hadden Tom en ik ook toen onze ouders scheidden en onze moeder een andere man vond. We hadden er geen enkel vertrouwen meer in, ook al waren wij pas zes. We hadden het al fout zien gaan met onze echte ouders, dan kon het met onze moeder en die vreemde man ook alleen maar fout gaan.’
Ze lachten allebei even, maar er zat weinig vreugde achter. Allebei leefden ze weer even in het verleden. Bill was even weer zes jaar, zat in de wegrijdende auto met zijn moeder achter het stuur en keek naar zijn vader, die op de stoep stond en steeds kleiner werd. Moira was even weer veertien, stond zelf op de stoep en keek naar haar stiefvader, die zijn auto vollaadde en vervolgens met de noorderzon vertrok. Bill was even weer zeven, zat naast Tom op de bank en keek naar zijn moeder, die zingend de tafel dekte en straalde als de sterren als ze naar haar nieuwe echtgenoot keek, die ‘vreemde man’ die de tweeling voor geen cent vertrouwde. Moira was even weer vijftien, stond bij het aanrecht de afwas te doen en keek naar haar moeder, die snikkend haar handen ineenwrong boven haar zakdoek en de ene borrel na de andere achterover sloeg, borrels die haar verdriet alleen maar verzwaarden door schuldgevoel.
Toen schudden ze tegelijkertijd hun herinneringen van zich af en Moira ging vlug verder: ‘Wat me ook een beetje moeite kostte, was dat mijn moeder die nieuwe vriend al een maand of drie kent en het mij gisteren pas heeft verteld. Toen voelde ik me helemaal alsof ik er niet meer bij hoorde, alsof mijn familie mijn familie niet meer was. Mijn broertjes en zusje waren misschien wel blij om mij te zien, maar ze vonden het al zo gewoon dat die figuur er was dat ik de kans niet kreeg om eraan te wennen. Hij was al een deel van hun leven geworden. En ik zat er maar een beetje bij.’
Bill keek peinzend in zijn koffie. ‘Hm… Pijnlijk. Maar waarom heeft je moeder dan niets gezegd?’
‘Nou ja, ik zei al dat we elkaar eigenlijk nooit meer spraken. Een tijdje geleden belde ze opeens, totaal onverwacht, om ‘bij te kletsen’. Ik denk dat ze me toen wilde vertellen dat ze een vriend had, maar niet durfde. Zij weet ook dat ik het niet vertrouw. En als het mijn familie aangaat, kan ik behoorlijk fel uit de hoek komen. Ze was natuurlijk bang dat ik me als een oude vrijster zou gaan gedragen en hele preken zou gaan houden over hoe onverstandig het wel niet was, terwijl ik aan de andere kant ook gewoon wil dat mijn moeder gelukkig is.’ Moira haalde diep adem na die lange zin, nam een slokje koffie en verbrandde voor de tweede keer haar tong.
In de stilte die volgde probeerde Bill te bedenken wat hij hier verder nog op kon zeggen, terwijl Moira afwachtte tot hij iets zei. Toen schoot er plotseling iets anders door haar hoofd. Waarom vertel ik dit aan Bill? vroeg ze zich af. Waarom vertel ik dit niet aan Frits? Die wist nog van niets, die dacht waarschijnlijk dat ze boodschappen was gaan doen. Ze had het hem gisteravond makkelijk kunnen vertellen. Waarom zat ze hier dan tegenover Bill aan tafel?
‘Ik denk dat je er gewoon aan moet wennen,’ zei die op dat moment. ‘Tom en ik moesten ook heel erg wennen aan het idee dat we een stiefvader hadden. Voor jou is het nog wel ietsjes anders, omdat het je stiefvader niet is. Na een tijdje raak je eraan gewend, net als je broertjes en zusje. Hè, wat is dat Nederlands omslachtig. Waarom heb je niet gewoon één woord voor ‘broertjes en zusjes’, zoals in het Duits, da’s veel makkelijker.’
Moira schoot in de lach om zijn opmerking en het zware onderwerp van familie zweefde door het open raam naar buiten. Alsof ze daarop gewacht had, stormde Tara binnen met de mededeling dat ze haar puzzel had gemaakt en dat ze appelsap wilde. Bill stond op om haar van sap te voorzien en Moira meldde dat ze maar eens moest gaan.
‘Ik moet nog boodschappen doen,’ zei ze. ‘Anders heeft Frits straks niets te eten.’
‘Wat zielig nou,’ grijnsde Bill en zette een glas appelsap voor Tara neer. ‘Für Zuckerkind. Zeg maar dag tegen Moira.’
‘Daag,’ zei Tara braaf. Alleen had ze haar mond vol appelsap, waardoor het langs haar kin droop en op tafel een plasje vormde. Bill rolde met zijn ogen, Moira giechelde en Tara trok een engelengezicht. Toen kwam Tom ook nog eens binnen, zag het plasje appelsap en riep: ‘Tara, gadverdamme!’, waarop ze allemaal in lachen uitbarstten.
Met een brede grijns op haar gezicht verliet Moira huize Kaulitz. Ze wilde net langs haar eigen huis richting het dorpscentrum lopen, toen ze zich herinnerde dat haar boodschappentas nog binnen lag. Ze haalde het ding op, merkte dat Frits nog steeds lag te slapen en ging richting dorp. Op de één of andere manier vond ze het prettig dat haar verloofde niets van haar afwezigheid had gemerkt. Net alsof hij niet mocht weten dat ze bij de buren was geweest, zei een stemmetje in haar achterhoofd.
Maar waarom, vroeg ze zich af, zou Frits dat niet mogen weten? Hij vond hen toch aardig? Het stemmetje in haar achterhoofd gaf geen antwoord, maar Moira wist wel ongeveer wat het antwoord zou zijn. Omdat je Bill alles hebt verteld wat je Frits zou moeten vertellen. En dat kón toch eigenlijk niet…
Reageer (1)
super(H)
1 decennium geleden