’s Middags rond een uur of twee besloot Moira om Frits’ auto te stelen en naar Thyrza te rijden. Het was duidelijk dat ze vandaag verwacht werd, zo goed kende Moira haar moeder wel. Dus liep ze langs Frits, die achter zijn computer zat en met samengeknepen ogen naar het scherm tuurde. Ze legde haar koude handen in zijn hals om zijn aandacht te trekken. Eerst sloeg hij er even naar, maar toen ze haar handen niet weghaalde keek hij op.
‘Is er wat?’
‘Ja, waar zijn je autosleutels?’
Nu draaide hij zich helemaal om en staarde haar verbaasd aan. ‘Waarom wil je mijn autosleutels hebben?’
‘Ik wilde naar mijn moeder rijden,’ zei ze, alsof het niets was. Ze keek Frits aan met een en-dit-is-alles-wat-ik-ga-zeggen-blik en hij wees haar zuchtend op het feit dat zijn sleutels gewoon aan het rekje in de keuken hingen. Vóór hij verder nog iets kon zeggen, was Moira weg.
Rond drieën arriveerde Moira bij het huis waar zij was opgegroeid, een klein wit huisje in een dorp dat nog kleiner was dan daar waar Moira woonde. Het was een heel schattig huisje, cliché eigenlijk, met een rood pannendak en wilde bloemen in de voortuin. Tenminste, zo was het geweest toen Moira nog thuis woonde. Nu groeiden de bloemen in nette perkjes langs een gazonnetje.
En op het gazonnetje speelden kinderen. Een jongen en een meisje, het jochie met honingblonde haren en het meisje net zo donker als Moira. Die herkende de twee onmiddellijk: Luca en Becky, haar jongste broertje en haar zusje. Hij was acht, zij was elf. En Moira was tweeëntwintig. Zo te zien waren de kinderen riddertje aan het spelen, want Luca had een cape om zijn schouders en een plastic zwaardje in zijn hand, terwijl Becky de plastic helm op haar haren had gedrukt en met een liniaal vocht.
Toen Moira’s auto voor het hek stopte, keken ze beiden op en lieten hun ‘wapens’ zakken. Met een lichte grijns op haar gezicht schopte Moira de autodeur open. Ze stak haar hoofd naar buiten. De twee kinderen lieten onmiddellijk hun speelgoed vallen en holden naar het hek, zonder op de bloemen te letten die ze nu vrolijk molden.
‘Moira!’
‘Hé daar!’ grinnikte de grote zus, terwijl ze door het hek stapte en meteen werd besprongen door haar broertje en zusje.
‘Mama zei dat je misschien niet kwam!’ zei Rebecca, wiens grote donkere ogen heel erg op die van Moira leken. ‘Je komt toch om meneer De Bruijn te ontmoeten?’
‘Moeten jullie hem ‘meneer’ noemen?’ was Moira’s verbaasde wedervraag.
‘Nee, maar ik vind het raar om ‘papa’ of ‘Daniël’ te zeggen,’ antwoordde Rebecca. Dat verbaasde Moira stiekem; tenslotte was Becky pas drie geweest toen haar echte vader er vandoor ging, waarschijnlijk had ze geen enkele herinnering aan die man. Maar misschien ging het om het idee dat er plotseling, na acht jaar, iemand was om ‘papa’ tegen te zeggen.
‘Ik zeg Daniël,’ deed Luca toen een duit in het zakje. ‘En Becky ook.’ Hij keek beschuldigend naar zijn zus, die haar schouders ophaalde.
‘Alleen als hij er bij is. Maar je kómt toch voor meneer De Bruijn?’
‘En ook voor jullie,’ glimlachte Moira, terwijl ze liefdevol door Luca’s haren woelde. Het jongetje was misschien nog heel jong geweest toen Moira vertrok – net vier – maar hij herinnerde zich wél wie zij was en vond het heerlijk om haar eindelijk weer te zien.
Becky wilde ook aandacht van haar grote zus en zette de plastic helm af. Het meisje was zo’n beetje een kopie van haar oudere zus, ze hadden hetzelfde donkere haar en dezelfde ogen. Zij leken allebei heel erg op hun moeder, terwijl de jongens meer hadden meegekregen van hun vader. Het blonde haar en de blauwgrijze ogen kwamen van Arend.
Nadat Moira de auto op slot had gezet, liepen ze met z’n drieën naar binnen. Moira herkende de kindertekeningen die in de gang aan de witte muren hingen, een aantal daarvan had ze zelf gemaakt. Het leek erop dat er, buiten de voortuin, niets veranderd was in het witte huisje.
In de woonkamer zaten de andere leden van het gezin, plus die éne die zij nog nooit had ontmoet. Daniël leek een vriendelijke, gezellige man van over de vijftig, verrassend genoeg met vrijwel al zijn haar nog; waarschijnlijk bedekten de wild krullende bruine haren de kale plekken op zijn schedel. Hij zat naast Thyrza, die natuurlijk onmiddellijk te herkennen was aan het sluierachtige donkere haar dat haar dochters geërfd hadden – en aan haar leeftijd, ze was de enige vrouw boven de dertig in de kamer. Aan de andere kant zaten de twee middelste kinderen, Timo van vijftien en Jelle van dertien. Zij hadden hetzelfde honingblonde haar als Luca, Timo had zijn moeders ogen en Jelle die van Luca. Ja, dit was de hele familie.
Zodra Becky en Luca hun oudere zus de kamer binnensleepten, keek iedereen op. Thyrza’s gezicht veranderde van opgewekt naar verbaasd naar nerveus, om vervolgens op te lichten door een brede glimlach. Timo en Jelle keken alsof ze hun ogen niet konden geloven – vooral de oudste, die zich zijn zus natuurlijk het beste kon herinneren – en Daniël leek aangenaam verrast.
‘Hoi,’ zei Moira schuchter, een beetje opgelaten door de hele situatie. Ze voelde zich plotseling erg groot, ook al was ze maar één meter zeventig. Becky en Luca waren zeker nog niet zo groot als zij en de rest zat allemaal, dus nu was ze heel even de langste persoon in de kamer. Ze vond het allesbehalve een prettig gevoel.
‘Moira!’ Thyrza stond op en, ietwat onwennig, omhelsde de jonge vrouw. Toen draaide ze zich om en zei tegen Daniël: ‘Dit is dus mijn oudste dochter, ik heb je over haar verteld.’
De man glimlachte, stond ook op en stak zijn hand uit naar Moira. ‘Dat klopt. Ik ben Daniël,’ voegde hij er tegen Moira bij. Zij schudde zijn uitgestoken hand. Hij had handen die hoorden bij een loodgieter, groot en ruw en warm. Een prettige handdruk, niet te lang en niet te kort. Tot zover de eerste indruk; hij scoorde behoorlijk goed.
Toen was het de beurt aan Moira’s jongere broers. Jelle kwam verlegen naar haar toe, alsof hij zich niet kon voorstellen dat het echt zijn zus was, en Moira zocht in zijn gezicht naar het kleine jochie dat ze had achtergelaten toen ze ging studeren. Ze herkende zijn ogen en zijn springerige haren, zijn schuchtere uitdrukking en toen zijn knuffel, die precies zo was als ze zich herinnerde.
Vervolgens kwam Timo op haar af en Moira schoot in de lach: hij was groter dan zij. Hij tilde haar een stukje op toen hij haar knuffelde. ‘Wat ben je klein,’ zei hij verbaasd. Ook zijn stem was veranderd, zwaarder geworden.
Moira moest nog harder lachen. ‘Wat ben jij groot, bedoel je! Jeetje man, waar is mijn kleine broertje heen?’
Timo keek zelfvoldaan en iedereen lachte, ook hijzelf. Thyrza’s zenuwen leken helemaal te zijn opgelost door dit onthaal, ze ging in ieder geval met haar gebruikelijke bedrijvigheid thee zetten en koekjes halen. Ondertussen sprak Daniël Moira aan, vroeg haar naar wat ze nu deed.
‘Thyrza heeft me verteld dat je verloofd bent,’ voegde hij er nog bij.
‘Momenteel ben ik werkloos,’ antwoordde Moira, terwijl ze tussen Timo en Jelle op de bank ging zitten. Luca en Becky namen als hondjes aan haar voeten plaats en zo zaten de vijf kinderen van Thyrza Visser gezellig met z’n alleen bij elkaar.
‘Ik heb toneelacademie gedaan, in een kleine theaterproductie gespeeld, ben vervolgens gaan samenwonen met mijn verloofde en nu doe ik aan liefdadigheid in het dorp,’ somde Moira verder op. ‘Frits – mijn verloofde – is huisartsassistent, hij zorgt voor het geld.’
‘Ja, ik vroeg me dat af omdat ik dacht dat je met de auto was gekomen, en een auto is niet iets voor een studente,’ verklaarde Daniël.
‘Klopt, de auto is een cadeautje van Frits’ ouders. Hij is ook eigenlijk van hem, maar ik heb ’m voor dit ritje even gestolen.’
‘Moira is een dief!’ riep Luca meteen. ‘Moira heeft gestolen!’
Iedereen moest lachen en de oudste zus woelde weer door Luca’s haar. ‘Ja, joh, ik ben de grootste dief in Nederland. Ik steel hele huizen leeg.’
‘Mag ik een keer mee?’ riep Jelle, waarop weer een lachsalvo volgde.
Vervolgens bracht Thyrza thee en koekjes, limonade voor de jongste kinderen, en langzaam maar zeker daalde er een soort rust neer over het groepje. Thyrza en Daniël praatten met elkaar, Moira luisterde en gooide er af en toe wat tussendoor, de jongste kinderen waren aan het puzzelen en Timo bleef naast zijn zus zitten, heel stilletjes; zijn manier om te laten zien dat hij blij was met haar komst. Af en toe keek ze hem van opzij aan en glimlachte. Hij reageerde door zachtjes tegen haar schouder te duwen of zijn haren uit zijn gezicht te schudden. Timo was niet iemand die veel sprak of erg duidelijk aanwezig was, maar hij had zijn eigen maniertjes om zijn genegenheid voor iemand duidelijk te maken.

Voor Dorien, ze weet wel waarom :Y)

Reageer (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen