Tom reed, zoals gewoonlijk, en hield zijn ogen strak op de weg. Bill begreep nooit hoe Tom zo geconcentreerd kon autorijden; zelf werd hij door alles afgeleid. Waarschijnlijk was het daarom dat hij zijn rijbewijs pas bij de tweede poging had gehaald.
Hij zuchtte en probeerde een comfortabele positie te vinden in zijn stoel. ‘Tara heeft gelijk,’ zei hij hardop. ‘Auto’s zijn stom.’
‘Of jij bent gewoon snel geïrriteerd,’ antwoordde Tom en trapte op het gaspedaal om een slome Audi in te halen. ‘Heb je daar al eens over nagedacht?’
Bill rolde met zijn ogen en wierp zijn broer een dodelijke blik toe. ‘Heel grappig. Rijd nou maar gewoon.’
‘Wat is het toch met jou?’ zuchtte Tom zonder op hem te letten. ‘Wanneer is de laatste keer dat je normáál lachte?’
‘Ongeveer vier jaar geleden,’ mompelde Bill en haalde een hand door zijn haren. Tom zuchtte weer, maar gaf geen antwoord. Ze wisten allebei dat Bill gelijk had.
Een tijdje zoefden ze zwijgend over de snelweg. Ze waren ondertussen in Duitsland, zag Bill aan de vertrouwde bordjes, en reden op volle snelheid richting Düsseldorf. Eén keer per jaar, ergens in juli, vertrokken ze met z’n tweeën naar Duitsland. Dat was de voorwaarde die hun moeder gesteld had toen ze naar Nederland vertrokken: dat ze minstens één keer per jaar terugkwamen om haar op te zoeken.
Tom was blijkbaar niet van plan om het onderwerp te laten varen, want na een tijdje begon hij opnieuw: ‘En toch begrijp ik niet waarom je altijd zo somber bent. Wat is er in godsnaam mis met Tara?’
‘Er is niets mis met Tara,’ antwoordde Bill zuchtend. ‘Het gaat niet om Tara. Het gaat om het feit dat we altijd alles verborgen moeten houden. Soms heb ik gewoon zin om het keihard uit te gillen: Dit is Tara Kaulitz en we zijn trots op haar. Alleen denk ik dan dat de hele wereld over ons heen valt.’
‘Ja, dat geloof ik ook wel,’ gaf Tom toe. ‘Denken er nog meer mensen dat wij een stel zijn.’ Bill trok onmiddellijk een vies gezicht en Tom schoot in de lach. ‘Inderdaad.’

Na een tijdje parkeerde Tom de auto voor een standaard rijtjeshuis aan de rand van de stad. Hier woonde oma Kaulitz, die Bills bijnaam “Mecki” verzonnen had en hem nog altijd zo noemde. Omdat Düsseldorf redelijk dicht bij Nederland lag en makkelijk te bereiken viel vanuit Loitsche, ontmoetten ze elkaar meestal hier.
‘Mama is er al,’ zei Bill zachtjes, met een hoofdknik naar de grijze Volkswagen die een eindje verderop geparkeerd stond.
Tom gaf geen antwoord, maar stapte uit en leunde tegen de zijkant van hun eigen auto, een Mercedes. De Cadillac viel vreselijk op en daarom gebruikten ze die eigenlijk nooit, net als Bills BMW.
Het tweede broertje stapte ook uit en Tom zwaaide vaag met zijn autosleutels, zodat de deuren in het slot klikten. Daarna slenterden ze over de stoep naar het huis van hun oma. Tom mocht misschien wel optimistischer zijn dan Bill, ook hij had hier niet veel zin in. Het feit dat niemand van hun familie van Tara afwist, maakte dit bezoek er niet makkelijker op. Hoe veel ze hun moeder en stiefvader ook gemist hadden, er waren duizend plekken op aarde waar de tweeling nu liever zou zijn.
Bill hoefde niet eens op de bel te drukken. De deur vloog al open en een stralende Simone Kaulitz stond op de drempel. ‘Daar zijn jullie!’ riep ze enthousiast. De broertjes zetten onmiddellijk een zo groot mogelijke grijns op, terwijl Simone hen bijna over de drempel sleurde. Eenmaal in de gang omhelsde ze haar beide zoons, probeerde hen allebei tegelijkertijd een zoen op hun wang te geven en kwam er tot haar teleurstelling achter dat dat een beetje moeilijk was. De tweeling wisselde een geamuseerde blik; het ging elk jaar zo.
‘Ah, daar zijn jullie dan!’ Gordon, hun stiefvader, kwam ook de gang binnen en keek hen met zijn gebruikelijke kalme glimlach aan. ‘Jullie veranderen ook geen steek, hè.’
‘Ze zijn wat magertjes,’ vond Simone. ‘Maar dat zijn ze altijd al geweest, eigenlijk. Kom, willen jullie wat drinken?’
‘Ik voel me weer tien,’ mompelde Bill tegen zijn broer, toen ze Simone en Gordon naar de woonkamer volgden. ‘We komen binnen en mama begint meteen te vragen of we wat willen drinken.’
Tom grinnikte, maar gaf geen antwoord: hun oma kwam op hen af. Ze was nu iets over de zeventig en nog altijd de energieke oma die de tweeling zich kon herinneren.
Na een hartelijke kus en knuffel werden de broertjes op de bank geduwd en oma Kaulitz voegde zich bij Simone in de keuken, die met glazen en een schaal koekjes in de weer was. Gordon ging tegenover de tweeling zitten en vroeg vriendelijk: ‘En hoe gaat het met jullie?’
‘Prima,’ antwoordden ze tegelijkertijd. ‘We hebben een mooi huis gevonden,’ voegde Bill er voor de vorm bij. Ze waren niet echt van plan om hun familie in te lichten over hun situatie. Waarom niet? Bill vond het een ongemakkelijk idee. En Tom had besloten dat hij hierin zijn broertje maar gelijk gaf.

Voor Vespertine, en voor Dorien.

Reageer (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen