Het was zondag en het was warm. Moira trok een luchtig zomerjurkje uit de kast, hing die aan het haakje naast de badkamerdeur en stapte onder de douche. Het frisse water maakte haar hoofd helder en de appelgeur van haar shampoo kriebelde vertrouwd in haar neus. Vandaag zou een heerlijke dag worden, Moira kon het voelen.
Na het ontbijt trok ze Frits mee de tuin in. Hij protesteerde niet; zijn lichtblonde haren kleefden al aan zijn bezwete voorhoofd en zijn ogen zochten wanhopig naar een beetje schaduw. Moira echter liet zich midden in de tuin, in de volle zon, op het gras ploffen. Ze verbrandde nooit, maar werd des te sneller bruin. Frits bleef angstvallig onder het zonnescherm.
Met een boek in de hand vloog de ochtend voorbij. Rond een uur of twee was het zó warm dat Frits naar binnen ging en in de keuken zijn toevlucht zocht. Moira verhuisde nu naar de schaduw; zelfs voor haar werd het nu te gek. Het was dan wel juli, dit bleef Nederland en de ongelooflijke warmte verbaasde haar.
‘Moira!’ riep Frits vanuit het huis. ‘Telefoon voor je!’
Verrast liet Moira haar boek in het gras liggen en liep naar binnen. Met de telefoon in haar hand ging ze op de drempel zitten. ‘Moira Visser!’
‘Met je moeder!’
Bijna liet Moira de telefoon uit haar handen vallen. ‘Mam?’
‘Verrassing!’ kirde haar moeder door de telefoon. ‘Ik wilde je stem weer horen, ’t is zó lang geleden! Hoe gaat het met je? En met Frits?’
Van verbazing wist Moira even niet wat ze moest zeggen. Haar moeder... Sinds haar VWO-diploma en de daaropvolgende toneelopleiding was Moira niet meer thuis geweest. Thyrza – haar moeder – had zelf niet meer dan een middelbare schooldiploma en vond Moira’s opleiding niet hoog genoeg. Met een VWO-diploma kan je zoveel meer, ga toch écht studeren! Moira volgde echter haar droom, ging naar de toneelacademie en verbrak vrijwel alle contact met haar moeder. Eén keer had ze haar nog opgezocht, om Frits voor te stellen, maar daarna hadden ze elkaar nooit meer gesproken. Waarom belde haar moeder nu ineens weer?
‘Moira? Ben je daar nog?’ Thyrza’s stem leek van heel ver te komen en Moira knipperde met haar ogen, zichzelf dwingend te focussen.
‘Eh, ja... ’t Gaat allemaal goed, hier, denk ik. Frits werkt, ik heb het naar m’n zin hier, dus... Hoe is het met jou? En de kleintjes?’
Moira had drie jongere broertjes en een jonger zusje. De oudste van hen, Timo, was zeven jaar jonger dan zij; de jongste heette Luca en had net zijn achtste verjaardag gevierd. Daartussen zaten Jelle van dertien en Rebecca van elf. Reden voor het grote leeftijdsverschil tussen Moira en haar oudste broertje: ze hadden verschillende vaders. Moira’s vader was overleden toen zij net twee geworden was. De vader van de andere vier kinderen had Thyrza verlaten toen ze op het punt stond voor de laatste keer te bevallen. Dat was inmiddels acht jaar geleden, maar Thyrza was er nog steeds niet helemaal overheen.
‘Och, het gaat allemaal goed met ze,’ onderbrak de vrouw Moira’s gedachten. ‘Timo is een echte puber, tja, je weet wel hoe dat gaat. Jelle en Luca zijn natuurlijk vol bewondering.’
‘En Becky?’ Moira speelde geen toneel; ze was écht nieuwsgierig. Met haar moeder had ze misschien niet zo’n sterke band, maar ze was dol op haar halfbroertjes en –zusje. Ze had hen al zo lang niet meer gezien!
Thyrza begon enthousiast te vertellen over Rebecca’s school, vriendinnen, danslessen, alles wat ze maar kon verzinnen. Moira speelde met een haarlok terwijl ze luisterde. Zo te horen ging het met de kinderen inderdaad goed. Maar met haar moeder zelf? Dat wist ze nog niet zo zeker; af en toe viel Thyrza even stil, alsof ze aan iets pijnlijks dacht, om vervolgens met luidere stem verder te gaan. De frons in Moira’s voorhoofd werd steeds dieper.
Na een tijdje was Thyrza door haar gespreksstof heen en slaakte een diepe zucht. ‘Nou, dat was het wel zo’n beetje. ’t Gaat allemaal prima, zoals je hoort.’
‘Ja, inderdaad... En hoe gaat het met jou?’ Moira’s stem klonk behoedzaam en ze wist dat Thyrza het hoorde. Mooi zo; nu begreep haar moeder tenminste dat ze haar dochter niet zomaar voor de gek kon houden. Er was iets mis en Moira wilde weten wat.
Thyrza was echter niet van plan iets los te laten. ‘Ook prima. Maar eh... Ik moet er maar eens vandoor, Luca roept me. Dag Moira!’
‘Oh... oké. Dag.’ Klik. Opgehangen. Moira liet de telefoon zakken en staarde er verbaasd naar. Wat een gesprek. Nu was ze nog niets wijzer.
Schouderophalend zette ze de telefoon terug waar hij hoorde en ging weer naar buiten. Haar boek lag nog steeds in de schaduw; ze raapte hem op en staarde peinzend naar de kaft. Net op het moment dat ze hem weer open wilde slaan, riep iemand haar naam.
Dat stemmetje... Ze hoorde nu elke dag dat stemmetje. En ja hoor, daar kwam Tara weer door het gat in de heg kruipen. Ze droeg een knalblauw badpakje en had zoals altijd Konijn bij zich. Allebei waren ze kleddernat.
‘We hebben een zwembad!’ riep het meisje enthousiast. ‘Kom je kijken?’
‘Een zwembad?’ Verbaasd volgde Moira het kind naar de heg. De tuin van de villa lag er netjes bij; er was waarschijnlijk een tuinman langs geweest, want ze kon zich niet voorstellen dat de tweeling zelf het gras had gemaaid. Midden op het gazon stond een opblaasbadje. Tara was al door het gat gekropen en liet zich nu in het badje vallen, samen met Konijn. Aan het vrolijke geplons te horen amuseerde ze zich kostelijk.
Moira’s ogen scanden de rest van de tuin. Was Tara alleen? Nee, daar was de tweeling. Ze lagen naast elkaar op een enorme handdoek, half in de schaduw en half in de zon. Tom had voor de verandering geen pet op en Bill droeg geen make-up. En ook allebei geen T-shirt. Nu was het pas echt goed te zien dat ze een tweeling waren.
De broertjes zagen Moira op hetzelfde moment en zwaaiden opgewekt. ‘Lekker weertje, niet?’
‘Ja, heerlijk!’ antwoordde ze lachend. Het was onmogelijk niet te lachen als de tweeling zo naar je keek, met die glanzende ogen en brede grijnzen.
‘Veel te warm,’ pufte Frits, die plotseling naast haar opdook. Ook hij keek naar de broertjes, die nog breder begonnen te grijnzen. Moira hield haar hart vast, maar Frits keek zowaar vriendelijk. ‘Opblaasbadje?’ Hij wees op Tara, die ondertussen een fontein had gecreëerd met haar voeten.
‘Ja, cadeautje van Georg,’ antwoordde Tom.
‘Niet waar, Gustav,’ sprak zijn tweelingbroer hem tegen. Zijn ogen schitterden en hij keek zijn broer ondeugend aan, maar Moira zag zelfs van deze afstand de donkere schaduwen onder de hazelnoten ogen. Hij mocht nu dan net zo plagerig zijn als vroeger, er was echt wel iets veranderd. Hè, wat had ze toch vandaag met dat doemdenken? Eerst haar moeder, nu Bill... Misschien zag ze wel gewoon spoken. Haar moeder kon gewoon moe zijn, Bill idem dito. Ze moest echt eens ophouden met piekeren.
‘Gustav, Georg, egal.’ Tom maakte een wegwerpgebaar en rolde met zijn ogen. ‘Mierenneuker.’
Bill kreeg een gigantische lachbui na die opmerking. Moira en Frits wisselden een verbaasde blik. Zó grappig was het woord ‘mierenneuker’ nou ook weer niet. Nou ja, voor hem misschien wel.
‘Dat is echt zijn lievelingswoord,’ grinnikte Bill, toen hij eindelijk weer een beetje rustig was geworden. ‘Mierenneuker. Dat kan je in het Duits dus echt niet zeggen.’
‘Hoe hebben jullie eigenlijk Nederlands geleerd?’ vroeg Moira nieuwsgierig. ‘Ik bedoel, jullie spreken het aardig goed.’
‘Dat was in het begin wel anders,’ vertelde Tom haar. ‘Na Tara’s geboorte zijn we uit Duitsland vertrokken, daar vielen we namelijk veel te veel op. We hebben eerst in Oostenrijk gewoond, maar dat werkte ook niet, en toen zijn we maar hier gekomen.’
Bill moest alweer lachen. ‘Met ons geweldige Engels ook nog eens. Godzijdank lijkt Nederlands in sommige opzichten op Duits.’
‘Het eerste zinnetje wat we leerden was: “We zijn een tweeling”,’ ging Tom verder. ‘Omdat ze ons altijd raar aankeken als we met Tara rondliepen.’
‘Hoe zou dat nou komen?’ mompelde Frits tegen Moira, die hem in zijn zij porde maar eigenlijk wel gelijk gaf. Met die uiteenlopende stijlen leken de broertjes niet zó erg op elkaar.
‘En na dat zinnetje werden we er steeds beter in,’ nam Bill de uitleg weer op. ‘In Amsterdam hadden we een buurvrouw die Duits sprak, daar hebben we aardig wat bijgeleerd. Maar zelfs daar vielen we heel erg op, dus toen zijn we weer weggegaan. Een maand of drie in Lelystad, en toen hier.’
Even bleef het stil. Moira’s ogen bleven op Bill hangen, Bill die peinzend voor zich uit staarde en afwezig met een haarlok speelde. Heel even waande zij zich weer zestien en fan van Tokio Hotel, toen ze nog bestonden. Die ogen... Frits had blauwe ogen, op zich ook een hele mooie kleur, maar Moira was er nog steeds van overtuigd er niets mooiers bestond dan de hazelnootbruine ogen van Bill.
Het was Tara die de stilte verbrak. Ze sprong het opblaasbadje uit, holde naar de tweeling toe en riep: ‘Ik heb dorst!’ Het kwam er een beetje moeilijk uit, want ze had Konijn in haar mond.
Bill kwam overeind en woelde door Tara’s kletsnatte haar. ‘Ik haal wel wat.’
Ze pakte zijn hand, wuifde even naar Moira en huppelde vervolgens met Bill mee naar het huis. Moira hield een jaloerse zucht net binnen. Tara was een schatje. Ze durfde het nauwelijks hardop te zeggen, zeker niet hier, maar ze wilde ook zo’n kind.

Reageer (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen