Aan het ontbijt vroeg Frits of Moira vanmiddag naar zijn werk kon komen. ‘Er is een soort van feestje, een afscheidsfeestje van de oude huisarts.’
‘Tuurlijk,’ antwoordde ze. ‘Ook al ken ik die hele vent niet. Wat zal ik aantrekken?’
‘Maakt niet uit, zolang je maar niet in je kattenpak komt.’ Frits grinnikte toen Moira een scheef gezicht naar hem trok. Moira’s kattenpak was beroemd in het hele dorp; ze was eens op Dierendag naar de bakker gegaan, verkleed als kat. Compleet met snorharen en staart kwam ze binnenwandelen, doodkalm, en vroeg zoals gewoonlijk om meergranenbrood. De bakker had zó hard moeten lachen dat zijn vrouw van boven moest komen om de kassa aan te slaan.
Voor de grap hadden ze nog een muisje van marsepein erbij gestopt, die Moira bij het avondeten aan Frits had gegeven. Als toetje. Hij had het hele kattenpak gemist en vroeg zich af waarom Moira helemaal in de kreukels lag van het lachen. Pas toen hij de volgende dag bij de bakker aankwam, had hij het verhaal te horen gekregen en ook hij was in lachen uitgebarsten. Nu noemde hij haar af en toe nog wel eens ‘katje’.

‘Dag schat.’
‘Tot vanmiddag lieverd.’
Frits gaf Moira een zoen op haar wang, stapte in zijn auto en reed weg. Moira leunde over het tuinhekje. Ze voelde zich nu net zo’n soapster, die haar geliefde weg ziet rijden op de dag dat hij verongelukt. Straks werd ze opgebeld door het politiebureau: uw verloofde is aangereden, hij ligt in het ziekenhuis, hij is dood...
‘Hou op!’ zei ze hardop tegen zichzelf. Haar levendige fantasie weer eens. Dit was geen soap, dit was het echte leven. Hij ging echt niet dood.
Geërgerd wilde ze zich omdraaien, maar een bekend stemmetje bracht haar tot stilstand. ‘Ik deed toch niets?’
Verbaasd staarde Moira naar het kleine meisje, dat met één been op de stoep en één been in de goot stond en haar met grote ogen aanstaarde. Konijn bungelde tussen haar vingers en ze had voor deze keer haar haren los. Voor zo’n klein kind had Tara prachtig haar, dik en glanzend. Het waren bijna krullen, maar net niet helemaal.
‘Oh, maar ik had het ook niet tegen jou,’ zei Moira vlug, toen ze Tara’s lichte frons zag. ‘Wat ben je aan het doen?’
Tara haalde haar schoudertjes op. ‘Weet niet. Buiten spelen.’ Ze zwaaide vaag met Konijn en hield haar hoofdje scheef. ‘En jij?’
‘Ik?’ Moira haalde haar schouders op. ‘Niets.’
‘Goed. Dan ga ik met jou spelen.’ Tara duwde het hekje open en stapte het grindpad op. ‘Kom je?’
Verbluft liet Moira zich door het kind meevoeren. Tara was duidelijk niet op haar mondje gevallen, dacht ze bij zichzelf. Dat had het meisje sowieso van haar vader, of het nou Tom of Bill was. Geen van de twee broers was verlegen.
‘Ik ben een heks,’ verkondigde Tara, terwijl ze op de bank klom. ‘En jij was mijn hulpje.’
‘En Konijn?’ speelde Moira het spelletje mee.
‘Konijn is ons slachtoffer,’ zei Tara, alsof dat vreselijk logisch was. ‘Hij probeert zich te verstoppen.’ Ze deed haar ogen dicht en wierp Konijn over haar schouder. Met een plofje kwam de knuffel in de hoek terecht, waar hij nogal zielig bleef liggen. Moira giechelde. Dat was ook een manier van verstoppen, ja.
‘Nu moet ik een drankje brouwen om Konijn te vinden,’ kondigde Tara aan. Ze keek opnieuw naar Moira. ‘Hulpje, mag ik wat ingrediënten?’
Moira probeerde heel hard haar lachen in te houden. Dit kind was geweldig, dacht ze vertederd. Ze had nog nooit zoiets meegemaakt. Op dat moment schoot iets anders haar te binnen: wisten Tom en Bill wel waar Tara uithing?
‘Jawel, maar de grote tovenaars willen vast even weten waar je bent,’ verzon ze snel. ‘Of weten ze dat al?’
‘De grote tovenaars?’ Tara rimpelde haar neusje en keek Moira fronsend aan. ‘Wie dan?’ Op hetzelfde moment viel het kwartje en ze riep: ‘O, papa! Is die tovenaar?’
Moira schoot nu echt in de lach. ‘Ja, inderdaad. Kom, hij maakt zich vast zorgen.’
‘Papa maakt zich altijd zorgen,’ merkte Tara op, terwijl ze Moira’s uitgestoken hand aanpakte en zich mee liet trekken. ‘Hij wil altijd weten waar ik ben.’
‘Dat lijkt me heel logisch,’ mompelde Moira bij zichzelf. Tara trok haar handje los en huppelde door de achterdeur naar buiten. Ze kroop weer door het gat in de heg, maar Moira paste daar niet door. Tara leek dat geen probleem te vinden; ze opende gewoon een hek in de schutting – de heg liep namelijk niet over de volle lengte van de tuin.
‘Mag ik zomaar naar binnen?’ vroeg Moira, een beetje onzeker. Wat zou de tweeling zeggen als ze opeens in hun tuin stond?
‘Ja hoor.’ Tara vond het duidelijk niet zo’n probleem, maar zij was ook nog maar een kind. Zonder op Moira te wachten liep ze naar de achterdeur, ging op haar tenen staan en drukte de deurknop omlaag. Op hetzelfde moment riep iemand van boven haar naam.
Tara en Moira keken tegelijkertijd op. Tom hing uit het bovenraam en zwaaide naar Tara. ‘Waar was jij nou weer?’
‘Bij de buurvrouw,’ antwoordde Tara en wees naar Moira. ‘Is dat goed?’
‘Ja hoor, maar je moet het wel melden.’
‘Doe ik toch?’
‘Beetje laat, hè.’
‘Maakt dat uit?’
‘Nee hoor.’
Moira probeerde haar lachen in te houden, maar slaagde daar net niet in. Er ontsnapte een giechel uit haar mond en de twee Kaulitzen keken haar nieuwsgierig aan. Ze schudde slechts haar hoofd; ze ging hen echt niet vertellen dat ze hun gesprek grappig vond.
‘We moeten drankje brouwen!’ riep Tara toen en trok haar weer mee naar de schuttingdeur. ‘Tot straks, Tommie!’

Reageer (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen