Frits was naar zijn werk in de huisartspost – hij had medicijnen gestudeerd en werkte nu als assistent bij de huisarts – toen Moira besloot om vers brood te gaan halen bij de bakker. Ze hadden alleen nog maar croissants van drie weken geleden.
Het was alsof ze nu overal Tokio Hotel tegenkwam. Op weg naar de bakker liep ze langs een oeroude poster van de band, die haar nu pas opviel. Hij was gedateerd uit 2007. Ze grinnikte en liep verder.
En geloof het of niet: bij de bakker kwam ze Bill tegen. Hij had een pet op zijn hoofd, weinig make-up en een eenvoudige jas. Naast hem stond, zich vastklampend aan zijn hand, Tara. Ze droeg een spijkerjasje en had haar kastanjeblonde haren in een paardenstaart.
‘Hallo!’ zei Moira opgewekt, terwijl ze de deur openduwde. ‘Ook voor brood?’ Bill keek verrast op; hij had het bord met aanbiedingen staan lezen. Mueslibrood vandaag, zag Moira. Geweldig, Frits was dol op mueslibrood.
‘Hallo,’ kwam toen Bills antwoord. ‘Ja, brood lijkt me wel handig. Speciaal voor Tara.’
‘Ik lust geen brood,’ klonk Tara’s heldere stemmetje. Ze keek met enorme hazelnootkleurige ogen – dezelfde als die van Bill, maar dan wat groter – omhoog naar Moira en… haar vader?... als hij dat was.
‘Echt wel,’ antwoordde Bill op nepserieuze toon. ‘Kleine jokkebrok. Jij moet eens goed worden opgevoed.’
Moira moest lachen. ‘Kom,’ zei ze. ‘Ik blijf hier maar met die deur openstaan.’ Godzijdank was het niet druk bij de bakker, dacht ze.
Bill en Tara volgden haar naar binnen. Hij tilde het kleintje op en bleef voor de vitrine met lekkernijen staan. Tara ging moeiteloos over op Duits – dat sprak ze beter dan Nederlands – en Bill praatte zachtjes mee.
Toen ze allebei hun boodschappen hadden gedaan, vroeg Bill of ze even meeging naar het landhuis.
‘Onze keuken is, als het goed is, net gearriveerd,’ gaf hij op als reden. Moira vond het een beetje vreemde reden, maar ze ging graag mee. Ze was razend nieuwsgierig naar de tweeling. Vooral naar de oorsprong van Tara.

De nieuwe keuken van de villa was enorm, met een koelkast die van de vloer tot het plafond reikte. De vriezer was half zo groot en het gasfornuis zat nog in de verpakking.
‘Oké, een beetje oversized,’ gaf Tom toe, ‘maar ik houd van oversized.’ Hij grijnsde, trok zijn trui recht en verdween naar de woonkamer, op de voet gevolgd door Tara.
Moira stond midden in de keuken en keek om zich heen. Bill leunde tegen de enorme koelkast en sloeg haar zwijgend gade. Er zweefde een glimlachje om zijn lippen.
‘Het is een mooie keuken,’ zei Moira ten slotte. ‘Jullie wonen hier erg leuk.’
Hij haalde zijn schouders op. ‘Nu wel, nu de keuken er is. Alleen nog een tafel waar we alle troep op kunnen gooien en dan is het helemaal klaar.’
Moira zag hem grijnzen en moest onwillekeurig ook glimlachen. Jeetje, dacht ze, dat lukt Frits nooit: mij laten lachen door zelf te lachen. Waarom lukt het deze onbekende, maar toch wereldberoemde, jongeman dan wel?
Ze ontwaakte uit haar gedachten toen de kerkklok sloeg. Frits zou zo wel terugkomen; het was lunchtijd en hij at het liefste thuis.
‘Ik ga maar weer eens,’ zei ze en draaide zich om naar Bill. Hij knikte.
Ze liepen samen naar de voordeur, Moira met haar boodschappen. Bill deed de deur voor haar open en zij stapte over de drempel; niet bijzonders. Hij bleef echter staan, de deurknop in zijn hand, starend naar haar.
‘Is er iets?’ vroeg Moira, in de war gebracht door zijn plotselinge frons.
‘Ik probeer te bedenken wie die zuurpruim van zaterdag was,’ antwoordde hij. ‘Broer, vriend, zus?’
Moira moest lachen. ‘Mijn verloofde,’ vertelde ze hem, wuifde en begon het grindpad af te lopen. Pas toen ze het hek opende, hoorde ze dat hij de deur sloot.

‘Waar ben jij geweest terwijl ik weg was?’ vroeg Frits toen ze aan de lunch zaten.
Moira belegde rustig een boterham met kaas en komkommer; pas daarna gaf ze antwoord. ‘Bij de bakkerij, daarom eet je nu vers brood. En o ja, bij de buren natuurlijk.’
Frits keek haar fronsend aan. ‘Bij de buren? Waarom dat?’
‘O, ik kwam Bill tegen bij de bakker,’ zei ze luchtig. ‘Ze hebben nu een keuken, dus ik ging even kijken. Het is echt waanzinnig groot.’
‘Leuk,’ mompelde Frits. ‘Hoor eens, Moira, ik weet dat ze je tieneridolen waren, maar besef je wel dat ze dat niet meer zijn? Om eerlijk te zijn vind ik ze niet echt aardig. Ik zou het prettig vinden als je niet zo vaak naar ze toe gaat.’
Heel even fronste Moira haar wenkbrauwen, toen kreeg ze het voor elkaar te glimlachen. ‘Wat als zij mij nou uitnodigen? Ik ga er heus niet vaker heen dan strikt noodzakelijk, hoor. Ik heb echt wel genoeg aan jou.’
Frits lachte en maakte zo een eind aan de discussie, maar Moira had een onbehaaglijk gevoel in haar maag. Ik zou het prettig vinden als je niet zo vaak naar ze toe gaat. Dat klonk alsof hij het haar verbood. Als er iets was waar Moira niet tegen kon, dan was het iemand die haar iets verbood.
Nadat ze haar boterham naar binnen had gewerkt, zette ze haar bord op het aanrecht en zei zonder omkijken: ‘Kan jij de afwas doen, schat? Ik heb even nergens zin in vandaag.’
‘Voor jou altijd,’ antwoordde hij en Moira glimlachte. Wat een cliché opmerking, dacht ze. Maar wel schattig.
Terwijl Frits de borden onder de kraan zette, dwaalde ze door de gang naar de woonkamer en liet zich op de bank ploffen. Sinds ze haar opleiding aan de toneelacademie had afgerond, zat ze maar thuis en voerde niets uit. Ja, af en toe hielp ze de buren, maar veel deed ze niet. Misschien moest ze een baan zoeken. Een keer auditie doen voor iets. Of op de kleuterschool gaan werken, dacht ze grijnzend, zoals haar moeder had voorgesteld. Moira en kleine kinderen was een geweldige combinatie, maar of ze daar echt zin in had...

Reageer (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen