Foto bij Steen || Elf

‘Het doel heiligt de middelen, ja,’ zei Albus met een frons op zijn voorhoofd. ‘We hebben inderdaad geen keuze… We kunnen niet iedereen gebruiken, maar als dat een betere wereld oplevert…’
Gellert keek hem aan met grote ogen van plezier en opwinding. Hij knikte heftig toen Albus verder redeneerde en uitdacht waar ze zouden beginnen.
‘…hier in Engeland misschien,’ zei hij peinzend. ‘En als we ze op het Ministerie kunnen overtuigen van ons gelijk…’
‘Ach!’ zei Gellert opgewekt. ‘We hoeven niemand te overtuigen als we de Zegevlier hebben!’
Albus knikte schoorvoetend. ‘Maar die hebben we nog niet gevonden, Gellert.’
‘Dat komt wel, dat komt wel,’ zei Gellert jachtig. ‘Ik weet gewoon dat wij het zullen vinden. Niemand anders beschikt over voldoende kennis om die staf te gebruiken, Albus. Niemand. Als wij elkaar bij staan, kunnen we alles.’
Gellert had zijn gezicht naar het raam gekeerd, zodat het bleke maanlicht over zijn gelaatstrekken streek en hem nog bleker maakte dan hij al was. Hij was zo gedreven om zijn doel te bereiken, dat hij het al bijna kon proeven. Het vinden van de Relieken was alleen nog maar het middel om zijn eigenlijke doel te verwezenlijken.
Gellert wreef in zijn handen en werd zich langzaam weer bewust van Albus, die op zijn bed zat en in een boek verdiept leek te zijn. Hij keek op toen Gellert zich weer naar hem omdraaide. Hij had de rode kleur die op Albus’ wangen was verschenen toen hij had gezegd dat zij samen de wereld aan zouden kunnen, niet gezien.
‘Het is tijd,’ zei Albus en hij keek naar zijn horloge. Een laatste cadeau van zijn moeder.
Gellert knikte. Zijn enthousiasme begon stukje bij beetje weer weg te ebben nu hij besefte hoe laat het was. ‘Goed.’ Hij knikte Albus toe bij wijze van begroeting. ‘Ik zie je morgen.’ Er was immers nog een hoop te doen. Gellert wist niet hoe Albus er over dacht, maar hijzelf nam deze plannen serieus en wilde ook niets liever dan ze ten uitvoer brengen.

Reageer (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen