Steen || Tien

‘Mijn vader was ook geen held,’ gromde Gellert. Hij staarde naar Albus’ blonde haar dat tot over zijn schouders reikte. Ze keken elkaar niet aan, omdat Albus zich van Gellert had afgedraaid, nadat hij hem had verteld waarom zijn vader en moeder en niet meer waren.
Gellert wist niet of hij echt medelijden had met Albus. Hij stond nu aan het hoofd van een verscheurd gezin, maar Gellert kreeg nooit de indruk dat Albus daaronder gebukt ging. Alsof hij al lang geleden had geaccepteerd dat dit zijn toekomst zou zijn.
Albus draaide zich om en Gellert zag de zweem van een glimlach op het gezicht van zijn nieuwe vriend. Hij zuchtte opgelucht, want hij had geen zin in zware, emotionele onderwerpen. Ze moesten het over iets heel anders gaan hebben.
‘Waarom beginnen we niet bij de Dreuzels, Albus?’ vroeg hij gretig. Hij zette zijn glas pompoensap op tafel en leunde met zijn kin op de rugleuning van zijn stoel. Zijn handen omklemden de leuning, terwijl hij achterwaarts op het zitblak zat, met de benen aan weerszijde van de stoelpoten. ‘Als zij zien wat wij twee kunnen uitrichten, zullen ze niet aarzelen!’
Albus gaf niet direct antwoord. Waarschijnlijk moest hij Gellerts woorden nog even overdenken, maar wat hemzelf betrof, zouden zijn plannen direct de waarheid worden.
Albus’ ogen straalden echter niet zoals die van Gellert en hij leek ook nog helemaal niet zo overtuigd door de plannen die Gellert in zijn hoofd al helemaal aan het uitstippelen was. Albus’ ogen waren op de gesloten keukendeur gericht, waarachter zijn jongere broer zich bezig hield met de geiten in de tuin. Gellert wilde hem het liefste door elkaar schudden, zodat alle puzzelstukjes van dit geweldige idee vanzelf wel op zijn plaats zouden vallen, maar Albus schudde enkel afwezig zijn hoofd.
‘Goed, goed,’ zei Gellert gauw. ‘Dan houden we dat achter de hand, maar wat dacht je hier van?’
Hij tekende hetzelfde symbool wat hij op de muur van Klammfels, zijn oude school, had achtergelaten. Stiekem vroeg Gellert zich af of ze al een paar pogingen hadden gedaan om het eraf te krijgen.
‘Je kent het verhaal, hè?’
Albus knikte. ‘Baker de Bard is een Engelse tovenaar geweest.’
Gellert knikte. ‘Maar wat denk je?’
‘Ik heb zo mijn twijfels,’ antwoordde Albus tot Gellerts teleurstelling.
‘Maar het staat ook op een grafsteen!’ spoorde Gellert hem aan. ‘In jouw dorp.’
Er zijn nog geen reacties.