Foto bij Steen || Negen

Gellert zat op Albus’ bed met een grote rol perkament op zijn knieën en hij hield een ganzenveer in de aanslag. Albus dicteerde alle plaatsen die eens in verband hadden gestaan met de Relieken van de Dood, het onderwerp van Gellerts zoektocht en nu die van hen beiden.
Gellert had niet verwacht dat Albus zich zo zou interesseren voor deze relieken, want toen hij het hem had verteld, had Albus hem helemaal geen type geleken dat zich met de dood bezighield. Gellert was toch echter vergeten dat Albus kortgeleden wees was geworden en hij en zijn broer de uitvaart van hun moeder hadden moeten regelen. Toen was ook zijn neus gebroken, maar hij had Gellert niet gezegd hoe dat precies gebeurd was.
Het was ook niet aan Gellert om ernaar te vragen. Hij was immers alleen maar geïnteresseerd in dingen die hem verder zouden kunnen helpen naar de top en daar hoorde Albus neus niet bij.
‘Hoe is het bij jou thuis, Gellert?’ vroeg Albus toen ze even later een pauze in lasten om wat thee te kunnen drinken en zodat Albus kon zien hoe het met zijn broer en zus ging, die zich ergens in het huis bevonden, al had Gellert hen vrijwel nooit gezien.
Desiderius, de broer van Albus, had zich enkele keren laten zien, omdat hij toen blijkbaar iets nodig had gehad uit de keuken, maar Ariana had Gellert nooit meer ontmoet na zijn eerste kennismaking met haar. Hij had het vermoeden dat er iets niet klopte in dit gezien, maar misschien was dat logisch, omdat er geen ouders waren die de boel op orde konden houden. Ooit zou het moeten escaleren, dacht Gellert.
Van hen drieën was Albus gelukkig degene waar Gellert nog een beetje vertrouwen in had en waar hij zijn niveau mee kon praten.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen