Foto bij Staf || Zeven

Alles in Albus’ kamer was netjes opgeruimd in kasten en lades en zelfs zijn bed was netjes opgemaakt. De beide jongens waren een tijdje stil en Albus staarde uit het raam. Gellert merkte wel dat hij geen echte prater was en vond dat wel jammer, omdat hij dat zelf wel was. Hij had het graag over allerlei zaken of over zichzelf, maar daar leek Albus zich niet zo in te interesseren. Alsof het hem niet kon schelen wie Gellert was.
‘Wat doe je zoal naast de zorg voor je familie?’ vroeg Gellert om de voortdurende stilte te verbreken; hij werd er nogal zenuwachtig van. Albus had hem, sinds ze zijn slaapkamer betreden hadden, niet meer aangekeken en daar ergerde Gellert zich wel een beetje aan. Hij had niet het idee dat Albus hem echt mocht, terwijl hij het juist wel leuk zou vinden om iemand te hebben met wie hij kon praten wanneer hij zich niet met zijn queeste bezighield en Albus leek hem een slimme jongen.
‘Ik probeer wat te studeren,’ antwoordde Albus. Hij had zich weer omgedraaid en glimlachte verontschuldigend. Gellert trok daaruit de conclusie dat het niet Albus’ bedoeling was geweest om hem te negeren. ‘Ik bestudeer een aantal toepassingen van drakenbloed,’ verduidelijkte hij zichzelf, nog voor Gellert zich iets af had kunnen vragen.

Reageer (1)

  • Cordeliae

    Het leest echt lekker weg! (:

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen