Staf || Vijf

Gellert en Mathilda klopten die middag aan bij het huis van de familie Perkamentus. Het was al net zo'n rijtjeshuis als dat waar Gellert in logeerde, met een hek waar de verf langzaam vanaf bladderde en een tuintje waar het gras keurig was bijgehouden.
Er werd opengedaan door een jongen die Gellert net iets ouder schatte dan hijzelf. Hij droeg een bril en had lang, blond haar. Zijn felblauwe ogen straalden een gebroken gevoel uit en Gellert merkte dat zijn neus nogal scheef stond. Die moest niet al te lange tijd geleden gebroken zijn, bedacht Gellert zich.
'Dag Albus!' zei Mathilda hartelijk en ze klopte de jongeman die Albus bleek te heten op de schouder.
Albus begroette haar vriendelijk en vroeg of ze binnen wilde komen.
Mathilda gaf Gellert een klein duwtje en hij stapte langs Albus het huisje binnen. Hij zei niets terwijl hij naar het keurig schoongehouden huis keek. Het was het spiegelbeeld van dat van zijn tante, waardoor Gellert de weg niet zo snel zou kunnen kwijtraken.
'Ik wil je aan mijn neef voorstellen,' zei Mathilda en ze duwde beide jongens naar de woonkamer. 'Dit is Gellert.'
Gellert zei niets en stak alleen zijn hand uit. Hij meende een twinkeling in Albus' ogen te zien toen die zijn hand beetpakte.
'Dag Gellert,' zei hij beleefd en hij glimlachte flauwtjes.
Er zijn nog geen reacties.