Foto bij Staf || Een

Sneeuwvlokken stapelden zich op voor de ramen van het kasteel en sloten het ijle zonlicht buiten. Omdat hij hier alleen was, kon hij ongestoord naar buiten kijken. Zo kon hij zijn gedachten even op een rijtje krijgen en zich weer focussen op wat gedaan moest worden.
Het was onacceptabel dat hij was weggestuurd. Onaanvaardbaar en oneerlijk. Ze zouden zijn genialiteit moeten belonen en die twee sukkels hadden gewoon uit de weg moeten blijven toen hij zijn creativiteit de vrije loop had laten gaan.
Gellert sloeg zijn armen over elkaar en staarde naar het dichtgesneeuwde raam. Met een achteloos zwiepje gebood hij zijn spullen om zich in zijn hutkoffer te werpen, die zich daarna gehoorzaam vergrendelde.
Hij zou ze nog één ding laten zien, iets waardoor ze hem niet meer zo snel zouden vergeten. Wanneer hij aan de macht zou zijn, zouden ze zich nog wel eens bedenken en beseffen dat hij geweldig was. Dat hij al die tijd het recht had gehad op de totale macht.
Gellert nam zijn spullen mee. Hij liep met grote, zelfverzekerde passen door de school. De leerlingen die hij tegenkwam keken hem niet aan. Ze negeerden hem, of ze wenden hun blikken angstig af. Het kon Gellert maar weinig schelen. Ze waren het niet waard. Ze waren onwaardig: het onkruid in de maatschappij.
'Flagrato,' zei hij. Hij tekende een driehoek, die in tweeën werd gedeeld door een verticale lijn en in die driehoek zette hij een cirkel.
Hij sprak een bezwering uit over zijn teken, zodat niet iedere stomkop het van de muur zou kunnen krijgen.
Hij verliet het kasteel dat hij jaren lang als zijn thuis had beschouwd en stapte de sneeuw in. Direct daarna Verdwijnselde hij. Hier zou het niet bij blijven, dacht hij wrang terwijl de duisternis zich om hem heen sloot. Hij zou terugkeren.

Reageer (1)

  • Stage

    What a marvelous fellow, snel verder!

    1 decennium geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen